51 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigKort gedingRechtbank 's-Gravenhage · Kort geding · Civiel recht overig
Rechtbank 's-Gravenhage|19 december 2001|ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7315
rechtbank te Almelo aanhangige strafzaak is gebleken dat artikel 126aa lid 2 Sv niet is nageleefd en dat er tevens andere zaken bekend zijn waarin gesprekken met geheimhouders achteraf niet vernietigd zijn … door de officier van justitie op grond van artikel 126aa, lid 2 Sv dienen te worden vernietigd c.q. door de rechter-commissaris op grond van artikel 125h Sv (oud) hadden moeten worden
- Strafrecht overigHerzieningHoge Raad · Herziening · Strafrecht overig
Hoge Raad|9 januari 2001|ECLI:NL:HR:2001:AA9371
worden aangemerkt als een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv. 4.5. De aanvraag is dus ongegrond en moet ingevolge art. 468 Sv worden afgewezen
- Strafrecht overigHerzieningHoge Raad · Herziening · Strafrecht overig
Hoge Raad|18 december 2001|ECLI:NL:HR:2001:AD9358
sprake is van een of meer omstandigheden als bedoeld in art. 457, eerste lid onder 2°, Sv, gaat dat beroep evenmin op, nu als "enige omstandigheid" als bedoeld in die bepaling niet
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|23 oktober 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AD4727
cassatieprocedure (Stb. 1998, 591) zal een dergelijke toelichting echter binnen de in art. 437 lid 2 Sv genoemde termijn van twee maanden voor het indienen van cassatiemiddelen bij de Hoge Raad moeten … cassatiemiddel inhoudelijk moet voldoen.2 Als middel van cassatie in de zin van art. 437 lid 2 Sv kan naar het oordeel van de Hoge Raad slechts gelden een stellige en duidelijke klacht
- Strafrecht overigHerzieningHoge Raad · Herziening · Strafrecht overig
Hoge Raad|6 februari 2001|ECLI:NL:HR:2001:AA9882
straf. Onder "eene minder zware strafbepaling" in de zin van art. 457, eerste lid onder 2°, Sv moet echter worden verstaan een strafbepaling die een minder zware straf bedreigt en niet
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|13 februari 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB0073
zijn. 5. Kortom, er is geen omstandigheid aanwezig als waarop art. 457 lid 1 onder 2 Sv doelt, zodat de aanvraag ongegrond dient te worden verklaard. De Procureur-Generaal bij de Hoge
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|3 juli 2001|ECLI:NL:PHR:2001:ZD2885
daartegen "beroep" ingesteld. Derhalve niet binnen de voorgeschreven termijn van veertien dagen, zoals 399 lid 2 Sv (oud) voorschrijft. De wettelijke termijn om een rechtsmiddel in te dienen is daarmee overschreden
- Strafrecht overigHoger beroepMedeplegen van invoeren van 44,5 kg. en 3 kg. cocaïne (invoer per schip in kisten motoren en…
Gerechtshof 's-Gravenhage|28 februari 2001|ECLI:NL:GHSGR:2001:AE0259
uitgevoerd door een hulpofficier van justitie, ingevolge artikel 97 lid 3 juncto lid 1 en 2 Sv, bepalende dat de hulpofficier van justitie alleen bevoegd is indien het optreden van de rechter
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|3 juli 2001|ECLI:NL:PHR:2001:ZD1846
januari 1999 bij verstek veroordeeld. 5. Artikel 588, eerste lid aanhef en sub b onder 2 Sv, schrijft voor dat indien de geadresseerde niet als ingezetene is ingeschreven in de basisadministratie, uitreiking
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|26 juni 2001|ECLI:NL:PHR:2001:ZD2873
aangevangen in Curaçao, in welk licht de bewijsmiddelen - met het oog op art. 339 lid 2 Sv - kunnen worden bezien. 15. Dientengevolge treft het middel geen doel. Redenen voor ambtshalve vernietiging
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|9 oktober 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB2800
geval uitreiking op grond van art. 588 lid 1, onderdeel b, onder 1° en 2° Sv niet heeft kunnen plaatsvinden - aan de griffier van de rechtbank dient te worden uitgereikt
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigRechtbank Assen · Eerste aanleg - meervoudig · Strafrecht overig
Rechtbank Assen|23 oktober 2001|ECLI:NL:RBASS:2001:AD4747
hoogte van het feit dat er nog een rechtsmiddel openstond. Hoewel artikel 399 lid 2 Sv - in verband met aanvang van de termijn waarbinnen verzet kan worden ingesteld - slechts eist dat sprake
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|13 november 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AD8121
preliminair verweer strekkende tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank (art. 423 lid 2 Sv) omdat de rechtbank niet toe had mogen komen aan de beraadslaging en beslissing op de hoofdvragen
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigRechtbank Almelo · Eerste aanleg - meervoudig · Strafrecht overig
Rechtbank Almelo|5 april 2001|ECLI:NL:RBALM:2001:AB0885
Slachtoffer 3], terzake feit 3, zich via het voorgeschreven 'voegingsformulier' ter terechtzitting (zie 51b, lid 2 Sv) als benadeelde partij heeft gevoegd (ter terechtzitting vertegenwoordigd door de gemachtigde mr. Van Bon-Moors
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|27 maart 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB0742
opsporingsdienst BUMA/STEMRA geen processen-verbaal zijn in de zin van art. 344, eerste lid, sub 2 Sv omdat zij niet bevatten de standplaats en nummer van de akte van beëdiging
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|10 juli 2001|ECLI:NL:PHR:2001:ZD2033
correcte wijze in eerste aanleg is opgeroepen doet zich niet een uitzondering op art.423 lid 2 Sv voor waardoor de rechter in eerste aanleg aan de behandeling ten gronde niet had mogen
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|20 november 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AD4362
Voor zover het middel ervan uitgaat dat de dagvaarding op grond van art. 588 lid 2 Sv niet gestuurd is naar het adres in de Verenigde Staten van Amerika, mist het middel
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|3 juli 2001|ECLI:NL:PHR:2001:ZD2932
recht." 3.3. De relevante wettelijke bepalingen houden het volgende in: (i) Art. 29 lid 2 Sv bepaalt dat een verdachte vóór het verhoor wordt medegedeeld dat hij niet verplicht is tot antwoorden
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|5 juni 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB1947
gestelde termijn wordt gedaan. De aanvulling op de einduitspraak als bedoeld in art. 365a lid 2 Sv is in beginsel niet een geschikt instrument om de (niet reeds ter terechtzitting genomen) beslissing
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|4 december 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AD5194
opgelegd. Het hof heeft deze straf gemotiveerd zoals weergegeven onder 5.2. 5.5. Art. 424 lid 2 Sv bepaalt weliswaar dat een verdachte, die alleen in hoger beroep is gekomen, slechts met eenparigheid
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.