Zoekresultaten

Voor “"3 Sv"”

Naar resultaten Uitgebreid zoeken

35 uitspraken gevonden

Sorteer op: Relevantie
  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad23 april 2002ECLI:NL:PHR:2002:ZD2844

    naar aanleiding van zijn wrakingsverzoek was beslist. De uitzondering van art. 432 lid 3 Sv doet zich ook in dat geval niet voor: ook dan is het beroep te laat ingesteld

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad18 juni 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE2759

    april 1998 op de wijze zoals voorzien in art. 588, eerste lid, onder b, sub 3, Sv (betekening aan de griffier bij ontbreken van een bekende woon- of verblijfplaats). Verzoeker is blijkens

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad16 april 2002ECLI:NL:PHR:2002:AD8878

    Aldus is een verweer gevoerd waarop het hof op grond van art. 358 lid 3 Sv en art. 359 lid 2 Sv jo. art. 415 Sv op straffe van nietigheid uitdrukkelijk

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad13 december 2002ECLI:NL:PHR:2002:AF0224

    strafprocesrecht (art. 273 lid 3 Sv) is dit iets uitgebreider geregeld en vermeldt de wet tevens dat de behandeling op tegenspraak wordt voortgezet

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad17 september 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE4200

    technisch hulpmiddel", dat ter uitvoering van het bevel observatie kan worden ingezet (art. 126g lid 3 Sv).(10) Een peilbaken levert niet meer op dan de locatiegegevens van het object - en overigens

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad28 mei 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE1512

    omschreven in het bevel gevangenhouding, waarvan de geldigheidsduur reeds tweemaal is verlengd (art. 261 lid 3 Sv) 6. Vervolgens heeft de Officier van Justitie op 6 september 1999 een tweede dagvaarding uitgebracht

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad24 september 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE4156

    eenmaal per jaar de verstekmededeling overeenkomstig art. 588, eerste lid aanhef en onder b sub 3°, Sv aan de griffier is bekend tot het oordeel dient te leiden dat de opgetreden vertraging

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad5 november 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE8855

    grondslag ligt als door middel van wijziging van de tenlastelegging volgens art. 261 lid 3 Sv juncto artikel 314a Sv nieuwe feiten tenlaste te leggen. De officier van justitie

  • Strafrecht overig
    Het middel behelst onder meer de klacht dat de verdachte door het Hof is veroordeeld op grond van bepalingen…

    Parket bij de Hoge Raad19 november 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE1171

    dienen. Daarmee heeft het hof gehandeld in overeenstemming met het bepaalde in art. 292 lid 3 Sv. 14. Verzoeker erkent in zijn schriftuur dat hem de gelegenheid is geboden te reageren

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad19 maart 2002ECLI:NL:PHR:2002:AD8700

    Raad heeft reeds diverse malen uitgemaakt dat een beslissing op grond van art. 297 lid 3 Sv om een getuige buiten tegenwoordigheid van de verdachte te horen geen motivering of nadere redengeving

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad19 november 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE1173

    dienen. Daarmee heeft het hof gehandeld in overeenstemming met het bepaalde in art. 292 lid 3 Sv. 14. Verzoeker erkent in zijn schriftuur dat hem de gelegenheid is geboden te reageren

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad5 november 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE8856

    grondslag ligt als door middel van wijziging van de tenlastelegging volgens art. 261 lid 3 Sv juncto artikel 314a Sv nieuwe feiten tenlaste te leggen. De officier van justitie

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad2 juli 2002ECLI:NL:PHR:2002:AD9915

    moeten nemen omdat zich de uitzonderingen als bedoeld in art. 126ff lid 2 en lid 3 Sv niet voordeden. 5. Het Hof heeft dit verweer als volgt verworpen: Bij het bepalen

  • Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudig
    Rechtbank Almelo · Eerste aanleg - meervoudig · Strafrecht overig

    Rechtbank Almelo22 augustus 2002ECLI:NL:RBALM:2002:AE6814

    en/of een kennisgeving van inbeslagneming leidt niet tot nietigheid van die inbeslagneming (art. 94 lid 3 Sv.). Het beslag is niet beëindigd ex art. 134 lid 2 Sv. zodat de rode sportbroek

  • Strafrecht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

    Parket bij de Hoge Raad9 juli 2002ECLI:NL:PHR:2002:AD7737

    herhaald en ingevoegd worden gepresenteerd, maar zo een geste is onvoldoende om art.358 lid 3 Sv te activeren. Ik citeer de Hoge Raad(2): 3.3. Het Hof was niet gehouden

Zoektips

Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.