789 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- InsolventierechtHoger beroepBekrachtiging weigering toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 288 lid 1 aanhef en sub a nu…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|1 september 2016|ECLI:NL:GHSHE:2016:3997
schuldsanering afwijzen. Het betreft hier een imperatieve afwijzingsgrond waarop de hardheidsclausule van artikel 288 lid 3 Fw niet ziet. 3.7.3. Wat betreft de verhouding tussen enerzijds artikel 284 lid 1 Fw
- InsolventierechtHoger beroeptussenarrest na verwijzing door de Hoge Raad (HR 5 juni 2015, ECLI:NL:HR:1473) failliet is van…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|17 september 2015|ECLI:NL:GHSHE:2015:3641Aangehaald in 6 uitspraken
faillissement van HSK dient te worden vernietigd . 3.10. Op grond van artikel 15 lid 3 Fw dient het hof (slechts) het bedrag van de faillissementskosten en van het salaris van de curator
- Civiel recht overigHoger beroepFaillissement vernietigd. Partijen hebben overeenstemming bereikt over de afwikkeling van de vordering…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|17 maart 2022|ECLI:NL:GHARL:2022:2111
voldaan wordt aan de voorwaarden voor faillietverklaring, zoals deze zijn neergelegd in artikel 6 lid 3 Fw, is de grond aan het faillissement komen te ontvallen en zal het hof het vonnis
- InsolventierechtHoger beroepWSNP. Toewijzing verzoek toepassing. Hardheidsclausule. Eerdere ingangsdatum.
Gerechtshof Den Haag|23 september 2025|ECLI:NL:GHDHA:2025:1978
appellanten] hun financiële situatie nu onder controle hebben gekregen als bedoeld in artikel 288 lid 3 Fw. Het hof zal daarom het verzoek van [appellanten] tot toepassing van de schuldsaneringsregeling toewijzen
- Burgerlijk procesrechtHoger beroepVernietiging faillissement.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|8 januari 2020|ECLI:NL:GHARL:2020:150
niet (meer) wordt voldaan aan de voorwaarden voor faillietverklaring, zoals neergelegd in artikel 6 lid 3 Fw, is de grond aan het faillissement komen te ontvallen. Slotsom 3.5 Het bestreden vonnis dient
- InsolventierechtHoger beroepSchorsende werking verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling als bedoeld in artikel 3a lid 2…
Gerechtshof 's-Gravenhage|27 maart 2007|ECLI:NL:GHSGR:2007:BA1712
toepassing van de schuldsaneringsregeling. Het verstrijken van de termijn van het eerste lid van artikel 3 Fw staat er niet aan in de weg dat de schuldenaar alsnog een verzoek tot toepassing
- InsolventierechtHoger beroepDe rechtbank dient, alvorens een surseance van betaling te beeïndigen en het faillissement uit te spreken, de…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|11 oktober 2011|ECLI:NL:GHSHE:2011:BT7412
omzetting van het faillissement in de WSNP op de voet van art. 15b jo. art. 3 Fw niet mogelijk is. Deze uitleg is juist. Hij wenst daarom het achterwege laten
- InsolventierechtHoger beroepZolang het nog niet onherroepelijk is beslist op een schuldsaneringsverzoek, kan nog geen faillissement…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|15 januari 2002|ECLI:NL:GHSHE:2002:AE9804
wiens laste deze kosten dienen te komen. Het hof heeft gezien artikel 15 lid 3 FW slechts de keuze tussen de aanvrager van het faillissement en de schuldenaar. Naar het oordeel
- InsolventierechtHoger beroepNiet ontvankelijk. Appeltermijn verstreken. Niet op de juiste wijze hoger beroep ingediend. Overweging ten…
Gerechtshof Den Haag|6 december 2018|ECLI:NL:GHDHA:2018:3359
verzoekschrift op 24 september 2018 ter griffie van het hof ingediend. Ingevolge artikel 292 lid 3 Fw kan de schuldenaar gedurende acht dagen na de dag van de uitspraak in hoger beroep
- Civiel recht overigHoger beroepVordering van oud-burgemeester tegen onderzoeksbureau tot vergoeding van schade en tot rectificatie. Hoger…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|6 maart 2018|ECLI:NL:GHARL:2018:2093
gefailleerde voortprocederen. De curator kan echter op ieder moment het proces overnemen (art. 27 lid 3 Fw). Art. 27 lid 2 Fw verschaft de door de schuldenaar aangesproken gedaagde een middel
