232 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigProcesrecht; huur bedrijfsruimte. Caribische zaak. Rechthebbende stelt dat gedaagde zonder recht of titel…
Parket bij de Hoge Raad|30 juni 2017|ECLI:NL:PHR:2017:648
Procesrecht; huur bedrijfsruimte. Caribische zaak. Rechthebbende stelt dat gedaagde zonder recht of titel ruimte in bedrijfspand gebruikt. Verweer dat huurovereenkomst bestaat; beroep op huurbescherming. Stelplicht en bewijslast (HR 30 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1185, NJ 2017/286). Toelating tegenbewijs door getuigen.
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Totstandkoming arbeidsovereenkomst zonder hoogte van het loon vast te stellen, art. 7:610…
Parket bij de Hoge Raad|31 mei 2013|ECLI:NL:PHR:2013:BZ5355
moeten ook de verbintenissen die partijen daarbij op zich nemen, bepaalbaar zijn (art. 6:227 BW). Ook de bepalingen over - kort gezegd - de wilsverklaring (art. 3:33 BW) en de vertrouwensleer … zich toe op de verhouding tussen art. 7:610 lid 1 BW (en art. 6:227 BW) enerzijds en art. 7:618 BW anderzijds. Art. 7:618 BW bepaalt dat, indien geen
- Civiel recht overigHoger beroepverdeling huwelijksgemeenschap
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|3 april 2018|ECLI:NL:GHSHE:2018:1403
verbintenis is dat voldaan dient te zijn aan het vereiste van de bepaalbaarheid (art. 6:227 BW). Volgens de parlementaire geschiedenis (T.M., Parl. Gesch. Boek 6, p. 895-896) is daaraan voldaan … 6), p. 1123, is hierover opgemerkt dat de in art. 6:227 BW neergelegde eis van bepaalbaarheid niet los gezien kan worden van de eisen van redelijkheid en billijkheid waardoor de obligatoire
- Civiel recht overigParticuliere erfpacht. Canonwijzigingsbedingen volgens hof onredelijk bezwarend in zin van art. 6:233 onder a…
Parket bij de Hoge Raad|5 november 2021|ECLI:NL:PHR:2021:1041
Particuliere erfpacht. Canonwijzigingsbedingen volgens hof onredelijk bezwarend in zin van art. 6
- VerbintenissenrechtEerste aanleg - meervoudigDe bank heeft de bankrelatie opgezegd. Vordering tot voortzetting en verbod tot beëindiging bankrelatie…
Rechtbank Amsterdam|29 november 2023|ECLI:NL:RBAMS:2023:7532
De bank heeft de bankrelatie opgezegd. Vordering tot voortzetting en verbod tot beëindiging bankrelatie afgewezen. Opzegging was niet onrechtmatig. ABV is niet onredelijk bezwarend. Geen sprake van criminal charge. Geen strijd met (internationaal) recht. Belang van de bank bij opzegging prevaleert.
- VerbintenissenrechtEerste aanleg - enkelvoudigOvereenkomst telefoonabonnement. De verbintenis van gedaagde partij uit hoofde van de overeenkomst (prijs) is…
Rechtbank Limburg|8 november 2017|ECLI:NL:RBLIM:2017:10727
hebben en voert verder aan dat de door DPS overgelegde overeenkomst onvoldoende bepaalbaar (artikel 6:227 BW) is. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan … overeenkomst. De essentiële verbintenissen die daaruit voortvloeien dienen voldoende bepaalbaar te zijn (artikel 6:227 BW). 4.3. Op DPS rust de stelplicht en bewijslast aangaande haar standpunt dat een overeenkomst tussen partijen
- OndernemingsrechtEerste aanleg - enkelvoudigVestiging openbaar pandrecht op bestaande en toekomstige vorderingen door mededeling van pandakte uit 2007…
Rechtbank Midden-Nederland|23 september 2015|ECLI:NL:RBMNE:2015:6749
pandrecht is overeengekomen. Die verbintenis moet voldoende bepaalbaar zijn (het verbintenissenrechtelijke bepaalbaarheidsvereiste van artikel 6:227 BW). 4.2. Openbare verpanding van een bestaande of toekomstige vordering geschiedt door middel … formulering van deze verbintenis van [naam maatschap] voldoet aan het verbintenissenrechtelijke bepaalbaarheidsvereiste van artikel 6:227 BW, zodat sprake is van een geldige titel. 4.5. De rekening-courantovereenkomst van 6 november
