124 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- VerbintenissenrechtArt. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht, procesrecht. Vervolg van HR 27 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2790. Na…
Parket bij de Hoge Raad|20 november 2020|ECLI:NL:PHR:2020:1216
conclusie van dupliek. F.J.J. Meijer, Stelplicht & Bewijslast, commentaar op art. 3:61 BW, aant. 2. Uit HR 26 september 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF9414, NJ 2004/460 m.nt. J.B.M. Vranken
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigMededeling van onderaannemer kan niet ogv art. 6:76 BW zonder meer als mededeling van de schuldenaar…
Rechtbank Rotterdam|26 oktober 2011|ECLI:NL:RBROT:2011:BU4412
mededeling van [X] aan [gedaagde] te worden beoordeeld naar de eisen van artikel 3:61 BW, zodat van doorslaggevend belang is of [gedaagde] zelf de schijn van de aanwezigheid van een volmacht … gestelde mededeling van [X] namens [gedaagde] werd gedaan. Daarvoor is op grond van artikel 3:61 BW vereist dat de schijn van de aanwezigheid van een toereikende volmacht door toedoen van [gedaagde
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigHandelszaak. Vertegenwoordigingsonbevoegdheid: schijn van volmacht of bekrachtiging rechtshandeling?
Rechtbank Leeuwarden|31 augustus 2011|ECLI:NL:RBLEE:2011:BR6570
worden beoordeeld aan de hand van bepaalde in het tweede lid van artikel 3:61 BW. 4.3.1. De rechtbank begrijpt het verweer van D&D aldus dat zij aanvoert … afgenomen. 4.3.2. De rechtbank overweegt dat [eiseres] beroep op het tweede lid van artikel 3:61 BW slechts kan slagen indien zij: a. heeft aangenomen en mocht aannemen dat een toereikende volmacht
- Civiel recht overigCassatieToereikende volmacht? Aanstelling; gewekte schijn; verkeersopvattingen.
Hoge Raad|9 oktober 1998|ECLI:NL:HR:1998:ZC2734Aangehaald in 5 uitspraken
beginsel dat ten grondslag ligt aan de art. 3:35, 3:36 en 3:61 BW - waarmee het Hof kennelijk het oog heeft op het beginsel van opgewekt vertrouwen - niettemin
- Civiel recht overigKort geding. Executiegeschil tussen verkoper van een woonhuis en koper over (de schorsing van) de…
Parket bij de Hoge Raad|12 mei 2006|ECLI:NL:PHR:2006:AX1339
beroep van [eiser] op het bepaalde in (het tweede lid van) art. 3:61 BW faalt nu er voorshands van moet worden uitgegaan dat er nimmer direct contact tussen hem en [verweerster … klacht faalt. [Eiser] gaat eraan voorbij dat het tweede lid van art. 3:61 BW slechts bescherming biedt tegen de schijn van een toereikende volmacht die is opgewekt door de pseudo-principaal
- VerbintenissenrechtBodemzaakHoofdzaak en vrijwaring. Huurkoop. Leverancier levert auto niet aan contractant maar aan derde.
Rechtbank Noord-Holland|26 augustus 2025|ECLI:NL:RBNHO:2025:9877
maar ook als zij daarbij wel aanwezig was, dan zou het beroep op artikel 3:61 BW niet slagen. Daartoe overweegt de kantonrechter als volgt. De stellingen van [bedrijf] zijn onvoldoende … toereikende volmacht had. 3.15. De conclusie is dat het beroep op artikel 3:61 BW faalt en dat [bedrijf] de auto niet aan [betrokkene 4] had mogen afleveren. 3.16. [bedrijf] is daarmee
- Civiel recht overigOnrechtmatige daad. Handelen namens een ontbonden commanditaire vennootschap. Toerekening van kennis. Schijn…
Parket bij de Hoge Raad|11 oktober 2019|ECLI:NL:PHR:2019:1039
Onrechtmatige daad. Handelen namens een ontbonden commanditaire vennootschap. Toerekening van kennis. Schijn van volmachtverlening? Art. 24 Rv. Heeft het hof de feitelijke grondslag van het verweer aangevuld?
- Civiel recht overig81 RO. Schadeloosstelling varkenspest. Geen feiten en omstandigheden die aanname van bindende toezeggingen…
Parket bij de Hoge Raad|9 maart 2012|ECLI:NL:PHR:2012:BV8321
worden toegerekend. In deze gevallen speelt de toerekenbare schijn een rol, waarover art. 3:61 BW - als toepassing van de art. 3:33 en 3:35 BW(15) - handelt. 2.7 Nadat … m.nt. PvS). 20 Hijma 2011, (T&C Burgerlijk Wetboek), art. 3:61 BW, aant. 3c. 21 HR 19 februari 2010, LJN BK7671 (NJ 2010, 115), rov. 3.4. 22 HR 11 maart
- Civiel recht overigVermogensrecht; bemiddelingsovereenkomst; toerekenbare schijn van volmachtverlening, art. 3:61 lid 2 BW
Parket bij de Hoge Raad|4 april 2025|ECLI:NL:PHR:2025:407
Vermogensrecht; bemiddelingsovereenkomst; toerekenbare schijn van volmachtverlening, art. 3:61 lid 2 BW
- VerbintenissenrechtVerbintenissenrecht. Betaling van vervalste factuur op rekening fraudeur bevrijdend? Toepasselijke maatstaf…
Parket bij de Hoge Raad|27 november 2020|ECLI:NL:PHR:2020:1128
Verbintenissenrecht. Betaling van vervalste factuur op rekening fraudeur bevrijdend? Toepasselijke maatstaf; HR 7 februari 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC0498 (Kamerman/Aro Lease). Toepasselijkheid art. 6:34 BW?
