38 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|27 september 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE8133
algemeen is afzonderlijk hoger beroep van een tussenbeschikking niet mogelijk (art. 429n lid 3 Rv. oud). Tegen een provisionele tussenbeschikking staat echter wel afzonderlijk beroep in cassatie open
- Civiel recht overigKort gedingRechtbank Arnhem · Kort geding · Civiel recht overig
Rechtbank Arnhem|21 maart 2002|ECLI:NL:RBARN:2002:AE0449
dient te worden verklaard in haar vordering, aldus S. 3.4 Weliswaar stelt artikel 111 lid 3 Rv, dat ook van toepassing is op de kort geding procedure, dat het exploot van dagvaarding
- Civiel recht overigKort gedingRechtbank Arnhem · Kort geding · Civiel recht overig
Rechtbank Arnhem|12 april 2002|ECLI:NL:RBARN:2002:AE1398
redelijkheid niet kan worden achterhaald door eiseres. Derhalve heeft eiseres de in artikel 45 lid 3 RV omschreven wijze van dagvaarden mogen toepassen. Bij de uitvoering daarvan zijn vervolgens de wettelijk vereiste
- Civiel recht overigHoger beroepGerechtshof Arnhem · Hoger beroep · Civiel recht overig
Gerechtshof Arnhem|1 oktober 2002|ECLI:NL:GHARN:2002:AF1187
zich geen grond voor een verschoningsrecht voor [appellant]. Op grond van art. 179 lid 3 Rv. kan de rechter beletten dat aan een bepaalde vraag aan een getuige gevolg wordt gegeven
- Civiel recht overigHoger beroepGerechtshof Arnhem · Hoger beroep · Civiel recht overig
Gerechtshof Arnhem|1 oktober 2002|ECLI:NL:GHARN:2002:AE9322
zich geen grond voor een verschoningsrecht voor [appellant]. Op grond van art. 179 lid 3 Rv. kan de rechter beletten dat aan een bepaalde vraag aan een getuige gevolg wordt gegeven
- Civiel recht overigKort gedingRechtbank 's-Hertogenbosch · Kort geding · Civiel recht overig
Rechtbank 's-Hertogenbosch|21 maart 2002|ECLI:NL:RBSHE:2002:AE0448
onbesproken heeft gelaten en daarom niet heeft voldaan aan de substantiëringsplicht van art. 111 lid 3 Rv. De voorzieningenrechter verwerpt dat standpunt. In een kort geding mogen geen al te zware eisen
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|8 maart 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD7355
eerste aanleg; rov. 3 van het thans bestreden arrest. 3 Zie art. 410 lid 3 Rv. 4 In HR 26 januari 1996, NJ 1996, 607 m.nt. WMK (Dicky Trading), ook een geval
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|16 april 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD9560
partij in een geding betrokken, zich moeten laten vertegenwoordigen, ook in cassatie (art. 407 lid 3 Rv).(7) Nu de cassatiemiddelen niet zijn ingediend door een door de verdachte gevolmachtigd advocaat
- Civiel recht overigKort gedingRechtbank Utrecht · Kort geding · Civiel recht overig
Rechtbank Utrecht|29 januari 2002|ECLI:NL:RBUTR:2002:AD8571
vordering tot het bepalen van een termijn als bedoeld in artikel 557A lid 3 Rv zal worden afgewezen. 3.13. De vordering zal - met in achtneming van het voorgaande - worden toegewezen met dien
- Civiel recht overigKort gedingRechtbank Utrecht · Kort geding · Civiel recht overig
Rechtbank Utrecht|24 september 2002|ECLI:NL:RBUTR:2002:AE7949
gelaten of [eiser] in voldoende mate aan zijn substantiëringsplicht als bedoeld in artikel 111 lid 3 Rv heeft voldaan. Al aangenomen dat [eiser] hieraan niet in voldoende mate heeft gedaan
- Civiel recht overigEerste aanleg - meervoudigRechtbank Groningen · Eerste aanleg - meervoudig · Civiel recht overig
Rechtbank Groningen|25 januari 2002|ECLI:NL:RBGRO:2002:AD9290
mannen naar billijkheid nu partijen hen daartoe geen opdracht als bedoeld in artikel 1054 lid 3 Rv hebben gegeven. De algemene voorwaarden bevatten geen beoordelingsmaatstaf voor de arbiters. Wel verwijzen de algemene
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|29 november 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE9396
lijkt mij intussen duidelijk dat daarvan geen sprake kan zijn. Ingevolge art. 419 lid 3 Rv is wat [eiser] c.s. in dit opzicht hebben aangevoerd aan beoordeling door de Hoge Raad onttrokken
- Civiel recht overigHoger beroepGerechtshof Arnhem · Hoger beroep · Civiel recht overig
Gerechtshof Arnhem|7 mei 2002|ECLI:NL:GHARN:2002:AE2348
7 mei 2002 eerste civiele kamer rolnummer 01/469 KG G E R E C H T S H O F T E A R N H E M Arrest in de zaak van: de stichtingen 1 Stichting Werkgroep Gendt en 2 Stichting Proceskostenfonds Misbruikte Kinderen Foster Parents Plan, gevestigd te Goes, appellanten, procureur: mr S.I. Henny, tegen: de stichting Stichting…
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|9 augustus 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE2146
Hoge Raad teweeggebracht(1); en de regel van art. 448 lid 1 sub 3 Rv. (oud) geeft nader accent aan het belang dat aan het houden van (juist) een beperkt aantal dieren
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|22 november 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE8215
overeenkomsten in overwegende mate op feitelijke appreciatie berust, en in zoverre ingevolge art. 419 lid 3 Rv aan beoordeling is cassatie is onttrokken, neem ik geen baanbrekend standpunt is. Dat is immers
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|27 september 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE4289
indienen van een verweerschrift - ook na de ommekomst van de in art. 426b lid 3 Rv bedoelde termijn - toegestaan.(15) Weliswaar is de termijnoverschrijding in casu aanzienlijk groter dan in het toen
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|19 april 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD8168
zijn bedoeld. Het ligt in dat geval voor de hand de in art. 430 lid 3 Rv voorgeschreven betekening van de betrokken uitspraak bepalend te achten, behoudens het geval waarin de tenuitvoerlegging
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigRechtbank Maastricht · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig
Rechtbank Maastricht|7 maart 2002|ECLI:NL:RBMAA:2002:AE0630
gelegenheid te geven partijen op de voet van het bepaalde in artikel 677 lid 3 Rv op te roepen, zal de rechtbank voorbijgaan. Immers, partijen kunnen ingevolge het bepaalde in artikel 3
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.