- Civiel recht overigBodemzaakaanbod en aanvaarding, overeenstemming over essentialia van de koopovereenkomst
Rechtbank Amsterdam|7 april 2010|ECLI:NL:RBAMS:2010:BM7551
Indien dat niet het geval is, is niet voldaan aan het bepaalbaarheidsvereiste van artikel 6:227 BW en kan van een koopovereenkomst geen sprake zijn. Delta Forte en Rochdale betwisten dat partijen … voorwaarde van levering, is in voldoende mate voldaan aan het bepaalbaarheidsvereiste van artikel 6:227 BW. De rechtbank is dan ook van oordeel dat sprake is van overeenstemming over de essentialia
- Civiel recht overigHoger beroepbeeindigingsovereenkomst ter zake V.O.F. Uitleg van die overeenkomst. Art. 6:248 BW
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|4 augustus 2015|ECLI:NL:GHSHE:2015:2997
overeenkomst neergelegde afspraken onbepaalbaar zijn in de zin van art. 6:227 BW. In hun toelichting op deze grief hebben [appellanten] slechts gewezen op zeven bepalingen. Het is niet … afspraken die volgens [appellanten] onbepaalbaar zijn wel verbintenissen in de zin van art. 6:227 BW” onbeantwoord kan laten. 4.7.1 In hun derde grief voeren [appellanten] aan dat de kantonrechter ten onrechte
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|25 juli 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA6600
betalen van extra arbeidsbeloningen aan A hebben bestaan, heeft het Hof getoetst aan art. 6 : 227 BW, luidend: “De verbintenissen die partijen op zich nemen, moeten bepaalbaar zijn.” Deze bepaling is geschreven … verbintenis al dan niet afdwingbaar is, niet wordt beheerst door het bepaalbaarheidsvereiste van art. 6 : 227 BW. Dat ziet op de inhoud van de verbintenis. De door het Hof gevolgde redenering acht
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigDe parkeerovereenkomst tussen Q-Park en een van de (vaste) gebruikers van de Mahler parkeergarage op de…
Rechtbank Amsterdam|15 september 2020|ECLI:NL:RBAMS:2020:4642
tegenprestatie’) geldt dat zij voldoende bepaalbaar moeten zijn in de zin van artikel 6:227 BW. 8. Aan dit bepaalbaarheidsvereiste van artikel 6:227 BW is voldaan als ‘aan de hand
- Civiel recht overigHoger beroepHet hof is van oordeel dat de verandering in de feiten en omstandigheden waarmee Beckering's c.s. hun beroep…
Gerechtshof Leeuwarden|18 oktober 2006|ECLI:NL:GHLEE:2006:AZ0547
billijkheid worden opgevuld. Er is dan ook niet voldaan aan de bepaalbaarheidseis van art. 6:227 BW, aldus de rechtbank. 5. De grief is gericht tegen het oordeel van de rechtbank … destijds niet aan de bepaalbaarheidseis van art. 6:227 BW was voldaan, nu partijen nog niet zouden zijn uit-onderhandeld over enkele essentiële (overgebleven) onderwerpen. Uit de toelichting op de grief blijkt
- BelastingrechtVerhuurderheffing; ‘voor verhuur bestemde woning’ in de zin van art. 2(a) Wvh; liefdadigheidsstichting stelt…
Parket bij de Hoge Raad|20 september 2016|ECLI:NL:PHR:2016:970Aangehaald in 8 uitspraken
Verhuurderheffing; ‘voor verhuur bestemde woning’ in de zin van art. 2(a) Wvh; liefdadigheidsstichting stelt hofjeswoningen ter beschikking aan niet-draagkrachtige alleenstaande vrouwen om niet of tegen zo gering mogelijke vergoeding; tegenprestatie in de zin art. 7:201 BW (huur)? Discrepantie tussen de bedoelingen en…
- BelastingrechtHoger beroepBlijft het tarief van de omzetbelasting van 19% naar 21% ingevolge artikel XIX, vijfde lid, van de Wet…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|19 oktober 2017|ECLI:NL:GHSHE:2017:4582
ieder geval overeenstemming moet bestaan over de essentialia van de overeenkomst. 4.7. Ingevolge artikel 6:227 BW moeten de verbintenissen die partijen op zich nemen bepaalbaar zijn. Daaraan is voldaan wanneer … door redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd te werk gaan. De in artikel 6:227 BW neergelegde eis van bepaalbaarheid kan niet los gezien worden van de eisen van redelijkheid en billijkheid waardoor
