587 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigVerdachte heeft zich schuldig gemaakt aan groepsbelediging van Joden wegens hun ras en/of godsdienst…
Rechtbank Amsterdam|14 januari 2025|ECLI:NL:RBAMS:2025:239
bepaalde context die het beledigend karakter daarvan mogelijk wegneemt vanwege het in artikel 10 lid 1 EVRM verzekerde recht op vrijheid van meningsuiting? Zo ja, 3. moet de uitlating niettemin als onnodig
- Strafrecht overigConclusie AG. Jaddoe. Feitelijke aanranding van de eerbaarheid (art. 246 (oud) Sr). Falend middel dat met 4…
Parket bij de Hoge Raad|9 september 2025|ECLI:NL:PHR:2025:838
juni 2023. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 lid 1 EVRM is overschreden. Gezien de opgelegde geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van een maand kan de Hoge Raad
- Strafrecht overigConclusie AG. Samenhang met 24/02394, 24/02424, 24/02467, 24/02449 en 24/02506. Middel klaagt over…
Parket bij de Hoge Raad|26 augustus 2025|ECLI:NL:PHR:2025:888
zich brengt dat in cassatie de redelijke termijn, bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM, wordt overschreden. Vooralsnog houd ik het erop dat het zo ver niet komt. Slotsom 12. Het middel
- VerbintenissenrechtBodemzaakDe vorderingen zijn niet toewijsbaar. eiser heeft niet onderbouwd dat het ontbreken van voorafgaande…
Rechtbank Noord-Holland|14 mei 2025|ECLI:NL:RBNHO:2025:5246
artikel 208ea lid 2 Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek. Op grond van artikel 1 EVRM. Waarbij [eiser] een beroep doet op Rb. Midden-Nederland 26 januari 2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:571. Vergelijk
- Strafrecht overigConclusie AG. Medeplegen brandstichting auto. Middel klaagt tevergeefs over bewezenverklaarde medeplegen, nu…
Parket bij de Hoge Raad|16 december 2025|ECLI:NL:PHR:2025:1390
instellen van het cassatieberoep. Daarom is de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 lid 1 EVRM overschreden. Dat moet leiden tot strafvermindering. Verder heb ik ambtshalve geen grond voor vernietiging
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigProjecties A12 Bodegraven. Vrijspraak groepsbelediging. Bewezenverklaring medeplichtigheid aan aanzetten tot…
Rechtbank Den Haag|24 oktober 2025|ECLI:NL:RBDHA:2025:19427
doel te bereiken. De rechtbank is van oordeel dat het in artikel 10 lid 1 EVRM neergelegde vrijheid van meningsuiting niet is geschonden. Het bewezen verklaarde feit is daarmee strafbaar. De rechtbank
- Strafrecht overigConclusie AG. Voorhanden hebben wapen en munitie, art. 26 WWM. 1. Falende bewijsklacht medeplegen voorhanden…
Parket bij de Hoge Raad|10 juni 2025|ECLI:NL:PHR:2025:595
betekent dat ook in dit opzicht inbreuk is gemaakt op het in art. 6 lid 1 EVRM neergelegde recht om binnen een redelijke termijn te worden berecht. 6.4 Het voorgaande dient
- Strafrecht overigConclusie AG. Werkzaam in de maatschappelijke zorg, ontucht plegen met iemand die zich als cliënt aan zijn…
Parket bij de Hoge Raad|2 december 2025|ECLI:NL:PHR:2025:1321
Conclusie AG. Werkzaam in de maatschappelijke zorg, ontucht plegen met iemand die zich als cliënt aan zijn hulp of zorg heeft toevertrouwd, art. 249.2 Sr (oud). 1 en 2. Bewijsklachten over ‘werkzaam in de maatschappelijke zorg’ en de vraag of de bewijsconstructie van het hof voldoet aan het bewijsminimum van art.…
- Strafrecht overigConclusie AG. Medeplegen van witwassen (art. 420bis Sr). Falend middel met drie deelklachten over het oordeel…
Parket bij de Hoge Raad|23 september 2025|ECLI:NL:PHR:2025:1023
april 2023, zodat de redelijke termijn in cassatie als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM is overschreden. In het licht van de oplegging van de geheel voorwaardelijke taakstraf van tachtig uren
- Strafrecht overigConclusie AG. Profijtontneming. Middel 1 ziet op begrijpelijkheid van verwerping van het verweer dat de…
Parket bij de Hoge Raad|18 februari 2025|ECLI:NL:PHR:2025:237
instellen van het cassatieberoep. Daarmee wordt de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM overschreden. Gelet op de compensatie die hiervoor in de strafzaak kan worden geboden
