Zoekresultaten

Voor “"1 EVRM"”

Naar resultaten Uitgebreid zoeken

47 uitspraken gevonden

Sorteer op: Relevantie
  • BelastingrechtCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Belastingrecht

    Hoge Raad9 augustus 2002ECLI:NL:HR:2002:AE6375

    beslissing inzake de verhoging geen rekening heeft gehouden met de in artikel 6, lid 1, EVRM neergelegde eis van behandeling van de zaak binnen een redelijke termijn. Het middel faalt

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad4 juni 2002ECLI:NL:PHR:2002:AD9474

    verkeerd vertrekpunt kiest. Uitgangspunt zou moeten zijn dat schending van art.6 lid 1 EVRM, bijvoorbeeld doordat materiaal zoekraakt, bewust is geschied en dat enkel van die uitgangsstelling kan worden afgeweken indien … steller van het middel genoemde zaak Edwards(1) heeft het EHRM geoordeeld dat art.6 lid 1 EVRM verlangt dat "all material evidence for or against the accused" aan de verdediging wordt geopenbaard

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad25 oktober 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE8451

    Rolnr. C01/145 mr J. Spier Zitting 6 september 2002 (bij vervroeging)(1

  • Strafrecht overigCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig

    Hoge Raad15 oktober 2002ECLI:NL:HR:2002:AE6874

    vallen onder de bescherming van artikel 7, lid 1 Grondwet en artikel 10, lid 1, EVRM, zoals door de raadsman van [verdachte] is betoogd - wordt hiermee door de rechtbank verworpen. Blijkens artikel

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad25 juni 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE3548

    acht-maanden-termijn is overschreden, kan onbesproken blijven nu het in art. 6 lid 1 EVRM neergelegde recht op berechting binnen redelijke termijn bij de behandeling van de zaak in cassatie reeds

  • Strafrecht overigHoger beroep
    1) Cocaïne op verschillende tijdstippen tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk binnen het…

    Gerechtshof Amsterdam15 augustus 2002ECLI:NL:GHAMS:2002:AE7961

    raadsman bedoelde periode niet heeft geleid tot een overschrijding van de in artikel 6 lid 1 EVRM bedoelde redelijke termijn van behandeling van de zaak in hoger beroep, terwijl de totale duur

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad14 mei 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE1321

    genomen binnen een redelijke termijn en zonder onredelijke vertraging als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM plaatsvindt, dient het hof alle daartoe in aanmerking komende omstandigheden te betrekken, zoals de ingewikkeldheid

  • Strafrecht overigHoger beroep
    1) Cocaïne op verschillende tijdstippen tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk binnen het…

    Gerechtshof Amsterdam15 augustus 2002ECLI:NL:GHAMS:2002:AE7954

    raadsman bedoelde periode niet heeft geleid tot een overschrijding van de in artikel 6 lid 1 EVRM bedoelde redelijke termijn van behandeling van de zaak in hoger beroep, terwijl de totale duur

  • Personen- en familierecht
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht

    Parket bij de Hoge Raad29 maart 2002ECLI:NL:PHR:2002:AD8191

    kleinkind van gezinsleven (family life, vie familiale) als bedoeld in art. 8 lid 1 EVRM en dat in zoverre strengere eisen moeten worden gesteld dan in de gevallen, bedoeld

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad24 september 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE6122

    recht om binnen redelijke termijn te worden berecht zoals is neergelegd in art. 6 lid 1 EVRM. 16. Voor wat betreft de duur van de behandeling van de zaak

  • Civiel recht overigKort geding
    Rechtbank 's-Gravenhage · Kort geding · Civiel recht overig

    Rechtbank 's-Gravenhage11 januari 2002ECLI:NL:RBSGR:2002:AD8375

    persoonlijk betreffende omstandigheden. 3.5. Daarnaast heeft eiser zich beroepen op schending van artikel 6 lid 1 EVRM. Eiser meent dat dit artikel meebrengt dat de garantie moet worden bedongen dat hij binnen

  • Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudig
    Rechtbank Amsterdam · Eerste aanleg - meervoudig · Strafrecht overig

    Rechtbank Amsterdam3 december 2002ECLI:NL:RBAMS:2002:AF1639

    telastegelegde feit wegens ernstige overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, lid 1 EVRM. Voor compensatie in de zin van strafvermindering ziet de rechtbank - gelet op de omstandigheden - geen

  • VreemdelingenrechtHoger beroep
    Gerechtshof 's-Gravenhage · Hoger beroep · Vreemdelingenrecht

    Gerechtshof 's-Gravenhage31 oktober 2002ECLI:NL:GHSGR:2002:AE9573

    deze omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, vrijheidsontneming in de zin van art. 5 lid 1 EVRM opleveren. Met name acht het hof daartoe van belang de beperkte bewegingsvrijheid die de asielzoeker tijdens

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad25 juni 2002ECLI:NL:PHR:2002:AD8950

    binnen redelijke termijn te worden berecht, zoals dat is neergelegd in art. 6 lid 1 EVRM. Het middel is gegrond aangezien de stukken meer dan 8 maanden na het instellen van beroep

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad12 februari 2002ECLI:NL:PHR:2002:ZD2938

    ontvankelijkheid van het beklag in overeenstemming is met de sterk verruimde invloed die art.6 lid 1 EVRM inmiddels op de Nederlandse rechtsorde heeft. De verbeurdverklaring is beslissend voor de "private rights

  • Civiel recht overigKort geding
    Rechtbank 's-Gravenhage · Kort geding · Civiel recht overig

    Rechtbank 's-Gravenhage26 februari 2002ECLI:NL:RBSGR:2002:AD9602

    haar voorschriften waarin de bescherming van de rechten van de verdachte zijn vastgelegd. Uit artikel 1 EVRM en uit artikel VI lid 2 van de zetelovereenkomst volgt immers dat volledige handhaving

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad22 februari 2002ECLI:NL:PHR:2002:AD5356

    Rolnr. C00/227HR Mr L. Strikwerda Zt. 2 nov. 2001 Conclusie inzake N.V. Verzekering Maatschappij Woudsend Anno 1916 tegen [Verweerster] Edelhoogachtbaar College, 1. Het gaat in deze zaak om de vraag naar de mogelijkheid van vergoeding van zgn. shockschade. Aanleiding vormt een ernstig verkeersongeval waarbij [...],…

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad1 oktober 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE5611

    berechting van verdachte niet heeft plaatsgehad binnen redelijke termijn als bedoeld in art. 6 lid 1 EVRM. Dit verweer wordt mitsdien verworpen." 18. Deze beslissing wordt op feitelijke gronden betwist. De steller

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad15 oktober 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE6874

    vallen onder de bescherming van artikel 7, lid 1 Grondwet en artikel 10, lid 1, EVRM, zoals door de raadsman van [verdachte] is betoogd - wordt hiermee door de rechtbank verworpen. Blijkens artikel

  • Personen- en familierecht
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht

    Parket bij de Hoge Raad26 april 2002ECLI:NL:PHR:2002:AD9334

    daaruit te verkrijgen medische gegevens een inbreuk op zijn - door art. 8 lid 1 EVRM beschermde - privé-leven vormen. De man heeft volstaan met de stelling, dat een medische keuring niet nodig

Zoektips

Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.