51 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtHoger beroepVennootschapsbelasting. Vestiging feitelijke leiding in Nederland. Waardering pensioenverplichtingen. Belaste…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|25 november 2014|ECLI:NL:GHARL:2014:9138
Wet IB 2001 (loon- en prijsstijgingen na afloop van het jaar), artikel 3.29 Wet IB 2001 (waardering op actuariële grondslagen) en artikel 8, zesde lid, Wet Vpb (specifieke waarderingsregels pensioenverplichtingen eigen beheer … Wet IB 1964; sinds 1 januari 2001 is deze regeling opgenomen in artikel 3.29 Wet IB 2001. In de praktijk is na de invoering van artikel 9b Wet IB 1964 discussie ontstaan
- BelastingrechtVennootschapsbelasting. Art. 3.25 en 3.29 Wet IB 2001. Waardering gerichte-lijfrenteverplichting. Bevestiging…
Parket bij de Hoge Raad|9 april 2010|ECLI:NL:PHR:2010:BJ5176
Vennootschapsbelasting. Art. 3.25 en 3.29 Wet IB 2001. Waardering gerichte-lijfrenteverplichting. Bevestiging BNB 2004/163. nr. 08/03645 Derde Kamer (A) Vennootschapsbelasting 2003 PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN MR. P.J. WATTEL … rekenrente van 4% in plaats van 3,3% marktrente, zulks met verwijzing naar art. 3.29 Wet IB 2001. 3. Het geschil voor het Hof 3.1. Het Hof heeft het geschil als volgt
- BelastingrechtInkomstenbelasting. Art. 3.8, 3.25, 3.26 en 3.27 Wet IB 2001. Overname pensioenverplichting: deel van de…
Parket bij de Hoge Raad|24 december 2010|ECLI:NL:PHR:2010:BM9257
hierna: Wet Vpb 1969) onder meer de artikelen 3.8, 3.25, 3.26, 3.27, 3.28, en 3.29 Wet IB 2001 van overeenkomstige toepassing. 6.2. De omschrijving in art. 3.8 Wet IB 2001 … wetgever heeft dat - onder meer - gedaan in de artt. 3.26 tot en met 3.29 Wet IB 2001, en in art. 8(6) Wet Vpb 1969. Deze bepalingen hebben gemeen
- BelastingrechtHoger beroepVennootschapsbelasting. A BV heeft ten behoeve van de dga een pensioenregeling getroffen en daartoe in eigen…
Gerechtshof Den Haag|8 mei 2013|ECLI:NL:GHDHA:2013:CA1430
meent belanghebbende dat de bepalingen over de in acht te nemen rekenrente ingevolge artikel 3.29 Wet IB 2001 en over de leeftijdscorrecties op de meest recente overlevingstabel ingevolge artikel 8, zesde … maar stelt dat in dit geval de daarvan afwijkende, bijzondere bepalingen van de artikelen 3.29 Wet IB 2001 en 8, zesde lid, Wet Vpb, aan die algemene regels van goed koopmansgebruik derogeren
- BelastingrechtHoger beroepTussen partijen is uitsluitend in geschil of de stamverplichting tot periodieke uitkeringen per balansdatum…
Gerechtshof Den Haag|16 juni 2015|ECLI:NL:GHDHA:2015:1984
overeengekomen feitelijk onvoldoende realiteitsgehalte heeft om terug te rekenen tegen vier percent rekenrente. Artikel 3.29 Wet IB 2001 is in dit geval, bij gebrek aan duidelijkheid over het te hanteren schema … rechtbank 6. De rechtbank heeft in haar uitspraak het volgende overwogen: "9. Artikel 3.29 Wet IB 2001 luidt als volgt: “De waardering van pensioenverplichtingen en andere soortgelijke verplichtingen vindt plaats met inachtneming
- BelastingrechtHoger beroepAanslag Vpb 2016 is naar het juiste bedrag opgelegd. De Inspecteur heeft de correctie van de voorzieningen…
Gerechtshof Den Haag|5 april 2022|ECLI:NL:GHDHA:2022:869Aangehaald in 5 uitspraken
