Zoekresultaten

Voor “"36e Sr"”

Naar resultaten Uitgebreid zoeken

1.770 uitspraken gevonden

Sorteer op: Relevantie
  • Strafrecht overigCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig

    Hoge Raad12 november 2002ECLI:NL:HR:2002:ZE0001

    geldsom aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk genoten voordeel in de zin van art. 36e Sr, is een veroordeling in de zin van art. 36e, tweede en derde lid, Sr … basis van de schatting van het op geld waardeerbare voordeel als bedoeld in art. 36e Sr. 4.5. Het middel is vruchteloos voorgesteld. 5. Beoordeling van het derde middel Het middel kan niet

  • Strafrecht overigCassatie
    Economische zaak. Profijtontneming. HR: n-o betrokkene in het cassatieberoep nu het middel is gericht op…

    Hoge Raad8 februari 2011ECLI:NL:HR:2011:BM8030Aangehaald in 11 uitspraken

    uitspraak op een vordering van het Openbaar Ministerie, als bedoeld in art. 36e Sr, eerst kan worden tenuitvoergelegd nadat en voor zover de veroordeling, als bedoeld in art. 36e, eerste lid, Sr … 511i Sv een uitspraak op een vordering van het openbaar ministerie als bedoeld in art. 36e Sr van rechtswege vervalt doordat en voor zover de uitspraak als gevolg waarvan de veroordeling

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad22 januari 2013ECLI:NL:PHR:2013:BY8342

    strafzaak waarbij de betrokkene geen partij was en (iii) de enkele verwijzing naar art. 36e Sr sec, (dus zonder toevoeging van het artikellid) - dermate onduidelijk is dat sprake is van een obscuur … naar het in de onderhavige ontnemingzaak van toepassing zijnde lid (2 of 3) van art. 36e Sr. Volgens de raadsman leiden deze gebreken ertoe dat de ontnemingsvordering als obscuur libel nietig wordt

  • BelastingrechtEerste aanleg - meervoudig
    Ondernemingskosten en zakelijk belang. Valt de NMA boete onder de aftrekuitsluiting van artikel 3.14 lid 1…

    Rechtbank Haarlem3 oktober 2008ECLI:NL:RBHAA:2008:BF7320

    Ondernemingskosten en zakelijk belang. Valt de NMA boete onder de aftrekuitsluiting van artikel 3.14 lid 1, aanhef en onderdeel c, Wet IB 2001.

  • Strafrecht overig
    Conclusie AG. Profijtontneming, w.v.v. uit feitelijk leiding geven aan valsheid in geschrift. M1: falend…

    Parket bij de Hoge Raad9 september 2025ECLI:NL:PHR:2025:827

    36e lid 9 Sr – geschat op een bedrag van € 330.855,36. Juridisch kader 4.9 Art. 36e Sr luidt – voor zover hier van belang – als volgt: “1. Op vordering van het openbaar ministerie

  • Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudig
    Verdachte heeft zich gedurende een periode van ongeveer een jaar, tezamen en in vereniging met anderen en in…

    Rechtbank 's-Gravenhage20 februari 2009ECLI:NL:RBSGR:2009:BH5094

    tezamen met medeverdachte [B], schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen. Zie ook LJN: BH5096 (vonnis ex art. 36e Sr) en vonnissen medeverdachten: BH5097, BH5104, BH5108 en BH5116. RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE Sector strafrecht Meervoudige kamer

  • Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudig
    Noordelijke Fraudekamer. Onderzoek Arville, ontnemingsbeslissing. De rechtbank is van oordeel dat er…

    Rechtbank Noord-Nederland11 september 2018ECLI:NL:RBNNE:2018:3621

    wederrechtelijk verkregen voordeel niet kan worden gebaseerd op het derde lid van artikel 36e Sr, omdat het bewezenverklaarde feit is aangevangen vóór 1 juli 2011 en er geen strafrechtelijke financieel onderzoek heeft … dient de berekening volgens de verdediging te worden gebaseerd op het tweede lid van artikel 36e Sr. Dit betekent dat alleen het wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden ontnomen dat veroordeelde heeft verkregen