- InsolventierechtHoger beroepBeroepsschrift ex artikel 315 jo. 349a lid 2 Faillissementswet. Verzoek tot verkorten looptijd van de WSNP…
Rechtbank Den Haag|27 mei 2014|ECLI:NL:RBDHA:2014:7671
behandeling van het faillissementsverzoek niet in kennis is gesteld van de in artikel 3 Fw. bedoelde termijn van veertien dagen. Appellant heeft evenwel onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld op grond waarvan
- Civiel recht overigHoger beroepTen onrechte termijn WSNP verlengd door rechtbank, hoewel schuldenaar al haar verplichtingen uit de WSNP is…
Gerechtshof Amsterdam|12 februari 2007|ECLI:NL:GHAMS:2007:BA0773
tekortkomingen die een grond opleveren voor tussentijdse beëindiging als bedoeld in artikel 350 lid 3 Fw. Het hof acht – anders dan de rechtbank – voor verlenging dan ook geen omstandigheden aanwezig en derhalve
- InsolventierechtHoger beroepWSNP-verzoek in reactie op faillissementsaanvraag. Herhaald verzoek (na eerdere afwijzing) niet-ontvankelijk.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|23 december 2008|ECLI:NL:GHSHE:2008:BH1242
verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling overweegt het hof als volgt. Ingevolge artikel 3 Fw kan een natuurlijk persoon, indien een verzoek of een vordering tot faillietverklaring wordt gedaan binnen veertien dagen
- InsolventierechtHoger beroepRechtbank heeft verzoek toelating afgewezen, na ververhoor door gerechtssecretaris. Dit is in strijd met de wet.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|4 februari 2009|ECLI:NL:GHSHE:2009:BH2179
staande weet te houden, dient het verzoek dat kennelijk is gebaseerd op artikel 288 lid 3 Fw, te worden afgewezen. 5. De uitspraak Het hof: verklaart Bureau Inkomens Beheer B.V. niet-ontvankelijk
- Civiel recht overigHoger beroepBewindvoerder gaat in hoger beroep tegen beslissing rechtbank. WSNP niet tussentijds te beëindigen omdat…
Gerechtshof Amsterdam|19 maart 2007|ECLI:NL:GHAMS:2007:BA2800
bewindvoerder de hypotheekhouder op grond van artikel 58 lid 1 Fw juncto 299 lid 3 Fw een redelijke termijn had moeten stellen. Indien de hypotheekhouder binnen die termijn niet tot verkoop
- Civiel recht overigHoger beroepAfwijzing faillissement. Geen pluraliteit van schuldeisers. Niet summierlijk gebleken van steunvorderingen.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|18 september 2017|ECLI:NL:GHARL:2017:8162
verschuldigd). Het hof zal deze kosten op de voet van artikel 15 lid 3 Fw geheel ten laste van [appellante] brengen vanwege het feit dat mr. Kolkman q.q. het faillissement op goede
- Civiel recht overigHoger beroepNiet te goeder trouw ten aanzien van schuld aan het CJIB wegens meerdere verkeersovertredingen. Hetgeen…
Gerechtshof Amsterdam|27 november 2012|ECLI:NL:GHAMS:2012:BZ3797
gedaan, thans geen gronden om over te gaan tot toepassing van artikel 288 lid 3 Fw, nu [appellanten]onvoldoende hebben aangetoond dat zij de omstandigheden die bepalend zijn geweest voor het ontstaan
- InsolventierechtHoger beroepFaillissement. Geen (deugdelijk) verzoek ex artikel 284 Fw ingediend voorafgaand aan behandeling verzoek tot…
Gerechtshof Den Haag|9 oktober 2018|ECLI:NL:GHDHA:2018:3387
ongerede is geraakt. Ter zitting heeft [appellant] nog verklaard dat hij de in artikel 3 Fw voorgeschreven brief van de griffier van de rechtbank nimmer heeft ontvangen en dat hij nog geen
- Civiel recht overigHoger beroepFaillissementsrecht, wsnp. Weliswaar heeft betrokkene geen aangiftes gedaan toen hij nog een eigen bedrijf…
Gerechtshof Amsterdam|27 januari 2011|ECLI:NL:GHAMS:2011:BX3052
omstandigheden zijn aangevoerd of gebleken die aanleiding kunnen geven tot toepassing van artikel 288 lid 3 Fw. 2.2 In hoger beroep is het volgende gebleken. 2.2.1 X is een alleenstaande
- InsolventierechtHoger beroepartikel 285 lid 1 aanhef en sub f. Fw, ondanks een beperkt minnelijk traject toch voldaan aan artikel 285 lid…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|1 mei 2014|ECLI:NL:GHSHE:2014:1480
appellante] heeft echter (subsidiair) ook nog een beroep op de hardheidsclausule ex artikel 288 lid 3 Fw gedaan. Het hof zal dit beroep thans beoordelen en overweegt dienaangaande als volgt. De hardheidsclausule
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.