635 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigHoger beroepBeide partijen hebben ten pleidooie desgevraagd aangegeven dat het geschil naar Nederlands recht dient te…
Gerechtshof Leeuwarden|31 augustus 2005|ECLI:NL:GHLEE:2005:AU1870
worden afgewezen. Daarbij komt nog dat het Weens Koopverdrag geen algemeen opschortingsrecht als artikel 6:52 BW kent ten aanzien van verbintenissen die niet uit de koopovereenkomst voortvloeien, behoudens het hier niet
- Civiel recht overigHoger beroepVordering tot betaling van kosten voor opgeslagen boedel. Retentierecht.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|24 april 2012|ECLI:NL:GHSHE:2012:BW3972
aangegeven gevallen” is onder meer het opschortingsrecht van artikel 6:52 BW bedoeld. In artikel 6:52 lid 1 BW is bepaald dat een schuldenaar die een opeisbare vordering heeft op zijn
- VerbintenissenrechtEerste aanleg - meervoudigArtikel 7:402 BW. Niet opvolgen instructies opdrachtgever. Opdrachtnemer is tekortgeschoten in de nakoming…
Rechtbank Midden-Nederland|25 juli 2018|ECLI:NL:RBMNE:2018:5183
Artikel 7:402 BW. Niet opvolgen instructies opdrachtgever. Opdrachtnemer is tekortgeschoten in
- Civiel recht overigKort gedingRechtbank Overijssel · Kort geding · Civiel recht overig
Rechtbank Overijssel|18 februari 2016|ECLI:NL:RBOVE:2016:510
zijn eigen vordering op de schuldenaar is voldaan. Uit artikel 3:290 jo. artikel 6:52 BW vloeit voort dat de vordering van de schuldenaar, [gedaagde] , opeisbaar moet zijn
- Civiel recht overigBodemzaakVoorlopige voorziening tot verbod beroep op opschorting toegewezen, omdat kans van slagen in de hoofdzaak van…
Rechtbank Oost-Brabant|17 april 2024|ECLI:NL:RBOBR:2024:1566
proceskansen daarin. 2.8. Over de bevoegdheid om op te schorten bepaalt artikel 6:52 BW het volgende: “1. Een schuldenaar die een opeisbare vordering heeft op zijn schuldeiser, is bevoegd de nakoming
- Civiel recht overigKort gedingKort geding. Vordering tot uitbetaling van openstaande declaraties ten behoeve van verleende zorg. Is sprake…
Rechtbank Gelderland|25 oktober 2017|ECLI:NL:RBGEL:2017:5697
Kort geding. Vordering tot uitbetaling van openstaande declaraties ten behoeve van verleende zorg. Is sprake van verzekerde zorg in zin van art. 11 Zorgverzekeringswet en art. 2.1. lid 3 Bz.? Sprake van multidisciplinaire medisch specialistische revalidatiezorg (MSR)? Algemeen Beroepskader Revalidatiegeneeskunde.
- Strafrecht overigRaadkamerVoertuig in strafvorderlijk conservatoir derdenbeslag genomen onder klager die zich op retentierecht beroept…
Rechtbank Limburg|25 november 2025|ECLI:NL:RBLIM:2025:11649
aantal vereisten. Allereerst dient de vordering die niet voldaan wordt opeisbaar te zijn (artikel 6:52 BW) tenzij, zo wordt in de literatuur aangenomen, zich een situatie voordoet als bedoeld in artikel
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigAan huurster komt geen beroep op een opschortingsrecht toe, nu artikel 2 van de huurovereenkomst de…
Rechtbank Overijssel|23 juni 2015|ECLI:NL:RBOVE:2015:6030
verhuurster niet nagekomen en daarom beroept zij, huurster, zich op het opschortingsrecht van artikel 6:52 BW. De aanvullende overeenkomst is opgesteld omdat huurster minder uren in gebruik had omdat de klandizie
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigGeldlening en vaststellingsovereenkomst. Vordering op grond van persoonlijke garantstelling door de…
Rechtbank Amsterdam|29 januari 2020|ECLI:NL:RBAMS:2020:1964
dividenduitkering en dat de geleende hoofdsommen daarom opeisbaar zijn. Op grond van artikel 6:52 BW kan een schuldenaar die een opeisbare vordering heeft op zijn schuldeiser, de nakoming van zijn verbintenis
- VerbintenissenrechtEerste aanleg - enkelvoudigToewijzing vordering betaling € 3.961,- uit hoofde van stallingsovereenkomst. Beroep op verrekening met €…
Rechtbank Rotterdam|20 november 2020|ECLI:NL:RBROT:2020:10823
retentierecht. 4.12. Uit het bepaalde in artikel 3:290 BW in verbinding met artikel 6:52 BW vloeit voort dat een schuldeiser ( [eiseres] ) de nakoming van zijn verplichting tot afgifte
- Civiel recht overigKort gedingGeldvordering in kort geding; opschorting.
