Zoekresultaten

Voor “"3:41 BW"”

Naar resultaten Uitgebreid zoeken

346 uitspraken gevonden

Sorteer op: Relevantie
  • Civiel recht overigHoger beroep
    Arbeidsrecht, doorbetaling loon tijdens vakantie. Artikel 7:639 lid 1 BW. Algemeen verbindend verklaarde CAO…

    Gerechtshof Den Haag13 september 2016ECLI:NL:GHDHA:2016:2587Aangehaald in 14 uitspraken

    rest van de CAO faalt eveneens. SSHR beroept zich daarbij op artikel 3:41 BW. Dit artikel bepaalt dat indien slechts een deel van een rechtshandeling nietig is, de rechtshandeling voor … dergelijk resultaat niet voor ogen heeft. Zij meent – ten onrechte – dat uit artikel 3:41 BW voortvloeit dat de kantonrechter aansluiting had moeten zoeken bij hoe de cao volgens de cao-partijen

  • Civiel recht overig
    Verbintenissenrecht. Terugvordering door farmaceutisch bedrijf van aan apotheker – uit hoofde van een bij een…

    Parket bij de Hoge Raad23 maart 2007ECLI:NL:PHR:2007:AZ3531

    voet van art. 3:42 BW, of met een partiële nietigheid volgens art. 3:41 BW, worden geheeld, omdat art. 81 lid 2 EG de toepassing van deze bepalingen uitsluit … conversie of partiële nietigheid zoals bedoeld in art. 3:42 respectievelijk art. 3:41 BW voor ogen heeft gehad. Het hof heeft in de laatste volzin van rov. 8.3 geconcludeerd

  • ArbeidsrechtHoger beroep
    Arbeidsrecht, doorbetaling loon tijdens vakantie. Artikel 7:639 lid 1 BW. Algemeen verbindend verklaarde CAO…

    Gerechtshof Den Haag13 september 2016ECLI:NL:GHDHA:2016:2588

    rest van de CAO faalt eveneens. De stichting beroept zich daarbij op artikel 3:41 BW. Dit artikel bepaalt dat indien slechts een deel van een rechtshandeling nietig is, de rechtshandeling voor … dergelijk resultaat niet voor ogen heeft. Zij meent – ten onrechte – dat uit artikel 3:41 BW voortvloeit dat de kantonrechter aansluiting had moeten zoeken bij hoe de cao volgens de cao-partijen

  • Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudig
    (Exclusief) afnamebeding detailhandel nietig (strijd met mededingingswet)

    Rechtbank Utrecht22 juli 1998ECLI:NL:RBUTR:1998:ZL0522

    voormeld verbod. Volgens [eiser] leidt de nietigheid van het afnamebeding op grond van artikel 3:41 BW niet tot nietigheid van de huurovereenkomst, nu deze overeenkomst niet in onverbrekelijk verband … Mededingingswet nietig is, deze nietigheid ingevolge het bepaalde in artikel 3 :41 BW ook de huurverhouding treft, nu er volgens haar een onverbrekelijk verband bestaat tussen het afnamebeding en de huur. [gedaagde

  • Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudig
    ORT doorbetalen tijdens vakantie. Nietige bepaling in CAO. Toewijzing loonvordering

    Rechtbank Amsterdam21 januari 2019ECLI:NL:RBAMS:2019:595

    zijn overeengekomen, niet geldt in de individuele arbeidsovereenkomsten. Nu nietigheden - mede ingevolge artikel 3:41 BW - niet

  • BelastingrechtCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Belastingrecht

    Hoge Raad17 januari 1996ECLI:NL:HR:1996:AA1805

    punt 2.1.4). 2. . Waar in de literatuur weinig aandacht aan wordt besteed, is art. 3:41 BW (en de vóór de invoering daarvan geldende rechtspraak, m.n. HR 18 april … 3:41 BW bepaalt, dat als de grond van nietigheid slechts een deel van een rechtshandeling betreft, die rechtshandeling voor het overige in stand blijft, voor zover dit overige, gelet op inhoud

  • ArbeidsrechtHoger beroep
    Arbeidsrecht, doorbetaling loon tijdens vakantie. Artikel 7:639 lid 1 BW. Algemeen verbindend verklaarde CAO…

