599 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|20 december 2002|ECLI:NL:HR:2002:AE9391
juni 2001 op de voet van het bepaalde in art. 398, aanhef en onder 2°, Rv. beroep in cassatie ingesteld tegen het op 7 mei 2001 door de President in kort geding
- Civiel recht overigCassatieStrafprocesrecht. Antillenzaak. Schade als gevolg van uitgeoefend geweld door politieambtenaren. Exclusieve…
Hoge Raad|27 mei 2011|ECLI:NL:HR:2011:BP5622Aangehaald in 6 uitspraken
leiden omdat het in zoverre niet voldoet aan de eisen die ingevolge art. 426a lid 2 Rv. aan een cassatiemiddel moeten worden gesteld. [Verzoeker] moet derhalve in zijn beroep in cassatie tegen
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|13 oktober 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA7491
houdende exceptie als bedoeld in art. 347 lid 3 Rv., verzet ex art. 134 lid 2 Rv., alsmede verzoek ex art. 3:71 BW en (subsidiair) kennisgeving
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|17 maart 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA5168
benadeeld, was een herstel bij een aanvullend exploit als bedoeld in art. 94 lid 2 Rv. niet meer aan de orde. Het oordeel van de Rechtbank dat geen grond aanwezig is voor
- Civiel recht overigCassatieCassatieprocesrecht; onteigeningsrecht. Art. 53 Onteigeningswet. Art. 112 Rv niet toepasselijk. Memorie van…
Hoge Raad|23 november 2018|ECLI:NL:HR:2018:2161
voorgeschreven termijn hebben afgelegd, die verklaring, alsmede het oproepingsbericht (dat ingevolge art. 111 lid 2 Rv de inhoud van de procesinleiding(en) en dus de gronden van het cassatieberoep bevat), binnen
- Personen- en familierechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Personen- en familierecht
Hoge Raad|2 november 2001|ECLI:NL:HR:2001:AB3102
ingesteld, zodat hij op de voet van art. 340 in verbinding met art. 429n lid 2 Rv. alsnog hoger beroep bij het Hof zal kunnen instellen. 4. Beslissing De Hoge Raad verklaart
- Civiel recht overigCassatie24 juni 2005 Eerste Kamer Nr. C04/299HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende…
Hoge Raad|24 juni 2005|ECLI:NL:HR:2005:AT2622
gemaakt. Nu het gaat om een tussenarrest, kan volgens het hier toepasselijke art. 401a lid 2 Rv. beroep in cassatie van dit arrest slechts tegelijk met dat van het eindarrest worden ingesteld
- Civiel recht overigCassatieFiscaal bodemrecht (art. 22 lid 3 Iw); omvang en strekking. Terughoudend beleid Ontvanger ten aanzien van…
Hoge Raad|7 december 2018|ECLI:NL:HR:2018:2257
vordering dient te worden afgewezen.” 3.2.3 Partijen zijn op de voet van art. 398 lid 2 Rv overeengekomen het hoger beroep over te slaan (sprongcassatie). 3.3.1 Onderdeel 2.1 van het middel betoogt
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|28 september 2001|ECLI:NL:HR:2001:ZC3656Aangehaald in 5 uitspraken
voorzieningen in kort geding. Zij voldoet derhalve niet aan de vereisten van art. 407 lid 2 Rv. Hetzelfde geldt voor de klacht onder d., nu zij niet uiteenzet waarom een tegenstrijdigheid bestaat
- InsolventierechtCassatie8 juli 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/126HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Verzoeker…
Hoge Raad|8 juli 2005|ECLI:NL:HR:2005:AT4077
afgewezen. Het beroepschrift in cassatie voldoet niet aan de eisen van art. 426a lid 2 Rv. omdat het niet een omschrijving bevat van de middelen waarop het beroep steunt. 3.2 Hieraan
