720 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtArtikel 11, lid 3, AWR. Aanslagtermijn is van overeenkomstige toepassing.Trefwoorden: Artikel 15 AWR…
Parket bij de Hoge Raad|15 januari 2010|ECLI:NL:PHR:2010:BJ5179
belastingplichtig is voor de inkomstenbelasting, onder verwijzing naar de artikelen 2.1 en 2.5, lid 1, Wet IB 2001. Het feit dat haar echtgenoot wel belastingplichtig is in Nederland doet daar niet … worden geconverteerd in een dergelijke beschikking. 3. De algemene heffingskorting 3.1 Artikel 8.10, lid 1, Wet IB 2001 (tekst 2002) luidt: 1. De algemene heffingskorting geldt voor iedere belastingplichtige. 2. De algemene
- BelastingrechtCassatieart. 3.146 Wet IB 2001; begrip “rentedragend worden”, nabetaling salaris, progressienadeel
Hoge Raad|20 december 2019|ECLI:NL:HR:2019:2003
nabetaalde salarissen rentedragend zijn geworden in de zin van artikel 3.146, lid 1, Wet IB 2001 in de periode van 1 januari 2009 tot en met 19 december 2013 omdat daarover wettelijke … onder het begrip ‘rentedragend geworden’ van inkomsten in de zin van artikel 3.146, lid 1, Wet IB 2001. 2.3.1 De klachten zijn gericht tegen het hiervoor in 2.2.2 weergegeven oordeel
- BelastingrechtCassatieVennootschapsbelasting; art. 3.22, lid 4, aanhef en letter c, Wet IB 2001 en art. 8, lid 3 Wet Vpb 1969…
Hoge Raad|7 juli 2017|ECLI:NL:HR:2017:1236
belanghebbende in een boekjaar genoten winst uit zeescheepvaart als bedoeld in artikel 3.22, lid 1, Wet IB 2001, waaronder de winst behaald met de exploitatie van het schip, wordt vastgesteld volgens … verkoopprovisie te worden aangemerkt als winst uit zeescheepvaart als bedoeld in artikel 3.22, lid 1, Wet IB 2001. De verkoopprovisie, die belanghebbende ontving voor haar bemoeienis met de vervreemding van het schip
- BelastingrechtInkomen uit aanmerkelijk belang, economisch belang, genietingstijdstip, verlengde navorderingstermijn, nieuw feit
Parket bij de Hoge Raad|30 januari 2026|ECLI:NL:PHR:2026:124
dooruitgedeeld’? Ik meen dat dit latere moment bepalend is voor het in art. 4.43(1) Wet IB 2001 bedoelde genietingstijdstip (?4.18-?4.33). Deze vraag speelt ook bij certificering van aandelen … worden genomen. Dit betoog is door het Hof verworpen. Op grond van art. 4.43(1) Wet IB 2001 wordt een regulier voordeel uit aanmerkelijk belang genoten op het tijdstip waarop
- BelastingrechtHoger beroepAanslag IB/PVV 2014. Artikelen 6.36 en 6.38 Wet IB 2001. Artikel 41 Uitvoeringsregeling Wet IB 2001…
Gerechtshof Den Haag|25 mei 2022|ECLI:NL:GHDHA:2022:913
2019/163, r.o. 3.3.4). Wettelijk kader 5.2.1. Artikel 6.36, lid 1, Wet IB 2001 luidt als volgt: “1. Giften die bestaan uit het afzien door een vrijwilliger als bedoeld in artikel 2, zesde … conclusie te rechtvaardigen dat is voldaan aan de voorwaarden van artikel 6.36, lid 1, Wet IB 2001. Uit het bepaalde onder 3 in de vrijwilligersovereenkomst (zie 2.6.1) blijkt dat belanghebbende, noch zijn
- BelastingrechtArt. 2.14, 5.3, 6.2 en 6.38 Wet IB 2001. Verplichting tot het doen van periodieke uitkeringen (giften) vormt…
Parket bij de Hoge Raad|27 februari 2009|ECLI:NL:PHR:2009:BD9217
beginsel buiten beschouwing gelaten. (8) 3.9 Over het begrip "voordeel" in artikel 2.14, lid 1, Wet IB 2001, is voorts opgemerkt: Ingevolge de rangorderegeling van artikel 2.4.1, eerste lid, van het wetsvoorstel … geciteerd onder 3.9) zo worden uitgelegd dat het woord "voordeel" in artikel 2.14, lid 1, Wet IB 2001 wordt uitgelegd als "bestanddeel van het inkomen" (zie de tussenzin: "daarmee worden zowel positieve
- BelastingrechtCassatieart. 3.146 Wet IB 2001; nabetaald salaris, begrip “rentedragend worden”, vorderbaar en inbaar, progressienadeel
Hoge Raad|20 december 2019|ECLI:NL:HR:2019:2005
