50 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtGemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 30 mei 2025 in de zaken met: 24/04262 ECLI:NL:PHR:2025:623…
Parket bij de Hoge Raad|30 mei 2025|ECLI:NL:PHR:2025:652Aangehaald in 21 uitspraken
externe verhouding merkt Van der Wal op dat van titel 3.3 BW alleen art. 3:67 BW en art. 3:68 BW geen overeenkomstige toepassing kunnen vinden in het belastingrecht: “Allereerst … geldt voor de art. 3:69 BW tot en met 3:77 BW. Art. 3:67 BW, dat handelt over vertegenwoordiging van een nader te noemen meester, kan, gelet op het hoogst
- Civiel recht overigCassatieVolmacht bij koopovereenkomst met betrekking tot onroerend goed. Is (pseudo-)gevolmachtigde aansprakelijk…
Hoge Raad|22 november 2013|ECLI:NL:HR:2013:1384Aangehaald in 19 uitspraken
rechtbank heeft de vordering afgewezen. 3.3 Het hof heeft bij tussenarrest de op art. 3:67 BW gebaseerde aansprakelijkheid van [verweerder] afgewezen (rov. 4.1-4.2) en [verweerder] toegelaten tot het leveren
- Civiel recht overigVermogensrecht. Geschil over de aansprakelijkheid van een pseudo-gevolmachtigde als bedoeld in art. 3:70 BW…
Parket bij de Hoge Raad|29 september 2006|ECLI:NL:PHR:2006:AX9397
eiser] optrad moet worden beoordeeld naar het moment waarop de koopovereenkomst werd gesloten. Art. 3:67 BW laat toe dat een overeenkomst door een gevolmachtigde wordt aangegaan voor een nader te noemen … wordt [A] B.V. niet genoemd, wel de persoon [betrokkene 1]. 6 Zie over art. 3:67 BW laatstelijk: HR 14 april 2006, LJN AV0652. 7 Parl. Gesch. Boek 3, blz. 283 (voetnoten
- Civiel recht overigHoger beroep kort gedingkoopovereenkomst onroerende zaken, lastgeving, uitleg overeenkomst, verzuim
Gerechtshof 's-Gravenhage|18 augustus 2009|ECLI:NL:GHSGR:2009:BK1459
brief van 27 november 2008 als lastgever de redelijke termijn genoemd in artikel 3:67 BW is overschreden. Gelet op het verloop van de correspondentie mochten VOC c.s. er na de brief
- VerbintenissenrechtBodemzaakHet jarenlang uitoefenen van het recht van retentie zonder enig vooruitzicht dat de vordering van retentor…
Rechtbank Noord-Holland|12 januari 2022|ECLI:NL:RBNHO:2022:153
niet in een pleitnota vastgelegde - betoog struikelt reeds op het bepaalde in artikel 3:67 BW waarin is bepaald dat iemand die een overeenkomst aangaat in naam van een nader te noemen … vriendendienst zoals [eiser] stelt, is ingevolge artikel 3:78 BW het bepaalde in artikel 3:67 BW eveneens van toepassing. 4.4. De rechtbank stelt vast dat [eiser] zich niet binnen een redelijke
- OndernemingsrechtBodemzaakpauliana 3:45, bestuurdersaansprakelijkheid, vereenzelviging, nader te noemen meester.
Rechtbank Den Haag|14 november 2018|ECLI:NL:RBDHA:2018:13600
nader te noemen meester niet binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 3:67 BW kenbaar heeft gemaakt. Zoals de voorzieningenrechter reeds heeft overwogen, heeft het bepaalde in artikel 3:67
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigGaan de verplichtingen uit de koopovereenkomst over op een 'na te noemen meester' op grond van artikel 3:67…
Rechtbank Rotterdam|10 februari 2009|ECLI:NL:RBROT:2009:BH3546
Gaan de verplichtingen uit de koopovereenkomst over op een 'na te noemen meester' op grond van artikel 3:67 lid 1 BW?
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigKort geding. Vordering opheffing conservatoir beslag afgewezen. Gedaagde mocht er gerechtvaardigd op…
Rechtbank Gelderland|4 juni 2019|ECLI:NL:RBGEL:2019:2829
Kort geding. Vordering opheffing conservatoir beslag afgewezen. Gedaagde mocht er gerechtvaardigd op vertrouwen dat eiser een overeenkomst wilde sluiten. Sprake van (schijn van) vertegenwoordigingsbevoegdheid en ovk op hoofdlijnen.
