43 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigHoger beroepAansprakelijkheid van bestuurder wegens voortzetten verlieslatend bouwbedrijf in crisis 2008/2009 alvorens…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|24 maart 2020|ECLI:NL:GHARL:2020:3188
senior overleed. Hij had speciaal aandacht voor Metamo. geen aansprakelijkheid op grond van artikel 2:248 BW 4.3 Voor aansprakelijkheid op grond van artikel 2:248 BW moet aannemelijk zijn … conclusie luidt dat de aansprakelijkheid van deze bestuurders niet gebaseerd kan worden op artikel 2:248 BW. De daarop gebaseerde vorderingen zijn dus niet toewijsbaar. aansprakelijkheid op grond van artikel 2
- Civiel recht overigHoger beroepFaillissement incassobureau. Jaarrekeningen niet gepubliceerd. Bestuurdersaansprakelijkheid. Feitelijk…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|28 januari 2020|ECLI:NL:GHSHE:2020:256
feitelijk leidinggevende van de failliet kennelijk onbehoorlijk hebben vervuld als bedoeld in art. 2:248 BW, dat dit een belangrijke oorzaak van het faillissement is geweest en dat [Incassobemiddeling] , [geintimeerde 2 … 2] hun taken als (getrapt) bestuurder kennelijk onbehoorlijk hebben vervuld als bedoeld in art. 2:248 BW en dat dit een belangrijke oorzaak van het faillissement is geweest, [Incassobemiddeling] en [geintimeerde 2
- VerbintenissenrechtEerste aanleg - enkelvoudigBestuurdersaansprakelijkheid voor betaling declaratie advocaat
Rechtbank Rotterdam|27 februari 2020|ECLI:NL:RBROT:2020:2100
pauliana) of uit hoofde van aansprakelijkheid van de bestuurder ex artikel 2:9 of 2:248 BW, zal de bestuurder zijn bevoegdheid om eigen aangifte te doen van faillissement niet (kunnen) misbruiken … Neef stelt als mogelijke aansprakelijkheid uit hoofde van artikel 2:9 BW of 2:248 BW maakt, indien wel voldoende gesubstantieerd, dat een faillissement mogelijk aangegeven zou kunnen en moeten worden, maar
- Civiel recht overigHoger beroepOnbehoorlijk bestuur, bestuurder aansprakelijk voor tekort in faillissement.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|26 mei 2020|ECLI:NL:GHARL:2020:4045
geïntimeerde] aansprakelijk is ter zake van kennelijk onbehoorlijk bestuur op grond van art. 2:248 BW, althans op grond van onrechtmatige daad dan wel toerekenbaar tekortschieten, en veroordeling van [geïntimeerde] tot betaling … geïntimeerde] aansprakelijk is ter zake van kennelijk onbehoorlijk bestuur op grond van art. 2:248 BW voor het bedrag van de schulden in het faillissement van El-Ino; veroordeelt [geïntimeerde] tot betaling
- Civiel recht overigHoger beroepvrijwaringsprocedure, eindarrest voor einde schadestaatprocedure in de hoofdzaak,
Gerechtshof Den Haag|12 mei 2020|ECLI:NL:GHDHA:2020:894
vrijwaringszaak moeten worden beoordeeld in het kader van de bestuurdersaansprakelijkheid van art. 2:248 BW. Zowel in de hoofdzaak als in de vrijwaringszaak zijn alle elementen die bij de aansprakelijkheid uit hoofde … 2:248 BW een rol spelen aan de orde gekomen. 2.9. De curator vordert – kort gezegd – aanzuivering door [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] van het tekort in het faillissement van SPG. Onder
- Civiel recht overigHoger beroepBestuurdersaansprakelijkheid. Art. 2:248 lid 1 en 2 BW. Andere belangrijke oorzaken faillissement niet…
Gerechtshof Den Haag|15 december 2020|ECLI:NL:GHDHA:2020:2484
Detachering een zienswijze is gevraagd. 5 Beoordeling van de grieven Bestuurdersaansprakelijkheid ex artikel 2:248 BW 5.1 Met grief I in principaal hoger beroep komt [appellant] op tegen het oordeel … aangevoerd dat geen sprake is van aansprakelijkheid van [appellant] op grond van artikel 2:248 BW en dat daarmee ook de grondslag van artikel 106a lid 1 sub a FW voor
- Civiel recht overigHoger beroepBestuurdersaansprakelijkheid 2:9 BW. Onverplichte afbetaling bankschuld van aandeelhouder, tegen verkrijging…
Gerechtshof Den Haag|24 november 2020|ECLI:NL:GHDHA:2020:2119
redenen geen bespreking voor zover de vorderingen zijn ingesteld op de grondslag van artikelen 2:248 BW (bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement) en 6:162 BW (onrechtmatige daad tegenover de gezamenlijke schuldeisers; de zogenaamde
- Civiel recht overigCassatieprocesrecht. Vervolg op HR 23 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2172. Vorderingen tegen vennootschap en…
Parket bij de Hoge Raad|24 april 2020|ECLI:NL:PHR:2020:416
hoofdelijke aansprakelijkheid van appellanten voor het tekort in de boedel als bedoeld in art. 2:248 BW, niet toewijsbaar is. De subsidiaire vordering van de curator strekt ertoe dat het hof appellanten … betaling aan de curator van het tekort in de boedel als bedoeld in artikel 2:248 BW, thans belopende een bedrag van € 491.818,49 te vermeerderen met het door de rechtbank nader
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigTussenvonnis. Vordering curator ex art. 42 en 47 Fw.
