185 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigConclusie A-G. Ontneming w.v.v. uit ‘andere strafbare feiten, waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat…
Parket bij de Hoge Raad|31 maart 2026|ECLI:NL:PHR:2026:349
toepassing van de regeling voor de oplegging van een hoofdelijke betalingsverplichting in artikel 36e lid 7 Sr. Aangevoerd wordt dat het hof het totale voordeel slechts aan de betrokkene heeft toegerekend vanwege … bijzonder de klacht over de toepassing door het hof van de in artikel 36e lid 7 Sr neergelegde regeling. De regeling berust op het geval waarin voordeel is verkregen “ ter zake
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigVerweren over geldigheid dagvaarding verworpen. Officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging ten…
Rechtbank Rotterdam|1 februari 2023|ECLI:NL:RBROT:2023:600
niet over (de juiste) persoonlijke beschermingsmiddelen en een adequate werkplaats. Toepassing van art. 23 lid 7 Sr (hogere boetecategorie) in verband met ernst van het feit. In strafmatigende zin wordt meegewogen
- Strafrecht overigCassatieCassatie in het belang van de wet. Beschikking hof tot onbevoegdverklaring kennis te nemen van verzoek tot…
Hoge Raad|27 september 2022|ECLI:NL:HR:2022:1319
77za lid 2 (oud) en 77w lid 7 Sr). 3.1.3 Met ingang van 1 januari 2020 zijn de in 3.1.2 genoemde afzonderlijke bepalingen – met uitzondering van artikel 77w lid 7 Sr – vervallen … woorden “de rechter die kennisneemt van het hoger beroep” in artikel 77w lid 7 Sr. 3.4 Opmerking verdient dat artikel 6:6:6 Sv geen betrekking heeft op het geval waarin
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigOfficier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging ten aanzien van het tenlastegelegde handelen in…
Rechtbank Rotterdam|1 februari 2023|ECLI:NL:RBROT:2023:601
niet over (de juiste) persoonlijke beschermingsmiddelen en een adequate werkplaats. Toepassing van art. 23 lid 7 Sr (hogere boetecategorie) in verband met ernst van het feit. In strafmatigende zin wordt meegewogen
- Strafrecht overigConclusie AG. Profijtontneming. Drie middelen. M3 klaagt over oplegging hoofdelijke betalingsverplichting…
Parket bij de Hoge Raad|22 april 2025|ECLI:NL:PHR:2025:467
grondslag van de ontnemingsvordering berust op artikel 36e lid 3 Sr en artikel 36e lid 7 Sr een hoofdelijke betalingsverplichting enkel mogelijk maakt indien het voordeel is vastgesteld op grond … indien de rechter toepassing heeft gegeven aan artikel 36e lid 3 Sr. Artikel 36e lid 7 Sr beperkt immers de oplegging van een hoofdelijke betalingsverplichting tot het vaststellen van het wederrechtelijk verkregen
- Strafrecht overigConclusie AG. Profijtontneming. Vier middelen. M3 klaagt over oplegging hoofdelijke betalingsverplichting…
Parket bij de Hoge Raad|22 april 2025|ECLI:NL:PHR:2025:465
grondslag van de ontnemingsvordering berust op artikel 36e lid 3 Sr en artikel 36e lid 7 Sr een hoofdelijke betalingsverplichting enkel mogelijk maakt indien het voordeel is vastgesteld op grond … indien de rechter toepassing heeft gegeven aan artikel 36e lid 3 Sr. Artikel 36e lid 7 Sr beperkt immers de oplegging van een hoofdelijke betalingsverplichting tot het vaststellen van het wederrechtelijk verkregen
- Strafrecht overigCassatieDoodslag (art. 287 Sr), meermalen gepleegd, door man en vrouw 9 resp. 17 messteken toe te brengen. 1…
Hoge Raad|30 januari 2024|ECLI:NL:HR:2024:119Aangehaald in 20 uitspraken
tweederde gedeelte daarvan heeft ondergaan.” - artikel 15d leden 1 tot en met 4 en 7 Sr zoals dat gold van 1 november 2012 tot de gedeeltelijke inwerkingtreding op 1 januari … grond van de regeling van artikel 15d leden 1 tot en met 4 en 7 Sr worden uitgesteld of achterwege blijven. Sinds de gedeeltelijke inwerkingtreding van de Wet straffen en beschermen
