176 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigProfijtontneming (art. 36e Sr). 1. Klacht over de vaststelling van het w.v.v.. 2. Klacht over de verdeling…
Parket bij de Hoge Raad|27 februari 2024|ECLI:NL:PHR:2024:397
Profijtontneming (art. 36e Sr). 1. Klacht over de vaststelling van het w.v.v.. 2. Klacht over de verdeling van het w.v.v.. De conclusie strekt tot verwerping van het beroep. Samenhang
- Strafrecht overigProfijtontneming (art. 36e Sr). 1. Klacht over de motivering van de vaststelling van het w.v.v. i.v.m. het…
Parket bij de Hoge Raad|27 februari 2024|ECLI:NL:PHR:2024:389
Profijtontneming (art. 36e Sr). 1. Klacht over de motivering van de vaststelling van het w.v.v. i.v.m. het niet kunnen uitoefenen van het ondervragingsrecht. 2. Klacht over de toerekening van het w.v.v
- Strafrecht overigConclusie AG. Profijtontneming. Eenvoudige kasopstelling (art. 36e lid 3 Sr). Het eerste middel gaat over…
Parket bij de Hoge Raad|10 september 2024|ECLI:NL:PHR:2024:909
voordeelsontneming op de grondslag van het derde lid van art. 36e Sr van een andere orde is dan die van het tweede lid. Bij toepassing van het derde lid hoeft de rechter … hoogte van de betalingsverplichting te worden vastgesteld. Op grond van het vijfde lid van art. 36e Sr kan de betalingsverplichting worden gematigd op grond van allerlei feiten en omstandigheden 14. Contante aankoop
- Strafrecht overigConclusie AG. Profijtontneming. aangepaste kasopstelling (art. 36e lid 2 Sr). Volgens de AG faalt het middel…
Parket bij de Hoge Raad|10 september 2024|ECLI:NL:PHR:2024:907
door [betrokkene] zijn begaan.” 6. Het eerste en het tweede lid van art. 36e Sr luiden sinds de inwerkingtreding op 1 juli 2011 van de Wet verruiming mogelijkheden voordeelontneming van 31 maart … aanwijzingen bestaan dat zij door de veroordeelde zijn begaan.” 7. In lid 2 van art. 36e Sr gaat het om voordeel dat de betrokkene heeft verkregen door middel
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigToewijzing vordering ontneming. Nu veroordeelde is veroordeeld wegens een misdrijf dat wordt bedreigd met de…
Rechtbank Noord-Holland|20 december 2024|ECLI:NL:RBNHO:2024:13360
berekenen van het wederrechtelijk verkregen voordeel over de periode voorafgaand aan de wetswijziging van artikel 36e Sr op 1 juli 2011 niet in strijd is met het wettelijk systeem en dat veroordeelde … verbod van terugwerkende kracht geldt, moet voor de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel artikel 36e Sr worden toegepast zoals dat gold vóór de wetswijziging. Reeds daarom is de door de Koninklijke
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigOntneming. De rechtbank legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling van € 13.200,-- aan de Staat ter…
Rechtbank Overijssel|20 juni 2024|ECLI:NL:RBOVE:2024:3225
rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel … grond van wettige bewijsmiddelen het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat, vast op € 13.200,--. 3.3 De vaststelling van de betalingsverplichting De rechtbank
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigDe rechtbank legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling van € 46.903,-- aan de Staat ter ontneming…
Rechtbank Overijssel|28 oktober 2024|ECLI:NL:RBOVE:2024:5572
rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel … grond van wettige bewijsmiddelen het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat vast op € 46.903,--. 3.3 De vaststelling van de betalingsverplichting De rechtbank
- Strafrecht overigHoger beroepOntneming. Eerdere witwasveroordeling.