belanghebbende. 5.3. In een geval als het onderhavige leidt de toepassing van artikel 3.29 Wet IB 2001 ertoe dat per saldo een vrijval van een gedeelte van de pensioen- en stamrechtvoorzieningen verplicht … over het jaar 2016 en de daaropvolgende jaren, laat de duidelijke wettekst van artikel 3.29 Wet IB 2001 en het in 5.3 overwogene het Hof geen ruimte om de waardering
- BelastingrechtHoger beroepVennootschapsbelasting. Belanghebbende (een BV) is sinds 11 januari 2005 een 100%-dochtervennootschap van A…
Gerechtshof Den Haag|17 juli 2013|ECLI:NL:GHDHA:2013:2710
gehanteerd van 2,9 percent in plaats van het minimumpercentage van vier dat artikel 3.29 Wet IB 2001 voorschrijft. 4.4. Voor de gronden waarop partijen hun standpunten doen steunen, verwijst … aanmerking wordt genomen van ten minste 4%.” 14. Gelet op het bepaalde in artikel 3.29 Wet IB 2001 heeft verweerder bij het bepalen van de balanswaarde van de pensioenverplichting per ultimo
- BelastingrechtEerste aanleg - meervoudigVoor deze uitspraak is geen samenvatting gemaakt.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant|25 juli 2022|ECLI:NL:RBZWB:2022:3940
grond van artikel 8, lid 1, Wet Vpb 1969 in verbinding met artikel 3.29 Wet IB 2001 dat pensioenverplichtingen worden gewaardeerd met inachtneming van algemeen aanvaarde actuariële grondslagen, waarbij een rekenrente … heeft plaatsgevonden, heeft de inspecteur de voorziening per ultimo 2014 op grond van artikel 3.29 Wet IB 2001 actuarieel berekend met inachtneming van een rekenrente van 4%, uitgaande van de aanspraken
- Civiel recht overigCassatiePensioenverevening, art. 2 lid 1 Wet verevening pensioenrechten bij scheiding. Pensioen in eigen beheer…
Hoge Raad|14 april 2017|ECLI:NL:HR:2017:693Aangehaald in 32 uitspraken
voorziening of van eigen vermogen). In verband met de bepaling van art. 3.29 Wet IB 2001 (die een rekenrente voorschrijft van ten minste 4%) kan de fiscale pensioenreserve in dit verband onvoldoende
- BelastingrechtHoger beroepIn aanmerking genomen de leeftijden van de pensioengerechtigden leidt het gebruik van de CBS-tafel 2007 tot…
Gerechtshof Amsterdam|2 februari 2012|ECLI:NL:GHAMS:2012:BV9185
betoog van eiseres faalt ook op dit punt. Immers, zoals bepaald in artikel 3.29 Wet IB 2001, dient de waardering van pensioenverplichtingen plaats te vinden met inachtneming van algemeen aanvaarde actuariële grondslagen … beperking tot vijfjaarstafels ligt besloten. Ook de wetsgeschiedenis (Kamerstuknummers 23 071) van artikel 3.29 Wet IB 2001 - alwaar terzake aanvankelijk werd gesproken van een waardering “volgens goed actuarieel gebruik” - biedt geen aanknopingspunt
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigDe waardering van stamrechtverplichting moet met toepassing van een rekenrente van minimaal 4%.
Rechtbank Den Haag|8 juli 2014|ECLI:NL:RBDHA:2014:11553
stamrechtverplichting uitgegaan moet worden van een rekenrente van minimaal vier percent. 9. Artikel 3.29 Wet IB 2001 luidt als volgt: “De waardering van pensioenverplichtingen en andere soortgelijke verplichtingen vindt plaats met inachtneming … gezien de inhoud van de stamrechtovereenkomst, een ‘soortgelijke verplichting’ in de zin van artikel 3.29 Wet IB 2001 en geen direct opeisbare schuld (vergelijk Hoge Raad 9 april 2010, nr. 08/03645, ECLI
- BelastingrechtEerste aanleg - meervoudigVPB. Vorming van herinvesteringsreserve. Pensioen-kostenegalisatiereserve. Reserve lineair of actuarieel berekenen.
