1.149 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigHet door middel van verjaring verkrijgen van een erfdienstbaarheid. Het beroep op verkrijgende verjaring is…
Rechtbank Roermond|16 maart 2005|ECLI:NL:RBROE:2005:AT2591
rechtsgevolg is eerst onder het huidig BW in de artikelen 3:105 juncto 3:306 BW tot stand gekomen. 2.5 Voor verjaring is de periode van bezit van de erfdienstbaarheid van belang
- Civiel recht overigHoger beroepGemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba · Hoger beroep · Civiel recht overig
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba|30 juli 2019|ECLI:NL:OGHACMB:2019:155
goed wordt voltooid. Op grond van het toepasselijke overgangsrecht betreft deze verjaringstermijn (van artikel 3:306 BW) in de onderhavige zaak twintig jaar. 2.3 Het Gerecht heeft geoordeeld dat [appellant] dient
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudig''...eiser] vordert – samengevat – [gedaagde] te veroordelen om de grens tussen de percelen terug te brengen…
Rechtbank Middelburg|23 november 2005|ECLI:NL:RBMID:2005:AZ5259
trouw, artikel 3:99 BW) respectievelijk twintig (in andere gevallen, artikel 3:105 jo 3:306 BW) jaar. De termijnen die van toepassing waren onder het voordien geldende recht, zijn op grond
- Civiel recht overigGoederenrecht. Naar verkeersopvatting geen sprake van inbezitneming of een voltooide verkrijgende verjaring…
Parket bij de Hoge Raad|27 februari 2009|ECLI:NL:PHR:2009:BH1634
vraag of de verkrijgende verjaring op grond van art. 3:105 juncto art. 3:306 BW zich thans voordoet, is de feitelijke situatie van belang. Dienaangaande is het hof van oordeel
- Civiel recht overigHoger beroepZijn erfdienstbaarheden gevestigd of door verjaring ontstaan? Uitleg akten. Verkrijgende verjaring. Goede…
Gerechtshof Amsterdam|20 juni 2023|ECLI:NL:GHAMS:2023:1482
bezit van de erfdienstbaarheden (ii) gedurende twintig jaar (art. 3:105 BW en art. 3:306 BW). Om bezit te kunnen aannemen zijn uiterlijke omstandigheden nodig waaruit naar verkeersopvatting een wilsuiting
- Civiel recht overigHoger beroepEigendomsverkrijging van een strook grond langs water door verjaring en van de walbeschoeiing door…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|25 maart 2025|ECLI:NL:GHARL:2025:1813
bezit van [geïntimeerde] (of zijn rechtsvoorgangers) zou(den) hebben kunnen beëindigen, is verjaard (artikel 3:306 BW gelezen in verbinding met artikel 3:314 lid 2 BW). [geïntimeerde] stelt dat hij door
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigEchtscheiding uit 1991. Vrouw vordert alsnog verdeling van de pensioenrechten op voet van arrest Boon-van…
Rechtbank Middelburg|28 maart 2012|ECLI:NL:RBMID:2012:BX9626
allen tijden verdeling kan vorderen van een gemeenschappelijk goed. De verjaringstermijn van artikel 3:306 BW, die slechts geldt voor zover de wet niet anders bepaalt, is niet van toepassing
- Civiel recht overigHoger beroepAppellante heeft een wijze van verdeling van de nalatenschap gevorderd die afwijkt van hetgeen is bepaald in…
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba|12 maart 2010|ECLI:NL:OGHNAA:2010:BM0327
inleidende vordering van het onderhavige geding dateert van 5 december 2006. De in art. 3:306 BW genoemde verjaringstermijn van twintig jaar is dus verstreken. Gesteld noch gebleken is dat de verjaring
- Civiel recht overigHoger beroepBurengeschil over eigendom van strook grond en over recht van overpad
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|21 mei 2019|ECLI:NL:GHARL:2019:4491
kunnen instellen, omdat deze vordering dan verjaard zou zijn (vgl. artikelen 3:105 jo 3:306 BW). Zoals de rechtbank heeft overwogen, is voor (ondubbelzinnig) bezit van de strook grond vereist
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigVerkrijging recht van erfpacht/erfdienstbaarheid door verjaring. Goede trouw. Geen ondubbelzinnig bezit ten…
Rechtbank Rotterdam|20 juni 2018|ECLI:NL:RBROT:2018:5298
jaar (artt. 3:99 lid 1 BW, 3:105 lid 1 BW en 3:306 BW). 5.3. [eisers] stellen dat uit de openbare registers van het Kadaster niet valt op te maken
- Civiel recht overigHoger beroepBurenrecht. Erfafscheiding door schutting. Geen verkrijging door (bevrijdende) verjaring, want geen sprake…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|28 mei 2024|ECLI:NL:GHARL:2024:3597
meer dan 20 jaar bezitten (art. 3:105 BW bezien in samenhang met art. 3:306 BW en 3:314 lid 2 BW). 4.5. Voor toewijzing van een dergelijke vordering moet vaststaan
- Civiel recht overigVerwijzing na Hoge RaadBeslissing na verwijzing HR. Potovereenkomst naast huwelijksvoorwaarden. Vergoedingsrechten? Verjaring?…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|20 juni 2023|ECLI:NL:GHARL:2023:5167
Beslissing na verwijzing HR. Potovereenkomst naast huwelijksvoorwaarden. Vergoedingsrechten? Verjaring? Investeringen in woning. Natuurlijke verbintenis. Kosten huishouding. 1:184 lid 3 BW, 1:87 BW, 1:95 – 1:96b BW, 1:115 lid 1 BW 3:307-310 BW, 3:13 BW, 3:321 BW, 5:99 BW, 6:3 lid 2.b BW, 150 Rv, 154 lid 1 Rv.
