644 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Personen- en familierechtCassatiePersonen- en familierecht. Beëindiging ouderlijk gezag (art. 1:266 BW). Processuele positie van de niet met…
Hoge Raad|30 maart 2018|ECLI:NL:HR:2018:488Aangehaald in 68 uitspraken
behorende tot zijn gezin verzorgt en opvoedt. Deze tweede volzin is aan art. 798 lid 1 Rv toegevoegd bij Wet van 12 maart 2014 (Stb. 2014, 130). Blijkens de wetsgeschiedenis (Kamerstukken … conclusie van de Advocaat-Generaal onder 2.16) strekt de tweede volzin van art. 798 lid 1 Rv ertoe om te verzekeren dat pleegouders die gedurende een periode van ten minste een jaar
- Civiel recht overigCassatieProcesrecht/verbintenissenrecht. Cassatie tegen in hoger beroep bij verstek gewezen arrest…
Hoge Raad|11 februari 2011|ECLI:NL:HR:2011:BO4936
rechtspunten heeft beslist. Voor het overige zijn op het verzet, ingevolge art. 353 lid 1 Rv., de art. 143-148 Rv. van toepassing. 11 februari 2011 Eerste Kamer 09/03010 EV/MD Hoge Raad … omtrent rechtspunten heeft beslist. Op dat verzet zijn voor het overige, ingevolge art. 353 lid 1 Rv., de art. 143-148 Rv. van toepassing. 4. Beslissing De Hoge Raad: vernietigt het arrest
- Civiel recht overigCassatieDeltawet grote rivieren, onverwijlde inbezitneming van in dijkverbeteringsplannen aangewezen percelen…
Hoge Raad|12 mei 2006|ECLI:NL:HR:2006:AV9391
schade is beslist, wettelijke uitsluiting van hoger beroep als bedoeld in art. 332 lid 1 Rv., uitleg van art. 5 Dgr in verbinding met art. 52 lid 1 … tegen de onderhavige vonnissen geen hoger beroep openstaat, zodat de in art. 332 lid 1 Rv. bedoelde uitzondering zich voordoet. Zulks was overigens al impliciet door de Hoge Raad beslist
- Civiel recht overigCassatieDeltawet grote rivieren, onverwijlde inbezitneming van in dijkverbeteringsplannen aangewezen percelen…
Hoge Raad|12 mei 2006|ECLI:NL:HR:2006:AV9378
schade is beslist, wettelijke uitsluiting van hoger beroep als bedoeld in art. 332 lid 1 Rv., uitleg van art. 5 Dgr in verbinding met art. 52 lid 1 … tegen de onderhavige vonnissen geen hoger beroep openstaat, zodat de in art. 332 lid 1 Rv. bedoelde uitzondering zich voordoet. Zulks was overigens al impliciet door de Hoge Raad beslist
- Civiel recht overigCassatieProcesrecht. Betekenis van art. 30p Rv; exclusieve regeling van de mondelinge uitspraak? Diverse regels voor…
Hoge Raad|20 april 2018|ECLI:NL:HR:2018:650Aangehaald in 27 uitspraken
alle partijen ter zitting aanwezig waren (de officier van justitie ontbrak), zoals art. 30p lid 1 Rv eist voor het kunnen doen van een mondelinge uitspraak, en dat de rechtbank de diverse … genomen. De rechtbank heeft althans, aldus het middel, gehandeld in strijd met art. 287 lid 1 Rv in verbinding met art. 230 leden 1 en 3 Rv
- Personen- en familierechtCassatieFamilieprocesrecht. Wijziging omgangsregeling (art. 1:263b BW) en vervangende toestemming voor medische…
Hoge Raad|1 november 2013|ECLI:NL:HR:2013:1084Aangehaald in 13 uitspraken
geen beslissing mocht nemen zonder de minderjarige te horen. Art. 809 lid 1 Rv schrijft niet voor dat de rechter de minderjarige hoort alvorens te beslissen, maar bepaalt dat de rechter … indien het naar zijn oordeel een zaak van kennelijk ondergeschikt belang betreft (art. 809 lid 1 Rv), of indien die gelegenheid niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor
- BelastingrechtCassatiePrecariobelasting; art. 236(1) Rv; geldt het civielrechtelijke leerstuk van gezag van gewijsde in het…
Hoge Raad|26 juni 2026|ECLI:NL:HR:2026:1027
