205 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- OmgevingsrechtNr. 1396 Hoge Raad der Nederlanden Derde Kamer 26 november 2004 in de zaak van 1. [Eiser 3], 2. [Eiser 4], 3…
Parket bij de Hoge Raad|26 november 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AR6228
wordt voortgezet." 2.24 Tak(11) geeft het volgende overzicht van de toepassing van art. 8:58 Awb: "In de praktijk vóór 1 jan. 1994 werden stukken zelfs nog tot op de zitting
- OmgevingsrechtNr. 1395 Hoge Raad der Nederlanden Derde Kamer 26 november 2004 in de zaak van 1. [Eiseres 1], 2. [Eiser 2]…
Parket bij de Hoge Raad|26 november 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AR4503
wordt voortgezet." 2.24 Tak(11) geeft het volgende overzicht van de toepassing van art. 8:58 Awb: "In de praktijk vóór 1 jan. 1994 werden stukken zelfs nog tot op de zitting
- BelastingrechtHoger beroepInkomstenbelasting, hoorplicht, verzoek om uitstel doen van aangifte en tijdigheid opleggen van de aanslag…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|18 september 2024|ECLI:NL:GHSHE:2024:2938
hebben ontvangen. Bovendien zijn deze stukken niet binnen de tiendagen-termijn van artikel 8:58 Awb ingediend zodat deze, als zijnde tardief overgelegd, buiten aanmerking moeten worden gelaten, aldus belanghebbende … grond van artikel 8:58 Awb kan een partij tot tien dagen voor de zitting nadere stukken indienen. Volgens het tweede lid van dit artikel moeten partijen hier
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigUit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025…
Rechtbank Midden-Nederland|13 juli 2026|ECLI:NL:RBMNE:2026:4433
niet in lijn is met de 10-dagen termijn in de zin van artikel 8:58 Awb. 17.1. De rechtbank stelt vast dat de brief waarin opposante gevraagd is om concrete gronden … gebaseerd op artikel 8:54 Awb. 17.3. De rechtbank is van oordeel dat artikel 8:58 Awb erop toeziet dat zowel partijen als de rechtbank voldoende gelegenheid hebben om zich voor
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigUit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025…
Rechtbank Midden-Nederland|13 juli 2026|ECLI:NL:RBMNE:2026:4432
niet in lijn is met de 10-dagen termijn in de zin van artikel 8:58 Awb. 17.1. De rechtbank stelt vast dat de brief waarin opposante gevraagd is om concrete gronden … gebaseerd op artikel 8:54 Awb. 17.3. De rechtbank is van oordeel dat artikel 8:58 Awb erop toeziet dat zowel partijen als de rechtbank voldoende gelegenheid hebben om zich voor
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigUit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025…
Rechtbank Midden-Nederland|13 juli 2026|ECLI:NL:RBMNE:2026:4429
niet in lijn is met de 10-dagen termijn in de zin van artikel 8:58 Awb. 17.1. De rechtbank stelt vast dat de brief waarin opposante gevraagd is om concrete gronden … gebaseerd op artikel 8:54 Awb. 17.3. De rechtbank is van oordeel dat artikel 8:58 Awb erop toeziet dat zowel partijen als de rechtbank voldoende gelegenheid hebben om zich voor
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigUit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025…
Rechtbank Midden-Nederland|13 juli 2026|ECLI:NL:RBMNE:2026:4421
niet in lijn is met de 10-dagen termijn in de zin van artikel 8:58 Awb. 17.1. De rechtbank stelt vast dat de brief waarin opposant gevraagd is om concrete gronden … gebaseerd op artikel 8:54 Awb. 17.3. De rechtbank is van oordeel dat artikel 8:58 Awb erop toeziet dat zowel partijen als de rechtbank voldoende gelegenheid hebben om zich voor
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigUit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025…
Rechtbank Midden-Nederland|13 juli 2026|ECLI:NL:RBMNE:2026:4430
niet in lijn is met de 10-dagen termijn in de zin van artikel 8:58 Awb. 18.1. De rechtbank stelt vast dat de brief waarin opposante gevraagd is om concrete gronden … gebaseerd op artikel 8:54 Awb. 18.3. De rechtbank is van oordeel dat artikel 8:58 Awb erop toeziet dat zowel partijen als de rechtbank voldoende gelegenheid hebben om zich voor
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigUit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025…
