156 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigKort gedingKernvraag is of gedaagden gehouden zijn het in het op 8 oktober 2003 tussen partijen gewezen arbitraal vonnis…
Rechtbank Arnhem|15 november 2005|ECLI:NL:RBARN:2005:AV0535
vonnis van 8 oktober 2003 een eindvonnis is. Ingevolge het bepaalde in artikel 1059 lid 1 Rv heeft dit vonnis daarmee reeds op 8 oktober 2003 gezag van gewijsde gekregen. Voorts … partijen bij overeenkomst hebben voorzien in de mogelijkheid van arbitraal hoger beroep (artikel 1050 lid 1 Rv). Daarmee heeft het arbitraal vonnis op 8 oktober 2003 ook kracht van gewijsde gekregen
- Civiel recht overigCassatie29 april 2005 Eerste Kamer Nr. C04/279HR JMH/RM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: De stichting…
Hoge Raad|29 april 2005|ECLI:NL:HR:2005:AS8913Aangehaald in 5 uitspraken
indien tegen dat vonnis een rechtsmiddel is aangewend. Dat voorschrift is ingevolge art. 418a lid 1 Rv. ook op de cassatieprocedure van toepassing. Er bestaat geen grond die mogelijkheid, opgenomen … zaak niet mag voortvloeien dat uitvoerbaarverklaring bij voorraad niet in aanmerking komt (art. 233 lid 1 Rv.). Voor toewijzing van de incidentele vordering is voorts vereist dat de eisende partij belang heeft
- Civiel recht overigCassatieVerstekverlening; cassatiedagvaarding aanvankelijk betekend ten kantore van de appel-advocaat van de…
Hoge Raad|23 december 2005|ECLI:NL:HR:2005:AU7765
niet aan de eisen, vermeld in de Zesde afdeling van de Eerste titel van Boek 1 Rv., in het bijzonder niet aan die van art. 63 lid 1 … 1 Rv. Uit geen der overgelegde gedingstukken van de procedure in hoger beroep blijkt immers dat [verweerster] c.s. in de vorige instantie woonplaats gekozen hebben ten kantore van mr. Schenkhuizen, terwijl
- Civiel recht overig23 september 2005 Eerste Kamer Nr. C04/148HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser]…
Parket bij de Hoge Raad|23 september 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AT4071
licht van art. 81 Rv. oud moet worden bezien. 2.4 Art. 81 lid 1 Rv. oud bepaalt - voor zover in cassatie van belang - dat het verzet moet worden gedaan binnen veertien dagen … vonnis of de aangevangen tenuitvoerlegging hem bekend is. Het huidige recht, art. 143 lid 1 Rv., stemt op dit punt overeen met art. 81, zij het dat de verzettermijn thans vier weken
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigDe vordering van de curator betreft de nakoming van een in 1992 gesloten overeenkomst van geldlening. Verjaring?
Rechtbank Arnhem|6 juli 2005|ECLI:NL:RBARN:2005:AU1724
geldsom voluit in letters vermeldt. Bij gebreke daarvan volgt uit art. 158 lid 1 Rv dat art. 157 lid 2 Rv dan toepassing mist. 9. Ter comparitie heeft de curator echter subsidiair … schuld is aangegaan in het kader van het bedrijf van [gedaagde], zodat art. 158 lid 1 Rv niet van toepassing is (art. 158 lid 2 Rv). Daartoe heeft hij gesteld
- Civiel recht overigCassatie29 april 2005 Eerste Kamer Nr. C04/286HR JMH/RM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: De stichting…
Hoge Raad|29 april 2005|ECLI:NL:HR:2005:AS9032
indien tegen dat vonnis een rechtsmiddel is aangewend. Dat voorschrift is ingevolge art. 418a lid 1 Rv. ook op de cassatieprocedure van toepassing. Er bestaat geen grond die mogelijkheid, opgenomen … zaak niet mag voortvloeien dat uitvoerbaarverklaring bij voorraad niet in aanmerking komt (art. 233 lid 1 Rv.). Voor toewijzing van de incidentele vordering is voorts vereist dat de eisende partij belang heeft
