49 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|4 maart 1998|ECLI:NL:HR:1998:AA2452
publiekrechtelijke lichamen, c.q. de vraag of zij 'ondernemer' zijn in de zin van art. 7 Wet OB 1968, ligt besloten in art. 4, lid 5, Zesde richtlijn. Daarin is o.m. bepaald
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|25 juni 1997|ECLI:NL:HR:1997:AA2106
Voor de Wet OB 1968 kan men gelet op art. 3, lid 7 Wet OB 1968 hetzelfde aannemen, zij het dat de vestiging, overdracht etc. van zakelijke rechten uitdrukkelijk gelijk is gesteld
- BelastingrechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad|26 maart 1997|ECLI:NL:HR:1997:AA2136
desbetreffende bepaling (in 1991: art. 27, lid 5, thans art. 27, lid 7, Wet OB 1968) als een lex specialis van art. 25 kan worden beschouwd. Ook het derde argument acht
- BelastingrechtHoger beroepBelanghebbende, in Duitsland gevestigd, wordt voor haar ICT-activiteiten als ondernemer aangemerkt. Zij heeft…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|21 februari 2024|ECLI:NL:GHSHE:2024:516
diensten door de ondernemer worden gebruikt voor belastbare handelingen. 1. Ondernemerschap 4.3. Artikel 7, Wet OB 1968 bepaalt dat een ondernemer is een ieder die een bedrijf zelfstandig uitoefent. De strekking hiervan
- BelastingrechtHoger beroepNaheffingsaanslag OB 01-01-2014 t/m 31-12-2014. Het hof is van oordeel dat de incidentele koop en verkoop van…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|2 augustus 2023|ECLI:NL:GHSHE:2023:2519
verkeer en is vanwege die activiteiten aangemerkt als ondernemer in de zin van artikel 7 Wet OB 1968. Het hof is van oordeel dat de activiteit van het aan- en verkopen
- BelastingrechtHoger beroepOB. Is belanghebbende omzetbelasting verschuldigd over de vergoedingen die zij in rekening heeft gebracht…
Gerechtshof Amsterdam|29 mei 2018|ECLI:NL:GHAMS:2018:1696
Volgens artikel 9, lid 2, van de Btw-richtlijn, de interpretatiebasis van artikel 7 Wet OB 1968, omvat het begrip economische activiteiten alle werkzaamheden van een fabrikant, handelaar of dienstverrichter, met inbegrip
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|9 oktober 1996|ECLI:NL:PHR:1996:AA2057
aanzien van beide vestigingen als de ondernemer in de zin van art. 7 Wet OB 1968 moest worden aangemerkt. Die opvatting lijkt mij gelet op de aanvankelijke vermelding in het handelsregister
- BelastingrechtEerste aanleg - meervoudigEiser is geen omzetbelasting verschuldigd vanwege de levering van een woning, omdat hij daarbij niet handelde…
Rechtbank Gelderland|29 augustus 2022|ECLI:NL:RBGEL:2022:5070
Wet op de omzetbelasting o.g.v. art 3 Wet OB juncto art 7 Wet OB 1968 dan zal een dergelijke levering worden aangemerkt als zijnde de levering van een perceel bouwgrond belast
- BelastingrechtHoger beroepOverdrachtsbelasting; artikel 13, lid 1, WBR; heffingsgrondslag
Gerechtshof Amsterdam|26 maart 2026|ECLI:NL:GHAMS:2026:1288
opzicht zodanig zijn verweven dat zij een eenheid vormen in de zin van artikel 7 Wet OB 1968 (fiscale eenheid). De inspecteur heeft aangevoerd dat deze ondernemers ieder afzonderlijk staan geregistreerd
- BelastingrechtHoger beroepDe naheffingsaanslagen omzetbelasting over 2010 tot en met 2013 zijn terecht opgelegd. Belanghebbende heeft…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|21 juni 2023|ECLI:NL:GHSHE:2023:2043
