25 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtHoger beroepIn geschil is of het bedrag van € 120.000 waarvoor belanghebbende door de Bank finaal is gekweten, zo nodig…
Gerechtshof Den Haag|22 maart 2016|ECLI:NL:GHDHA:2016:792
betaling te doen aan de crediteur van de hoofdschuldenaar, behoort ingevolge artikel 3.92, lid 1, Wet IB 2001 deze verplichting tot het werkzaamheidsvermogen en wordt ook de afwikkeling van die verplichting beheerst
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigInkomstenbelasting. Genietingsmoment Bbz-uitkering.
Rechtbank Noord-Nederland|8 september 2016|ECLI:NL:RBNNE:2016:4104
omzetting de uitkering genoten wordt in de zin van artikel 3.146, lid 1, Wet IB 2001. ”. De rechtbank is van oordeel dat verweerder gelet op het hiervoorvermelde arrest terecht het ‘bedrag
- BelastingrechtGemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 1 juli 2016 in de zaken met nrs. 15/04913…
Parket bij de Hoge Raad|1 juli 2016|ECLI:NL:PHR:2016:788
hoogte van het aan de HIR te doteren bedrag is ingevolge artikel 3.54, lid 1, Wet IB 2001 het verschil tussen de boekwaarde van een bedrijfsmiddel en de opbrengst bij vervreemding ervan
- BelastingrechtBelanghebbende heeft in de aangifte IB/PVV voor het jaar 2011 persoonsgebonden aftrek opgevoerd voor een…
Parket bij de Hoge Raad|5 juli 2016|ECLI:NL:PHR:2016:755
kind. 4 Pleegkind Aftrek van uitgaven voor levensonderhoud van kinderen 4.1 Artikel 6.13, lid 1, Wet IB 2001 luidt (tekst 2011): 1. Uitgaven voor levensonderhoud van kinderen zijn uitgaven voor levensonderhoud
- BelastingrechtEerste aanleg - meervoudigIB/PVV De echtgenoot van X was in de onderhavige jaren beneficiary in een naar het recht van Guernsey…
Rechtbank Den Haag|6 januari 2016|ECLI:NL:RBDHA:2016:239
aanmerking worden genomen bij degene tot wiens bezit die bestanddelen behoren (artikel 2.17, lid 1, Wet IB 2001). Heeft verweerder voortvarend gehandeld? 19. De rechtbank gaat voorbij aan de vraag of - gelet
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.