598 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- VerbintenissenrechtHoger beroepberoep op verjaring, opeisbaarheid
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|12 oktober 2021|ECLI:NL:GHSHE:2021:3085
volgt toe. De vordering van de vrouw is verjaard op grond van art. 3:307 BW in verbinding met art. 3:313 BW. De verjaringstermijn van vijf jaar vangt
- Civiel recht overigHoger beroepPensioengeschil over nakoming pensioentoezegging aan directeur in 1991 en voorwaardelijke instemming met…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|12 februari 2019|ECLI:NL:GHARL:2019:1382
deelt dan ook niet de opvatting van de kantonrechter dat de verjaringstermijn van artikel 3:307 BW op grond van het, toen nog niet toepasselijke, artikel 6:38 BW is aangevangen
- Civiel recht overigBodemzaakVerjaring van rechtsvorderingen. Geen stuiting van die verjaring.
Rechtbank Den Haag|16 september 2015|ECLI:NL:RBDHA:2015:10830
verjaringstermijn van deze vorderingen tot nakoming van contractuele verbintenissen is op grond van wetsartikel 3:307 BW vijf jaar na de datum van opeisbaarheid, dat is in dit geval vijf jaar
- ArbeidsrechtHoger beroeploonvordering; bewijsopdracht werkzaamheden in overeenstemming met functieomschrijving in toepasselijke CAO
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|10 december 2013|ECLI:NL:GHSHE:2013:5974
rechtsvordering tot nakoming van een verbintenis uit overeenkomst verjaart op grond van artikel 3:307 BW door verloop van 5 jaar na de aanvang van de dag volgende op die waarop
- Civiel recht overigHoger beroepVordering tot naleving van CAO voor uitzendkrachten. Stichting is bevoegd die vordering in te stellen op…
Gerechtshof Amsterdam|20 mei 2014|ECLI:NL:GHAMS:2014:1888
Vordering tot naleving van CAO voor uitzendkrachten. Stichting is bevoegd die vordering in te stellen op grond van de CAO, ook na afloop van de duur van de algemeen-verbindendverklaring van de CAO. Schade voldoende gesteld en aangetoond. Optreden van de stichting doorstaat toetsing aan "algemene bepalingen van…
- Civiel recht overigHoger beroepMet inachtneming van de vermindering van eis, vervat in haar akte uitlating betaling, heeft de stichting in…
Gerechtshof Leeuwarden|5 januari 2005|ECLI:NL:GHLEE:2005:AR8822
daarbij, zoals uit het navolgende zal blijken, geen belang bij heeft. Ingevolge artikel 3:307 BW verjaart de rechtsvordering tot nakoming van een verbintenis uit overeenkomst tot het geven of een doen
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigVerjaring van vorderingen uit hoofde van een arbeidsongeschiktheidsverzekering. Invoering artikel 7:942 BW…
Rechtbank Utrecht|16 december 2009|ECLI:NL:RBUTR:2009:BK7108
maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. 4.3. De rechtbank overweegt dat in artikel 3:307 BW is bepaald (voor zover thans relevant): 1. Een rechtsvordering tot nakoming van een verbintenis
- Civiel recht overigHoger beroepA B.V. en B B.V. hebben op 26 mei 2000 een huurovereenkomst gesloten met betrekking tot de bedrijfsruimte…
Gerechtshof Arnhem|30 januari 2007|ECLI:NL:GHARN:2007:AZ9813
daarnaast geoordeeld dat er sprake is was van indeplaatsstelling in de zin van artikel 3:307 BW, nu [appellant], naar het oordeel van de rechtbank, stilzwijgend met de indeplaatsstelling heeft ingestemd
- Personen- en familierechtHoger beroepVerkoop echtelijke woning, mede-eigendom (eenvoudige gemeenschap). Toerekening van verkoopopbrengst en…
Gerechtshof Den Haag|24 juni 2015|ECLI:NL:GHDHA:2015:1902
verbintenis uit een overeenkomst tot een geven of doen. Daarvoor geldt ingevolge artikel 3:307 BW een verjaringstermijn van vijf jaar na aanvang van de dag, volgend op die waarop de vordering
- Civiel recht overigHoger beroepTot betaling van leveringen aan Irakese onderneming heeft bank door middel van vier Letters of Credit…
Gerechtshof Amsterdam|25 mei 2010|ECLI:NL:GHAMS:2010:BN5113
wordt beheerst door Nederlands recht, met conclusie dat de vordering op grond van art. 3:307 BW is verjaard. Dat betoog kan echter niet als juist worden aanvaard. De verhouding tussen Solvochem