- Personen- en familierechtHoger beroepHof Den Bosch, 17 mei 2005, R200400973, appèlverbod niet doorbroken Ingevolge artikel 204 lid 2 Rv staat…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|17 mei 2005|ECLI:NL:GHSHE:2005:AT6702Aangehaald in 6 uitspraken
mogelijk is, met de benoeming van de heer Isselman niet de door artikel 198 lid 1 Rv vereiste onpartijdigheid van de deskundige is gewaarborgd en dat de rechtbank daarmee een fundamenteel rechtsbeginsel … opdracht verplicht is deze onpartijdig en naar beste weten te volbrengen (vgl. artikel 198 lid 1 Rv). De heer Isselman heeft de rechtbank daarop bij brief van 2 augustus 2004 geantwoord
- Civiel recht overigCassatie29 april 2005 Eerste Kamer Nr. C04/281HR JMH/RM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: De stichting…
Hoge Raad|29 april 2005|ECLI:NL:HR:2005:AS8917
indien tegen dat vonnis een rechtsmiddel is aangewend. Dat voorschrift is ingevolge art. 418a lid 1 Rv. ook op de cassatieprocedure van toepassing. Er bestaat geen grond die mogelijkheid, opgenomen … zaak niet mag voortvloeien dat uitvoerbaarverklaring bij voorraad niet in aanmerking komt (art. 233 lid 1 Rv.). Voor toewijzing van de incidentele vordering is voorts vereist dat de eisende partij belang heeft
- Civiel recht overig9 september 2005 Eerste Kamer Nr. C04/096HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser]…
Parket bij de Hoge Raad|9 september 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AT8238
proceskosten is veroordeeld. De klacht faalt. Ingevolge de eerste volzin van art. 237 lid 1 Rv, welke bepaling krachtens art. 353 lid 1 Rv in hoger beroep van overeenkomstige toepassing is, wordt … feit dat de rechtbank, anders dan het hof, de algemene regel van art. 237 lid 1 Rv heeft toegepast en niet is overgegaan tot het compenseren van de kosten, maakt het voorgaande
- Civiel recht overigEerste aanleg - meervoudigDe Volksrepubliek Bangladesh heeft verzet gedaan tegen een vonnis van de rechtbank te 's-Hertogenbosch van 14…
Rechtbank 's-Hertogenbosch|30 november 2005|ECLI:NL:RBSHE:2005:AU7077
vordering die hangende het geding wordt ingesteld overeenkomstig de vormvoorschriften van artikel 208 lid 1 Rv. Elke processuele verwikkeling die rechterlijke bemoeienis vereist van andere aard dan beslechting van materiële geschilpunten … betekeningsverordening niet van toepassing is. Bangladesh verwijst naar artikel 55 lid 1 Rv en arresten van de Hoge Raad van 30 december 1977 (NJ 1978/576) en 22 juni 1990 (NJ 1991/606
- Civiel recht overigGeschil over niet-nakoming en ontbinding van (mondelinge) overeenkomst tot de bouw van een motorfiets…
Parket bij de Hoge Raad|2 december 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AU2852
appel tot uitgangspunt. Inleidende opmerkingen 2.2 Art. 164 lid 2 Rv. (art. 213 lid 1 Rv. oud) geeft een regeling over de bewijskracht van een partijgetuigenverklaring en bepaalt dat de verklaring … tegenbewijs van het door de wederpartij te leveren bewijs: "3.8. (...) De in art. 213 lid 1 Rv. [thans art. 164 lid 2 Rv.] neergelegde regel dat hetgeen door een partij-getuige
- Civiel recht overigHoger beroepMinitrage is geen arbitrage. Terugverwijzing naar de rechtbank.
