141 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigEerste aanleg - meervoudigEigendom riolering. Geen toepassing art. 5:20 lid 2 want onduidelijk wie bevoegde aanlegger was. Horizontale…
Rechtbank 's-Gravenhage|15 april 2009|ECLI:NL:RBSGR:2009:BI7408
aanlegger van dat net dan wel aan diens rechtsopvolger. Het tweede lid van artikel 5:20 BW is op 1 februari 2007 in werking getreden. Op grond van de overgangsbepaling in artikel … blijkens hun beider stellingen van uitgegaan. Op grond van het tweede lid van artikel 5:20 BW betekent dit dat de bevoegde aanlegger van het riool onder de Winkelhof, of zijn rechtsopvolger
- Civiel recht overigGoederenrecht. Horizontale natrekking. Kwalificering zaak als bestanddeel van hoofdzaak, art. 3:4 lid 1 BW…
Parket bij de Hoge Raad|6 december 2012|ECLI:NL:PHR:2012:BX7474
oordeel dat de groutankers niet door verticale natrekking in de zin van art. 5:20 BW zijn gaan toebehoren aan Rijswijk Wonen (rov. 6). Belang bij het cassatieberoep 2.2 Rijswijk Wonen stelt … tunnelbak gebleven. Zij zijn niet door (verticale) natrekking in de zin van artikel 5:20 BW gaan toebehoren aan Rijswijk Wonen (Parl. Gesch. Boek 5
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|4 oktober 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE4439
welk arrest werd overwogen dat art. 656 BW (oud) in zoverre overeenstemt met art. 5:20 BW, inhoudende dat . In het onderhavige geding is in cassatie onbestreden ervan uitgegaan dat de litigieuze … gebouwen op het lijdende erf op de voet van de hoofdregel van art. 5:20 BW toebehoren aan de eigenaar van dat erf en dat een recht van erfdienstbaarheid niet kan bewerkstelligen
- BelastingrechtWet WOZ. Art. 3:3 BW. Waardevaststelling voor stacaravanchalets op gehuurde grond ten onrechte achterwege…
Parket bij de Hoge Raad|24 juni 2005|ECLI:NL:PHR:2005:AQ7093
BW (verkeersopvatting en verbindingscriterium), maar ook op grond van natrekking ex artikel 5:20 BW (bestanddeelvorming door wetsduiding). De parlementaire geschiedenis is op dit punt niet erg duidelijk. Deze wekt de indruk … zich bij de formulering van de artikelen 3:3, 3:4 en 5:20 BW onvoldoende heeft gerealiseerd dat de vragen roerend/onroerend en bestandsdeel/zelfstandige zaak weliswaar moeten worden onderscheiden, maar desalniettemin
- Civiel recht overigEnergierecht. Goederenrecht. Overeenkomsten tussen chemiebedrijf en netbeheerder m.b.t. transformatoren die…
Parket bij de Hoge Raad|20 oktober 2017|ECLI:NL:PHR:2017:1204
Energierecht. Goederenrecht. Overeenkomsten tussen chemiebedrijf en netbeheerder m.b.t. transformatoren die verbinding vormen met elektriciteitsnet. Zijn die overeenkomsten nietig wegens strijd met de wet (art. 3:40 BW)? Zijn de transformatoren bestanddeel van een net als bedoeld in art. 5:20 lid 2 BW? Belang van de…
- BelastingrechtArt. 3.111, lid 1, letter a, Wet IB 2001. Eigenwoningregeling van toepassing bij van erfpacht afhankelijk…
Parket bij de Hoge Raad|17 februari 2012|ECLI:NL:PHR:2012:BV0651
Art. 3.111, lid 1, letter a, Wet IB 2001. Eigenwoningregeling van toepassing bij van erfpacht afhankelijk recht van opstal.
- BelastingrechtDe Hoge Raad heeft het beroep in cassatie ongeggrond verklaard, zie ook het arrest 11/00445.
Parket bij de Hoge Raad|17 februari 2012|ECLI:NL:PHR:2012:BV0647
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie ongeggrond verklaard, zie ook het arrest 11/00445.