Rechtbank Rotterdam|4 maart 2020|ECLI:NL:RBROT:2020:2393
recht dat het handelen van Alpha Beheer kwalificeert als kennelijk onbehoorlijk bestuur ex art. 2:248 BW, althans onbehoorlijke taakvervulling ex art. 2:9 BW, althans onrechtmatige daad … heeft voldaan. Daarmee is sprake van kennelijk onbehoorlijk bestuur in de zin van artikel 2:248 BW, althans een onbehoorlijke taakvervulling in de zin van artikel 2:9 BW, althans onrechtmatig handelen
- Civiel recht overigEerste aanleg - meervoudigRechtbank Noord-Nederland · Eerste aanleg - meervoudig · Civiel recht overig
Rechtbank Noord-Nederland|18 november 2020|ECLI:NL:RBNNE:2020:5203
heeft de Hoge Raad overwogen dat van onbehoorlijk bestuur in de zin van artikel 2:248 BW slechts kan worden gesproken als geen redelijk denkend bestuurder onder dezelfde omstandigheden aldus gehandeld … hebben. Uit de parlementaire geschiedenis van artikel 2:248 BW kan worden afgeleid dat ‘kennelijk onbehoorlijke taakvervulling’ hetzelfde betekent als 'onbehoorlijk bestuur', de term die wordt gebruikt in artikel 2:9 BW
- InsolventierechtEerste aanleg - enkelvoudigBestuursverbod opgelegd voor de tijd van vijf jaar.
Rechtbank Overijssel|23 december 2020|ECLI:NL:RBOVE:2020:4826
handelen als bestuurder van Beplatings Groep Nederland B.V. aansprakelijk is zoals bedoeld in artikel 2:248 BW. 8. [gedaagde] is bereid een bestuursverbod voor de duur van vijf jaren te accepteren
- Civiel recht overigHoger beroepHoger beroep; vervolg op ECLI:NL:GHARL:2017:140; was kredietinperking door Rabobank ongeoorloofd en, zo ja…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|26 mei 2020|ECLI:NL:GHARL:2020:4040
worden gebaseerd op onrechtmatig handelen hetzij door een bestuurder (bestuurdersaansprakelijkheid op grond van artikel 2:248 BW) hetzij door de later gefailleerde vennootschappen ten opzichte van de gezamenlijke, benadeelde schuldeisers (Peeters/Gatzen-vordering
- InsolventierechtEerste aanleg - enkelvoudigFaillietverklaring - Tijdelijk afwijkende regeling Insolventiezaken rechtbanken vanwege de bijzondere…
Rechtbank Rotterdam|6 mei 2020|ECLI:NL:RBROT:2020:4257
vordering op de (indirect) bestuurder van verweerster op de voet van artikel 2:248 BW. Degene die de faillietverklaring verzoekt, dient steeds aannemelijk te maken dat er nog een bate aanwezig
- OndernemingsrechtEerste aanleg - enkelvoudigBestuurdersaansprakelijkheid. Aansprakelijkheid bestuurder jegens aandeelhouders. Art. 2:9 BW. Onbehoorlijk…
Rechtbank Rotterdam|21 oktober 2020|ECLI:NL:RBROT:2020:9485
sprake. Voor zover [eisers] hebben bedoeld aan te voeren dat het bepaalde in artikel 2:248 BW analoog moet worden toegepast, is de rechtbank van oordeel dat daarvoor geen aanleiding bestaat omdat
- OndernemingsrechtHoger beroepgeen bestuurdersaansprakelijkheid van bestuurder failliete zorgonderneming
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|8 december 2020|ECLI:NL:GHSHE:2020:3758
geen bestuurdersaansprakelijkheid van bestuurder failliete zorgonderneming
- Burgerlijk procesrechtEerste aanleg - enkelvoudigVerzet niet tijdig ingesteld, niet-ontvankelijkverklaring in de hoofdzaak en in de incidenten. Geen strijd…
Rechtbank Rotterdam|2 december 2020|ECLI:NL:RBROT:2020:11138
taak als bestuurder van Airco Clima kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld als bedoeld in artikel 2:248 BW; - voor recht verklaard dat deze kennelijk onbehoorlijke taakvervulling van RGB een belangrijke oorzaak
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Bestuurdersaansprakelijkheid. Maatstaf. Motiveringsklachten.
Parket bij de Hoge Raad|27 maart 2020|ECLI:NL:PHR:2020:289
Art. 81 lid 1 RO. Bestuurdersaansprakelijkheid. Maatstaf. Motiveringsklachten.
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigArt. 2:248 lid 1 en 2 BW. Kennelijk onbehoorlijk bestuur, Administratieplicht. Eindvonnis na bewijslevering…
Rechtbank Amsterdam|4 maart 2020|ECLI:NL:RBAMS:2020:1323
alleen hierom al sprake was van een kennelijk onbehoorlijke taakvervulling als bedoeld in artikel 2:248 BW. Als dit wel zo zou zijn geweest, dan was de bewijsopdracht immers zinledig. Bovendien bevat
- InsolventierechtEerste aanleg - meervoudigBestuurdersaansprakelijkheid bij faillissement. Onbehoorlijke taakvervulling (art. 2:248 lid 2 BW). Schending…
Rechtbank Overijssel|9 september 2020|ECLI:NL:RBOVE:2020:3161
hebben daarom hun taken als bestuurder kennelijk onbehoorlijk vervuld in de zin van art. 2:248 BW. Deze onbehoorlijke taakvervulling is als belangrijke oorzaak van het faillissement van Creatief te beschouwen
- Civiel recht overigKort gedingBeslagzaak/ summierlijk gebleken van een vordering/beslag blijft liggen
Rechtbank Oost-Brabant|24 april 2020|ECLI:NL:RBOBR:2020:2383
Beslagzaak/ summierlijk gebleken van een vordering/beslag blijft liggen
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.