139 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Personen- en familierechtHoger beroepHet hof stelt voorop dat partijen het erover eens zijn dat de gezondheidstoestand van de rechthebbende…
Gerechtshof Arnhem|2 december 2003|ECLI:NL:GHARN:2003:AO4941
verzoekster betwist. 4.4 Het hof overweegt daaromtrent als volgt. Op grond van artikel 798 lid 1 Rv wordt bij de rechtspleging in zaken betreffende het personen- en familierecht onder belanghebbende verstaan degene … oordeel dat verzoekster geen belanghebbende is in de zin van artikel 798, lid 1 Rv aangezien de onderhavige procedures niet rechtstreeks betrekking hebben op haar rechten of verplichtingen. Het enkele feit
- Personen- en familierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht
Parket bij de Hoge Raad|14 februari 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AF1309
voor het laatste heeft gekozen. 2.12 Vanaf 1 januari 2002 schrijft artikel 426 lid 1 Rv. een algemene cassatietermijn voor van drie maanden - i.p.v. twee maanden(11) - te rekenen
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|10 januari 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AF0225
gevoerde procedure een dagvaardingsprocedure is, had het cassatieberoep ingevolge het bepaalde in art. 407 lid 1 Rv bij dagvaarding moeten worden ingesteld. De voormelde brief d.d. 28 augustus 2002 is geen dagvaarding … kantonrechter is gegeven op rekest, had het verzoekschrift ingevolge het bepaalde in art. 426a lid 1 Rv getekend moeten worden door een advocaat bij de Hoge Raad. De voormelde brief
- Personen- en familierechtCassatie28 november 2003 Eerste Kamer Rek.nr. R03/009HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De…
Hoge Raad|28 november 2003|ECLI:NL:HR:2003:AN8489Aangehaald in 61 uitspraken
cassatie ervan worden uitgegaan dat in strijd met het bepaalde in art. 805 lid 1 Rv. niet eerder dan 17 januari 2002 aan de (procureur van de) moeder een afschrift
- Civiel recht overig5 september 2003 Eerste Kamer Nr. C02/265HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser]…
Parket bij de Hoge Raad|5 september 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AF7537
geregeld in de art. 263 tot en met 272(11). 2.2 Art. 263 lid 1 Rv. oud bepaalt, voorzover thans van belang, dat indien in de loop van een geding een procureur … hoofdzaak moet dan worden geschorst tot aan het vonnis van ontkentenis (art. 266 lid 1 Rv. oud). De Fransen noemden dit incident een "désaveu incidentel". 2.6 Blijkens de artikelen
- Civiel recht overig11 juli 2003 Eerste Kamer Nr. C03/130HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende…
Parket bij de Hoge Raad|11 juli 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AH9611
zake woonplaats heeft gekozen, een en ander in de zin van art. 63 lid 1 Rv. 3. Bij zijn poging de dagvaarding aan het kantoor van mr. Van Dam te betekenen, heeft … deze of een andere zich daar bevindende persoon tracht te betekenen (art. 46 lid 1 Rv), maar (volgens art. 47 lid 1 eerste volzin Rv:) "aan geen van de in artikel
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|7 maart 2003|ECLI:NL:HR:2003:AF1304Aangehaald in 25 uitspraken
deurwaardersexploot was aangezegd, het op nihil stellen van de in art. 439 lid 1 Rv. bedoelde en gebruikelijk op twee dagen gestelde termijn en het niet in acht nemen van het vereiste
- Personen- en familierechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Personen- en familierecht
Hoge Raad|31 januari 2003|ECLI:NL:HR:2003:AF0201Aangehaald in 14 uitspraken
alle middelen kan worden geleverd (art. 179 lid 1 (oud) Rv., thans art. 152 lid 1 Rv.), tenzij de wet anders bepaalt. Indien een partij in een geding zich op (bewijs)materiaal
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigRechtbank Amsterdam · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig
Rechtbank Amsterdam|5 februari 2003|ECLI:NL:RBAMS:2003:AF6469
gevorderd, en dagvaarding geschiedt bij exploit. Dit volgt uit het bepaalde in artikel 78 lid 1 Rv jo de artikelen 111 lid 1 Rv en 56 Rv. 10. Het andersluidende betoog
- Personen- en familierecht10 oktober 2003 Eerste Kamer Rek.nr. R02/095HR JMH/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van…
Parket bij de Hoge Raad|10 oktober 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AL8115
verzoekschrift een afschrift daarvan te betekenen aan de andere echtgenoot (art. 816 lid 1 Rv.). Hier speelt het verdedigingsbeginsel een doorslaggevende rol. Volgens de parlementaire geschiedenis biedt inschakeling van een deurwaarder, zeker … eisen van art. 45 lid 2 Rv. Aldus is het bepaalde in art. 816 lid 1 Rv. niet in acht genomen, zodat ingevolge art. 816 lid 3 Rv
- Personen- en familierecht10 oktober 2003 Eerste Kamer Rek.nr. R03/036HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [de…
