43 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigCassatieFeitelijk leidinggeven aan schuldwitwassen begaan door rechtspersoon (meermalen gepleegd), art. 420quater.1.b…
Hoge Raad|6 oktober 2026|ECLI:NL:HR:2026:1624
schuldwitwassen is als misdrijf strafbaar gesteld in art. 420quater Sr jo. art. 47 en 51 Sr. Op schuldwitwassen was tot inwerkingtreding per 1-1-2015 van Wet tot verruiming mogelijkheden bestrijding financieel … artikel 420quater van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr), in samenhang met artikel 47 en 51 Sr. Op schuldwitwassen was tot de inwerkingtreding per 1 januari
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|24 september 2002|ECLI:NL:HR:2002:AE0553
recht tot strafvordering tegen een rechtspersoon of tegen een ingevolge het derde lid van art. 51 Sr voor de toepassing van de overige leden van art. 51 Sr met een rechtspersoon gelijkgestelde … door publicatie in het Handelsregister) dat een rechtspersoon of een voor de toepassing van art. 51 Sr daarmee gelijkgestelde entiteit ontbonden is, moet het recht tot strafvordering tegen die rechtspersoon
- Strafrecht overigCassatieOpzettelijk onjuist doen van aangiften inkomstenbelasting ten name van anderen, meermalen gepleegd, art. 69.2…
Hoge Raad|18 november 2025|ECLI:NL:HR:2025:1699
onjuiste rechtsopvatting. HR merkt op dat art. 47 tot en met 51 Sr verschillende mogelijkheden bieden om degene die anders dan als pleger betrokken is bij onjuist of onvolledig doen
- Strafrecht overigCassatie1. Dagvaarding rechtspersoon. 2. Herstel kennelijke misslag. 3. Afvalstoffen in de zin van Richtlijn 75/442…
Hoge Raad|17 april 2007|ECLI:NL:HR:2007:AZ0220
opvatting dat in een geval als i.c. uitsluitend als de rechtspersoon die krachtens art. 51 Sr kan worden vervolgd, mag worden gedagvaard de rechtspersoon die de bedrijfsactiviteiten heeft overgenomen van de rechtspersoon … grondslag dat in een geval als het onderhavige uitsluitend als de rechtspersoon die krachtens art. 51 Sr kan worden vervolgd, mag worden gedagvaard de rechtspersoon die de bedrijfsactiviteiten heeft overgenomen
- Strafrecht overigCassatiePikmeer ?: vervolg op HR DD 96.279/NJ 1996, 513. Hoge Raad scherpt criterium met betrekking tot…
Hoge Raad|6 januari 1998|ECLI:NL:HR:1998:AA9342Aangehaald in 12 uitspraken
opgedragen bestuurstaak, is in de wetsgeschiedenis welke ten grondslag ligt aan de totstandkoming van art. 51 Sr ter sprake gekomen. De Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel dat heeft geleid tot invoering … 51 Sr houdt namelijk onder meer in: "Bij een figuur die in zo uiteenlopende verschijningsvormen en functies aan het maatschappelijk verkeer deelneemt als de publiekrechtelijke rechtspersoon is de vraag of strafbaarheid
- Strafrecht overigCassatieOpzettelijk niet doen van aangiften vennootschapsbelasting ten name van rechtspersonen, art. 69.1 AWR. 1…
Hoge Raad|24 maart 2026|ECLI:NL:HR:2026:424
AU8286 en HR:2020:121). HR merkt op dat art. 47 tot en met 51 Sr verschillende mogelijkheden bieden om degene die anders dan als pleger betrokken is bij niet doen
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|16 december 1986|ECLI:NL:HR:1986:AC9608
zich niet verdroeg met een juiste uitleg van het tweede lid onder 2° van art. 51 Sr., aangezien slechts dan kan worden gezegd dat iemand feitelijke leding aan een verboden gedraging heeft … zich niet met een juiste uitleg van tweede lid onder 2° van artikel 51 Sr., aangezien slechts dan kan worden gezegd dat iemand feitelijke leiding aan een verboden gedraging heeft gegeven, indien
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|13 februari 2001|ECLI:NL:HR:2001:AB0076
Hoge Raad de bestreden uitspraak zal vernietigen, doch uitsluitend voorzover daarbij is verzuimd art. 51 Sr te vermelden onder de wettelijke voorschriften waarop de opgelegde straf is gegrond, dat wetsartikel alsnog … uitspraak Het Hof heeft verzuimd onder de wettelijke bepalingen waarop de strafoplegging is gegrond art. 51 Sr te vermelden. De Hoge Raad zal, met vernietiging van de bestreden uitspraak in zoverre, doen
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|23 juni 1987|ECLI:NL:HR:1987:AC9905Aangehaald in 6 uitspraken
volgt, resp. niet (zonder meer) kan volgen dat requirant ‘’feitelijk leiding’’ als bedoeld in art. 51 Sr. heeft gegeven aan de in de bewezenverklaring omschreven verboden gedraging van de vennootschap onder firma … lonen toen [betrokkene 1] daartoe niet in staat was. b. bewustheidscriterium Voor toepasselijkheid van artikel 51 Sr is (althans in gevallen als het onderhevige) vereist, dat de ‘’feitelijk leidinggever’’ van het plaatsvinden
