26 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- InsolventierechtEerste aanleg - enkelvoudigDwangakkoord afwijzing, geen uitzichtloze problematische financiële situatie.
Rechtbank Overijssel|11 juli 2017|ECLI:NL:RBOVE:2017:3390
overwegingen van de rechtbank De rechtbank oordeelt als volgt. Op grond van artikel 287a lid 5 Fw wordt een verzoek dwangakkoord toegewezen, indien de schuldeiser in redelijkheid niet tot weigering van instemming
- InsolventierechtHoger beroepVernietiging tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling onder verlenging van de looptijd met een…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|2 maart 2017|ECLI:NL:GHSHE:2017:869
cassatietermijn van 8 dagen als voortvloeiend uit artikel 355 lid 2 Fw jo 351 lid 5 Fw - duren tot 11 maart 2018, nu in de periode 5 augustus
- InsolventierechtHoger beroepVernietiging beëindiging schuldsaneringsregeling zonder toekenning van de schone lei onder een verlenging van…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|29 juni 2017|ECLI:NL:GHSHE:2017:2991
cassatietermijn van 8 dagen als voortvloeiend uit artikel 355 lid 2 Fw jo 351 lid 5 Fw - duren tot 8 januari 2018, nu in de periode
- InsolventierechtHoger beroepVernietiging beëindiging schuldsaneringsregeling zonder toekenning van de schone lei onder een verlenging van…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|7 september 2017|ECLI:NL:GHSHE:2017:3866
cassatietermijn van 8 dagen als voortvloeiend uit artikel 355 lid 2 Fw jo 351 lid 5 Fw - duren tot 16 september 2019, nu in de periode
- InsolventierechtPrejudiciële vraag (art. 392 Rv). WSNP. Dient voor toepassing van de tienjaarstermijn van art. 288 lid 2…
Parket bij de Hoge Raad|17 februari 2017|ECLI:NL:PHR:2017:113
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). WSNP. Dient voor toepassing van de tienjaarstermijn van art. 288 lid 2 onder d Fw onder de woorden ‘van toepassing is geweest’ de materiële termijn als bedoeld in art. 349a Fw dan wel de formele termijn als bedoeld in art. 356 lid 2 Fw te worden verstaan?
- InsolventierechtEerste aanleg - enkelvoudigVerzoeken tot intrekking van de (voorlopig) verleende surseance van betaling. Behandeling achter gesloten…
Rechtbank Amsterdam|2 februari 2017|ECLI:NL:RBAMS:2017:646
gronden voor intrekking van de voorlopige surseance (artikel 242 lid 1 sub 1 en sub 5 Fw) doen zich niet voor. Er is evenmin aanleiding voor de rechtbank om haar discretionaire bevoegdheid
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.