Gerechtshof 's-Gravenhage|1 april 2005|ECLI:NL:GHSGR:2005:AT7522
geen arbitrage. Op een dergelijke vorm van alternatieve geschillenbeslechting is art. 1022 lid 1 Rv. niet van toepassing. Dit betekent dat het bestreden vonnis moet worden vernietigd. 5. Het bestreden vonnis … oordeel was dat over het geschil een overeenkomst tot arbitrage is gesloten. Art. 1022 lid 1 Rv. bepaalt dat de rechter, als tijdig een beroep op de overeenkomst tot arbitrage is gedaan
- Personen- en familierechtGeschil na beëindiging van een affectieve relatie over de vaststelling - op de voet van art. 1:377f lid 1 BW…
Parket bij de Hoge Raad|9 december 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AU5233
erop dat niet hetzelfde zou gelden voor een regel als die van art. 419 lid 1 Rv. - dus een regel die de beoordeling in (civiele) cassatiezaken beperkt tot klachten, die in cassatiemiddelen … rechter zijn voorgelegd. Integendeel, het feit dat de regel van art. 419 lid 1 Rv. (mede) met het oog op de mogelijkheid voor de verweerder om zich behoorlijk te kunnen verdedigen
- Civiel recht overigCassatie4 februari 2005 Eerste Kamer Nr. C04/008HR RM/JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser]…
Hoge Raad|4 februari 2005|ECLI:NL:HR:2005:AR6188Aangehaald in 14 uitspraken
niet anders heeft bepaald, en het niet gaat om een geval waarin art. 75 lid 1 Rv. van toepassing is, kan beroep in cassatie van het tussenarrest derhalve slechts tegelijk
- Civiel recht overig11 maart 2005 Eerste Kamer Nr. C03/313HR RM/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: COÖPERATIEVE…
Parket bij de Hoge Raad|11 maart 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AS2619
betrokkene 1] krachtens een veroordeling in de verklaringsprocedure op grond van art. 477b lid 1 Rv. als een betaling aan MHL geldt, zodat geen sprake kan zijn van het innen … onder 2.2 van de schriftelijke toelichting dat de veroordeling is gebaseerd op art. 477a lid 1 Rv. Onder 3 van de conclusie van repliek stelt de Rabobank dat de veroordeling is gedaan
- Insolventierecht2 september 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R05/030HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: de…
Parket bij de Hoge Raad|2 september 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AT8801
omdat het oordeel van het hof juist is. Ingevolge art. 359 jo. art. 278 lid 1 Rv dient het beroepschrift de gronden te bevatten waarop het hoger beroep berust. Geen wettelijke bepaling … voeren gronden, kan het wettelijk vereiste van art. 359 jo. art. 278 lid 1 Rv niet ter zijde stellen. Vgl. HR 16 oktober 1992, NJ 1993, 2. 11. Als derde klacht wordt
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigEisvermeerdering hoeft in kort geding niet altijd schriftelijk.
Rechtbank Arnhem|4 maart 2005|ECLI:NL:RBARN:2005:AT2987
akte is ingediend. 2. De voorzieningenrechter verwerpt dit verweer. Weliswaar bepaalt artikel 130 lid 1 Rv - dat in beginsel ook op de kort geding-procedure van toepassing is - onder meer dat eiser … gevraagde voorzieningen is daarmee gegeven en staat aan toepassing van artikel 130 lid 1 Rv in de weg. Bovendien is gedaagde ter zitting verschenen en ziet de vermeerdering van eis slechts
- Civiel recht overigHoger beroepGeen redres bij weigering pleidooi in eerste aanleg.
Gerechtshof Arnhem|18 januari 2005|ECLI:NL:GHARN:2005:AS3274
beslissing ter zake van een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 337 lid 1 Rv is hier geen sprake. 3.6 De gemeente heeft primair aangevoerd dat de zinsnede in de handgeschreven mededeling … sprake zou zijn van a) schending van de wet (namelijk van artikel 134 lid 1 Rv) en b) van fundamentele rechtsbeginselen (motiveringsplicht en hoor en wederhoor). 3.9 Dit betoog faalt. De gemeente
- Civiel recht overigKort gedingArtikel 705 Rv.; voor opheffing van een beslag in kort geding is noodzakelijk dat eiser bij die voorziening…
Rechtbank Dordrecht|24 februari 2005|ECLI:NL:RBDOR:2005:AS8707
daartoe het volgende. 12. Op grond van het bepaalde in artikel 725 jo. 711 lid 1 Rv. kan verlof tot het leggen van conservatoir beslag op een onroerende zaak slechts worden verleend … zover nodig nader worden omschreven. De beoordeling 14. Blijkens het bepaalde in art. 705 lid 1 Rv. kan de voorzieningenrechter die verlof tot het beslag heeft gegeven, rechtdoende in kort geding
- Civiel recht overigCassatie27 mei 2005 Eerste Kamer Nr. C04/290HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. PHILIP MORRIS…
Hoge Raad|27 mei 2005|ECLI:NL:HR:2005:AT3193Aangehaald in 15 uitspraken
exploot waarbij het cassatieberoep is ingesteld, is op de voet van art. 63 lid 1 Rv. aan diens kantoor gedaan en vermeldt dat het bestemd is voor [verweerster] Mr. Volders was ervan
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.