255 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Insolventierecht5 september 2003 Eerste Kamer Rek.nr. R03/037HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1…
Parket bij de Hoge Raad|5 september 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AI0368
tegen te gaan, gaat het (...) niet om de goede trouw als bedoeld in art. 3:11 BW of de redelijkheid en billijkheid als bedoeld in de art. 6:2 en 248 BW
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigRecht van opstal door verjaring van elektriciteitshuisje? Geen bruikleenovereenkomst. Bewijsopdracht.
Rechtbank Rotterdam|6 september 2017|ECLI:NL:RBROT:2017:6974
trouw van een recht van opstal is neergelegd in artikel 3:118 BW jo. 3:11 BW en wordt, daar het hier gaat om een registergoed, nader ingevuld door artikel 3
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigEiser en gedaagde hebben als opdrachtgever onderscheidenlijk aannemer een overeenkomst tot aanneming van werk…
Rechtbank Overijssel|26 maart 2025|ECLI:NL:RBOVE:2025:1714
betaling te goeder trouw moet zijn geweest in de zin van artikel 3:11 BW. Deze situatie doet zich hier voor. [eiser] meende immers door de verklaringen van [naam 1] en [naam
- VerbintenissenrechtKort gedingCiviel recht. Kort geding. Eigendomsverkrijging van een strook grond door bevrijdende verjaring aannemelijk…
Rechtbank Limburg|9 april 2026|ECLI:NL:RBLIM:2026:3290
heeft gestuit. De vraag of [gedaagden] te goeder trouw in de zin van artikel 3:11 BW waren is daarbij niet meer relevant, nu dit geen vereiste voor bevrijdende verjaring
- VerbintenissenrechtEerste aanleg - enkelvoudigEffectenlease. Dexia. Vernietiging op grond van art. 1:89 BW. Vernietiging ten aanzien van alle…
Rechtbank Rotterdam|20 april 2018|ECLI:NL:RBROT:2018:8044
maar ook indien de bezitter ze in de gegeven omstandigheden behoorde te kennen (artikel 3:11 BW). 4.17 Volgens [eiser] is Dexia niet te goeder trouw, aangezien zij ervan op de hoogte
- InsolventierechtWSNP, afgewezen verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling op grond van art. 288 lid 2, aanhef en…
Parket bij de Hoge Raad|6 april 2007|ECLI:NL:PHR:2007:BA0904
gedragsmaatstaf (zoals in art. 54 Fw), niet op goede trouw als bedoeld in art. 3:11 BW of de redelijkheid en billijkheid bedoeld in art. 6:2 en 6:248 BW
- Civiel recht overigVerzekeringsrecht. Schending mededelingsplicht bij invullen (Model)gezondheidsverklaring bij aanvraag…
Parket bij de Hoge Raad|8 december 2023|ECLI:NL:PHR:2023:1113
Verzekeringsrecht. Schending mededelingsplicht bij invullen (Model)gezondheidsverklaring bij aanvraag arbeidsongeschiktheidsverzekering? Art. 7:928 lid 1 en lid 6 BW. Door het hof toegepaste maatstaf; motiveringsklachten. Begrip ‘in algemene termen vervatte vraag’.
- VerbintenissenrechtVerkrijging strook grond ex art. 3:105; vordering gedepossedeerde tot schadevergoeding in natura (overdracht…
Parket bij de Hoge Raad|1 juli 2022|ECLI:NL:PHR:2022:655
Verkrijging strook grond ex art. 3:105; vordering gedepossedeerde tot schadevergoeding in
- InsolventierechtWSNP. Verzoek tussentijdse beëindiging. Goede trouw-toets schuldenaar. Innemen tegenstrijdige stellingen door…
Parket bij de Hoge Raad|12 februari 2025|ECLI:NL:PHR:2025:191
WSNP. Verzoek tussentijdse beëindiging. Goede trouw-toets schuldenaar. Innemen tegenstrijdige stellingen door schuldenaar. Mogelijk onjuiste informatie toelatingsverzoek.
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|4 oktober 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE4557
door deze gepleegde fraude, te goeder trouw was in de zin van art. 3:11 BW. In essentie strekt onderdeel 2 ertoe te betogen dat het hof dit onvoldoende gemotiveerd heeft aangenomen
- Civiel recht overigKort gedingHuurkoop, auto, revindicatie, goede trouw, anders dan om niet.
