1.149 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- GoederenrechtHoger beroepGeen verkrijging perceel grond door verjaring. Slechts houderschap. In ieder geval geen kenbaar bezit.
Gerechtshof Den Haag|29 augustus 2023|ECLI:NL:GHDHA:2023:1604
ondubbelzinnig bezit’. 6.3 Het hof oordeelt als volgt. 6.4 Op grond van artikel 3:306 BW heeft de eigenaar van een perceel (registergoed) twintig jaar de tijd om zijn eigendom terug
- Civiel recht overigHoger beroepbruikleenovereenkomst, houderschap, strook grond gemeente, geen interversie, geen verkrijgende verjaring ex…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|19 november 2019|ECLI:NL:GHSHE:2019:4228
beëindiging van dat bezit werd voltooid. De verjaring treedt op grond van artikel 3:306 BW in door verloop van twintig jaren. Zij begint te lopen met de aanvang
- Civiel recht overigBodemzaakerfrecht; geen verjaring ten aanzien van een vordering op een gemeenschap.
Rechtbank Den Haag|23 december 2015|ECLI:NL:RBDHA:2015:15609
nalatenschap. De zonen stellen echter dat die vordering is verjaard op grond van artikel 3:306 BW. 4.7. De rechtbank overweegt in dit verband dat de verhouding van partijen binnen een gemeenschap
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigBurengeschil; conventie: erfdienstbaarheid; bestaat de erfdienstbaarheid nog en, zo ja, wat houdt deze…
Rechtbank Rotterdam|25 november 2020|ECLI:NL:RBROT:2020:11353
artikel 3:106 BW). De verjaringstermijn bedraagt in beginsel 20 jaar (zie artikel 3:306 BW) en vangt aan op de dag, volgende op die waarop de onmiddellijke opheffing van de strijdige
- Civiel recht overigGoederenrecht, procesrecht. Art. 3:301 BW en 433 Rv. Geldt de sanctie van niet-ontvankelijkheid (art. 3:301…
Parket bij de Hoge Raad|22 april 2016|ECLI:NL:PHR:2016:619
3:99 BW (verkrijgende verjaring), hetzij op de voet van artikel 3:105 jo. 3:306 BW (veelal aangeduid als extinctieve verjaring). Voor beide vormen van verjaring geldt dat de verkrijging
- Civiel recht overigHoger beroepOnrechtmatige hinder door hoge beplanting in tuin van buurvrouw.
Gerechtshof Amsterdam|13 januari 2015|ECLI:NL:GHAMS:2015:87
cipres en de overige bomen en heesters van [appellante] ex artikel 3:314 jo 3:306 BW is verjaard, lenen zich voor gezamenlijke behandeling. 2.7.2 Het hof overweegt dat [geïntimeerde] ter zitting
- Civiel recht overigHoger beroepPartijen in deze zaak zijn buren. Zij bewonen ieder een gedeelte van een zogenaamde carréboerderij en hebben…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|4 april 2006|ECLI:NL:GHSHE:2006:AW4334
hebben beroepen op verkrijgende verjaring zou art. 3:105 lid 1 jo art. 3:306 BW jo art. 73 OW hebben kunnen meebrengen dat hij eigenaar zou zijn geworden van het kleine
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigVordering mbt erfgrens tussen twee tuinpaden. Geen eigendom ontstaan door verjaring, want er was geen sprake…
Rechtbank Dordrecht|21 mei 2008|ECLI:NL:RBDOR:2008:BD4884
onrechtmatige toestand meer kunnen instellen (artt. 3: 105 lid 1 jo 3:314 en 3:306 BW). 4.3 Eisers dienen te stellen en bij voldoende betwisting te bewijzen dat zij gedurende genoemde
- Civiel recht overigHoger beroepGeschil tussen buren over de vraag of door verjaring een recht van erfdienstbaarheid is verkregen, waardoor…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|11 augustus 2026|ECLI:NL:GHARL:2026:5242
beëindiging van het bezit door verloop van 20 jaren (artikelen 3:105 BW en 3:306 BW). 4.4 Bezit is het houden van een goed voor zichzelf (artikel 3:107 BW). Hieronder
- Civiel recht overigHoger beroep kort gedingEiser heeft met een klassieke Porsche deelgenomen aan races. Hij had de Porsche op basis van een…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|10 december 2019|ECLI:NL:GHARL:2019:10731
rechtsvordering tot beëindiging van het bezit. Deze rechtsvordering verjaart op grond van artikel 3:306 BW na verloop van 20 jaar. Zij begint te lopen met de aanvang van de dag, volgende
