251 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|22 oktober 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE7659
bevorderlijk voor een voortvarende afdoening van cassatieberoepen (vgl. ook de redelijke-termijn-eis van art. 6 EVRM). In zo'n geval kan immers snel en doelmatig worden vastgesteld welke cassatieberoepen ontvankelijk zijn
- BelastingrechtEerste aanleg - meervoudigMet dagtekening 9 november 2000 zijn aan belanghebbende drie naheffingsaanslagen opgelegd. Op 9 november 2000…
Gerechtshof Amsterdam|25 juni 2002|ECLI:NL:GHAMS:2002:AE5690
geding aan de orde te worden gesteld. Er is wel zelfstandig getoetst. Wat artikel 6 EVRM betreft is het zeer de vraag of de betekeningskosten mede de boete betreffen. Trouwens
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|15 januari 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD6252
oordeelde het Europese Hof dat ook Ordnungswidrigkeiten met het oog op de waarborgen van art. 6 EVRM als strafbare feiten kunnen worden aangemerkt. - Artikel 50 van de Uitvoeringsovereenkomst Schengen
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|12 februari 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD6240
maatregel tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel moet plaatsvinden, omdat het in artikel 6 EVRM bedoelde recht van verweerder op een openbare behandeling van deze ontnemingszaak binnen een redelijke termijn
- Civiel recht overigEerste aanleg - meervoudigRechtbank Utrecht · Eerste aanleg - meervoudig · Civiel recht overig
Rechtbank Utrecht|4 september 2002|ECLI:NL:RBUTR:2002:AE7146
verband naar de toepasselijke normen gege-ven in artikel 36 Rv en artikel 6 EVRM in samenhang met de door de Hoge Raad en de door het Europese Hof voor de rechten
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigRechtbank 's-Gravenhage · Eerste aanleg - meervoudig · Strafrecht overig
Rechtbank 's-Gravenhage|19 december 2002|ECLI:NL:RBSGR:2002:AF2320
niet ontvankelijk is in de vervolging wegens schending van de in art. 6 EVRM bedoelde redelijke termijn. De rechtbank verwerpt dit verweer. Zij is van oordeel dat de redelijke termijn is geschonden
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|24 september 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE6122
niet van dien aard dat van overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM gesproken moet worden. Het beroep op die overschrijding wordt daarom verworpen. 17. Dat oordeel geeft
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|29 januari 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD6200
berechting in de cassatiefase niet heeft plaatsgevonden binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM, en dat deze termijnoverschrijding, mede omdat het aan verzoekster tenlastegelegde uit 1996 dateert, dient
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|15 februari 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD7357
vinden via de EHRM-site, www.echr.coe.int). In één zin samengevat, is niet verenigbaar met art. 6 EVRM dat een onherroepelijke vrijspraak op losse schroeven zou worden gezet wanneer een andere rechter nadien
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|1 november 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE7360
combinatie die het bewijs beoordeelt. Verder wijst hij op andere Europese rechtsstelsels en op art. 6 EVRM. Deze bespiegelingen leveren minstgenomen argumenten voor strenge motiveringseisen in een geval als het onderhavige
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|8 januari 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD5278
staat ter beoordeling aan de Minister van Justitie.(2) Dat een flagrante schending van art. 6 EVRM reeds zou hebben plaatsgehad is niet aangevoerd. De door de Rechtbank gegeven beslissing geeft
- Personen- en familierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht
Parket bij de Hoge Raad|1 februari 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD7378
november 1999, NJ 2000, 210 m. nt. PAS werd beslist dat aan art. 6 EVRM geen aanspraak op een volledige herbeoordeling in hoger beroep kan worden ontleend. Zie ook de conclusie onder
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|17 december 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AF3557
verkeer (artikelen 552b en 552f) is ingevolge uitspraken van de Hoge Raad artikel 6 EVRM van toepassing. De uitkomst van deze procedure is immers direct bepalend voor het recht van de klager
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|22 oktober 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE7385
bevorderlijk voor een voortvarende afdoening van cassatieberoepen (vgl. ook de redelijke-termijn-eis van art. 6 EVRM). In zo'n geval kan immers snel en doelmatig worden vastgesteld welke cassatieberoepen ontvankelijk zijn
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|17 december 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE7635
verkeer (artikelen 552b en 552f) is ingevolge uitspraken van de Hoge Raad artikel 6 EVRM van toepassing. De uitkomst van deze procedure is immers direct bepalend voor het recht van de klager
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|18 juni 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE2759
openbaar ministerie in zijn strafvervolging niet-ontvankelijk behoort te worden verklaard, omdat het in artikel 6 EVRM bedoelde recht van verdachte op een openbare behandeling van de strafzaak binnen een redelijke termijn
- Civiel recht overigKort gedingRechtbank 's-Gravenhage · Kort geding · Civiel recht overig
Rechtbank 's-Gravenhage|11 januari 2002|ECLI:NL:RBSGR:2002:AD8375
berechting in Frankrijk niet met inachtneming van een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM zal plaatsvinden en de bij verstek opgelegde straf is disproportioneel. De feiten waarvoor uitlevering is verzocht
- Strafrecht overigEerste aanleg - enkelvoudigRechtbank Amsterdam · Eerste aanleg - enkelvoudig · Strafrecht overig
Rechtbank Amsterdam|25 april 2002|ECLI:NL:RBAMS:2002:AE4166
wijst de politierechter nog op een andersoortige rechtsbron, het EVRM. Het eerlijke proces van artikel 6 EVRM vormt een levende notie zoals het EVRM een levend instrument is. Dit leven komt onder
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|25 juni 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD9964
zaak A.M.) inhield dat niet van een eerlijk proces in de zin van art. 6 EVRM kon worden gesproken. 13. Hoewel ook in de onderhavige zaak betreffende het slachtoffer [getuige
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigRechtbank 's-Gravenhage · Eerste aanleg - meervoudig · Strafrecht overig
Rechtbank 's-Gravenhage|27 november 2002|ECLI:NL:RBSGR:2002:AF1196
consequenties heeft gehad voor het recht op verdediging in deze strafzaak, zoals neergelegd in artikel 6 EVRM. De rechtbank overweegt dienaangaande dat de vraag of de beslissing(en) over plaatsing en/of voortzetting
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.