45 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigHoger beroepVerzoek van zoon en diens echtgenote om medehuurders te worden van de woning die zijn vader huurt. Het hof…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|21 februari 2023|ECLI:NL:GHARL:2023:1614
verzocht [appellant4] en [appellante3] voortaan als medehuurders aan te merken als bedoeld in artikel 7:267 BW. Almade heeft dit verzoek afgewezen omdat volgens haar geen sprake is van een duurzame gemeenschappelijke … ingesteld. 3 Het oordeel van het hof Inleiding 3.1 Om op grond van artikel 7:267 BW als medehuurders te kunnen worden aangemerkt moet er sprake van zijn dat [appellant4] en [appellante3
- Civiel recht overigHoger beroepHuurrecht. Vordering bepaling medehuurderschap. In eerste aanleg gezamenlijk verzoek van huurder en beofgde…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|4 december 2012|ECLI:NL:GHSHE:2012:BY5199
niet kan worden gesproken van samenwoning met een duurzaam karakter als bedoeld in artikel 7:267 BW en de vordering van [grootmoeder van appellante] en [appellante] afgewezen met veroordeling van [grootmoeder … grootmoeder van appellante] daarin geen partij is. Volgens Thuisvester geldt het uitgangspunt van artikel 7:267 BW, het gezamenlijk instellen van de vordering tegen de verhuurder, niet alleen in eerste aanleg maar
- Civiel recht overigHoger beroepMedehuurderschap van andere persoon dan echtgenoot of geregistreerd partner alleen indien deze voldoende…
Gerechtshof Amsterdam|11 mei 2010|ECLI:NL:GHAMS:2010:BN5108
grieven stelt het hof voorop dat het verzoek tot medehuurderschap op grond van artikel 7:267 BW door de rechter wordt toegewezen, tenzij een in lid 3 van artikel 7:267 BW
- Civiel recht overigHoger beroepGeen medehuur want geen duurzame gemeenschappelijke huishouding als bedoeld in art. 7:267, lid 1, BW tussen…
Gerechtshof Amsterdam|25 november 2014|ECLI:NL:GHAMS:2014:5099
uitgegaan kan worden van een duurzame gemeenschappelijke huishouding als bedoeld in artikel 7:267 BW. Het bewijsaanbod is op dat punt onvoldoende gespecificeerd en zal om die reden worden gepasseerd. De door … belangrijke aanwijzing voor het bestaan van de duurzame samenleving als bedoeld in artikel 7:267 BW) is, ondanks het feit dat ook de kantonrechter al constateerde dat hetgeen door [Appellante
- Civiel recht overigHoger beroepArt. 7:267, lid 3 BW; duurzame gemeenschappelijke huishouding die reeds 50 jaar duurt van moeder en dochter…
Gerechtshof Den Haag|3 december 2019|ECLI:NL:GHDHA:2019:3133
bezwaar; zij heeft haar incidentele grief daartegen gericht. [geïntimeerde 2] c.s. stelt dat art. 7:267 BW geen ruimte biedt voor een belangenafweging. 16. Op zich is juist, zoals [naam B.V.] stelt … woning zal nemen en na twee jaar ook een verzoek ex art. 7:267 BW zal doen, in deze procedure geen rol kan spelen. 17. Met de zesde grief betoogt [naam
- Civiel recht overigHoger beroepEindarrest na niet-verschijnen tijdens mondelinge behandeling en niet verstrekken van in tussenarrest (zie…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|22 augustus 2023|ECLI:NL:GHARL:2023:7048
Zoals al in het tussenarrest is overwogen, moet om op grond van artikel 7:267 BW als medehuurders te kunnen worden aangemerkt er sprake van zijn dat [appellant4] en [appellante3] tenminste twee … volgende. Is sprake van een hoofdverblijf? 3.6 Van hoofdverblijf in de zin van artikel 7:267 BW is sprake als het leven van de beoogde medehuurder(s) zich in hoofdzaak
- VerbintenissenrechtHoger beroephuur woonruimte; recht op medehuurderschap; bejaarde vader wordt verzorgd door zoon; zoon woonde ook al bij…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|18 maart 2025|ECLI:NL:GHSHE:2025:713
twee jaar zijn hoofdverblijf heeft in het gehuurde, zodat voor de toepassing van art. 7:267 BW in dit geval uitsluitend van belang is of sprake is van een duurzame gemeenschappelijke huishouding … verzorgd. Zoals hiervoor al is overwogen, is juist voor een situatie zoals deze artikel 7:267 BW bedoeld, terwijl uit lid 2 van die bepaling volgt dat een tekortkoming als hier
- Civiel recht overigHoger beroepHuurrecht. Kort geding. Geen sprake van medehuurderschap. Geen recht op parkeerplek naast het gehuurde, ook…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|18 augustus 2026|ECLI:NL:GHARL:2026:5330
persoon die betaalt en de verhuurder ontstaan. Voor zover [appellant1] zich beroept op artikel 7:267 BW, is van belang dat dat artikel voorschrijft dat de huurder en de persoon … instemming door Emmagroep) en ook niet op grond van een rechterlijk oordeel ingevolge artikel 7:267 BW. [appellant1] c.s heeft haar subsidiaire standpunt dat Emmagroep anderszins (wettelijke) verplichtingen heeft richting [appellant2