Rechtbank Arnhem|5 oktober 2010|ECLI:NL:RBARN:2010:BN9753
zoverre voorshands in dit kort geding niet toewijsbaar. 4.6. Ingevolge lid 1 van artikel 6:52 BW is een schuldenaar, die een opeisbare vordering heeft op zijn schuldeiser, bevoegd de nakoming
- VerbintenissenrechtKort gedingKG. Geschil in conventie en in reconventie tussen ex-echtelieden over nakoming van een…
Rechtbank Rotterdam|23 september 2025|ECLI:NL:RBROT:2025:11388
woning aan [adres 1] doet de vrouw een beroep op opschorting ex artikel 6:52 BW en stelt zij dat sprake is van schuldeisersverzuim aan de kant van de man. Zij betoogt
- Civiel recht overigHoger beroepOnbetaalde facturen, beroep op opschorting
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|17 september 2019|ECLI:NL:GHARL:2019:7567
wederpartij een opeisbare verbintenis niet nakomt. Het vereiste van opeisbaarheid (art. 6:52 BW) brengt mee dat aan degene die als eerste moet presteren geen opschortingsbevoegdheid toekomt. De opschortingsexceptie kan derhalve alleen
- Civiel recht overigKort gedingRetentierecht (artikel 3:294 BW). Door de reparateur van een trekker wordt tegenover de nieuwe eigenaar van…
Rechtbank Limburg|28 februari 2023|ECLI:NL:RBLIM:2023:1622
volgende. 4.9. Het retentierecht is een bijzondere vorm van het opschortingsrecht van artikel 6:52 BW. Dat betekent dat, om een beroep te kunnen doen op het retentierecht, de vordering in verband
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigRechtbank Noord-Nederland · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig
Rechtbank Noord-Nederland|24 april 2018|ECLI:NL:RBNNE:2018:2163
totdat het gestelde gebrek aan zijn oprit door [eiseres] is hersteld. Het opschortingsrecht (artikel 6:52 BW) is in het huishoudelijk reglement van [eiseres] niet beperkt en staat daarom aan het uitoefenen
- VerbintenissenrechtEerste aanleg - enkelvoudigLevering kozijnen, opschorting, geen opeisbare tegenvordering
Rechtbank Rotterdam|8 maart 2024|ECLI:NL:RBROT:2024:1956
niet het geval. Hierna wordt uitgelegd waarom. 2.7. Op grond van art. 6:52 BW kan een schuldenaar, die een opeisbare vordering heeft op zijn schuldeiser, de nakoming van zijn verbintenis opschorten
- Civiel recht overigVermogensrecht. Schade. Toerekening en voorzienbaarheid van schade (art. 6:98 BW). Betekenis van de…
Parket bij de Hoge Raad|18 november 2016|ECLI:NL:PHR:2016:1174
Vermogensrecht. Schade. Toerekening en voorzienbaarheid van schade (art. 6:98 BW). Betekenis
- VerbintenissenrechtBodemzaakOntruiming vanwege huurachterstand afgewezen. Huurder heeft de huurbetalingen terecht opgeschort vanwege…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant|18 februari 2026|ECLI:NL:RBZWB:2026:1029
Burgerlijk Wetboek (BW). artikel 7:204 lid 2 BW. artikel 6:52 BW en 7:207 BW. artikel 7:257 lid 3 BW
- Civiel recht overigKort gedingHuurzaak. Geldvorderingen in kort geding, waaronder nevenvordering tot betaling van bedongen boete wegens te…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|2 augustus 2011|ECLI:NL:GHSHE:2011:BR4300
vooralsnog niet kan worden aangenomen dat de maatschap een opschortingsbevoegdheid heeft (ex artikel 6:52 BW). Daarnaast ontbreekt op het eerste gezicht voldoende samenhang tussen de vorderingen over en weer om gehele
- Civiel recht overigHoger beroepAppellant jegens de bank aansprakelijk voor eigen schuld en schuld van zijn ouders na aanvaarding erfenis…
Gerechtshof Amsterdam|17 oktober 2023|ECLI:NL:GHAMS:2023:3036
Appellant jegens de bank aansprakelijk voor eigen schuld en schuld van zijn ouders na aanvaarding erfenis. Gezag van gewijsde. Geen misbruik van procesrecht van de bank door betaling boedelbijdrage aan de vereffenaar.
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.