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigVerdachte heeft zich schuldig gemaakt aan groepsbelediging van Joden wegens hun ras en/of godsdienst…
Rechtbank Amsterdam|14 januari 2025|ECLI:NL:RBAMS:2025:241
bepaalde context die het beledigend karakter daarvan mogelijk wegneemt vanwege het in artikel 10 lid 1 EVRM verzekerde recht op vrijheid van meningsuiting? Zo ja, 3. moet de uitlating niettemin als onnodig
- Strafrecht overigConclusie plv. AG. Vernieling van slagboom bij parkeerplaats. Middel 1 klaagt dat het hof niet heeft…
Parket bij de Hoge Raad|1 april 2025|ECLI:NL:PHR:2025:372
redelijke termijn voor de behandeling van de zaak, zoals bedoeld in art. 6 lid 1 EVRM, op 11 januari 2025 is overschreden. Gelet op het feit dat een geheel voorwaardelijke taakstraf
- Strafrecht overigConclusie AG. 1. Mishandeling van levensgezel (art. 300 lid 1 Sr jo. art. 304 lid 1 Sr); 2. Mishandeling…
Parket bij de Hoge Raad|9 september 2025|ECLI:NL:PHR:2025:834
betrokkene niet heeft plaatsgevonden binnen een redelijke termijn als bedoeld in art. 6 lid 1 EVRM, nu de inzendtermijn in cassatie is overschreden. 3.2 Op 16 november 2023 is namens de verdachte
- Strafrecht overigConclusie plv. AG. Art. 184a Sv. Toewijzing vordering benadeelde partij. Klachten over het bestaan van…
Parket bij de Hoge Raad|14 januari 2025|ECLI:NL:PHR:2025:45
cassatieberoep is verstreken. Dat betekent dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 lid 1 EVRM is overschreden. In het licht van de opgelegde gevangenisstraf van 36 dagen en de mate
- Strafrecht overigConclusie AG. Veroordeling voor diefstal, art. 310 Sr. 1. Klachten over de bewezenverklaring en het…
Parket bij de Hoge Raad|4 februari 2025|ECLI:NL:PHR:2025:161
betekent dat de redelijke termijn van berechting zoals bedoeld in art. 6 lid 1 EVRM overschreden zal zijn wanneer de Hoge Raad uitspraak zal doen. Indien de middelen niet slagen, dient
- Strafrecht overigConclusie AG. Witwassen (art. 420bis Sr). Falend middel over wetenschap verdachte dat geldbedragen van…
Parket bij de Hoge Raad|25 november 2025|ECLI:NL:PHR:2025:1148
instellen van het cassatieberoep. Daarom is de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 lid 1 EVRM overschreden. Omdat de verdachte alleen een taakstraf voor de duur van 60 uren is opgelegd
- Strafrecht overigConclusie AG. Doodslag (art. 287 Sr) en medeplegen wegvoeren en verbergen van een lijk (art. 151 Sr). 1…
Parket bij de Hoge Raad|18 november 2025|ECLI:NL:PHR:2025:1249
Conclusie AG. Doodslag (art. 287 Sr) en medeplegen wegvoeren en verbergen van een lijk (art. 151 Sr). 1. Falende bewijsklacht opzet op de dood. 2. Vordering benadeelde partij (zus van het slachtoffer) t.a.v. vergoeding van affectieschade. Heeft benadeelde partij o.g.v. hardheidsclausule van art. 6:108.4.g BW recht op…
- Strafrecht overigConclusie AG. Jeugdzaak. Belediging van politieambtenaren. Vervolging na bevel hof (art. 12i Sv). Art. 40 lid…
Parket bij de Hoge Raad|2 september 2025|ECLI:NL:PHR:2025:866
april 2024. Daarmee is de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 lid 1 EVRM overschreden. Nu het hof aan de verdachte geen straf of maatregel heeft opgelegd, dient dat te leiden
- Strafrecht overigConclusie AG. Profijtontneming. M1 bevat klacht dat schatting voordeel onbegrijpelijk is, althans in strijd…
Parket bij de Hoge Raad|22 april 2025|ECLI:NL:PHR:2025:468
instellen van het cassatieberoep. Daarmee wordt de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM overschreden. Gelet op de compensatie die hiervoor in de strafzaak kan worden geboden
- BelastingrechtVerbeurdverklaring geldsom en auto van illegale drugsproducent. Aftrekbaar? ROW-vermogen of privé-vermogen?…
Parket bij de Hoge Raad|12 december 2025|ECLI:NL:PHR:2025:1361
inziens niet gezegd worden dat zij belanghebbendes eigendomsgrondrecht schendt. Lid 2 van art. 1 Protocol 1 EVRM staat de Staten toe om de betaling van boeten te verzekeren en de verbeurdverklaring
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.