Parket bij de Hoge Raad|10 oktober 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AI0367
zijn inleidend verzoek, althans dit verzoek af te wijzen. Ingevolge artikel 359 jo. 278 lid 1 Rv dient het appelschrift een duidelijke omschrijving te bevatten van de gronden waarop het beroep berust … gronden te worden vermeld waarop het hoger beroep rust (art. 359 en 278 lid 1 Rv.)(5). Een appellant behoort aan de rechter en de verweerder in hoger beroep kenbaar te maken
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|9 mei 2003|ECLI:NL:HR:2003:AF8362
curator in de faillissementen van de B.V.'s. Ingevolge het bepaalde in art. 120 lid 1 Rv. is het exploot van de cassatiedagvaarding derhalve nietig. Nu het exploot evenwel is betekend
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|17 januari 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AF0159
heeft de Hoge Raad overwogen (r.o. 3.8): "De in art. 213 lid 1 Rv. neergelegde regel dat hetgeen door een partij-getuige is verklaard geen bewijs te haren voordele kan opleveren indien … uitgesproken oordeel over de strekking van art. 213 lid 1 (oud), thans art. 164 lid 1 Rv, bij de beoordeling van de bewijskracht van een bij tegenbewijs afgelegde partijgetuigenverklaring. Onderdeel 1 slaagt
- Personen- en familierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht
Parket bij de Hoge Raad|31 januari 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AF0872
anders geformuleerde vragen en antwoorden. De regel die thans is vastgelegd in art. 194 lid 1 Rv doet m.i. hieraan niet af. Deze regel houdt niet meer in dan dat het vonnis … hoger beroep niet verschenen. 4 Hier geldt de gewone termijn van art. 426 lid 1 Rv; vgl. T&C Rv aant. 3-4 op art. 806 (Nauta). 5 HR 22 oktober
- Civiel recht overigCassatie11 juli 2003 Eerste Kamer Nr. C03/130HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende…
Hoge Raad|11 juli 2003|ECLI:NL:HR:2003:AH9611
verweerder] laatstelijk ter zake woonplaats heeft gekozen in de zin van art. 63 lid 1 Rv. Omdat de deurwaarder aldaar niemand aantrof aan wie rechtsgeldig afschrift kon worden gelaten, heeft
- Civiel recht overig12 september 2003 Eerste Kamer Nr. C02/097HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser]…
Parket bij de Hoge Raad|12 september 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AF9433
arbiters. In het arrest van het hof wordt overeenkomstig het bepaalde in art. 1022 lid 1 Rv. met onbevoegdverklaring van de rechtbank volstaan. Zoals uit dit wettelijk voorschrift reeds volgt, wordt daarmee … wordt gebaseerd op onrechtmatige daad. Mede op grond van de tekst van art. 1020 lid 1 Rv. wordt algemeen aangenomen dat geschillen over rechten en verplichtingen, welke ter vrije bepaling
- Civiel recht overig19 december 2003 Eerste Kamer Nr. C03/168HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [de man]…
Parket bij de Hoge Raad|19 december 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AN7540
401a lid 2 Rv. wordt verstaan onder een tussenvonnis (rov. 3.3): "Uit art. 232 lid 1 Rv., inhoudende dat de rechter, voordat hij definitief over de zaak beslist, een tussenvonnis kan wijzen … rechter nog niet definitief over de zaak beslist. Met het bepaalde in art. 232 lid 1 Rv. is niet een breuk beoogd met de vaste rechtspraak volgens welke onder een eindvonnis
- Personen- en familierechtEerste aanleg - enkelvoudigRechtbank Maastricht · Eerste aanleg - enkelvoudig · Personen- en familierecht
Rechtbank Maastricht|9 april 2003|ECLI:NL:RBMAA:2003:AF7142
hand van het bepaalde in de artikelen 111 lid 2 sub f en 120 lid 1 Rv alsmede op grond van het bepaalde in bijlage A van het landelijk Rolreglement vastgesteld … Partijen zijn ex-echtelieden. Mede in verband met het bepaalde in artikel 237 lid 1 Rv zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna in het dictum zal worden bepaald
- Civiel recht overig19 december 2003 Eerste Kamer Rek.nr. R03/017HR JMH/HJH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van…
Parket bij de Hoge Raad|19 december 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AL8610
waarin voorlopig deskundigenbericht bevolen is, gehouden is daaraan haar medewerking te verlenen (art. 205 lid 1 Rv. jo. art. 198 lid 3 Rv.(7)). De partij die, in weerwil van het feit … selectie van de door het hof vastgestelde feiten is weergegeven. 4 Art. 426 lid 1 Rv. 5 HR 19 februari 1993, NJ 1994, 345 m.nt. HJS, rov. 3.4; HR 24 juni
- Personen- en familierechtCassatie10 oktober 2003 Eerste Kamer Rek.nr. R02/095HR JMH/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van…
Hoge Raad|10 oktober 2003|ECLI:NL:HR:2003:AL8115
voorlopige voorzieningen niet aan de wederpartij behoeft te worden betekend, terwijl ingevolge art. 816 lid 1 Rv. het verzoekschrift waarin echtscheiding wordt verzocht wel aan de wederpartij moet worden betekend
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.