60 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigHoger beroepHet moge zo zijn dat zwarte neveninkomsten in beginsel bij de berekening van het verlies aan arbeidsvermogen…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|2 oktober 2007|ECLI:NL:GHSHE:2007:BB6412
verder niet afzonderlijk bestreden) wettelijke rente als bedoeld in artikel 3:119 BW vanaf 1 januari 1993 tot de dag der voldoening. Hierop strekt in mindering hetgeen door of namens [geïntimeerde] inmiddels
- VerbintenissenrechtHoger beroepVraag of sprake is van overeenkomsten tot geldlening en bruikleen tussen voormalige partners. Wettelijk…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|26 juli 2022|ECLI:NL:GHSHE:2022:2552
geïntimeerde] de auto onder zich heeft en dan volgens art. 3:109 en art. 3:119 BW vermoed wordt dat zij bezitter en eigenaar van de auto is. Uitgaande … gewicht) is afgesteld. Ook hier geldt dan op grond van artikelen 3:109 en 3:119 BW het wettelijk vermoeden dat [geïntimeerde] eigenaar is van de fauteuil en is het aan [appellant
- Civiel recht overigHoger beroepCessie om niet van een in potentie waardevol actief (een vordering waarover op dat moment nog geprocedeerd…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|2 september 2014|ECLI:NL:GHARL:2014:6779
Cessie om niet van een in potentie waardevol actief (een vordering waarover op dat moment nog geprocedeerd werd) door een vennootschap aan haar (in)direct bestuurder is in voldoende mate bewezen en levert geen paulianeuze transactie op. Wel leidt die cessie tot aansprakelijkheid van de (in)direct bestuurder jegens de…
- Civiel recht overigHoger beroepGerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Hoger beroep · Civiel recht overig
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|15 september 2020|ECLI:NL:GHARL:2020:7224
ontvangst van de minikraan en de krattenwasser is het rechtsvermoeden van art. 3:119 BW – dat de bezitter van een goed wordt vermoed rechthebbende te zijn – voldoende weerlegd en is [geïntimeerde1] toegelaten … zijn bezit heeft (4.8, 4.11 en 4.12 tussenarrest), en/of het rechtsvermoeden van artikel 3:119 BW niet is weerlegd c.q. niet aan de stelplicht daarvoor is voldaan (4.11 en 4.12 tussenarrest
- Civiel recht overigHoger beroepProcesrecht 3:27 lid 2 BW; goederenrecht; beroep op bezit en verkrijgende verjaring; bewijsopdracht
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba|17 december 2024|ECLI:NL:OGHACMB:2024:276
vermoed wordt rechthebbende te zijn. Een situatie als bedoeld in lid 2 van artikel 3:119 BW doet zich hier niet voor. Het Hof is echter van oordeel dat onder de omstandigheden … aanleiding is om af te wijken van het vermoeden van lid 1 van artikel 3:119 BW. Uit de door [geïntimeerde] overgelegde stukken kan immers niet zonder meer worden afgeleid
- Civiel recht overigHoger beroepKort geding. Vordering tot afgifte van inboedelgoederen door de man. Deze goederen zijn in bezit van de…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|16 september 2014|ECLI:NL:GHARL:2014:7154
deze goederen, zodat zij ingevolge de artikelen 3:107 lid 1, 3:109 en 3:119 BW, gelezen in hun onderlinge verband, wordt vermoed daarvan rechthebbende te zijn. [geïntimeerde] doet daarop
- Civiel recht overigHoger beroep[geïntimeerde] heeft in de onderhavige procedure een verklaring voor recht gevorderd dat hij eigenaar is van…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|30 mei 2006|ECLI:NL:GHSHE:2006:AY0441
schilderij voor [vertegenwoordiger] te verkopen. 4.7.3 Gelet op het bepaalde in artikel 3:119 BW in verband met voornoemde stellingen van partijen dient [geïntimeerde] te bewijzen dat het schilderij niet
- Civiel recht overigHoger beroepVeroordeling tot betaling van aan erfgenamen toekomend contant geld. Vordering tot afgifte van een hond…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|28 januari 2020|ECLI:NL:GHSHE:2020:249
alleen eigenaresse van de hond. Dienaangaande oordeelt het hof dat [geïntimeerde 1] gezien artikel 3:119 BW in verbinding met de artikelen 3:2a BW, 3:107 BW, 3:108 BW, 3
- BelastingrechtHoger beroepAanslag IB/PVV 2019. Het inkomen uit werk en woning is juist vastgesteld. Geen recht op schadevergoeding. Het…
Gerechtshof Den Haag|11 augustus 2025|ECLI:NL:GHDHA:2025:1745
verjaringstermijn (3:121 van het Burgerlijk Wetboek (BW)) of stuiting van de verjaring (3:119 BW), slaagt evenmin. Belanghebbende heeft hierbij – zo begrijpt het Hof – het oog op het vaststellen van verliezen