- Civiel recht overigKort gedingKort geding. Eiser is voor de tenuitvoerlegging van een in België aan hem opgelegde gevangenisstraf…
Rechtbank Den Haag|19 februari 2014|ECLI:NL:RBDHA:2014:8952
minister op deze grond een onmiskenbaar onrechtmatige beslissing heeft genomen. 3.7. Ingevolge artikel 15 lid 7 Sr kan de minister bepalen dat de voorwaardelijke invrijheidstelling op een eerder moment dan na tweederde … bepleit is niet aan de orde dat de Wets (en daarmee artikel 15 lid 7 Sr) op grond van artikel 5:2 Wets in onderhavige situatie niet van toepassing is. Immers, ingevolge
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|18 maart 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AF3361
zijn dat het Hof gebruik heeft willen maken van het bepaalde in art. 23 lid 7 Sr dat in geval van een rechtspersoon oplegging van een geldboete van de naast hogere categorie … oogpunt van passende bestraffing noodzakelijk achtte van de door art. 23 lid 7 Sr geschapen mogelijkheid gebruik te maken. De onderhavige zaak ligt niet zo scherp ligt als in HR 30 november
- Strafrecht overigHoger beroepVerdachte wordt vrijgesproken van het deelnemen aan een terroristische organisatie, het trainen voor…
Gerechtshof Den Haag|27 juni 2019|ECLI:NL:GHDHA:2019:1676
datum van inwerkingtreding derhalve. Het hof heeft bovendien op grond van artikel 7 Sr. rechtsmacht ten aanzien van feit 3 subsidiair dat alleen Syrië als pleegplaats vermeldt. Dit feit wordt door … Sr. schept dus geen rechtsmacht. Wel heeft het hof rechtsmacht op grond van art. 7 Sr. Het tenlastegelegde wordt door de Nederlandse strafwet – als gezegd: in art. 134a Sr. – als misdrijf beschouwd
- Strafrecht overigCassatieBeschikking penitentiaire kamer hof op vordering OvJ ex art. 37a.7 Sr tot verlenen van machtiging voor het…
Hoge Raad|13 september 2022|ECLI:NL:HR:2022:1200Aangehaald in 7 uitspraken
zijn. De officier van justitie heeft vervolgens een vordering als bedoeld in artikel 37a lid 7 Sr gedaan om deze persoonsgegevens te kunnen doen gebruiken ten behoeve van een rapport of advies
- Strafrecht overig1. Met overneming ex art. 423 lid 3 Sv van de verwerping van een verweer uit het vernietigde vonnis kon in…
Parket bij de Hoge Raad|25 november 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AM0244
strafmotivering onder de maat is. Het hof heeft met toepassing van art. 23 lid 7 Sr aan verdachte de hoogst mogelijke geldboete voor één overtreding opgelegd en die strafoplegging als volgt gemotiveerd … geldboete van de derde categorie (art. 31 Wet op de geneesmiddelenvoorziening). Artikel 23 lid 7 Sr opent de mogelijkheid tot doorbreking van dit maximum. Het hof heeft die wettelijke mogelijkheid ten volle
- Strafrecht overigConclusie AG over de regeling weigerende observandi, art. 37a lid 6 t/m 9 Sr. OM-cassatie. Hof heeft…
Parket bij de Hoge Raad|14 juni 2022|ECLI:NL:PHR:2022:563
machtiging voor het gebruik van persoonsgegevens van de verdachte als bedoeld in art. 37a lid 7 Sr afgewezen. 1.2. Het cassatieberoep is ingesteld namens het openbaar ministerie door de advocaat-generaal … deskundigen. 2.4. De officier van justitie heeft daarop een vordering ex art. 37a lid 7 Sr ingediend bij de penitentiaire kamer van het hof Arnhem-Leeuwarden tot verlening van een machtiging
- Strafrecht overigConclusie AG. Fipronilzaak. Art. 174 Sr en art. 43 Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Medeplegen…
Parket bij de Hoge Raad|30 september 2025|ECLI:NL:PHR:2025:1054Aangehaald in 5 uitspraken