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigBurengeschil over een erfdienstbaarheid. Onduidelijkheid in de akte. Na getuigenverhoor beslist de rechtbank…
Rechtbank Roermond|25 oktober 2006|ECLI:NL:RBROE:2006:AZ1041
rechtsgevolg is eerst onder het huidig BW in de artikelen 3:105 juncto 3:306 BW tot stand gekomen. 2.10 Voor verjaring is de periode van bezit van de gestelde erfdienstbaarheid
- BelastingrechtEerste aanleg - meervoudigDe inspecteur heeft terecht met een beroep op de foutenleer de aangegeven winst gecorrigeerd met een bedrag…
Gerechtshof Amsterdam|12 oktober 2005|ECLI:NL:GHAMS:2005:AU4306
verjaring van een belastingschuld, zoals de onderhavige omzetbelastingschuld, geschiedt op de voet van artikel 3:306 BW op een termijn van twintig jaar nadat deze schuld in de vorm van een aanslag
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigDoor verjaring eigenaar geworden van het deel van de groenstrook? Bezit?
Rechtbank Almelo|7 september 2011|ECLI:NL:RBALM:2011:BT2035
niet zou kunnen baten. De verjaringstermijn voor extinctieve verjaring (20 jaar conform artikel 3:306 BW) zou in dat geval niet eerder dan 2 februari 2011 verstrijken, terwijl de gemeente reeds
- GoederenrechtGoederenrecht. Erfgrenskwestie. Bezit en verjaring. Beschouwing van feiten en omstandigheden in onderling verband.
Parket bij de Hoge Raad|10 april 2026|ECLI:NL:PHR:2026:383
Goederenrecht. Erfgrenskwestie. Bezit en verjaring. Beschouwing van feiten en omstandigheden in onderling verband.
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigAfwijzing van vordering tot verklaring voor recht dat perceel belast is met een erfdienstbaarheid van…
Rechtbank Rotterdam|20 juli 2016|ECLI:NL:RBROT:2016:5524
door verjaring. 4.2. Op grond van artikel 3:105 lid 1 BW juncto artikel 3:306 BW is voor verkrijging door extinctieve verjaring van een rechtsvordering strekkende tot beëindiging van het bezit
- Civiel recht overigHoger beroepMerkenrecht; bevel aan gedaagde om STOLICHNAYA- en MOSKOVKAYA-merken op naam te zetten van eiseres (Russische…
Gerechtshof Den Haag|9 januari 2018|ECLI:NL:GHDHA:2018:13Aangehaald in 5 uitspraken
vordering tot afgifte van FKP, gelet op artikel 3:314 jo. artikel 3:306 BW, naar Nederlands recht niet is verjaard; i. dat met betrekking tot de bewijslastverdeling, ten aanzien
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigRechtbank Midden-Nederland · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig
Rechtbank Midden-Nederland|23 april 2025|ECLI:NL:RBMNE:2025:1891
goeder trouw. De in artikel 3:105 BW bedoelde verjaringstermijn is twintig jaar (artikel 3:306 BW) en begint op de dag volgend waarop die waarop een niet-rechthebbende bezitter is geworden
- Civiel recht overigHoger beroepopstalrecht; verkrijgende verjaring opstalrecht door B van strookje grond eigenaar A (art. 5:501 lid 1 BW)…
Gerechtshof Amsterdam|26 januari 2016|ECLI:NL:GHAMS:2016:229
bezit van een niet-rechthebbende is verjaard (artikel 3:314 lid 2 jo. artikel 3:306 BW). 3.14 De conclusie is dat de grieven III en IV slagen. Dit betekent dat daarmee
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.