  • Strafrecht overig
    Profijtontneming. Art. 36e.6 Sr. Aftrek van in rechte toegekende vordering van de benadeelde partij op het…

    Parket bij de Hoge Raad22 februari 2011ECLI:NL:PHR:2011:BP5162

    meermalen verwoord door de Hoge Raad(12), maar is ook de ratio legis van artikel 36e Sr, leden 6 en 7. In het zevende lid is bepaald dat bij de oplegging … oordeel van de rechter daaromtrent af te wachten. 3.7.2. In het zesde lid van artikel 36e Sr wordt dwingend voorgeschreven dat de rechter bij de bepaling van de omvang van het bedrag

  • Strafrecht overig
    Profijtontneming. 1. Motivering schatting w.v.v. Art. 359.3, 511f en 511g Sv. 2. Verwerping verweer m.b.t…

    Parket bij de Hoge Raad15 september 2015ECLI:NL:PHR:2015:2237

    aangenomen dat, ook gelet op het reparatoire karakter van de maatregel als bedoeld in art. 36e Sr, bij de bepaling van het wederrechtelijk verkregen voordeel dient te worden uitgegaan van het voordeel

  • Strafrecht overig
    Profijtontneming (art. 36e Sr). 1. Klacht over de motivering van de vaststelling van het w.v.v. i.v.m. het…

    Parket bij de Hoge Raad27 februari 2024ECLI:NL:PHR:2024:389

    Profijtontneming (art. 36e Sr). 1. Klacht over de motivering van de vaststelling van het w.v.v. i.v.m. het niet kunnen uitoefenen van het ondervragingsrecht. 2. Klacht over de toerekening van het w.v.v

  • Strafrecht overigCassatie
    Profijtontneming, medeplegen van invoer van verdovende middelen en witwassen. Methode van eenvoudige…

    Hoge Raad4 juli 2017ECLI:NL:HR:2017:1222Aangehaald in 31 uitspraken

    Deze berekeningswijze komt niet alleen in aanmerking bij toepassing van het derde lid van art. 36e Sr, maar kan ook worden gehanteerd bij toepassing van het tweede lid van art. 36e Sr

  • Strafrecht overigCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig

    Hoge Raad25 september 2001ECLI:NL:HR:2001:ZD2770Aangehaald in 16 uitspraken

    Ingevolge datzelfde voorschrift gaat die beraadslaging in ontnemingszaken over de vraag of de in art. 36e Sr bedoelde maatregel moet worden opgelegd en zo ja, op welk bedrag de omvang … eerste lid, Sv in verbinding met art. 313 Sv, slechts haar begrenzing vindt in art. 36e Sr. 3.5. Uit het vorenoverwogene vloeit voort dat de verwerping door

  • Strafrecht overigCassatie
    Profijtontneming. Nu art. 36e.7 Sr pas op 1 juli 2011 in werking is getreden had het Hof een gemotiveerde…

    Hoge Raad4 juni 2013ECLI:NL:HR:2013:BX4604Aangehaald in 9 uitspraken

    juli 2011 in werking getreden Wet van 31 maart 2011, Stb. 171, is aan art. 36e Sr het huidige zevende lid toegevoegd, waarin is bepaald dat de rechter bij het vaststellen … naar de toenmalige stand van de wetgeving) onjuist is de opvatting dat de in art. 36e Sr bedoelde betalingsverplichting kan worden opgelegd tot het volledige bedrag dat een betrokkene en zijn mededader

  • Strafrecht overig
    Conclusie AG. Profijtontneming, w.v.v. uit oplichting. Middelen over 1. beslissing hof over in mindering…

    Parket bij de Hoge Raad5 april 2022ECLI:NL:PHR:2022:316

    wettelijke grondslag daarvoor was, lid 6 (oud), lid 8 (oud) of lid 9 van artikel 36e Sr, doet dan niet ter zake. Voor zover het middel hierover klaagt, kan het niet … verkregen voordeel wordt geschat. 19. Evenals de bewoordingen van het vigerende lid 9 van artikel 36e Sr, stipuleren de bewoordingen van het thans toepasselijke lid 6 (oud) van artikel 36e Sr