    Gerechtshof 's-Hertogenbosch14 maart 2017ECLI:NL:GHSHE:2017:1003Aangehaald in 7 uitspraken

    bewuste cao-bepalingen, terwijl partiële nietigheid gelet op het bepaalde in artikel 3:41 BW niet mogelijk is omdat aantoonbaar sprake is van een onverbrekelijk verband tussen de bewuste cao-bepalingen … verweren gaan niet op. Wat er verder ook zij van het beroep op artikel 3:41 BW, uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat de bewuste cao-bepalingen in strijd zijn

  • Civiel recht overig
    Verbintenissenrecht; art. 3:40 BW. Verkoop percelen grond door gemeente ten behoeve van woningbouw. Beding…

    Parket bij de Hoge Raad17 juni 2011ECLI:NL:PHR:2011:BQ1677

    Hoge Raad heeft de mogelijkheid van "partiële nietigheid" - zoals thans geregeld in art. 3:41 BW - voor het eerst aanvaard in de zaak De Vries/Mechanicus(9). Die zaak betrof de vraag … deel staat."(12) Het criterium van een onverbrekelijk verband is thans opgenomen in art. 3:41 BW. 2.8 Van de vraag of een nietig beding meebrengt dat een overeenkomst in haar geheel

  • Civiel recht overig
    19 september 2003 Eerste Kamer Nr. C02/106HR SM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres]…

    Parket bij de Hoge Raad19 september 2003ECLI:NL:PHR:2003:AK4747

    Voorts heeft het hof geen aanleiding gezien de verzekeringsovereenkomst onder toepassing van art. 3:41 BW en 6:230 lid 2 BW partieel te vernietigen dan wel te wijzigen. Beide beslissingen worden

  • Civiel recht overig
    Vruchtgebruik op vorderingen tot betaling van huurpenningen; rechtsgeldigheid; gesloten stelsel van…

    Parket bij de Hoge Raad18 maart 2022ECLI:NL:PHR:2022:260

    Vruchtgebruik op vorderingen tot betaling van huurpenningen; rechtsgeldigheid; gesloten stelsel van goederenrecht; vruchtgebruikobject en vruchten; inningsbevoegdheid; zaaksvervanging; misbruik van bevoegdheid; onrechtmatig profiteren van wanprestatie

  • Civiel recht overigPrejudiciële beslissing
    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Richtlijn consumentenrechten. Moet de rechter bij een op afstand of buiten…

    Hoge Raad12 november 2021ECLI:NL:HR:2021:1677Aangehaald in 769 uitspraken

    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Richtlijn consumentenrechten. Moet de rechter bij een op afstand of buiten verkoopruimte gesloten overeenkomst, ambtshalve onderzoeken of is voldaan aan de informatieplichten van art. 6:230m en 6:230v BW? Ambtshalve aan schending van die informatieplichten te verbinden sancties. Komt…

  • Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudig
    Kansspelzaak. Gokbedrijf moet het geld dat eisende partij, de speler, met online gokken heeft verloren…

    Rechtbank Overijssel17 april 2024ECLI:NL:RBOVE:2024:2079Aangehaald in 10 uitspraken

    Kansspelzaak. Gokbedrijf moet het geld dat eisende partij, de speler, met online gokken heeft verloren terugbetalen omdat het gokbedrijf geen vergunning had om in Nederland online kansspelen aan te bieden en dit naar het oordeel van de rechtbank tot nietigheid van de tussen partijen gesloten kansspelovereenkomst leidt.

  • Civiel recht overig
    Pachtbeëindigingsovereenkomst. Nietigheid vanwege sideletter? Art. 7:399c en 3:40 BW. Fosfaatrechten…

    Parket bij de Hoge Raad9 juni 2023ECLI:NL:PHR:2023:576

    BW) leidt, dient aan de hand van de norm van art. 3:41 BW (partiële nietigheid) te worden beslist. We moeten ons dus de vraag stellen of tussen het nietige deel … gezegd, zal duidelijk zijn dat ik meen dat toepassing van de norm van art. 3:41 BW redelijkerwijs niet tot iets anders kan leiden dan tot nietigheid van alleen het niet-toelaatbare