vorderbaar en inbaar zijn geworden in de zin van artikel 3.146, lid 1, Wet IB 2001. 2.2.2 Het Hof heeft geoordeeld dat de Inspecteur terecht ervan is uitgegaan dat de nabetaling belastbaar … onder het begrip ‘rentedragend geworden’ van inkomsten in de zin van artikel 3.146, lid 1, Wet IB 2001. De nabetaalde salarissen zijn volgens het Hof ook niet vóór 2014 vorderbaar en inbaar
- BelastingrechtVolgorde toepassing heffingskorting en regeling(en) ter voorkoming van dubbele belasting leidt tot onbenutte…
Parket bij de Hoge Raad|1 december 2023|ECLI:NL:PHR:2023:1097
Volgorde toepassing heffingskorting en regeling(en) ter voorkoming van dubbele belasting leidt tot onbenutte heffingskorting; is dit in strijd met art. 63 VWEU, art. 1 EP en/of art. 14 EVRM? Deze zaak gaat over een inwoner van Nederland wiens inkomen zo laag is dat hij daarover nauwelijks inkomstenbelasting…
- BelastingrechtHoger beroepBelanghebbende heeft geen recht op de inkomensafhankelijke combinatiekorting, omdat haar kind niet gedurende…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|5 oktober 2022|ECLI:NL:GHSHE:2022:3371
geschil 4.1. De inkomensafhankelijke combinatiekorting is geregeld in artikel 8.14a, lid 1, Wet IB 2001 en dit artikel luidde in 2016 als volgt: “1. De inkomensafhankelijke combinatiekorting geldt voor de belastingplichtige … behoorde is niet relevant, omdat dit niet als voorwaarde in artikel 8.14a, lid 1, Wet IB 2001 is opgenomen. De wetgever heeft gekozen voor een objectief criterium (de inschrijving
- BelastingrechtBelanghebbende bezit een eigen woning als bedoeld in artikel 3.111 Wet IB 2001. In het jaar 2007 bedroeg de…
Parket bij de Hoge Raad|30 juni 2016|ECLI:NL:PHR:2016:738
hoofdverblijf ter beschikking op grond van eigendom. 4.3 Blijkens artikel 3.119a , lid 1, Wet IB 2001 wordt – voor zover in cassatie van belang – onder de eigenwoningschuld verstaan het gezamenlijke bedrag … schulden die zijn aangegaan ter verwerving van een eigen woning. 4.4 Artikel 3.120, lid 1, Wet IB 2001 regelt welke kosten kwalificeren als kosten met betrekking tot een eigen woning en luidde
- BelastingrechtCassatieInkomstenbelasting. Artikel 3.92 Wet IB 2001. Aanvang terbeschikkingstellingsregeling in geval een…
Hoge Raad|9 april 2010|ECLI:NL:HR:2010:BM0473
gebruik gereed wordt gemaakt, is van terbeschikkingstelling in de zin van artikel 3.92, lid 1, Wet IB 2001 sprake op het moment waarop deze onroerende zaak is aangeschaft. Indien die gezamenlijke bedoeling … vermelde criteria - sprake van terbeschikkingstelling in de zin van artikel 3.92, lid 1, Wet IB 2001 vanaf het moment waarop de verhuur aan de derden eindigt, indien op dat tijdstip
- BelastingrechtHoger beroepArtikel 3.76 en 3.78a van de Wet inkomstenbelasting 2001. Zelfstandigenaftrek en startersaftrek bij…
Gerechtshof Den Haag|6 oktober 2021|ECLI:NL:GHDHA:2021:2111
voor de toepassing van de zelfstandigenaftrek in de zin van artikel 3.76, lid 1, Wet IB 2001, de ondernemer dient te voldoen aan het urencriterium. Onder het urencriterium wordt op grond … artikel 3.6, lid 1, Wet IB 2001 verstaan, het gedurende het kalenderjaar besteden van ten minste 1.225 uren aan werkzaamheden voor een onderneming waaruit de ondernemer winst geniet. 5.1.3. Indien een ondernemer
- BelastingrechtHoger beroepBelanghebbende, een besloten vennootschap, heeft op 30 december 2006 de in eigen beheer gevormde…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|13 juni 2013|ECLI:NL:GHSHE:2013:CA3888
Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 stelt als voorwaarde dat artikel 3.27, lid 1, Wet IB 2001, in afwijking van het derde lid van dat artikel, van toepassing is op de betaling van premies … last wegens na-indexatie van € 681.425 valt onder de aftrekbeperking van artikel 3.26, lid 1, Wet IB 2001 en dient op de balans van belanghebbende te worden geactiveerd en in aanmerking
