914 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigRaadkamerBeklagzaak art. 12 Begrip rechtstreeks belanghebbende bescherming art. 326 en art. 326b Wetboek v Strafrecht…
Gerechtshof Amsterdam|15 maart 2018|ECLI:NL:GHAMS:2018:861
valse [naam]-kunstwerken (artikel 326b Wetboek van Strafrecht, verder: Sr) en (poging tot) oplichting (artikel 326 Sr) door het te koop aanbieden van valse [naam]-kunstwerken als waren zij echt en onvervalst … worden beoordeeld of de overtreden strafbepaling beoogt dit specifieke belang van klaagster te beschermen. Artikel 326 Sr luidt, voor zover hier van belang: Hij die, met het oogmerk om zich
- Strafrecht overigHoger beroepIntegrale vrijspraak van oplichting, subsidiair verduistering.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|2 november 2017|ECLI:NL:GHARL:2017:9514
onderhavige strafrechtelijke vervolging is vanzelfsprekend slechts leidend het Wetboek van Strafrecht (Sr) waarin in artikel 326 Sr oplichting strafbaar is gesteld. Hierin worden zwaardere eisen gesteld om tot een veroordeling ter zake … zonder meer de conclusie wettigt dat sprake is van “bewegen” in de zin van art. 326 Sr. Dat blijkt reeds uit de eerder genoemde bijzondere factoren die de persoon en het gedrag
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigVerdachte wordt veroordeeld wegens het feitelijk leidinggeven aan het doen van onjuiste aangiften…
Rechtbank Breda|12 december 2012|ECLI:NL:RBBRE:2012:BY6320
Verdachte wordt veroordeeld wegens het feitelijk leidinggeven aan het doen van onjuiste aangiften omzetbelasting, aan valsheid in geschrift en gewoonte-witwassen. Benadelingsbedrag 2,5 miljoen euro. Vrijspraak voor het omkopen van een belastingambtenaar. Bijzondere strafmaatoverwegingen
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigVeroordeling van een voormalig lid van de Raad van Bestuur van verzekeraar HDI-Gerling N.V. Bewezenverklaard…
Rechtbank Rotterdam|19 april 2018|ECLI:NL:RBROT:2018:3142
dergelijk belang moet als afgifte van een goed in de zin van artikel 326 Sr. worden beschouwd. Aan dit oordeel draagt eveneens bij dat de Arubaanse portefeuille op de balans van [naam … bezigt eveneens de term ‘overdracht’ ( transfer ) van een verzekeringsportefeuille. De middelen als bedoeld in artikel 326 Sr a. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte en zijn medeverdachte tegenover
- Strafrecht overigRaadkamerBeklagzaak art. 12 sv. Deskundige die (mogelijk) reputatieschade lijdt is geen rechtstreeks belanghebbende…
Gerechtshof Amsterdam|15 maart 2018|ECLI:NL:GHAMS:2018:863
valse [naam]-kunstwerken (artikel 326b Wetboek van Strafrecht, verder: Sr) en (poging tot) oplichting (artikel 326 Sr) door het te koop aanbieden van valse [naam]-kunstwerken als waren zij echt en onvervalst … worden beoordeeld of de overtreden strafbepaling beoogt dit specifieke belang van klager te beschermen. Artikel 326 Sr luidt, voor zover hier van belang: Hij die, met het oogmerk om zich
- Strafrecht overigVerdachten zijn in een bepaalde wijk in DH lange tijd door de politie in de gaten gehouden vanwege verdenking…
Parket bij de Hoge Raad|17 november 2020|ECLI:NL:PHR:2020:1234
Verdachten zijn in een bepaalde wijk in DH lange tijd door de politie in de gaten gehouden vanwege verdenking van het plegen van inbraken en o.m. veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie die erop gericht was woninginbraken te plegen. 1. stelselmatige observatie, art. 126g Sv, of volstaat algemene…
- Strafrecht overigConclusie AG. O.a. oplichting (frauduleuze webwinkels lijkend op o.a. Babboe en BCC), witwassen en…
Parket bij de Hoge Raad|19 november 2024|ECLI:NL:PHR:2024:1221