Gerechtshof Amsterdam|23 januari 2024|ECLI:NL:GHAMS:2024:134
Grondslag ontnemingsvordering De onderhavige ontnemingsvordering is gebaseerd op het derde lid van artikel 36e Sr. Het openbaar ministerie heeft het wederrechtelijk verkregen voordeel van de betrokkene berekend aan de hand … strafzaak bewezen zijn verklaard. De rechter behoeft – als het derde lid van artikel 36e Sr als grondslag wordt gebruikt – niet te concretiseren welke (andere) strafbare feiten op enigerlei wijze ertoe hebben geleid
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigOntneming. De rechtbank stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op een bedrag van € 24.000,- en…
Rechtbank Overijssel|20 juni 2024|ECLI:NL:RBOVE:2024:3224
rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel … grond van wettige bewijsmiddelen het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat, vast op € 24.000,--. 3.3 De vaststelling van de betalingsverplichting De rechtbank
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigOntneming. De rechtbank legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling van € 16.200,-- aan de Staat ter…
Rechtbank Overijssel|3 juni 2024|ECLI:NL:RBOVE:2024:2904
rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel … grond van wettige bewijsmiddelen het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat, vast op € 18.000,--. 4.3 De redelijke termijn Bij de vaststelling van de omvang
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigDe rechtbank legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling van € 138.770,-- aan de Staat ter ontneming…
Rechtbank Overijssel|28 oktober 2024|ECLI:NL:RBOVE:2024:5575
rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel … grond van wettige bewijsmiddelen het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat vast op € 138.770,--. 3.3 De vaststelling van de betalingsverplichting De rechtbank
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigOntneming. De rechtbank legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling van € 39.450,-- aan de Staat ter…
Rechtbank Overijssel|20 juni 2024|ECLI:NL:RBOVE:2024:3226
rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel … grond van wettige bewijsmiddelen het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat, vast op € 39.450,--. 3.3 De vaststelling van de betalingsverplichting De rechtbank
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigOntneming. De rechtbank legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling van € 5.895,-- aan de Staat ter…
Rechtbank Overijssel|3 juni 2024|ECLI:NL:RBOVE:2024:2905
rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel … grond van wettige bewijsmiddelen het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat vast op € 6.550,--. 4.3 De redelijke termijn Bij de vaststelling van de omvang
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigOntneming. De rechtbank legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling van € 30.240,-- aan de Staat ter…
Rechtbank Overijssel|3 juni 2024|ECLI:NL:RBOVE:2024:2903
rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel … grond van wettige bewijsmiddelen het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat vast op € 33.600,--. 4.3 De redelijke termijn Bij de vaststelling van de omvang
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigOntneming. De rechtbank legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling van € 36.855,-- aan de Staat ter…
Rechtbank Overijssel|3 juni 2024|ECLI:NL:RBOVE:2024:2906
rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel … grond van wettige bewijsmiddelen het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat vast op € 40.950,--. 4.3 De redelijke termijn Bij de vaststelling van de omvang
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigGebleken is dat de veroordeelde uit de baten van andere feiten, waarvoor voldoende aanwijzingen bestaan dat…
Rechtbank Rotterdam|22 maart 2024|ECLI:NL:RBROT:2024:2927
ontnemen wederrechtelijk verkregen voordeel gebaseerd op het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel ex art. 36e Sr, opgemaakt en gesloten op 19 februari 2024 door verbalisant [naam verbalisant 1] . Daarin is geconcludeerd … rechtbank: - het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en - aan de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte
- Strafrecht overigOverheidsprivaatrecht. Strafrecht. Beslag- en executierecht. Overgangsrecht. Civielrechtelijk executiegeschil…
Parket bij de Hoge Raad|5 april 2024|ECLI:NL:PHR:2024:364
leggen ontnemingsmaatregel (overeenkomend met de ontnemingsmaatregel die in Nederland is geregeld in art. 36e Sr). De beslagen zijn overeenkomstig de op het rechtshulpverzoek toepasselijke regels gelegd op grond van de regels … misdrijf op te leggen vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in art. 36e Sr (art. 94a lid 2 Sv in samenhang
- Strafrecht overigConclusie AG. Profijtontneming. Samenhang met 22/04700. Het eerste middel keert zich tegen de…
Parket bij de Hoge Raad|10 september 2024|ECLI:NL:PHR:2024:927
door de verdachte is begaan, terwijl de ontnemingsrechter – die oordeelt dat de maatregel ex artikel 36e Sr moet worden opgelegd – op die titel is gehouden tot motivering van zijn schatting
- StrafprocesrechtEerste aanleg - meervoudigVordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen toegewezen tot een bedrag van € 41.981,07. Veroordeelde…
Rechtbank Amsterdam|17 december 2024|ECLI:NL:RBAMS:2024:7904
worden aangemerkt. Gelet hierop is voldaan aan de vereisten van het derde lid van artikel 36e Sr en heeft de ontnemingsvordering een geldige wettelijke grondslag. 2.2. Het standpunt van de verdediging … vordering van de officier van justitie is gegrond op het derde lid van artikel 36e Sr. In dit lid van artikel 36e Sr staat dat een veroordeelde kan worden verplicht
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigOntneming. De rechtbank stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel…
Rechtbank Overijssel|26 november 2024|ECLI:NL:RBOVE:2024:6219
rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel … wettelijke voorschriften De oplegging van de maatregel is gegrond op artikel 36e Sr. 5 De beslissing De rechtbank: stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.