63 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|27 oktober 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA7913
onjuiste rechtsopvatting heeft de Rechtbank blijk gegeven indien zij het bepaalde bij art. 192 lid 1 Rv. mocht hebben miskend. Mocht de Rechtbank deze bepaling niet uit het oog hebben verloren, maar
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|21 april 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA5595
voorgelegd, had de Rechtbank deze dan ook op de voet van art. 157a lid 1 Rv. in de stand van hoger beroep behoren te verwijzen naar het gerechtshof. Doende wat de Rechtbank
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|15 september 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA7104
cassatie is ingediend door verzoeker zelf en niet - zoals vereist door art. 426a lid 1 Rv - is getekend door een advocaat bij de Hoge Raad, is verzoeker niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep
- Civiel recht overigHoger beroepGerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep · Civiel recht overig
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|19 december 2000|ECLI:NL:GHSHE:2000:AA9379
dergelijk vonnis, waarbij de bevoegdheid is aangenomen, staat te dien aanzien -ingevolge artikel 157b lid 1 Rv- alleen hogere voorziening open op grond dat de rechter onbevoegd is uit hoofde
- Personen- en familierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht
Parket bij de Hoge Raad|17 november 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA8359
Verzoekster heeft echter niet voldaan aan de voorwaarde van art. 426b lid 1 Rv. Zij heeft evenmin de bestreden uitspraak en de stukken van het geding overgelegd, zodat de Hoge Raad noch
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|24 november 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA8734
heeft eiser tot cassatie verstek gevraagd. 5. Het met nietigheid bedreigde gebrek (art. 91 lid 1 Rv) dat aan de cassatiedagvaarding kleefde is niet hersteld door het op 12 juli 2000 uitgebrachte
- Civiel recht overigHoger beroepGerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep · Civiel recht overig
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|19 december 2000|ECLI:NL:GHSHE:2000:AA9383
wijs is [appellante] naar zij stelt, mede gelet op het feit dat art. 213 lid 1 Rv dan niet geldt, geslaagd. 4.3. In de klacht dat het probandum te beperkt is geweest
- Personen- en familierechtHoger beroepGerechtshof 's-Gravenhage · Hoger beroep · Personen- en familierecht
Gerechtshof 's-Gravenhage|13 december 2000|ECLI:NL:GHSGR:2000:AA9933
voorzieningen. Als hoofdregel geldt dat van een dergelijke beschikking op grond van art. 824 lid 1 Rv. geen hoger beroep openstaat. Dit is slechts anders indien de rechtbank bij het geven
- Personen- en familierechtKort gedingRechtbank Groningen · Kort geding · Personen- en familierecht
Rechtbank Groningen|20 juli 2000|ECLI:NL:RBGRO:2000:AA6592
worden opgelegd in verband met het bepaalde in de tweede volzin van artikel 611a lid 1 Rv. Nu partijen echtelieden zijn, zullen de proceskosten worden gecompenseerd. BESLISSING De president: veroordeelt gedaagde
- Personen- en familierechtHoger beroepGerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep · Personen- en familierecht
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|11 oktober 2000|ECLI:NL:GHSHE:2000:AA7473
diezelfde dag is B geplaatst in een gesloten inrichting. 4.5. Blijkens artikel 806 lid 1 Rv kan van een beschikking als de onderhavige hoger beroep worden ingesteld door iedere belanghebbende. Het moet
- Civiel recht overigEerste aanleg - meervoudigRechtbank 's-Gravenhage · Eerste aanleg - meervoudig · Civiel recht overig
Rechtbank 's-Gravenhage|11 oktober 2000|ECLI:NL:RBSGR:2000:AA7420
rechter-commissaris wordt benoemd. Bepaalt, in afwijking van het bepaalde in artikel 216 lid 1 Rv dat de griffier van deze rechtbank een afschrift van deze beschik-king aan alle partijen dient
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|22 december 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA9137
maanden geldt, kan voor de berekening van de cassatietermijn de hoofdregel van art. 426 lid 1 Rv worden aangehouden (HR 20 februari 1998, NJ 1999, 561 m.nt. HJS; HR 19 november
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|6 oktober 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA7360
antwoord is in de regel het laatste gedingstuk in hoger beroep (art. 347 lid 1 Rv), zodat de appellant geen gelegenheid heeft gekregen zich uit te laten over hetgeen de wederpartij
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|25 februari 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA4936
ontbreken van rechtsmacht van de Nederlandse rechter, hetzij op grond van art. 1022 lid 1 Rv, hetzij wegens absolute onbevoegdheid. In zodanige gevallen moet de zaak naar de eerste rechter worden teruggewezen
- Civiel recht overigHoger beroepGerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep · Civiel recht overig
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|26 oktober 2000|ECLI:NL:GHSHE:2000:AA8190
niet worden ontvangen, aangezien de beroepstermijn is verstreken. 4.16.1. Art. 339, lid 1 Rv en de daarop gebaseerde rechtspraak voorziet niet in de mogelijkheid dat IDM in het kader van het hoger
- Personen- en familierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht
Parket bij de Hoge Raad|14 april 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA5515
ingekomen5. Volgens de vrouw was de appeltermijn van art. 806 lid 1 Rv op 15 september 1998 verlopen, aangezien de beschikking van de rechtbank op 14 juli 1998 door de griffier
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|1 december 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA8716
kantonrechter verzoeken een gerechtelijke plaatsopneming te gelasten (art. 182 lid 1 jo art. 226 lid 1 Rv). Gesteld noch gebleken is dat de kantonrechter [verzoekster] ten onrechte heeft beperkt in deze voor
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|27 oktober 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA7913
partijen het verzoekt.3 Deze regel geldt ingevolge het bepaalde in art. 353 lid 1 Rv. tevens in hoger beroep.4 3.3 De rechter kan een bewijsaanbod gemotiveerd passeren. Het middel
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|28 april 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA5649
beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden (Advocaat-Generaal) Art. 426 lid 1 Rv: twee maanden). 2 De klacht verwijst, kennelijk bij vergissing, naar r.o. 1. 3 Op 1
- InsolventierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Insolventierecht
Parket bij de Hoge Raad|15 december 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA9052
beslissen dat de mogelijkheid tot kostenveroordeling ook bestaat voor verzoekschriftprocedures waarvoor titel 12 van Boek 1 Rv niet in werking is getreden, "tenzij uit de wet het tegendeel voortvloeit"(3). 2.1.3.3. Waar
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.