- Civiel recht overigHoger beroepKwalificatie overeenkomst voor bepaalde tijd Opzegbaarheid overeenkomst? Instellen publiekrechtelijk regime…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|12 september 2017|ECLI:NL:GHARL:2017:8035
Kwalificatie overeenkomst voor bepaalde tijd Opzegbaarheid overeenkomst? Instellen publiekrechtelijk regime voor de aanleg en verlegging van kabels en leidingen; heffing precariobelasting Reikwijdte arrest in de zaak SNU – Stedin/gemeente de Ronde Venen Registratie opstalrechten
- Civiel recht overigVerbintenissenrecht, onrechtmatige daad. Vervreemding grond door woningcorporatie aan projectontwikkelaar na…
Parket bij de Hoge Raad|19 februari 2021|ECLI:NL:PHR:2021:150
Woonstad zijn vervreemd aan BPD. Zij beroepen zich daarbij op de natrekkingsregel van artikel 5:20 BW, die inhoudt dat de eigendom van de grond ook de daarop staande gebouwen (woningen) omvat
- Civiel recht overigCassatieEigendom; inbezitneming; verkrijgende verjaring. Art. 3:105, 107, 108, 112, 113, 306 BW. Geval waarin koper…
Hoge Raad|9 september 2011|ECLI:NL:HR:2011:BQ5989Aangehaald in 18 uitspraken
ander werd gehouden, dit met alle goederenrechtelijke natrekkings-perikelen (artikel 5:3 juncto 5:20 BW) van dien. Het hof vond ook geen enkele aanwijzing dat verkopers van die opvatting uitgingen
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigHet rookafvoerkanaal dat in gebruik is bij eiser, maar (sinds de bouw van de woningen in de jaren '30)…
Rechtbank 's-Hertogenbosch|10 september 2008|ECLI:NL:RBSHE:2008:BF0497
eiser] eigenaar was van het rookafvoerkanaal dient als eerste beantwoord te worden. Artikel 5:20 BW doet vermoeden dat het rookafvoerkanaal, dat wil zeggen het gedeelte daarvan dat door de woning … gedaagde]. Het kanaal bevond zich immers in haar woning. Echter, sub e van artikel 5:20 BW maakt een uitzondering voor zaken die bestanddeel zijn van een anders onroerende zaak. Voor beantwoording
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|6 juni 2003|ECLI:NL:HR:2003:AD3591Aangehaald in 6 uitspraken
deze grond is verbonden in de zin van artikel 3:3 BW en artikel 5:20 BW, hetgeen inhoudt dat de Gemeenten, als eigenaar van de grond, tevens eigenaar zijn
- Civiel recht overigCassatieAls closet ingerichte ruimte, zich bevindend binnen een aan de ene partij toebehorend perceel, doch enkel…
Hoge Raad|28 oktober 1994|ECLI:NL:HR:1994:ZC1502Aangehaald in 6 uitspraken
worden vooropgesteld. 3.4 Uit art. 656 (oud) BW, in zoverre in overeenstemming met art. 5:20 BW, vloeit als hoofdregel voort dat de eigenaar van een perceel grond eigenaar
- Civiel recht overigCassatieGoederenrecht. Horizontale natrekking. Kwalificering zaak als bestanddeel van hoofdzaak, art. 3:4 lid 1 BW…
Hoge Raad|6 december 2012|ECLI:NL:HR:2012:BX7474Aangehaald in 20 uitspraken
tunnelbak gebleven. Zij zijn niet door (verticale) natrekking in de zin van artikel 5:20 BW gaan toebehoren aan Rijswijk Wonen (Parl. Gesch. Boek 5
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigEindvonnis in conventie over de vraag aan wie het eigendom toekomt en op wie de onderhoudsplicht rust van een…
Rechtbank Rotterdam|30 september 2015|ECLI:NL:RBROT:2015:8877
Rotterdam is aan te merken als de bevoegd aanlegger in de zin van artikel 5:20 BW. 8.2. De rechtbank overweegt als volgt. Artikel 5:20 lid 1 BW luidt, voor zover … zover ze geen bestanddeel zijn van eens anders onroerende zaak;” Lid 2 van artikel 5:20 BW bepaalt: “2. In afwijking van lid 1 behoort de eigendom van een net, bestaande
- BelastingrechtCassatieWet WOZ. Art. 3:3 BW. Waardevaststelling voor stacaravanchalets op gehuurde grond ten onrechte achterwege…
Hoge Raad|24 juni 2005|ECLI:NL:HR:2005:AQ7093Aangehaald in 10 uitspraken
verenigd, door natrekking eigendom wordt van de eigenaar-verhuurder van de grond (artikel 5:20 BW) en dat, zoals B en W stellen, zulks niet de bedoeling kan zijn van degene
- Civiel recht overigKort gedingHandhavingsbesluit wordt niet geschorst.
Rechtbank Amsterdam|9 december 2022|ECLI:NL:RBAMS:2022:7418
grond omvat ook werken die duurzaam met die grond zijn verenigd (artikel 5:20 BW). De steiger voor 't Smalle is zo’n werk, dat immers niet was bestemd om na tijdelijk … concludeerde dat de steiger van de Gemeente is, niet op grond van natrekking (5:20 BW), maar omdat deze destijds in samenspraak met de toenmalig beheerder bij Stadsdeel Centrum zou zijn aangelegd
- Civiel recht overigHoger beroepVan wie is de doorlopende kelderruimte onder de tuinen van een aantal buurpanden? Horizontale of verticale…
Gerechtshof Amsterdam|12 september 2023|ECLI:NL:GHAMS:2023:2484
eigenaren van die bebouwing. Alle andere delen behoren volgens het uitgangspunt van artikel 5:20 BW tot de percelen waaronder ze zijn gelegen, maar zouden in principe horizontaal kunnen zijn nagetrokken door … voorgaande leidt tot de slotsom dat kelderdeel B2 volgens het uitgangspunt van artikel 5:20 BW verticaal is nagetrokken door perceel [straatnaam 1] 10 en dus aan [geïntimeerde] toebehoort. Grief IV heeft
- VerbintenissenrechtHoger beroepOndergrondse leidingen. Horizontale natrekking.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|29 november 2016|ECLI:NL:GHSHE:2016:5306
Raad en het noemen van een verkeerd wetsartikel (5:50 BW in plaats van 5:20 BW) in de weergave van het verweer van Essent. Het hof zal het vonnis … eens anders onroerende zaak (horizontale natrekking). Verder wordt in lid 2 van artikel 5:20 BW (dat op 1 februari 2007 in werking is getreden en dat ingevolge artikel
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigEigendomsdebat kelder. Verticale natrekking van in naburig perceel uitstekende kelderruimte of horizontale…
Rechtbank Rotterdam|26 maart 2008|ECLI:NL:RBROT:2008:BD1392
woning bevindt zijn eigendom is. Gelet op het tussen partijen gevoerde debat over artikel 5:20 BW is aannemelijk dat [eiser] aan zijn vordering ten grondslag bedoelt te leggen dat hij eigenaar … woning is gebouwd en dat hij op grond van natrekking als bedoeld in artikel 5:20 BW ook eigenaar is van de in zijn perceel uitstekende kelderruimte. 4.3 [gedaagden] stellen
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.