  • Belastingrecht
    Inkomstenbelasting. Art. 3.14, lid 1, onderdeel d, en lid 4 (3 oud), Wet IB 2001. Kosten in verband met…

    Parket bij de Hoge Raad15 mei 2012ECLI:NL:PHR:2012:BW7156

    berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel op basis van het tweede lid van artikel 36e Sr dat voordeel in de meeste gevallen per concreet aangeduid strafbaar feit worden berekend

  • Strafrecht overigCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig

    Hoge Raad11 april 2000ECLI:NL:HR:2000:AA5438Aangehaald in 32 uitspraken

    verval van de mogelijkheid tot het instellen van een vordering als bedoeld in art. 36e Sr nadat die termijn is overschreden, moet eerstgenoemd belang prevaleren. De gegrondheid van het middel leidt daarom … maatstaf, zoals vervat in de laatste volzin van het vierde lid van art. 36e Sr, het aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel te betalen bedrag lager kan vaststellen

  • Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudig
    Ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De betalingsverplichting wordt vastgesteld op € 682.742,10.

    Rechtbank Noord-Holland9 juli 2026ECLI:NL:RBNHO:2026:8420

    Hiervoor bevat het dossier onvoldoende concrete aanwijzingen. Dat maakt dat het tweede lid van artikel 36e Sr niet de grondslag kan vormen van de ontnemingsvordering. Subsidiair heeft de officier van justitie … wederrechtelijk voordeel heeft verkregen. Anders dan het tweede lid stelt het derde lid van artikel 36e Sr niet de eis dat die ‘andere strafbare feiten’ door de veroordeelde zijn begaan; voldoende

  • Strafrecht overig
    Vordering tot cassatie in belang der wet. Verzoek tot vermindering of kwijtschelding bedrag…

    Parket bij de Hoge Raad25 augustus 2020ECLI:NL:PHR:2020:733

    geval van faillissement van degene die naar zijn verwachting een geldboete of maatregel ex art. 36e Sr riskeert, een vordering bij de faillissementscurator kan indienen, waarbij deze laatste van zijn … wiens aanzien de oplegging van een hoge geldboete of van de maatregel van art. 36e Sr te verwachten is of in eerste aanleg reeds heeft plaatsgevonden, failliet is verklaard, wordt het openbaar

  • Strafrecht overigCassatie
    Profijtontneming. OM-cassatie. De HR verklaart de A-G bij het Hof n-o in het cassatieberoep.

    Hoge Raad9 december 2014ECLI:NL:HR:2014:3548Aangehaald in 7 uitspraken

    uitspraak op een vordering van het openbaar ministerie, als bedoeld in art. 36e Sr, eerst kan worden tenuitvoergelegd nadat en voor zover de veroordeling, als bedoeld in art. 36e, eerste lid, Sr … 511i Sv een uitspraak op een vordering van het openbaar ministerie als bedoeld in art. 36e Sr van rechtswege vervalt doordat en voor zover de uitspraak als gevolg waarvan de veroordeling

  • Strafrecht overig
    Profijtontneming n.a.v. medeplegen uitvoer drugs in de periode 1-7-98 t/m 31-7-99. In ’s hofs beslissing ligt…

    Parket bij de Hoge Raad10 mei 2005ECLI:NL:PHR:2005:AS3767

    Minister van Justitie nader heeft uiteengezet waarin het tweede en het derde lid van art. 36e Sr van elkaar verschillen. Deze passage luidt: "Ook de relatie tussen het verkregen voordeel … indien de op te leggen maatregel grondslag moet vinden in het tweede lid van art. 36e Sr, vastgesteld moet kunnen worden dat betrokkenheid bij concrete, afzonderlijke, individualiseerbare, strafbare feiten

Zoektips

Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.