Rechtbank Haarlem|5 oktober 2006|ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ7509
pensioen niet als pensioen- of soortgelijke verplichting kan worden aangemerkt, heeft de in artikel 3.29 Wet IB 2001 verplicht gestelde actuariële berekening naar het oordeel van de rechtbank daarop geen betrekking. Zoals … Wet op de inkomstenbelasting 1964 - welke artikel gelijkluidend is aan artikel 3.29 Wet IB 2001 - in de literatuur veelvuldig discussie is gevoerd over de betekenis van dat artikel voor de berekeningswijze
- Civiel recht overigHuwelijksvermogensrecht. Procesrecht. Art. 1:141 BW. Verrekenbeding in huwelijkse voorwaarden…
Parket bij de Hoge Raad|6 maart 2020|ECLI:NL:PHR:2020:225
voorziening of van eigen vermogen). In verband met de bepaling van artikel 3.29 Wet IB 2001 (die een rekenrente voorschrijft van ten minste 4%) kan de fiscale pensioenreserve in dit verband onvoldoende
- BelastingrechtWaardering onderhanden werk ex art. 3.29b Wet IB: activering van kosten plus winstopslag of van gedeelte van…
Parket bij de Hoge Raad|18 december 2014|ECLI:NL:PHR:2014:2727
Waardering onderhanden werk ex art. 3.29b Wet IB: activering van kosten
- Personen- en familierechtHoger beroepverdeling ontbonden huwelijksgemeenschap, gebruiksvergoeding, partner- en kinderalimentatie, waardering…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|24 januari 2019|ECLI:NL:GHSHE:2019:204
voorziening of van eigen vermogen). In verband met de bepaling van art. 3.29 Wet IB 2001 (die een rekenrente voorschrijft van ten minste 4%) kan de fiscale pensioenreserve in dit verband onvoldoende
- BelastingrechtEerste aanleg - meervoudigVpb, waardering stamrechtverplichting. Rekenrente. Verweerder is op grond van artikel 3.29 van de Wet IB 2001…
Rechtbank Gelderland|5 juni 2019|ECLI:NL:RBGEL:2019:2471
heeft dat percentage gehanteerd bij de waardering van de stamrechtverplichting. Indien de in artikel 3.29 Wet IB 2001 voorgeschreven rente van vier procent wordt gehanteerd ontstaat er winst terwijl die niet gemaakt
- BelastingrechtHoger beroepVennootschapsbelasting. Belanghebbende (een BV) heeft ten behoeve van haar dga een pensioenregeling getroffen…
Gerechtshof Den Haag|17 juli 2013|ECLI:NL:GHDHA:2013:2709
minste vier percent in acht genomen moet worden. De werking van artikel 3.29 Wet IB 2001 is immers beperkt tot de jaarwinstbepaling (zie Hoge Raad 14 april 2006, nr. 41.569, LJN: AW1747
- BelastingrechtHoger beroepBelanghebbende, een besloten vennootschap, heeft op 30 december 2006 de in eigen beheer gevormde…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|13 juni 2013|ECLI:NL:GHSHE:2013:CA3888
minste 4% wordt gehanteerd. Anders dan voor de bepaling van de jaarwinst in artikel 3.29 Wet IB 2001, is in artikel 3.26 Wet IB 2006 (respectievelijk zijn voorloper artikel
- BelastingrechtHoger beroepVennootschapsbelasting. Belanghebbende (een BV) heeft ten behoeve van haar dga een pensioenregeling getroffen…
Gerechtshof Den Haag|8 mei 2013|ECLI:NL:GHDHA:2013:CA1431
minste vier percent in acht genomen moet worden. De werking van artikel 3.29 Wet IB 2001 is immers beperkt tot de jaarwinstbepaling (zie Hoge Raad 14 april 2006, LJN: AW1747
- Civiel recht overigHoger beroepPensioenverevening (WVPS). Afstorting pensioen niet mogelijk. Zekerheidsstelling.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|19 juni 2018|ECLI:NL:GHARL:2018:5690
voorziening of van eigen vermogen). In verband met de bepaling van art. 3.29 Wet IB 2001 (die een rekenrente voorschrijft van ten minste 4%) kan de fiscale pensioenreserve in dit verband onvoldoende
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.