- BelastingrechtHoger beroepVerwijzingszaak (HR 14 april 2023, ECLI:NL:HR:2023:557). Artikel 3.92b, lid 2 en lid 4, Wet IB 2001…
Gerechtshof Den Haag|27 maart 2024|ECLI:NL:GHDHA:2024:534
Verwijzingszaak (HR 14 april 2023, ECLI:NL:HR:2023:557). Artikel 3.92b, lid 2 en lid 4, Wet IB 2001; lucratief belang, 10%-criterium. Waardering agio bij omzetting schulden. Borgstelling door aandeelhouders uit hoofde van derdenlening aan zustervennootschap is geen informeel kapitaal. Geen lucratief belang, omdat niet…
- BelastingrechtHoger beroepArtikel 3.111, leden 1 en 2 en artikel 3.112, lid 4, Wet inkomstenbelasting 2001; Kan de betaalde rente ter…
Gerechtshof Den Haag|28 april 2021|ECLI:NL:GHDHA:2021:872
woonplaats 3] geen eigenwoningschuld was in de zin van artikel 3.119a, lid 1, Wet IB 2001, omdat niet aan de aflossingseis van artikel 3.119c Wet IB 2001 was voldaan … woonplaats 3] in deze jaren een eigen woning als bedoeld in artikel 3.111, lid 1, Wet IB 2001 was, ook al werd zij zo nu en dan verhuurd en dat de woning
- BelastingrechtArt. 3.111, lid 1, letter a, Wet IB 2001. Eigenwoningregeling van toepassing bij van erfpacht afhankelijk…
Parket bij de Hoge Raad|17 februari 2012|ECLI:NL:PHR:2012:BV0651
behoren tot zijn huishouden, ter beschikking staat. 4.2 De tekst van artikel 3.111, lid 1, Wet IB 2001 luidt voorzover hier relevant als volgt: 1. In deze afdeling en de daarop berustende … zijn partner drukken en de waardeverandering hen grotendeels aangaat; (...) 4.3 Artikel 3.120, lid 1, Wet IB 2001 bepaalt ten aanzien van de aftrekbare kosten: 1. De aftrekbare kosten met betrekking
- BelastingrechtDe Hoge Raad heeft het beroep in cassatie ongeggrond verklaard, zie ook het arrest 11/00445.
Parket bij de Hoge Raad|17 februari 2012|ECLI:NL:PHR:2012:BV0647
behoren tot zijn huishouden, ter beschikking staat. 4.2 De tekst van artikel 3.111, lid 1, Wet IB 2001 luidt voorzover hier relevant als volgt: 1. In deze afdeling en de daarop berustende … zijn partner drukken en de waardeverandering hen grotendeels aangaat; (...) 4.3 Artikel 3.120, lid 1, Wet IB 2001 bepaalt ten aanzien van de aftrekbare kosten: 1. De aftrekbare kosten met betrekking
- BelastingrechtHoger beroepInkomstenbelasting. In geschil is of de inspecteur een deel van de door belanghebbende betaalde…
Gerechtshof Den Haag|9 oktober 2013|ECLI:NL:GHDHA:2013:3916
Inkomstenbelasting. In geschil is of de inspecteur een deel van de door belanghebbende betaalde erfpachtcanons terecht niet in aftrek heeft toegelaten.
- BelastingrechtHoger beroepAftrek scholingsuitgaven. In geschil is of belanghebbende in 2018 voldoet aan de vereisten voor het recht op…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|5 april 2023|ECLI:NL:GHSHE:2023:1109
werk en woning in mindering worden gebracht. Op grond van artikel 6.30, lid 1, Wet IB 2001 komen die scholingsuitgaven voor aftrek in aanmerking voor zover het gezamenlijke bedrag hoger … artikel 6.27, lid 1, Wet IB 2001 is bepaald dat die scholingsuitgaven zijn: “de uitgaven die wegens het door de belastingplichtige volgen van een opleiding of studie
- BelastingrechtHoger beroepIB/PVV. Verkrijgingsprijs aanmerkelijk belang bij geruisloze inbreng. Geen gerechtvaardigd vertrouwen gewekt…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|28 mei 2025|ECLI:NL:GHSHE:2025:1495
IB 2001. Artikel 4.16, lid 1, letter g, Wet IB 2001. Artikel 4.19, lid 1, Wet IB 2001. Artikel 4.20 Wet IB 2001. Artikel 4.22, lid 1, Wet IB 2001. Artikel … 1, Wet IB 2001. Artikel 4.21, lid 4, Wet IB 2001. Hoge Raad 18 december 1991, ECLI:NL:HR:1991:BH8148
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.