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigMondelinge koopovereenkomst
Rechtbank Gelderland|15 januari 2025|ECLI:NL:RBGEL:2025:612
artikel 6:227 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Op grond van artikel 6:227 BW moeten de verbintenissen die partijen op zich nemen bepaalbaar zijn. Volgens de T.M., Parl. Gesch. Boek 6 … 6), p. 1123, is hierover opgemerkt dat de in art. 6:227 BW neergelegde eis van bepaalbaarheid niet los gezien kan worden van de eisen van redelijkheid en billijkheid waardoor de obligatoire
- Civiel recht overigHoger beroepVervolg op Gerechtshof Arnhem- Leeuwarden 3 maart 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:1879. Arrest na bewijsopdracht. In…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|28 september 2021|ECLI:NL:GHARL:2021:9121
overeenkomst van 26 november 2012 onvoldoende bepaald is in de zin van artikel 6:227 BW omdat onduidelijk is wat precies moet worden betaald, wat er al was betaald … oordeel dat deze stellingen van [geïntimeerde] onjuist zijn. Op grond van artikel 6:227 BW moeten de verbintenissen die partijen op zich nemen bepaalbaar zijn. Daaraan is voldaan wanneer de vaststelling
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigOvereenkomst van opdracht/Maatstaf totstandkoming en inhoud/Toewijzing vergoeding door toekenning van…
Rechtbank Amsterdam|16 september 2020|ECLI:NL:RBAMS:2020:4563
daarvan (artikel 6:217 BW). Daarbij geldt dat tussen partijen op grond van artikel 6:227 BW overeenstemming dient te bestaan over de essentiële elementen van de beoogde overeenkomst. Voor de vaststelling … Wheely doet daaraan niet af. Daarmee is tevens voldaan aan het bepaalde in artikel 6:227 BW. Indien een ‘lockup’ periode van de tokenremuneraties kwalificeert als een essentieel element van de opdracht
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigEiseres stelt in de kern genomen dat gedaagden misbruik van haar overspannenheid en van haar afhankelijkheid…
Rechtbank Arnhem|10 oktober 2007|ECLI:NL:RBARN:2007:BB5967
ieder geval de door [gedaagde 1] op zich genomen verbintenissen op grond van art. 6:227 BW niet tot stand is gekomen. Dit betekent dat [eiseres] € 174.500 onverschuldigd aan [gedaagde 1] heeft … gedaagde 2] op zich genomen heeft onvoldoende bepaalbaar in de zin van art. 6:227 BW en is er tussen [eiseres] en [gedaagde 2] geen overeenkomst tot stand gekomen. Dit betekent
- Civiel recht overigKort gedingGeen overeenstemming over koopprijs aandelen en dus geen koopovereenkomst. Ook geen plicht tot dooronderhandeling.
Rechtbank Overijssel|8 juni 2021|ECLI:NL:RBOVE:2021:2387
overeenkomst noodzakelijk dat de verbintenissen die partijen op zich nemen, bepaalbaar zijn (artikel 6:227 BW). Dat betekent dat de leemten die de overeenkomst vertoont, moeten kunnen worden opgevuld met behulp … Indien dat niet het geval is, is niet voldaan aan het bepaalbaarheidsvereiste van artikel 6:227 BW en kan van een koopovereenkomst geen sprake zijn. De primair gevorderde betaling van de koopprijs
- Civiel recht overigKort gedingABC-constructie m.b.t. levering perceel grond. Geen (perfecte) koopovereenkomst tussen A en B en (dus) geen…
Rechtbank Overijssel|17 mei 2021|ECLI:NL:RBOVE:2021:1964
overeenkomst noodzakelijk dat de verbintenissen die partijen op zich nemen, bepaalbaar zijn (artikel 6:227 BW). Dat betekent dat de leemten die de overeenkomst vertoont, moeten kunnen worden opgevuld met behulp … Indien dat niet het geval is, is niet voldaan aan het bepaalbaarheidsvereiste van artikel 6:227 BW en kan van een koopovereenkomst geen sprake zijn. De gevorderde doorlevering van het perceel heeft
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.