78 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|3 november 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA8161Aangehaald in 7 uitspraken
overwoog het Hof dat het op de voet van art. 355 lid 2 Rv. tevens zou beslissen op de vordering tot medewerking aan de plaatsing van grenstekens op de grens tussen
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|30 juni 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA6337
kort geding verzet zich niet tegen een tussentijds hoger beroep. Art. 337 lid 2 Rv geeft de rechter, die een tussenvonnis wijst, immers de mogelijkheid te bepalen dat hoger beroep slechts … kort geding worden toegepast6. In dit geval heeft de president van art. 337 lid 2 Rv geen gebruik gemaakt. 2.5. Ter informatie kan worden opgemerkt dat het bij de Tweede Kamer ingediende
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|3 november 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA8161
eiser]s reconventionele vordering moest worden afgewezen. Op de voet van art. 355 lid 2 Rv heeft het Hof tot slot beslist op de vordering van [verweerder] om [eiser] te veroordelen … tegen 's Hofs eindarrest waarin het Hof op de voet van art. 355 lid 2 Rv heeft toegewezen de B nog niet door de Rechtbank beoordeelde - vordering van [verweerder] om [eiser
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|12 mei 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA5780
feiten oordeelt. Het gaat hier niet om een gerechtelijke erkentenis, waarop art. 181 lid 2 Rv ziet. Het “intrekken” van een verklaring, bij de sociale recherche afgelegd, betekent slechts dat degene … onderhavige kan de regel dat tegenbewijs vrijstaat tenzij de wet het uitsluit (art. 178 lid 2 Rv) overeenkomstig worden toegepast. In eerste aanleg hebben [de partner] en [verzoekster] het proces-verbaal
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|24 maart 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA5263
cassatietermijn bedraagt dan acht weken (art. 426 lid 2 Rv.), aanvangende de dag na de dag der verzending door de griffier van het afschrift van de beschikking (art. 426 lid 3 Rv
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|24 november 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA8450
wordt vrijgesproken van het hem ten laste gelegde, heeft civielrechtelijk vrije bewijskracht (art. 179 lid 2 Rv).4 Slechts het specifieke geval - dat zich hier niet voordoet - waarin het tenlastegelegde wordt bewezenverklaard … voorzover de aard van de desbetreffende procedure zich daartegen niet verzet.9 Uit art. 178 lid 2 Rv volgt, dat wanneer het gaat om het leveren van tegenbewijs, een specificatie van het bewijsaanbod
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|28 april 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA5635
Rolnr. C98/363 Zitting d.d. 24 december 1999 (bij vervroeging) Conclusie mr Spier inzake 1. [erfgenaam 1] 2. [erfgenaam 2] 3. [erfgenaam 3] (hierna: de erven) tegen Koninklijke Scheldegroep b.v. (hierna: De Schelde) Edelhoogachtbaar College, 1. Feiten 1.1 In cassatie kan worden uitgegaan van de feiten zoals deze door…
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|13 oktober 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA7491
houdende exceptie als bedoeld in art. 347 lid 3 Rv., verzet ex art. 134 lid 2 Rv., alsmede verzoek ex art. 3:71 BW en (subsidiair) kennisgeving
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|17 maart 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA5168
benadeeld, was een herstel bij een aanvullend exploit als bedoeld in art. 94 lid 2 Rv. niet meer aan de orde. Het oordeel van de Rechtbank dat geen grond aanwezig is voor
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|8 december 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA8900
Rek.nr. R98/053 Zitting 11 augustus 2000 Conclusie mr Spier, na aanhouding door de Hoge Raad in verband met aan het Benelux-Gerechtshof gestelde vragen inzake Benelux-Merkenbureau (hierna: BMB) tegen [Verweerder] Edelhoogachtbaar College, 1. Feiten 1.1 In zijn in cassatie bestreden beschikking heeft het Hof…
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|24 maart 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA5259
dwingende bewijs van de polis, het-geen AXA zonder meer vrij-stond (art. 178 lid 2 Rv.), ter-wijl zij dat aanbod niet behoefde te specificeren (HR 9 januari
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|24 november 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA8450
aanbod tot het leveren van tegenbewijs zoals bedoeld in art. 178 lid 2 Rv., welke bepaling ook van toepassing is in een procedure als de onderhavige (HR 20 maart
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|19 mei 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA5865
Rolnr. C98/332 Zitting 25 februari 2000 (bij vervroeging)1 Conclusie mr Spier inzake Staat der Nederlanden (hierna: de Staat) tegen Nederlandse Kunststof Industrie B.V. (hierna: NKI) Edelhoogachtbaar College, 1. Feiten 1.1. In cassatie kan worden uitgegaan van de feiten zoals de Rechtbank deze heeft vastgesteld in…
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|9 juni 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA6181
heeft het Hof het vonnis waarvan beroep bekrachtigd en rechtdoende krachtens art. 355 lid 2 Rv. voor recht verklaard dat [verweerder] c.s. ter zake van hun opzegging geen uittreedgeld aan Campina
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|18 februari 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA4871
onder 3.15 2) weergegeven klacht voldoet niet aan de eisen van art. 407 lid 2 Rv. 3.18 Hiervoor heb ik reeds aangegeven dat m.i. inderdaad van belang kan zijn of sprake
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|25 februari 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA4937
oordeel is [eiser] tijdig - namelijk binnen twee maanden, art. 5:130 BW jo. 426 lid 2 Rv - in beroep in cassatie gekomen. De vereniging heeft bij verweerschrift voorwaardelijk incidenteel beroep in cassatie
- InsolventierechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Insolventierecht
Hoge Raad|16 juni 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA6232
vonnis van de Rechtbank heeft Nedship op de voet van art. 398 aanhef en sub 2° Rv. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel
- Personen- en familierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht
Parket bij de Hoge Raad|17 maart 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA5167
voorgestelde alternatief wordt weggenomen. De klacht voldoet daarom m.i. niet aan art. 407 lid 2 Rv. Daarbij neem ik in aanmerking dat in de feitelijke instanties over deze kwestie niet is gediscussieerd
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|19 mei 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA5863
Wijk/Konijnenbelt, Hoofdstukken van administratief recht (1999) blz. 354 e.v.. 16 Art. 250 lid 2 Rv. staat aan de terugvordering niet in de weg: HR 20 maart
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|17 maart 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA5165
verzending van de beschikking eindigt en de cassatietermijn ingevolge art 426 lid 2 Rv acht weken bedraagt. Hoewel niet duidelijk is wanneer de beschikking van de rechtbank is verzonden, is het beroepschrift
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.