- Civiel recht overigHoger beroepGebruik van een waterperceel waarvoor het Hoogheemraadschap betaling verlangt. Exclusief gebruik door…
Gerechtshof Amsterdam|28 september 2021|ECLI:NL:GHAMS:2021:3134
BW in samenhang met de artikelen 3:314 lid 2 BW en 3:306 BW na twintig jaar bij bezit niet te goeder trouw. Voor beide vormen van verjaring is dus noodzakelijk
- Civiel recht overigOp tegenspraakEigendomsverkrijging door verjaring. Geen sprake van goede trouw. Beroep op HR 24 februari 2017…
Rechtbank Oost-Brabant|18 juli 2018|ECLI:NL:RBOBR:2018:3493
sprake te zijn van onafgebroken bezit gedurende tenminste 20 jaar (art. 3:105 jo 3:306 BW). 4.7. Uit art 3:107 lid 1 BW in verbinding met art. 3:108 BW
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigErfgrensgeschil. Strook grond. Onderhoud heg, aanleg en onderhoud moestuin en later siertuin (onvoldoende…
Rechtbank Dordrecht|17 november 2010|ECLI:NL:RBDOR:2010:BO4308
artikel 73 lid 1 Overgangswet NBW jo artikel 3:105 BW jo artikel 3:306 BW). Ingevolge artikel 3:314 lid 2 BW begint de verjaringstermijn van de vordering strekkende tot beëindiging
- VerbintenissenrechtHoger beroepBeroep op zowel de verkrijgende als bevrijdende verjaring faalt.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|11 februari 2025|ECLI:NL:GHSHE:2025:349
bezit. De verjaringstermijn van deze vorm van verkrijgende verjaring bedraagt 20 jaar (artikel 3:306 BW) en begint op de dag volgende op die waarop een niet-rechthebbende bezitter is geworden
- GoederenrechtEerste aanleg - enkelvoudigDrie vonnissen (in de zaken C/09/671764 / HA ZA 24-737, C/09/663662 / HA ZA 24-285 en C/09/669287 / HA ZA…
Rechtbank Den Haag|26 maart 2025|ECLI:NL:RBDHA:2025:5069
twintig jaar op grond van bevrijdende verjaring rechthebbende (artikel 3:105 BW juncto 3:306 BW). De vraag of sprake is van bezit moet worden beoordeeld naar de verkeersopvattingen op grond
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigKorte samenvatting: Contradictoir. De besluiten waarbij jaarlijks de stookkosten werden vastgesteld in de…
Rechtbank Oost-Brabant|19 maart 2014|ECLI:NL:RBOBR:2014:1275
Subsidiair voert VvE aan dat de vordering van [X] op grond van art. 3:306 BW is verjaard omdat al sinds begin jaren 70 reducties worden toegepast. Ook dit verweer gaat niet
- Civiel recht overigKort gedingVordering gemeente Tubbergen om de door haar gestelde eigendom door verkrijgende verjaring in te schrijven in…
Rechtbank Almelo|17 november 2009|ECLI:NL:RBALM:2009:BK4940
zijn bezit niet te goeder trouw. Voorts verwijst de gemeente naar artikel 3:306 BW, waarin is bepaald dat, indien de wet niets anders bepaalt, een rechtsvordering verjaart door verloop
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigOnrechtmatige daad. Burenruzie. Rechter stelt spelregels op waaraan de buren zich moeten houden.
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten|26 juni 2020|ECLI:NL:OGEAM:2020:54
doet [de buurman] een beroep op extinctieve verjaring van artikel 3:314 BW juncto 3:306 BW. Dit beroep zal het Gerecht honoreren, waarbij de perioden van niet optreden door [de buurvrouw
- Civiel recht overigHoger beroepAppel van ECLI:NL:RBNHO:2014:5387. Bezit van steeg? Bekrachtiging.
Gerechtshof Amsterdam|5 juli 2016|ECLI:NL:GHAMS:2016:2684
artikel 3:105 BW bedoelde verjaringstermijn bedraagt in beginsel twintig jaar (artikel 3:306 BW). Voor de beantwoording van de vraag of iemand een goed in bezit heeft genomen, is bepalend
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigKadaster, eigendom na verjaring.
Rechtbank Utrecht|22 oktober 2003|ECLI:NL:RBUTR:2003:AM3033
voltooid is. Onder het huidig burgerlijk wetboek geldt een verjaringstermijn van 20 jaar (artikel 3:306 BW), die op grond van artikel 73 Overgangswet nieuw burgerlijk wetboek niet vóór 1 januari
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.