- SocialezekerheidsrechtBodemzaakBesluit tot terugvordering op grond van overeenkomst van geldlening is geen besluit als bedoeld in art. 1:3…
Rechtbank Zutphen|9 april 2001|ECLI:NL:RBZUT:2001:AB0950
overeenkomst voortvloeiende verbintenis tot een geven zoals bedoeld in artikel 3:307 BW.” Aangezien de echtgenoot van eiseres in 1975 uit hoofde van voornoemde civielrechtelijke overeenkomst het nu verschuldigde bedrag heeft ontvangen
- ArbeidsrechtBeschikkingArbeidsrecht: cessantia, overwerk, verjaring
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten|17 februari 2016|ECLI:NL:OGEAM:2016:9
verweerder] is een beroep gedaan op verjaring. De verjaringstermijn is op grond van artikel 3:307 BW 5 jaar. Ter zitting heeft het Gerecht gevraagd wanneer voor het eerst aanspraak is gemaakt
- Personen- en familierechtHoger beroepAfwikkeling huwelijkse voorwaarden en verdeling eenvoudige gemeenschap. Samenhang vorderingen met verzoek tot…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|27 februari 2014|ECLI:NL:GHARL:2014:1514
opeisbaar worden van deze vordering (veronderstellenderwijs uitgaande van een verbintenis uit overeenkomst, artikel 3:307 BW) is voor partijen als toenmalige echtgenoten op grond van de artikelen 3:320 in verband
- Civiel recht overigHoger beroepBorgstelling bestuurder. Is bank bevoegd als pandhouder over te gaan tot inning van een aan haar verpande…
Gerechtshof Den Haag|6 april 2021|ECLI:NL:GHDHA:2021:867
vordering van Beheer op [appellant] is – gelet op de verjaringstermijn van vijf jaar (artikel 3:307 BW) – dus op 28 februari 2018 door verjaring tenietgegaan. Dat is vóórdat ING bij brief
- Civiel recht overigHoger beroepRekening-courant vordering Beheermaatschappij op DGA. Twee-conclusieregel, te laat overgelegde akte van…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|22 februari 2022|ECLI:NL:GHARL:2022:1328
curatoren is gebaseerd op nakoming. Deze vordering verjaart na vijf jaar (artikel 3:307 BW). [appellant] is niet opgekomen tegen het oordeel van de rechtbank dat de verjaringstermijn op zijn vroegst
- Civiel recht overigKort gedingOntruiming nakoming koopovereenkomst
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao|2 december 2021|ECLI:NL:OGEAC:2021:269
BW (20 jaar) van toepassing is en niet de kortere verjaringstermijn van artikel 3:307 BW (5 jaar) is de termijn uiterlijk op 31 maart 2008 verstreken. Gesteld noch gebleken
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigRechtbank Utrecht · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig
Rechtbank Utrecht|14 juli 2010|ECLI:NL:RBUTR:2010:BN6030
april 2002 geheel opeisbaar geworden. Dit brengt mee dat op grond van artikel 3:307 BW de rechtsvordering tot nakoming van de overeenkomst in beginsel – behoudens stuiting – per 2 april
- VerbintenissenrechtEerste aanleg - enkelvoudigWerkzaamheden architect in beginfase projectontwikkeling. Geen overeenkomst op grond waarvan definitieve…
Rechtbank Midden-Nederland|7 april 2021|ECLI:NL:RBMNE:2021:1353
factuur aan [gedaagde] heeft gestuurd. 3.2. De kantonrechter overweegt als volgt. In artikel 3:307 BW is bepaald dat een rechtsvordering tot nakoming van een verbintenis uit een overeenkomst tot geven
- Civiel recht overigHoger beroepVordering tegen bestuurder van een stichting derdengelden van een advocatenkantoor tot schadevergoeding…
Gerechtshof Den Haag|15 mei 2018|ECLI:NL:GHDHA:2018:1086
schuldeiser van de Stichting, omdat diens vordering tot uitbetaling op grond van art. 3:307 BW toen was verjaard. Jegens de Stichting kon [appellant] ook na 25 januari 2013 nog aanspraak maken
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigGeldleningsovereenkomst via Boober.
Rechtbank Rotterdam|12 juni 2015|ECLI:NL:RBROT:2015:3840
beta-lingstermijn is verstreken. Anders dan de artikelen 3:309-311 BW houdt artikel 3:307 BW geen rekening met de mogelijkheid dat de schuldeiser onbekend is met de persoon
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.