- Civiel recht overigHoger beroepGeschil over afgifte ras-kat. Rechtsvermoeden van bezit. Beter recht van ander in kort geding niet komen vast…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|10 juli 2018|ECLI:NL:GHARL:2018:6334
3:109 BW) en voorts dat die bezitter vermoed wordt rechthebbende te zijn (artikel 3:119 BW). Dit vermoeden is weerlegbaar. Het is dan aan [appellante] om haar gestelde betere recht
- Civiel recht overigHoger beroepEigendom auto. Rechtsvermoedens houderschap, bezit en rechthebbende.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|14 augustus 2018|ECLI:NL:GHARL:2018:7349
rechthebbende te zijn. Tegen de wettelijke vermoedens van artikel 3:109 BW en artikel 3:119 BW staat tegenbewijs open. De wederpartij die stelt een beter recht te hebben op het goed
- Civiel recht overigHoger beroepVervreemding van een nog niet teboekgesteld scheepscasco door een werf. Was de werf beschikkingsbevoegd en…
Gerechtshof Amsterdam|16 juli 2013|ECLI:NL:GHAMS:2013:2231
recht konden doen gelden. 3.6. Ingevolge het bepaalde in de artikelen 3:118 en 3:119 BW wordt Waterland geacht rechthebbende te zijn met betrekking tot het casco en wordt haar goede
- Civiel recht overigHoger beroepTussenarrest. Aanneemovereenkomst op basis van regie. Heeft aannemer uren en verschillende posten voldoende…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|22 februari 2022|ECLI:NL:GHARL:2022:1330
worden toegelaten dit te bewijzen. Het hof gaat voorbij aan het beroep op artikel 3:119 BW van [appellant] en het daaraan gerelateerde bewijsaanbod, omdat de stellingen van [appellant] , indien bewezen, niet
- Personen- en familierechtHoger beroepVergoedingsvordering conform artikel 1:87 BW kan het hof niet vaststellen. de vordering van de vrouw wordt…
Gerechtshof Den Haag|25 oktober 2017|ECLI:NL:GHDHA:2017:3166
gehuwde echtgenoten. Dit in het bijzonder in het perspectief van de uitsluiting van artikel 3:119 BW, inhoudende dat een echtgenoot die een goed onder zich heeft juist niet een beroep
- Civiel recht overigHoger beroepGerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Hoger beroep · Civiel recht overig
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|10 januari 2023|ECLI:NL:GHARL:2023:178
3:109 BW) en daarmee het vermoeden dat Langius Investment/Langius Dienstverlening rechthebbende was (artikel 3:119 BW) weerlegd. 3.8. De grief in incidenteel hoger beroep faalt dan ook. Beroep op faillissementspauliana slaagt
- Civiel recht overigHoger beroepDiefstal. Autoschadeverzekering. Anders dan de eerste rechter oordeelde, rusten op de verzekerde niet de…
Gerechtshof Amsterdam|15 december 2020|ECLI:NL:GHAMS:2020:3469
geweest in de zin van art. 3:109 BW. In verbinding met art. 3:119 BW staan daarmee tot op het bewijs van het tegendeel het bezit en de eigendom en daarmee
- Civiel recht overigHoger beroepWederrechtelijke toe-eigening paardenvrachtwagen? Niet in bewijs geslaagd. Nog geen eindarrest in verband met…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|25 juni 2019|ECLI:NL:GHSHE:2019:2256
Zoals [geïntimeerde 2] ook aanvoert, wordt zij op grond van artikel 3:119 BW vermoed eigenaar te zijn en tijdens de comparitie in eerste aanleg heeft [appellant] ook naar voren gebracht
- Civiel recht overigHoger beroepNu De Limburger eigenaar (zonder publicatierecht) was geworden van de foto's, heeft zij niet onrechtmatig…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|13 december 2005|ECLI:NL:GHSHE:2005:AV0379
vermoed die goederen voor zichzelf te houden, dus bezitster te zijn, en krachtens art. 3:119 BW werd zij als (vermoed) bezitster tevens vermoed rechthebbende, dus eigenaresse te zijn, overigens zonder
- VerbintenissenrechtHoger beroepGeen feiten gesteld over de wijze van totstandkoming van een overeenkomst die een betalingsverplichting voor…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|8 april 2025|ECLI:NL:GHSHE:2025:971
geïntimeerde] vermoedt wordt bezitter en rechthebbende daarvan te zijn (artikelen 3:109 en 3:119 BW) en dat het aan [appellant] is om dit vermoeden te weerleggen. 4.6. Voor zover al moet
- Civiel recht overigHoger beroepKort geding; vordering tot teruggave hond. Heeft de oorspronkelijke eigenaar haar hond aan de huidige…
Gerechtshof Amsterdam|27 september 2022|ECLI:NL:GHAMS:2022:2762
appellante] geen grieven heeft aangevoerd tegen de door de kantonrechter gehanteerde en op artikel 3:119 BW gebaseerde toetsingsmaatstaf, waarbij door de kantonrechter in het midden is gelaten wat zich heeft afgespeeld
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.