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|25 januari 1994|ECLI:NL:HR:1994:ZC9616
allereerst aandacht worden besteed aan de wetsgeschiedenis van de wijziging die tot het huidige artikel 51 Sr. heeft geleid. Vervolgens zal worden ingegaan op de — reeds in eerste instantie genoemde — rechtspraak … publiek recht, werd met algemene stemmen — volledigheidshalve: er waren 98 leden present — ontkennend beantwoord. Artikel 51 Sr. is gewijzigd bij de Wet van 23 juni 1976, Stb. 377 met ingang
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|27 mei 1986|ECLI:NL:HR:1986:AC9380
geeft hiermee een onjuiste uitleg aan het begrip “feitelijk leiding geven” en aan artikel 51 Sr. Het voor toepassing van artikel 51 Sr noodzakelijk vereiste dat degene die feitelijk leiding geeft
- Strafrecht overigCassatieMedeplegen versus andere deelnemingsvormen. Wanneer is de samenwerking zo nauw en bewust geweest dat van…
Hoge Raad|2 december 2014|ECLI:NL:HR:2014:3474Aangehaald in 954 uitspraken
beoordeling van het middel voorafgaande beschouwing 3.1. De art. 47 tot en met 51 Sr bieden diverse mogelijkheden om iemand, ook als hij niet zelf de gehele delictsomschrijving vervult - al dan niet
- Strafrecht overigCassatieHR geeft op hoofdlijnen een verduidelijking van het beslissingskader m.b.t. de strafrechtelijke…
Hoge Raad|26 april 2016|ECLI:NL:HR:2016:733Aangehaald in 426 uitspraken
overigens veel afhangen van de precieze feiten en omstandigheden van het geval. 3.1.2. Art. 51 Sr luidt: "1. Strafbare feiten kunnen worden begaan door natuurlijke personen en rechtspersonen. 2. Indien een strafbaar
- Strafrecht overigCassatieMedeplegen bankoverval. HR maakt opmerkingen bij ECLI:NL:HR:2014:3474 en ECLI:NL:HR:2015:716. I.c. falende…
Hoge Raad|5 juli 2016|ECLI:NL:HR:2016:1316Aangehaald in 411 uitspraken
Medeplegen bankoverval. HR maakt opmerkingen bij ECLI:NL:HR:2014:3474 en ECLI:NL:HR:2015:716. I.c. falende bewijsklacht medeplegen.
- BelastingrechtCassatieArt. 13 bis, lid 1 Wet LB 1964 en art. 67f, lid 1 AWR. Artikel 13bis, lid 1 Wet LB 1964 niet van toepassing…
Hoge Raad|29 mei 2015|ECLI:NL:HR:2015:1360Aangehaald in 30 uitspraken
beantwoord met inachtneming van alle omstandigheden van het geval (vgl. de parlementaire geschiedenis van artikel 51 Sr, geciteerd in de onderdelen 4.7. en 4.8 van de conclusie van de Advocaat-Generaal
- Strafrecht overigCassatieBewijsklacht medeplegen. De HR ziet aanleiding om in voorafgaande beschouwingen t.b.v. de in de praktijk…
Hoge Raad|16 december 2014|ECLI:NL:HR:2014:3637Aangehaald in 117 uitspraken
Bewijsklacht medeplegen. De HR ziet aanleiding om in voorafgaande beschouwingen t.b.v. de in de praktijk vereiste duidelijkheid in te gaan op het fenomeen en de afgrenzing tussen medeplegen en andere deelnemingsvormen, waarbij de HR tevens enige aandachtspunten dienaangaande formuleert. Mede gelet op hetgeen is…
- Strafrecht overigCassatieHR: 81RO. 1. Ambtshalve: verjaring. 2. Ambtshalve: art. 14a Sr. Ad 1. De feiten zijn begaan in de periode van…
Hoge Raad|15 september 2009|ECLI:NL:HR:2009:BJ2769Aangehaald in 5 uitspraken
feiten zijn strafbaar gesteld in art. 348 Sr in verbinding met de art. 47 en 51 Sr. Op het misdrijf van art. 348 Sr is een gevangenisstraf van een jaar
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|13 november 2001|ECLI:NL:HR:2001:AB3141
eerste lid, MRCP. Deze bepaling richt zich tot een ieder. Krachtens art. 51 Sr kan de hierin omschreven gedraging door natuurlijke en rechtspersonen worden begaan. Het in de toelichting op het middel
- Strafrecht overigCassatieArrest Hoge Raad der Nederlanden van 6 april 1999
Hoge Raad|6 april 1999|ECLI:NL:HR:1999:ZD3918
maatschappelijke realiteit beslissend is voor het antwoord op de vraag of de verdachte krachtens art. 51 Sr kan worden vervolgd voor feiten gepleegd voorafgaand aan de oprichting van de verdachte
- Strafrecht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
Hoge Raad|21 januari 1992|ECLI:NL:HR:1992:ZC8948Aangehaald in 8 uitspraken
reden niet als een feitelijk leidinggever in de zin van art. 51 Sr. kan worden beschouwd. Aldus beschouwd heeft het hof het juridisch gewicht van de door Uw Raad geformuleerde preventie
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.