41 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|22 mei 2001|ECLI:NL:PHR:2001:ZD2667
sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 lid 1 EVRM, en, zo ja, voor wiens rekening die dient te komen, alsook met welk gevolg
- Personen- en familierechtEerste aanleg - enkelvoudigRechtbank Maastricht · Eerste aanleg - enkelvoudig · Personen- en familierecht
Rechtbank Maastricht|1 november 2001|ECLI:NL:RBMAA:2001:AE0486
geen ander doel dan om aan de vader verwezenlijking van diens uit artikel 8 lid 1 EVRM voortvloeiende uitspraak op erkenning te onthouden. De rechtbank dient derhalve te beoordelen of de erkenning
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|30 oktober 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB2946
niet met zoveel woorden aangevoerd dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 lid 1 EVRM zou zijn overschreden waaraan het gevolg van de niet-ontvankelijkheid van het OM zou moeten
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|18 september 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB2963
samenhang met art. 6, lid 1 EVRM. 13. De vergelijking die de stellers van het middel met de onderhavige zaak maken gaat mank. De Opiumwet bevat diverse verboden die al dan niet
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|17 april 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB1333
verdachte niet heeft plaatsgevonden binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, lid 1, EVRM. Het hof is tevens van oordeel dat bij afweging van het belang dat de maatschappij heeft
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|23 oktober 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB3175
verzet niet meer als een onpartijdige rechter in de zin van art. 6 lid 1 EVRM kan behandelen. 16. De tweede klacht ziet op het feit dat door de voorzitter is gemeld
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|5 juni 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB1947
langer tijdsverloop kunnen rechtvaardigen) een inbreuk oplevert op het in art. 6 lid 1 EVRM gewaarborgde recht op berechting binnen een redelijke termijn, zal vastgesteld moeten worden - nu daarover wordt geklaagd
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|27 februari 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB0262
eerste lid, EVRM toekomende recht op berechting binnen een redelijke termijn, dat de ingevolge art. 1 EVRM op Nederland rustende verplichting om dat recht te verzekeren aan de uit het te dezen
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|9 januari 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AA9370
recht op berechting binnen een redelijke termijn, als bedoeld in art. 6 lid 1 EVRM, is geschonden. 28. Het middel treft derhalve geen doel. 29. In het vijfde middel wordt geklaagd over
- Civiel recht overigHoger beroepGerechtshof Amsterdam · Hoger beroep · Civiel recht overig
Gerechtshof Amsterdam|4 januari 2001|ECLI:NL:GHAMS:2001:AA9299
4 januari 2001 P E R S E X E M P L A A R GERECHTSHOF TE AMSTERDAM VIERDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER ARREST in de gevoegde zaken van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Jan Jong Holding B.V., gevestigd te Bovenkarspel, APPELLANTE in de zaak met rolnummer 74/00 SKG, GEÏNTIMEERDE in de zaak met…
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|4 december 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AD5155
rechten in art. 6 EVRM en 14 IVBP gegarandeerd dat de ingevolge art. 1 EVRM en art. 2 lid 1 IVBP op Nederland rustende verplichting om dat recht te verzekeren
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|19 juni 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB2204
Grondwet. Het maken van handelsreclame valt namelijk mede onder de bescherming van art. 10 lid 1 EVRM waarin het recht van "freedom of expression" is geregeld. Hieronder moet mede worden geacht
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|17 april 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB1332
verdachte heeft plaatsgevonden binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, lid 1, EVRM. Het hof verwerpt derhalve dit verweer." 3.3. De toelichting op het eerste middel verwijst naar hetgeen
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|20 november 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AD4290
neergelegd recht van [de opgeëiste persoon] heeft voorgedaan die zou meebrengen dat de ingevolge art. 1 EVRM op Nederland rustende verplichting om dat recht te verzekeren in de weg staat aan nakoming
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|3 juli 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB2732
verschoningsrecht van een arts ten grondslag liggende belang al onder de werking van art.8 lid 1 EVRM zou vallen is het de nationale wetgever geoorloofd inbreuk op dat recht verder te beperken
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|17 april 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB1331
verdachte niet heeft plaatsgevonden binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, -lid 1, EVRM. Het hof is tevens van oordeel dat bij afweging van het belang dat de maatschappij heeft
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|13 februari 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AA9957
geeft het EHRM de accenten aan die het in zijn rechtspraak over art. 6 lid 1 EVRM en art. 6 lid 3 onder c EVRM in de loop der jaren heeft geplaatst
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|11 mei 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB1559
privéleven van een werknemer diepgaand (kunnen) raken, vloeit m.i. mede voort uit art. 8 lid 1 EVRM. Dat dit recht - uiteraard - niet onverkort geldt, vloeit voor Nederlands recht onder meer voort
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|28 augustus 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB2877
zijn aan een strafproces dat in strijd is met art. 5 en 6, lid 1 EVRM." Ter toelichting heeft de raadsvrouw daarbij aangevoerd dat uit de stukken blijkt dat is afgeluisterd
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|30 januari 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AA9811
middelen van cassatie voorgesteld. 3. In het eerste middel wordt betoogd dat art. 6 lid 1 EVRM, algemene beginselen van een behoorlijke procesorde en art. 359a in verband
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.