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|26 april 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD9613
beslissingen van het hof niet blijk geven van een onjuiste rechtsopvatting. Men zie art. 3:61 BW alsmede HR 9 okt. 1998, NJ 1999, 581; 23 okt. 1998, NJ 1999, 582 (beide
- Civiel recht overigHoger beroep kort gedingDe ratio van verzet is gelegen in het fundamentele beginsel van ons procesrecht van hoor en wederhoor. Daarom…
Gerechtshof Leeuwarden|12 januari 2005|ECLI:NL:GHLEE:2005:AS2300
beroep van [appellant] op het bepaalde in (het tweede lid van) artikel 3:61 BW faalt nu er voorshands van moet worden uitgegaan dat er nimmer direct contact tussen hem en [geïntimeerde
- Civiel recht overigHoger beroepWie is opdrachtgever? Onderscheid feitelijke en juridische opdrachtgever.
Gerechtshof Amsterdam|21 februari 2012|ECLI:NL:GHAMS:2012:BV7740
autoriteiten te Kleef aan te vechten en [geïntimeerde] gelet op het bepaalde in artikel 3:61 BW onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mocht aannemen dat door [appellant] een toereikende volmacht was verleend
- VerbintenissenrechtEerste aanleg - enkelvoudigHuurrecht: Eiseres vordert naar aanleiding van uitspraak Huurcommissie het te veel betaalde bedrag aan huur…
Rechtbank Rotterdam|30 mei 2025|ECLI:NL:RBROT:2025:7249
Voor zover [eiseres] zich beroept op de schijn van vertegenwoordiging als bedoeld in artikel 3:61 BW kan haar dat evenmin baten. Niet valt in te zien dat en waarom [eiseres] vanwege
- Civiel recht overigHoger beroepDe grief ziet er aan voorbij dat het tot de discretionaire bevoegdheid van de rechter behoort om de…
Gerechtshof Leeuwarden|13 juli 2005|ECLI:NL:GHLEE:2005:AT9479
handelsregister) - tenminste de schijn van volmacht oproept (zie lid 2 van artikel 3:61 BW). 5. De grief is derhalve vergeefs voorgedragen. Met betrekking tot grief II: 6. De grief ziet
- Personen- en familierechtHoger beroepEfrecht. Testament. Eindarrest na bewijsopdracht: was erflaatster ten tijde van het opstellen en verlijden…
Gerechtshof Den Haag|22 juni 2021|ECLI:NL:GHDHA:2021:1340
vonnis heeft overwogen en neemt de gronden over. Uit artikel 3:61 BW volgt dat een volmacht uitdrukkelijk of stilzwijgend kan worden verleend. De vraag of een volmacht is verleend
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigVordering tot nakoming van vaststellingsovereenkomst vastgelegd in emailwisseling. Verweerder doet (onder…
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten|4 september 2020|ECLI:NL:OGEAM:2020:66
Vordering tot nakoming van vaststellingsovereenkomst vastgelegd in emailwisseling. Verweerder doet (onder andere) een beroep op de onbevoegdheid van de gemachtigde om een schikking namens het Land aan te gaan. Het Gerecht verwijst in dit kader naar HR 3 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:142. Eiseres mocht het…
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigCiviel. Tussenvonnis. Overeenkomsten van opdracht bestaande uit het uitzenden van tv-programma’s en/of…
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba|24 augustus 2016|ECLI:NL:OGEAA:2016:540
geval gerechtvaardigd op mocht vertrouwen (in de zin van het tweede lid van artikel 3:61 BW) dat Derde bevoegd was om voor of namens (de eenmanszaak van) Gedaagde bedoelde overeenkomsten
- Civiel recht overigHoger beroepVoortzetting van tussenarrest van 22 juni 2010, LJN BU3909 Schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid en/of…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|8 november 2011|ECLI:NL:GHSHE:2011:BU3910
gevolmachtigd was om namens Etesmi overeenkomsten te sluiten met derden. Artikel 3:61 BW bepaalt evenwel dat wanneer een rechtshandeling in naam van een ander is verricht tegen de wederpartij, indien
- Burgerlijk procesrechtProcesrecht. Art. 237 Rv. Compensatie van proceskosten. Familierechtelijke zaak?
Parket bij de Hoge Raad|6 januari 2023|ECLI:NL:PHR:2023:121
Schaick, Mon. BW B5 2011/51; Jac. Hijma, T&C BW, commentaar op art. 3:61 BW, aant. 3 onder g (actueel t/m 1 juli 2022); Asser/Sieburgh 6-III 2022/139; B.W.M. Nieskens
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.