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao|12 augustus 2021|ECLI:NL:OGEAC:2021:148
omdat Exor en WTC dezelfde bestuurder hebben. In dat verband is van belang art. 3:11 BW, dat bepaalt: Goede trouw van een persoon, vereist voor enig rechtsgevolg, ontbreekt niet alleen, indien
- Civiel recht overigKort gedingAfwijzing vordering tot opheffing conservatoir beslag. Eigendomsvoorbehoud met betrekking tot kranen…
Rechtbank Leeuwarden|22 februari 2012|ECLI:NL:RBLEE:2012:BV6699
machtsverschaffing aan haar te goeder trouw was in de zin van artikel 3: 11 BW. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is [eiseres] daarin niet geslaagd. De voorzieningenrechter is van oordeel
- Civiel recht overigCAR-verzekering. Onderaanneming. Derdenbeding. Vraag of en in welke mate verzekering mede dekking biedt aan…
Parket bij de Hoge Raad|9 november 2012|ECLI:NL:PHR:2012:BY3123
derde zijn gericht.(16) Op de derde rust bovendien een onderzoeksplicht (art. 3:11 BW).(17) Anderzijds zal wie ter zake van een rechtshandeling een in behoorlijke vorm opgemaakt bewijssstuk ondertekent, ermee
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|16 juni 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA6231
geval aanleiding geven aan de be-voegdheid van de schuldenaar te twijfelen (vgl. art. 3:11 BW). Voor de vraag of de retentor redelijkerwijs van de bevoegdheid van de schuldenaar
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigBorgstelling, toestemming echtgenote vereist, rechtshandeling niet verricht ten behoeve van normale…
Rechtbank Gelderland|19 november 2014|ECLI:NL:RBGEL:2014:7166
kende, maar ook indien hij ze in de gegeven omstandigheden behoorde te kennen (artikel 3:11 BW). [naam 1 BV] (in persoon van haar bestuurder [naam A]) wist dat [gedaagde
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigZowel X c.s. en Y waren niet te goeder trouw bij hun aankoop.
Rechtbank Zwolle-Lelystad|29 april 2009|ECLI:NL:RBZLY:2009:5
bezitter te goeder trouw waren in die zin dat zij wisten of (zie artikel 3: 11 BW) behoorden te weten dat [A] respectievelijk [Y] niet beschikkingsbevoegd waren. Indien een verkrijger goede reden
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigRechtbank Limburg · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig
Rechtbank Limburg|24 februari 2021|ECLI:NL:RBLIM:2021:1772
feiten of het recht had behoren te kennen, zelfs indien onderzoek onmogelijk was (artikel 3:11 BW). Volgens artikel 3:23 BW wordt het beroep van een verkrijger van een registergoed
- Strafrecht overigKlaagschrift ex art. 552a Sv door oorspronkelijke eigenaren van een gestolen boot die daarna is doorverkocht…
Parket bij de Hoge Raad|8 februari 2022|ECLI:NL:PHR:2022:105
niet’ is geschied en (ii) de verkrijger te goeder trouw is (vgl. art. 3:11 BW). Op deze derde-beschermingsregel bestaat ook weer een uitzondering. Het derde lid van art. 3
- InsolventierechtArt. 81 lid 1 RO. WSNP. Afwijzing toelatingsverzoek. Goede trouw; art. 288 lid 1 onder b Fw. Grenzen…
Parket bij de Hoge Raad|25 april 2014|ECLI:NL:PHR:2014:523
toekomst gericht” in plaats van uitgaande van het verleden en als bedoeld in art. 3:11 BW en art. 6:2 en 6:248 BW) mist voorts feitelijke grondslag. Hetzelfde heeft
- Civiel recht overigVermogensrecht. Erfdienstbaarheid. Is tenietgaan erfdienstbaarheid door vermenging een inschrijfbaar feit?…
Parket bij de Hoge Raad|30 april 2021|ECLI:NL:PHR:2021:438
Vermogensrecht. Erfdienstbaarheid. Is tenietgaan erfdienstbaarheid door vermenging een inschrijfbaar feit? Art. 3
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.