gedraging(en)”. 3.3 De verdediging heeft ter terechtzitting in hoger beroep onder verwijzing naar art. 7 Sr bepleit dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging moet worden verklaard voor zover … België zijn verricht en dat – anders dan de verdediging op grond van art. 7 Sr had bepleit – het openbaar ministerie daarmee ontvankelijk is in de vervolging, niet van een onjuiste rechtsopvatting
- Strafrecht overigCassatieVerkrachting, meermalen gepleegd (art. 242 Sr (oud)), wederrechtelijke vrijheidsberoving (art. 282.1 Sr)…
Hoge Raad|18 november 2025|ECLI:NL:HR:2025:1705
Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.” 3.3.1 Artikel 38 lid 1, 6 en 7 Sr luidt: “1. Indien de rechter niet een bevel als bedoeld in artikel 37b geeft, stelt … ander bevel tot vrijheidsbeneming, in dezelfde zaak gegeven, eindigt.” 3.3.2 Artikel 38 lid 6 en 7 Sr is ingevoerd bij de Wet van 1 juli 2010 tot wijziging van het Wetboek
- Strafrecht overigConclusie AG. 1. Bewijs- en motiveringsklachten daderschap diefstal met braak in de nachtelijke uren…
Parket bij de Hoge Raad|8 september 2020|ECLI:NL:PHR:2020:777
Conclusie AG. 1. Bewijs- en motiveringsklachten daderschap diefstal met braak in de nachtelijke uren. Aantreffen verdachte kort na de diefstal en uitblijven (aannemelijke) verklaring voor het voorhanden hebben van het gestolen voorwerp. 2. Klacht dat het hof bij het voorwaardelijke strafdeel het locatiegebod als…
- Strafrecht overigConclusie AG. Fipronilzaak. Art. 174.1 Sr. Art. 43 Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Handel in…
Parket bij de Hoge Raad|30 september 2025|ECLI:NL:PHR:2025:1056
verleend.” 3.3 De verdediging heeft ter terechtzitting in hoger beroep onder verwijzing naar art. 7 Sr bepleit dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging moet worden verklaard voor zover … België zijn verricht en dat – anders dan de verdediging op grond van art. 7 Sr had bepleit – het openbaar ministerie daarmee ontvankelijk is in de vervolging, niet van een onjuiste rechtsopvatting
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigVerkoop van GBL (waarmee GHB gemaakt kan worden). Via internet werd vanuit Polen en Nederland bedrijfsmatig…
Rechtbank Oost-Brabant|19 maart 2019|ECLI:NL:RBOBR:2019:1837
vermoeden dat de koper er GHB van gaat maken. Ook op grond van artikel 7 Sr is geen sprake van rechtsmacht, wegens het ontbreken van dubbele strafbaarheid gedurende de gehele tenlastegelegde periode … geleverd. Het strafbare feit heeft daarom ook deels in Nederland plaatsgevonden. Artikel 7 Sr is daarom niet meer aan de orde. Het oordeel van de rechtbank. De rechtbank gaat bij de beoordeling
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigVerkoop van GBL (waarmee GHB gemaakt kan worden). Via internet werd vanuit Polen en Nederland bedrijfsmatig…
Rechtbank Oost-Brabant|19 maart 2019|ECLI:NL:RBOBR:2019:1839
vermoeden dat de koper er GHB van gaat maken. Ook op grond van artikel 7 Sr is geen sprake van rechtsmacht, wegens het ontbreken van dubbele strafbaarheid gedurende de gehele tenlastegelegde periode … geleverd. Het strafbare feit heeft daarom ook deels in Nederland plaatsgevonden. Art. 7 Sr is daarom niet meer aan de orde. Het oordeel van de rechtbank. De rechtbank gaat bij de beoordeling
- Strafrecht overigHoger beroepTussenarrest ten behoeve van het stellen van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad in een strafzaak over…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|17 maart 2026|ECLI:NL:GHSHE:2026:724
oktober 2021 niet gold als ‘Nederlander’ in de zin van (het derde lid van) artikel 7 Sr. Het voorgaande betekent dat er sprake is van een feit dat buiten Nederland zou zijn … hiervoor genoemde voorbeelden – de situatie als bedoeld in (het derde lid van) artikel 7 Sr zich niet voordoet. Voorafgaand aan de terechtzitting in hoger beroep is aan de procespartijen gevraagd
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.