Conclusie AG. O.a. oplichting (frauduleuze webwinkels lijkend op o.a. Babboe en BCC), witwassen en computervredebreuk. M1: Bewijsklacht medeplegen oplichting frauduleuze webwinkels Babboe. M2: Bewijsklacht witwassen personenauto. Kan uit bewijsmiddelen worden afgeleid dat vd wist dat personenauto van misdrijf…
- Strafrecht overigOM-cassatie en cassatie verdachte. Overtreding wetgeving financieel toezicht begaan door rechtspersoon, art…
Parket bij de Hoge Raad|14 januari 2020|ECLI:NL:PHR:2020:5
niet door een prospectus uit 2006 zijn 'bewogen' en opgelicht in de zin van art. 326 Sr. Het hof verwijst daarbij, volledigheidshalve, naar de hiervóór opgenomen overweging dat (slechts) de initiële overeenkomsten
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigVrijspraak van oplichting. De RB kan niet vaststellen dat een valse naam is gebruikt voor de advertenties op…
Rechtbank Amsterdam|25 mei 2021|ECLI:NL:RBAMS:2021:2748
koper nog niet het aannemen van een valse hoedanigheid op in de zin van artikel 326 Sr. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat er voor het aannemen van een valse hoedanigheid méér … omstandigheden onvoldoende om te kunnen spreken van een strafbare oplichting in de zin van artikel 326 Sr, nog daargelaten de vraag of kan worden bewezen dat verdachte – al dan niet samen
- Strafrecht overigOM-cassatie en cassatie verdachte. Opzettelijk gebruik maken van vals geschrift (meermalen gepleegd), art…
Parket bij de Hoge Raad|14 januari 2020|ECLI:NL:PHR:2020:6
OM-cassatie en cassatie verdachte. Opzettelijk gebruik maken van vals geschrift (meermalen gepleegd), art. 225.2 Sr (feit 3) en feitelijk leiding geven aan door rechtspersoon begaan van overtreding wetgeving financieel toezicht, art. 3.1 Wet toezicht effectenverkeer 1995 (oud) en art. 2:55.1 Wet op financieel toezicht…
- Strafrecht overigConclusie AG. Miljoenenoplichting evenementenbedrijf. Falende klachten over verwerping verweer dat geen…
Parket bij de Hoge Raad|8 juli 2025|ECLI:NL:PHR:2025:691
Conclusie AG. Miljoenenoplichting evenementenbedrijf. Falende klachten over verwerping verweer dat geen sprake is van oplichting omdat slachtoffer het bedrog had moeten doorzien en over toewijzing vordering van benadeelde partij. Slagende klachten over oordeel hof over schending redelijke termijn, nalaten te beslissen…
- Strafrecht overigOp tegenspraakart 82 Wtk 1992; art 3 Wte 1995; verjaring van deel van de feiten; onderscheid voortdurende en aflopende…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant|16 juli 2014|ECLI:NL:RBZWB:2014:4989
gesteld - als aandachtspunt beschreven dat “er in casu mogelijk sprake is van oplichting ex. artikel 326 Sr door de vennootschappen [naam 31] , [naam 32] en [bedrijfsnaam 1] . Dit oordeel van de [naam … naam 31] , [naam 33] , [bedrijfsnaam 2] en verdachten zich schuldig maken aan overtreding van artikel 326 Sr. In het aanvangsproces-verbaal met betrekking tot dit onderzoek wordt gewezen op de omstandigheid
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|6 mei 2003|ECLI:NL:HR:2003:AF6599Aangehaald in 13 uitspraken
samenweefsel van verdichtsels en derhalve van oplichting als strafbaar gesteld in art. 326 Sr. Dit oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting. 3.6. Het middel faalt derhalve. 4. Slotsom
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigOnderzoek Klimop. Vastgoedfraude. De meervoudige strafkamer van de rechtbank Haarlem heeft verdachte…
Rechtbank Haarlem|27 januari 2012|ECLI:NL:RBHAA:2012:BV2198