De naheffingsaanslagen omzetbelasting over 2010 tot en met 2013 zijn terecht opgelegd. Belanghebbende heeft de facturen ter zake waarvan zij in 2010 en 2013 voorbelasting in aftrek heeft gebracht, niet overgelegd. Niet aannemelijk is dat belanghebbende in 2011 en 2012 werkzaamheden tegen vergoeding heeft verricht. Het…
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|5 november 1997|ECLI:NL:PHR:1997:AA3313
omzetbelasting als zij is aan te merken als ondernemer in de zin van art. 7 Wet OB 1968. Daarbij wordt onder meer de eis gesteld dat er sprake moet zijn van deelname
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|25 juni 1997|ECLI:NL:PHR:1997:AA2106
Voor de Wet OB 1968 kan men gelet op art. 3, lid 7 Wet OB 1968 hetzelfde aannemen, zij het dat de vestiging, overdracht etc. van zakelijke rechten uitdrukkelijk gelijk is gesteld
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|4 maart 1998|ECLI:NL:PHR:1998:AA2452
publiekrechtelijke lichamen, c.q. de vraag of zij 'ondernemer' zijn in de zin van art. 7 Wet OB 1968, ligt besloten in art. 4, lid 5, Zesde richtlijn. Daarin is o.m. bepaald
- Strafrecht overigRedengevendheid van een door het Hof gebruikt bewijsmiddel. De in het middel vervatte klacht dat de door het…
Parket bij de Hoge Raad|16 oktober 2007|ECLI:NL:PHR:2007:BA8508
voorts degene die een vermogensbestanddeel exploiteert teneinde daaruit duurzaam opbrengst te verkrijgen, vgl. art. 7 Wet OB 1968. Volgens de in het eerste lid van art. 13 Wet OB 1968 neergelegde hoofdregel
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|26 maart 1997|ECLI:NL:PHR:1997:AA2136
desbetreffende bepaling (in 1991: art. 27, lid 5, thans art. 27, lid 7, Wet OB 1968) als een lex specialis van art. 25 kan worden beschouwd. Ook het derde argument acht
- Europees bestuursrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Europees bestuursrecht
Parket bij de Hoge Raad|14 februari 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AE9360
Verweerder in cassatie, X (hierna: belanghebbende), is ondernemer in de zin van artikel 7 Wet OB 1968. Onder de naam A houdt hij zich bedrijfsmatig bezig met het aan- en verkopen
- BelastingrechtA-G Ettema gaat in de bijgevoegde conclusie – en die in de zaken met rolnummers 20/00269 en 20/00271 – vooral…
Parket bij de Hoge Raad|20 augustus 2020|ECLI:NL:PHR:2020:720
volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad een ‘ieder’ is als bedoeld in artikel 7 Wet OB 1968. Daarom kan zij als zodanig ondernemer zijn. Dit heeft alleen betekenis
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|8 november 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE7308
geven van adviezen op automatiseringsgebied. Zij is ondernemer in de zin van artikel 7 Wet OB 1968. 1.2. Belanghebbende heeft deelgenomen aan een consortium als bedoeld in artikel 1, onderdeel
- BelastingrechtA-G Ettema gaat in de bijgevoegde conclusie – en die in de zaken met rolnummers 19/05647 en 20/00269 – vooral…
Parket bij de Hoge Raad|20 augustus 2020|ECLI:NL:PHR:2020:718
volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad een ‘ieder’ is als bedoeld in artikel 7 Wet OB 1968. Daarom kan zij als zodanig ondernemer zijn. Dit heeft alleen betekenis
- BelastingrechtA-G Ettema gaat in de bijgevoegde conclusie – en die in de zaken met rolnummers 19/05647 en 20/00271 – vooral…
Parket bij de Hoge Raad|20 augustus 2020|ECLI:NL:PHR:2020:719
volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad een ‘ieder’ is als bedoeld in artikel 7 Wet OB 1968. Daarom kan zij als zodanig ondernemer zijn. Dit heeft alleen betekenis
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.