- VerbintenissenrechtHoger beroephuurrecht, wietplantage, geen medehuurder
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|29 december 2020|ECLI:NL:GHSHE:2020:4023
Woonpartners dat de vordering van [geintimeerde 2] niet aan de wettelijke eisen uit art. 7: 267 BW voldoet. 3.6.3. Het hof overweegt als volgt. Als het hof er veronderstellenderwijs … verzoek. In verband met hetgeen hiervoor is overwogen, brengt een redelijke toepassing van art. 7:267 BW mee dat de rechter de bevoegdheid heeft om, in verband met de omstandigheden
- Civiel recht overigHoger beroepToewijzing vordering ex artikel 7:268 lid 2 BW. Duurzame gemeenschappelijke huishouding van moeder en…
Gerechtshof Amsterdam|10 december 2019|ECLI:NL:GHAMS:2019:4413Aangehaald in 9 uitspraken
zijn moeder in 2013 een verzoek tot medehuurderschap in de zin van artikel 7:267 BW aan Rochdale hebben gedaan. In 2016 heeft [appellant] zich in verband met een ruzie met zijn
- VerbintenissenrechtHoger beroephuurrecht; medehuurderschap ex artikel 7:267 lid 1 BW; duurzame gemeenschappelijke huishouding ‘terugkerend…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|11 januari 2022|ECLI:NL:GHSHE:2022:27
zoon] als medehuurder van [de moeder] moet worden aangemerkt in de zin van artikel 7:267 BW. 3.1.2. [de moeder] huurt sinds 15 oktober 2005 een woning van de woningstichting
- Civiel recht overigHoger beroepHuur; ontbinding?; voortzetting huur op grond van 7:268 lid 2 BW; verzoek niet binnen zes maanden
Gerechtshof Den Haag|8 april 2014|ECLI:NL:GHDHA:2014:1248
hebben voldaan, is hij dus in elk geval nooit via de weg van artikel 7:267 BW medehuurder geworden. Dit betekent ook dat [appellant] na het overlijden van zijn moeder niet
- Civiel recht overigHoger beroepHuur. Vertrek uit woning. Hoofdelijke aansprakelijkheid huurder voor periode daarna.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|28 mei 2019|ECLI:NL:GHSHE:2019:2000
huur is aangegaan en ieder van de personen die op grond van artikel 7:267 BW medehuurder of huurder is. [appellante] is geen (mede)huurder krachtens het bepaalde in artikel 7:267
- Civiel recht overigHoger beroepVoortzetting huur door ‘samenwoner’ die geen medehuurder is in geval van overlijden van de huurder. Het…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|31 oktober 2017|ECLI:NL:GHSHE:2017:4703
belang dat de wet in dit geval, anders dan het in artikel 7:267 BW bedoelde geval van medehuurderschap, geen minimumtermijn van samenwoning vereist om in aanmerking te kunnen komen voor toewijzing
- VerbintenissenrechtHoger beroepOntbinding huurovereenkomst omdat huurder niet zijn hoofdverblijf heeft in het gehuurde. Bewijsvermoeden…
Gerechtshof Den Haag|5 maart 2019|ECLI:NL:GHDHA:2019:383
medehuurder van de woning. Evenmin hebben [appellant] en [naam 2] op grond van artikel 7:267 BW een gezamenlijk verzoek gericht tot Vestia tot instemming met een medehuurderschap van [naam
- Civiel recht overigHoger beroepHuur woonruimte; kort geding; verhuurder vordert ontruiming; brief met verzoek tot huurovername door…
Gerechtshof Amsterdam|5 april 2016|ECLI:NL:GHAMS:2016:1307
zijn geschreven - het verzoek tot medehuurderschap niet aan de vereisten van art. 7:267 BW voldeed, omdat de gemeenschappelijke huishouding van betrokkenen reeds vijf maanden vóór het verzoek was beëindigd
- Civiel recht overigHoger beroepmedehuurderschap?; hoofdverblijf?
Gerechtshof Den Haag|29 oktober 2013|ECLI:NL:GHDHA:2013:5281
verklaring alleen al daarom niet als uitdrukkelijk verzoek als bedoeld in art. 7:267 BW kan worden aangemerkt, heeft ook te gelden dat de verklaring door de beheerder/verhuurder niet als een zodanig
- Civiel recht overigHoger beroepGerechtshof 's-Gravenhage · Hoger beroep · Civiel recht overig
Gerechtshof 's-Gravenhage|17 februari 2009|ECLI:NL:GHSGR:2009:BH9323
BW geldt dat om [geïntimeerde] partij bij die overeenkomst te maken, de door art. 7:267 BW voorgeschreven procedure gevolgd had dienen te worden. Vast staat dat dit niet is gebeurd. Mitsdien
- Civiel recht overigHoger beroepWoonrecht; Medehuurderschap
Gerechtshof Amsterdam|27 oktober 2009|ECLI:NL:GHAMS:2009:BL6878
beroept zich op de wetsgeschiedenis (Memorie van Toelichting bij artikel 7: 1623b BW, thans 7: 267 BW), inhoudende dat de bepaling onder b. beoogt de kantonrechter de mogelijkheid te geven gevallen
- Civiel recht overigHoger beroepVordering bepaling medehuurderschap ex art. 7:267 lid 3 aanhef en sub a BW. Duurzame gemeenschappelijke…
Gerechtshof Amsterdam|11 juli 2017|ECLI:NL:GHAMS:2017:2732
AWBZ en de WMO. Aan de vereisten voor medehuurderschap als bedoeld in artikel 7:267 BW is voldaan, omdat tussen [appellante sub 1] en oma een duurzame gemeenschappelijke huishouding bestaat, aldus
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.