en/of Philips Real Estate Investment Management BV en/of Schootse Poort Onroerend Goed Beheer BV (art 326 Sr) en/of Bouwfonds (art 326 Sr) - verduistering in dienstbetrekking bij Stichting Philips Pensioenfonds en/of Philips Real … onder dit feit ten laste gelegde. Oplichting Voor een bewezenverklaring van het in artikel 326 Sr bedoelde delict oplichting moet een oorzakelijk verband bestaan tussen de aangewende (bedrieglijke) middelen en de door
- Strafrecht overigOp tegenspraakart 6 + 82 Wtk 1992; art 3 Wte 1995; verjaring van deel van de feiten; onderscheid voortdurende en aflopende…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant|16 juli 2014|ECLI:NL:RBZWB:2014:4988
gesteld - als aandachtspunt beschreven dat “er in casu mogelijk sprake is van oplichting ex. artikel 326 Sr door de vennootschappen [naam 31] , [naam 32] en [bedrijfsnaam 1] ”. Dit oordeel van de [naam … naam 31] , [naam 33] [bedrijfsnaam 2] en verdachten zich schuldig maken aan overtreding van artikel 326 Sr. In het aanvangsproces-verbaal met betrekking tot dit onderzoek wordt gewezen op de omstandigheid
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigOnderzoek Zevenblad. Een onderzoek van de FIOD naar grootschalige en internationale boilerroomfraude…
Rechtbank Noord-Holland|1 mei 2020|ECLI:NL:RBNHO:2020:3317
Onderzoek Zevenblad. Een onderzoek van de FIOD naar grootschalige en internationale boilerroomfraude, gepleegd in de periode van 2004 tot in het najaar van 2013. De rechtbank acht bewezen dat de verdachte Marc van D. heeft deelgenomen aan drie boilerrooms. De rechtbank heeft hem veroordeeld tot een gevangenisstraf van…
- Strafrecht overigCassatieAangifte a.b.i. art. 69.2 (oud) AWR. De opvatting dat een aangifte die is gedaan n.a.v. ‘fictieve’ handel…
Hoge Raad|1 december 2015|ECLI:NL:HR:2015:3431Aangehaald in 15 uitspraken
voegt hier nog aan toe dat het feit een zuiver voorbeeld betreft van oplichting (artikel 326 Sr), nu er immers geld is gevraagd en verkregen wat niet aan de verdachte toekwam
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigOnderzoek Zevenblad. Een onderzoek van de FIOD naar grootschalige en internationale boilerroomfraude…
Rechtbank Noord-Holland|1 mei 2020|ECLI:NL:RBNHO:2020:3319
Onderzoek Zevenblad. Een onderzoek van de FIOD naar grootschalige en internationale boilerroomfraude, gepleegd in de periode van 2004 tot in het najaar van 2013. De rechtbank acht bewezen dat de hoofdverdachte Lex V. als leider heeft deelgenomen aan vier boilerrooms. Van betrokkenheid bij één boilerroom is hij…
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigMega Klinker, 36 maanden gevangenisstraf voor (feitelijke leiding geven aan) belastingontduiking, medeplegen…
Rechtbank Amsterdam|26 mei 2023|ECLI:NL:RBAMS:2023:3494
sprake van wederrechtelijkheid ten aanzien van feiten 4 en 5, hetgeen artikelen 197a Sr en 326 Sr wel vereisen. Daarom moet verdachte van deze feiten worden vrijgesproken. Bovendien kan van oplichting geen … sprake zijn omdat aan de IND de bescherming van artikel 326 Sr niet toekomt. Er is geen sprake van een samenweefsel van verdichtsels, maar van een samenweefsel van discriminatoir handelen. Van oplichting
- Civiel recht overigHoger beroepVerzekeringsrecht; opzetaanrijding; bewijslast rust op verzekeraar, voorshands bewezenverklaarde niet ontzenuwd.
Gerechtshof Amsterdam|21 december 2021|ECLI:NL:GHAMS:2021:4055
voldoende mate vast staat dat [appellant] handelingen heeft verricht die aan de delictsomschrijving van art. 326 Sr voldoen. Volgens die delictsomschrijving is sprake van oplichting als iemand, “met het oogmerk om zich … voor zichzelf en/of [X] (Auto’s) een uitkering te verkrijgen waarop geen recht bestond (art. 326 Sr.) Dat hij destijds failliet was staat aan een dergelijk oogmerk niet
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.