Precariobelasting; art. 236(1) Rv; geldt het civielrechtelijke leerstuk van gezag van gewijsde in het belastingrecht? Bevestiging ECLI:NL:HR:2001:AB0512 HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 24/02074 Datum 26 juni … geen vergelijkbare bepaling opgenomen. Er bestaat geen aanleiding voor overeenkomstige toepassing van artikel 236, lid 1, Rv op onherroepelijke beslissingen van de belastingrechter over een civielrechtelijke rechtsverhouding. Het in belastingzaken toepasselijke stelsel
- Civiel recht overigCassatieProcesrecht. Had het hof over moeten gaan tot ambtshalve aanvulling van rechtsgronden (art. 25 Rv.)? Leidden…
Hoge Raad|22 december 2009|ECLI:NL:HR:2009:BK4520
stellingen tot een rechtsgevolg dat niet ter vrije bepaling van partijen staat (art. 149 lid 1 Rv.)? (81 RO). 22 december 2009 Eerste Kamer 08/02287 EE/MD Hoge Raad der Nederlanden Arrest
- Civiel recht overigCassatieArbitragerecht; vervolg op HR 17 januari 2003, nr. C01/301, NJ 2004, 384. Gedeeltelijke vernietiging…
Hoge Raad|24 april 2009|ECLI:NL:HR:2009:BH3137Aangehaald in 37 uitspraken
heeft daarin omtrent de door IMS gestelde schending van het - in art. 1039 lid 1 Rv. neergelegde - beginsel van gelijke behandeling (hoor en wederhoor) het volgende overwogen: "4.2 IMS voert … schending van art. 1065 lid 1, onder e, in verbinding met art. 1039 lid 1 Rv. ten onrechte dan wel, in het licht van haar stellingen in het arbitraal geding
- Civiel recht overigCassatieProcesrecht. Betekeningsverordening II niet van toepassing op kantoorbetekening in de zin van art. 63 Rv…
Hoge Raad|18 december 2009|ECLI:NL:HR:2009:BK3078
appelinstantie woonplaats had gekozen. Deze betekening is gedaan op de voet van art. 63 lid 1 Rv. Volgens deze bepaling kan een exploot waarbij verzet wordt gedaan of waarbij hoger beroep … exploot degene voor wie het is bestemd tijdig bereikt, zo bepaalt art. 63 lid 1 Rv. 2.2 Het gaat in deze zaak om de vraag of de kantoorbetekening aan mr. Van Kempen
- Civiel recht overigCassatieArbitrage. Tenuitvoerlegging in Nederland van vier Russische arbitrale vonnisssen die door de Russische…
Hoge Raad|25 juni 2010|ECLI:NL:HR:2010:BM1679Aangehaald in 19 uitspraken
charges" sprake, omdat uit art. 1062 lid 4 in verbinding met art. 1064 lid 1 Rv. volgt dat tegen de verlening van verlof tot tenuitvoerlegging van een Nederlands arbitraal vonnis geen hoger … leidende - rechtsmiddelen, zoals volgt uit art. 1062 lid 4 in verbinding met art. 1064 lid 1 Rv., niet openstaan tegen een verlof tot tenuitvoerlegging van een in Nederland gewezen arbitraal vonnis
- Civiel recht overigCassatieProcesrecht. Verstekverlening. Termijn van dagvaarden (art. 115 Rv. in verbinding met art. 63 Rv.)…
Hoge Raad|15 april 2011|ECLI:NL:HR:2011:BP4952Aangehaald in 5 uitspraken
niet aan [verweerder] in persoon uitgebracht, maar is op de voet van art. 63 lid 1 Rv. gedaan aan het kantoor van de advocaat bij wie [verweerder] in de vorige instantie laatstelijk … Verweerder] heeft noch in Nederland, noch in een Staat als bedoeld in art. 115 lid 1 Rv., een bekend werkelijk verblijf. Zijn woonplaats bevindt zich in een bij het Haags Betekeningsverdrag (Verdrag
- Civiel recht overigCassatieProcesrecht. Art. 29 lid 2 Rv. Vervolg op HR 7 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1280. Gedeeltelijke opheffing van…
Hoge Raad|25 augustus 2017|ECLI:NL:HR:2017:2196
opheffing van de aan partijen en belanghebbenden opgelegde geheimhoudingsplicht als bedoeld in art. 29 lid 1 Rv, met het oog op een in het buitenland aanhangige procedure. 25 augustus 2017 Eerste Kamer
- Burgerlijk procesrechtCassatieProcesrecht; dwangsom (art. 611a en 611d Rv). Goederenrecht; noodweg (art. 5:57 BW). Kan aan veroordeling tot…
Hoge Raad|13 november 2020|ECLI:NL:HR:2020:1783Aangehaald in 15 uitspraken