- Bestuursrecht overigEerste aanleg - meervoudigCollege van Beroep voor het bedrijfsleven · Eerste aanleg - meervoudig · Bestuursrecht overig
College van Beroep voor het bedrijfsleven|18 juli 2001|ECLI:NL:CBB:2001:AB3014
aanvragen van de onderhavige restituties nimmer aan het productschap kenbaar gemaakt. Artikel 3:67 BW vermeldt dat degene die een overeenkomst aangaat in naam van een volmachtgever, binnen een redelijke termijn
- Civiel recht overigHoger beroepOvereenkomstenrecht. Is natuurlijk persoon of rechtspersoon partij bij overeenkomsten? Rechtspersoon heeft…
Gerechtshof Amsterdam|9 april 2013|ECLI:NL:GHAMS:2013:1095
heeft verklaard. Ook artikel 3:69 BW mist dus toepassing. Hetzelfde geldt voor artikel 3:67 BW: [appellant] heeft destijds niet gehandeld in naam van een – door hem – nader te noemen derde
- Civiel recht overigHoger beroepGerechtshof Den Haag · Hoger beroep · Civiel recht overig
Gerechtshof Den Haag|22 december 2020|ECLI:NL:GHDHA:2020:2415
bestuurdersaansprakelijkheid
- Civiel recht overigHoger beroepKoop breekt geen huur. Waaraan is opvolgend verhuurder gebonden? Uitleg huurovereenkomst, art. 7:226 BW…
Gerechtshof Arnhem|14 juni 2011|ECLI:NL:GHARN:2011:BR1266
Koop breekt geen huur. Waaraan is opvolgend verhuurder gebonden? Uitleg huurovereenkomst, art. 7:226 BW. Stadion Gelredome.
- Civiel recht overigHoger beroepVraag of gedaagde een bedrijfspand van eiseres heeft gekocht dat niet is afgenomen. Eiseres is inmiddels…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|6 december 2022|ECLI:NL:GHARL:2022:10498
heeft dat ook aanvaard. 3.10 Het hof verwerpt dit verweer. In artikel 3:67 BW is geregeld dat Calista, die de overeenkomst is aangegaan in naam van een nader te noemen volmachtgever
- Civiel recht overigHoger beroepkort geding, opheffing beslag, vertegenwoordiging
Gerechtshof Den Haag|1 augustus 2017|ECLI:NL:GHDHA:2017:2161
betrokkene 2] voor zichzelf optraden, betekent dat, gelet op het bepaalde in artikel 3:67 BW, nog niet dat Tigris is gebonden. Bovendien wijst de brief van [appellant] van november
- Civiel recht overigHoger beroepUitleg melkprijs in melkleveringsovereenkomst. Haviltex maatstaf
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|2 juli 2013|ECLI:NL:GHARL:2013:4654
voor zichzelf aangegaan maar voor een nader te noemen volmachtgever zoals bedoeld in artikel 3:67 BW. Tussen partijen is niet in geschil dat [eisers] als volmachtgever is aangewezen en dat [eisers
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigBestaat koopovk mbt kantoorpand. Volgens eis heeft ged kantoorpand prive gekocht. Zou later aanwijzen aan…
Rechtbank Limburg|25 augustus 2021|ECLI:NL:RBLIM:2021:6741
Bestaat koopovk mbt kantoorpand. Volgens eis heeft ged kantoorpand prive gekocht. Zou later aanwijzen aan welke gelieerder rechtsp.pand zou worden geleverd. Volgens ged.niet verder dan opmaken intentieverklaring mbt de evt.aankoop pand.
- VerbintenissenrechtEerste aanleg - enkelvoudigOntbinding van overeenkomst indeplaatsstelling. Ongedaanmaking van reeds ontvangen betalingen, inclusief…
Rechtbank Rotterdam|5 juli 2023|ECLI:NL:RBROT:2023:5741
daarmee de Parochie – van de indeplaatsstelling op de hoogte zou worden gebracht (zie artikel 3:67 BW). In de overeenkomst indeplaatsstelling heeft Rijks zich jegens Ultee verplicht om een daartoe strekkende mededeling
- Civiel recht overigVolmacht bij koopovereenkomst met betrekking tot onroerend goed. Is (pseudo-)gevolmachtigde aansprakelijk…
Parket bij de Hoge Raad|21 juni 2013|ECLI:NL:PHR:2013:39
heeft het hof ’s-Gravenhage bij tussenarrest van 22 juni 2010 de op art. 3:67 BW gebaseerde aansprakelijkheid van [verweerder] afgewezen (rov. 4.1-4.2) en voor het overige [verweerder] toegelaten
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigGeschil over koopovereenkomst, activa-/passivatransactie. Uitleg van de overeenkomst. Intres heeft niet aan…
Rechtbank Arnhem|14 november 2012|ECLI:NL:RBARN:2012:BY5732
koopovereenkomst is gesloten tussen PCM en Intres. Hoewel het op grond van artikel 3:67 BW mogelijk is om rechtshandelingen te verrichten namens een nog nader aan te wijzen andere rechtspersoon
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigConsumentenkoop van een paard. Verkopende partij. Contractspartij. Non-conformiteit. Klachtplicht. Toepassing…
Rechtbank Gelderland|28 februari 2018|ECLI:NL:RBGEL:2018:1609
kantonrechter te laat. Dat betekent dat krachtens het tweede lid van artikel 3:67 BW [gedaagde] zelf partij bij de overeenkomst is. 4.3 [gedaagde] heeft zich vervolgens op het standpunt gesteld
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.