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|6 april 2001|ECLI:NL:HR:2001:AB0902
cassatie leiden omdat het niet voldoet aan de eisen die ingevolge art. 407 lid 2 Rv. aan een cassatiemiddel moeten worden gesteld. Dit brengt mee dat ook onderdeel 2, dat is gericht
- Civiel recht overigCassatieArbitrage. Procesrecht. Bilateraal investeringsverdrag. Internationale arbitrage. Onbevoegdverklaring…
Hoge Raad|21 april 2023|ECLI:NL:HR:2023:636
ontbreken van een geldige overeenkomst tot arbitrage als bedoeld in art. 1052 lid 2 Rv, de gewone rechter bevoegd is van de zaak kennis te nemen. Deze bepaling is in de wetsgeschiedenis
- Civiel recht overigCassatieProcesrecht. Arbitrage. Verzoek tot vernietiging arbitraal vonnis wegens gestelde partijdigheid arbiter…
Hoge Raad|15 juni 2018|ECLI:NL:HR:2018:914
dezelfde grond is de tweede termijn gehandhaafd in het huidige art. 1064a lid 2 Rv (Kamerstukken II 2013/14, 33611, nr. 6, p. 12). Ook de literatuur gaat ervan uit dat de vordering
- Civiel recht overigCassatieProcesrecht. Afwijzing verzoek voorlopig deskundigenonderzoek (art. 202 Rv.). In cassatie slagende…
Hoge Raad|22 oktober 2010|ECLI:NL:HR:2010:BN5833
lijden (materiële en immateriële) schade. 3.2 Op de voet van art. 202 lid 2 Rv. heeft Allianz de rechtbank verzocht een voorlopig onderzoek door verzekeringsgeneeskundige [de verzekeringsdeskundige] te gelasten naar, kort gezegd
- Civiel recht overigCassatieArbitragerecht; cassatie in het belang der wet over de vraag of en zo ja in hoeverre een arbiter (i) met…
Hoge Raad|29 juni 2007|ECLI:NL:HR:2007:AV7405
griffie van de rechtbank te Amsterdam. 3.2 Op de voet van art. 1035 lid 2 Rv. heeft de voorzieningenrechter in de bestreden beschikking - waartegen ingevolge art. 1070 Rv. geen gewoon rechtsmiddel openstaat
- Civiel recht overigCassatie12 december 2003 Eerste Kamer Nr. C02/206HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van…
Hoge Raad|12 december 2003|ECLI:NL:HR:2003:AL7070
voldoende begrijpelijke klachten. Zij voldoen daarom niet aan de eisen die ingevolge art. 407 lid 2 Rv. aan een cassatiemiddel moeten worden gesteld en kunnen derhalve niet tot cassatie leiden. 3.6 Middel
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|9 februari 2001|ECLI:NL:HR:2001:AA9964
cassatie leiden omdat het niet voldoet aan de eisen die ingevolge art. 407 lid 2 Rv. aan een cassatiemiddel moeten worden gesteld. [Eiser] moet derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn beroep
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|28 september 2001|ECLI:NL:HR:2001:ZC3659
door FDP". Aldus voldoet deze klacht niet aan de eisen die ingevolge art. 407 lid 2 Rv. aan een cassatiemiddel moeten worden gesteld, zodat zij niet tot cassatie kan leiden. Het onderdeel
- Civiel recht overigCassatieCassatieprocesrecht; art. 407 lid 2. Aangenomen moet worden dat ook niet-inachtneming van het voorschrift dat…
Hoge Raad|29 april 2011|ECLI:NL:HR:2011:BQ2933
herstelexploot. 2. Beoordeling van het verzoek tot verstekverlening 2.1 Ingevolge art. 407 lid 2 Rv. dient een cassatiedagvaarding de gevolgen te vermelden die de wet verbindt aan niet tijdige betaling
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|19 oktober 2001|ECLI:NL:HR:2001:ZC3636
nietigheid van de beslagakte, voldoet het niet aan de eisen van art. 407 lid 2 Rv., nu het onderdeel niet vermeldt waarom 's Hofs oordeel onjuist dan wel ontoereikend gemotiveerd
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.