  • Civiel recht overigCassatie
    Prejudiciële vraag; art. 392 Rv. Consumentenrecht. Telefoonabonnement met ‘gratis’ mobiele telefoon. Koop op…

    Hoge Raad13 juni 2014ECLI:NL:HR:2014:1385Aangehaald in 71 uitspraken

    Opmerking verdient dat de overeenkomst in zodanig geval, indien aan de voorwaarden van art. 3:41 BW is voldaan (vgl. HR 20 december 2013, ECLI

  • Civiel recht overigHoger beroep
    Mededingingsrecht, strijd met artikel 6 Mw.? Nietigheid, gevolgen huurovereenkomst

    Gerechtshof Amsterdam26 juni 2012ECLI:NL:GHAMS:2012:BX0258

    Boek 3 Titel 2 van het Burgerlijk Wetboek in beginsel van toepassing. Artikel 3:41 BW bepaalt dat indien een grond van nietigheid slechts een deel van een rechtshandeling betreft, deze voor

  • VerbintenissenrechtHoger beroep
    Vervolg op ECLI:NL:GHSHE:2014:4457. Overeenkomsten tussen Vodafone en consument met betrekking tot…

    Gerechtshof 's-Hertogenbosch9 juni 2015ECLI:NL:GHSHE:2015:2081

    deze terecht is vernietigd door de consument en als aan de voorwaarden van artikel 3:41 BW is voldaan, in stand kan blijven voor zover de overeenkomst betrekking heeft op de door … mobiele telefoon niet in de overeenkomst is bepaald, zoals in deze zaak. Artikel 3:41 BW bepaalt dat indien een grond van nietigheid slechts een deel van een rechtshandeling betreft, deze voor

  • Civiel recht overigHoger beroep
    Vordering in conventie van VvE tot betaling van vastgestelde VvE-bijdragen. Geslaagd beroep op nietigheid van…

    Gerechtshof 's-Hertogenbosch5 maart 2019ECLI:NL:GHSHE:2019:795

    Vordering in conventie van VvE tot betaling van vastgestelde VvE-bijdragen. Geslaagd beroep op nietigheid van besluit tot vaststelling bijdragen wegens strijd met splitsingsakte. Het bestreden tussenvonnis in conventie van 12 april 2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:4466, wordt bekrachtigd en de zaak wordt ter verdere…

  • Civiel recht overigHoger beroep
    Elektriciteitswet (E-wet); gereguleerde aansluit- en transporttarieven; aansluit- en transportovereenkomst…

    Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden12 mei 2020ECLI:NL:GHARL:2020:3719

    nietigheid slechts een deel van een rechtshandeling betreft, blijft deze rechtshandeling volgens artikel 3:41 BW voor het overige in stand, voor zover dit, gelet op de inhoud en strekking … Beide staan in onverbrekelijk verband met elkaar. Voor een geval als dit biedt artikel 3:41 BW met de mogelijkheid van partiële nietigheid dan ook geen uitkomst. Nu Century deze subsidiaire vordering

  • Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudig
    Telefoonzaak na HR 13 juni 2014 ECLI:NL:HR:2014:1385. Er is sprake van een telefoonabonnement inclusief…

    Rechtbank Gelderland10 december 2014ECLI:NL:RBGEL:2014:7699

    deze terecht is vernietigd door de consument en als aan de voorwaarden van art. 3:41 BW is voldaan, in stand kan blijven voor zover de overeenkomst betrekking heeft op de door … gedeelte van de overeenkomst dat betrekking heeft op het verlenen van telecommunicatiediensten. 4.12. Art. 3:41 BW bepaalt dat, indien een grond van nietigheid slechts een deel van een rechtshandeling betreft, deze

  • Civiel recht overigCassatie
    Onrechtmatige daad. Uitlokken of onrechtmatig profiteren van wanprestatie. Dubbele verkoop bedrijfspand…

    Hoge Raad29 juni 2018ECLI:NL:HR:2018:1027Aangehaald in 20 uitspraken

    verweerster 1] en [verweerster 2] hebben voor dat geval geen beroep gedaan op art. 3:41 BW. [eiseres] heeft gesteld dat de overeenkomst tussen [betrokkene 1] c.s. en [verweerster 1] en [verweerster

Zoektips

Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.