Rechtbank Midden-Nederland|13 juli 2026|ECLI:NL:RBMNE:2026:4359
niet in lijn is met de 10-dagen termijn in de zin van artikel 8:58 Awb. 17.1. De rechtbank stelt vast dat de brief waarin opposante gevraagd is om concrete gronden … gebaseerd op artikel 8:54 Awb. 17.3. De rechtbank is van oordeel dat artikel 8:58 Awb erop toeziet dat zowel partijen als de rechtbank voldoende gelegenheid hebben om zich voor
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigUit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025…
Rechtbank Midden-Nederland|13 juli 2026|ECLI:NL:RBMNE:2026:4328
niet in lijn is met de 10-dagen termijn in de zin van artikel 8:58 Awb. 18.1. De rechtbank stelt vast dat de brief waarin opposant gevraagd is om concrete gronden
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigUit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025…
Rechtbank Midden-Nederland|13 juli 2026|ECLI:NL:RBMNE:2026:4349
niet in lijn is met de 10-dagen termijn in de zin van artikel 8:58 Awb. 18.1. De rechtbank stelt vast dat de brief waarin opposante gevraagd is om concrete gronden
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigUit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025…
Rechtbank Midden-Nederland|13 juli 2026|ECLI:NL:RBMNE:2026:4340
niet in lijn is met de 10-dagen termijn in de zin van artikel 8:58 Awb. 18.1. De rechtbank stelt vast dat de brief waarin opposant gevraagd is om concrete gronden
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigUit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025…
Rechtbank Midden-Nederland|13 juli 2026|ECLI:NL:RBMNE:2026:4348
niet in lijn is met de 10-dagen termijn in de zin van artikel 8:58 Awb. 18.1. De rechtbank stelt vast dat de brief waarin opposante gevraagd is om concrete gronden
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigUit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025…
Rechtbank Midden-Nederland|13 juli 2026|ECLI:NL:RBMNE:2026:4327
niet in lijn is met de 10-dagen termijn in de zin van artikel 8:58 Awb. 18.1. De rechtbank stelt vast dat de brief waarin opposant gevraagd is om concrete gronden
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigUit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025…
Rechtbank Midden-Nederland|13 juli 2026|ECLI:NL:RBMNE:2026:4418
niet in lijn is met de 10-dagen termijn in de zin van artikel 8:58 Awb. 18.1. De rechtbank stelt vast dat de brief waarin opposante gevraagd is om concrete gronden
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigUit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025…
Rechtbank Midden-Nederland|13 juli 2026|ECLI:NL:RBMNE:2026:4330
niet in lijn is met de 10-dagen termijn in de zin van artikel 8:58 Awb. 18.1. De rechtbank stelt vast dat de brief waarin opposant gevraagd is om concrete gronden
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigUit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025…
Rechtbank Midden-Nederland|13 juli 2026|ECLI:NL:RBMNE:2026:4343
niet in lijn is met de 10-dagen termijn in de zin van artikel 8:58 Awb. 18.1. De rechtbank stelt vast dat de brief waarin opposant gevraagd is om concrete gronden
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigUit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025…
Rechtbank Midden-Nederland|13 juli 2026|ECLI:NL:RBMNE:2026:4344
niet in lijn is met de 10-dagen termijn in de zin van artikel 8:58 Awb. 18.1. De rechtbank stelt vast dat de brief waarin opposant gevraagd is om concrete gronden
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigUit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025…
Rechtbank Midden-Nederland|13 juli 2026|ECLI:NL:RBMNE:2026:4332
niet in lijn is met de 10-dagen termijn in de zin van artikel 8:58 Awb. 18.1. De rechtbank stelt vast dat de brief waarin opposant gevraagd is om concrete gronden
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigUit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025…
Rechtbank Midden-Nederland|13 juli 2026|ECLI:NL:RBMNE:2026:4331
niet in lijn is met de 10-dagen termijn in de zin van artikel 8:58 Awb. 18.1. De rechtbank stelt vast dat de brief waarin opposante gevraagd is om concrete gronden
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.