huurders, gebruikers en bezoekers de hoofdveroordeling niet naleven. 3.1.2 Op grond van art. 611a lid 1 Rv kan de rechter op vordering van een van partijen de wederpartij veroordelen tot betaling … tegen de executie van de dwangsom verweren op de voet van (thans) art. 611d lid 1 Rv. 3.1.3 Ingevolge art. 611d lid 1 Rv kan de rechter die de dwangsom heeft opgelegd
- Civiel recht overigCassatieVerzoek tot gegrondverklaring ontkenning vaderschap (art. 1:200 BW) en tot vaststelling vaderschap van een…
Hoge Raad|17 mei 2013|ECLI:NL:HR:2013:BZ3641Aangehaald in 12 uitspraken
verweerster 1] en [verweerder 2] aangemerkt als belanghebbenden in de zin van art. 798 lid 1 Rv, op de grond dat de verzochte gerechtelijke vaststelling van het vaderschap mede betrekking heeft … verzoeker, door de in de procedure verschenen belanghebbenden en door andere belanghebbenden. Art. 798 lid 1 Rv bepaalt evenwel dat voor de toepassing van afdeling 1 van titel 6 van Boek
- Civiel recht overigCassatiePrejudiciële vragen (art. 392 Rv). Moet gerecht op verzoek inzage geven in of afschriften verstrekken van…
Hoge Raad|9 mei 2025|ECLI:NL:HR:2025:723Aangehaald in 5 uitspraken
Hoge Raad gesteld. Betrokkene heeft geen schriftelijke opmerkingen als bedoeld in art. 393 lid 1 Rv ingediend. De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot beantwoording prejudiciële vragen … hierna in 3.8.1-3.8.4). (i) art. 290 Rv 3.2.1 Voor verzoekschriftprocedures bepaalt art. 290 lid 1 Rv dat de verzoeker en iedere belanghebbende recht hebben op inzage en afschrift van het verzoekschrift
- Burgerlijk procesrechtCassatieProcesrecht. Schending art. 6 lid 1 EVRM en/of art. 19 lid 1 Rv door oordeel over ontslag op staande voet…
Hoge Raad|13 maart 2026|ECLI:NL:HR:2026:409
Procesrecht. Schending art. 6 lid 1 EVRM en/of art. 19 lid 1 Rv door oordeel over ontslag op staande voet mede te baseren op camerabeelden die advocaat van werknemer voorafgaand aan zitting … gemaakt dat wel te willen. Teneinde de beginselen van hoor en wederhoor (art. 19 lid 1 Rv en art. 6 EVRM) en equality of arms (art. 6 EVRM) te waarborgen
- Burgerlijk procesrechtCassatieBurgerlijk procesrecht. Art. 122 Rv. Leidt gebrek in betekening van appeldagvaarding tot nietigheid daarvan?…
Hoge Raad|7 juli 2023|ECLI:NL:HR:2023:1073
oordeel dat de deurwaarder het afschrift van het dagvaardingsexploot niet overeenkomstig artikel 46 lid 1 Rv heeft gelaten aan de persoon voor wie het bestemd is en ook niet aan een huisgenoot … exploot is bestemd tijdig bereikt. De niet-naleving van het voorschrift van artikel 46 lid 1 Rv brengt slechts de nietigheid van het exploot mee voor zover aannemelijk is dat degene voor
- Civiel recht overigCassatieHerroeping wegens bedrog. Art. 383 Rv; aanvangstijdstip herroepingstermijn; “bekend worden” met bedrog…
Hoge Raad|2 november 2012|ECLI:NL:HR:2012:BW9877Aangehaald in 26 uitspraken
zuster verworpen. Zij oordeelde dat de termijn van drie maanden van art. 383 lid 1 Rv aanvangt vanaf de ontdekking van het bedrog, en vervolgde: "In beginsel is het bedrog eerst ontdekt … aanzien van het tijdstip waarop de herroepingstermijn van drie maanden van art. 383 lid 1 Rv aanvangt en wijst erop dat de vrouw in haar verweerschrift gesteld heeft dat de moeder
- Civiel recht overigCassatiePrejudiciële beslissing, art. 392 Rv. Bewijsbeslag, mogelijkheid, wettelijke grondslag, art. 843a in…
Hoge Raad|13 september 2013|ECLI:NL:HR:2013:BZ9958Aangehaald in 75 uitspraken
worden gesteld. [eiseres] en [gedaagden] hebben geen schriftelijke opmerkingen als bedoeld in art. 393 lid 1 Rv ingediend. Na daartoe desgevraagd in de gelegenheid te zijn gesteld, heeft mr. M.A.J.G. Janssen, advocaat … instemming van de raadslieden van beide partijen, op de voet van art. 392 lid 1 Rv de volgende prejudiciële vragen aan de Hoge Raad voorgelegd: “1. Volgens artikel 1019b lid 1
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.