1.497 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overig1. Tiende middel van verdachte. De door de bp-en gevorderde kosten voor rechtsbijstand. V.zv. het middel…
Parket bij de Hoge Raad|1 juli 2014|ECLI:NL:PHR:2014:632Aangehaald in 5 uitspraken
Sr en mede gelet op de speciale cumulatieregeling van art. 10 lid 3 Sr in de onderhavige zaak geen rechtens relevant verschil. Dat laat zich met een korte berekening als volgt toelichten … maximum met één derde - toepassing kent. Het resultaat is ingevolge art. 10 lid 3 Sr een wettelijk strafplafond van een gevangenisstraf voor de duur van 21 jaar en vier maanden. Gevoeglijk
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigDe rechtbank stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op €…
Rechtbank Midden-Nederland|8 oktober 2025|ECLI:NL:RBMNE:2025:5263
vordering Het Openbaar Ministerie heeft het gevorderde ontnemingsbedrag vastgesteld met toepassing van artikel 36e lid 3 Sr. Artikel 36e lid 3 Sr kan worden toegepast indien i) de veroordeelde is veroordeeld voor
- Strafrecht overigCassatieOM-cassatie. Mensenhandel. Art. 273a (oud) Sr. 1. Misbruik. 2. Uitbuiting. Ad 1. De…
Hoge Raad|27 oktober 2009|ECLI:NL:HR:2009:BI7097Aangehaald in 25 uitspraken
OM-cassatie. Mensenhandel. Art. 273a (oud) Sr. 1. Misbruik. 2. Uitbuiting. Ad
- Strafrecht overigOp tegenspraakDe rechtbank legt een ontnemingsmaatregel en betalingsverplichting op van € 252.142,51
Rechtbank Zeeland-West-Brabant|7 oktober 2025|ECLI:NL:RBZWB:2025:6732
Openbaar Ministerie, artikel 36e, lid 3, van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Artikel 36e lid 3 Sr kan worden toegepast indien i) de veroordeelde is veroordeeld voor een misdrijf waarvoor een geldboete … begint op 14 april 2014 en eindigt op 9 juni 2015. Ingevolge artikel 36e lid 3 Sr kan, indien het aannemelijk is dat of voormeld misdrijf of andere strafbare feiten op enigerlei
- BelastingrechtInkomstenbelasting. Art. 3.14, lid 1, onderdeel d, en lid 4 (3 oud), Wet IB 2001. Kosten in verband met…
Parket bij de Hoge Raad|15 mei 2012|ECLI:NL:PHR:2012:BW7156
Inkomstenbelasting. Art. 3.14, lid 1, onderdeel d, en lid 4 (3 oud
- Strafrecht overigCassatieMishandeling door ander in hoop bladeren te duwen (art. 300.1 Sr) en bedreiging (art. 285.1 Sr). 1…
Hoge Raad|15 oktober 2024|ECLI:NL:HR:2024:1459
verplichtingen wordt voldaan twee weken bedraagt, waarbij op grond van artikel 38w lid 3 Sr van rechtswege geldt dat de totale duur van de ten uitvoer gelegde vervangende hechtenis ten hoogste
- Strafrecht overigConclusie AG over (1) vervolgingsverjaring en (2) beroep op de samenloopbepalingen, in het bijzonder de in…
Parket bij de Hoge Raad|19 mei 2020|ECLI:NL:PHR:2020:489
hoogste zes jaren. 8. Op grond van art. 70, eerste lid, aanhef en onder 3°, Sr bedraagt de verjaringstermijn voor deze feiten twaalf jaren. Art. 72, eerste lid, Sr bepaalt dat elke … misdrijven geldende verjaringstermijn van twaalf jaren. Ingevolge art. 70, eerste lid, aanhef en onder 3°, Sr, in verbinding met art. 72, tweede lid, Sr bedraagt de verjaringstermijn ten aanzien
- Strafrecht overigOp tegenspraakDe rechtbank veroordeelt verdachte wegens het medeplegen van een bedreiging met terroristisch misdrijf tot…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant|27 februari 2024|ECLI:NL:RBZWB:2024:1197
kader Volgens jurisprudentie van de Hoge Raad is voor een veroordeling van artikel 285 lid 3 Sr in de eerste plaats vereist dat er wordt gedreigd met een terroristisch misdrijf. Daaruit volgt … brengt die omstandigheid echter niet mee dat de verdachte van de in artikel 285 lid 3 Sr bedoelde bedreiging met een terroristisch misdrijf zelf ook met dit terroristische oogmerk moet hebben gehandeld
- Strafrecht overigHoger beroepGepubliceerd in verband met ingesteld cassatieberoep. Betreft faillissementsfraude.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|11 oktober 2021|ECLI:NL:GHSHE:2021:4083
Gepubliceerd in verband met ingesteld cassatieberoep. Betreft faillissementsfraude.
- Strafrecht overigCassatieVervolg op HR 4 maart ECLI:NL:HR:2014:466. Falende bewijsklacht m.b.t. het opzettelijk gebruikmaken van valse…
Hoge Raad|6 juni 2017|ECLI:NL:HR:2017:1029
moet worden uitgegaan van het nieuwe strafmaximum. Op grond van art. 70, eerste lid onder 3°, Sr vervalt het recht tot strafvordering door verjaring in dit geval derhalve in twaalf jaren
- Strafrecht overigCassatieVoorbereidingshandelingen t.a.v. handel in heroïne en cocaïne (art. 10a.1.3 jo. 10.4 Opiumwet) en aanwezig…
Hoge Raad|22 oktober 2024|ECLI:NL:HR:2024:1411
kennelijke misslag van de wetgever dat in deze bepaling artikel 22d lid 3 Sr niet van overeenkomstige toepassing is verklaard. Artikel 6:6:21 lid 2 Sv moet daarom verbeterd worden gelezen
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigVrijspraak van seksueel binnendringen van het lichaam van dan wel ontucht met zijn stiefkind (die de leeftijd…
Rechtbank Midden-Nederland|10 januari 2022|ECLI:NL:RBMNE:2022:5440
wetswijziging van 1 april 2013) op grond van artikel 70 lid 1 onder 3 Sr dit feit verjaart na 12 jaren. De verjaringstermijn vangt aan op de dag nadat aangeefster meerderjarig … jaar, welke termijn aanving op de dag nadat dat aangeefster meerderjarig werd (artikel 71 onder 3 Sr). Aangeefster is op [geboortedatum 2] 2006 meerderjarig geworden. Deze termijn is daardoor op 6 maart
- Strafrecht overigHoger beroep“Feitelijke aanranding en ontucht. Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging wegens verjaring…
Gerechtshof Amsterdam|27 maart 2018|ECLI:NL:GHAMS:2018:3245
voor de duur van maximaal zes jaren. Ingevolge artikel 70 lid 1, aanhef en sub 3, Sr dat sinds de in de tenlastelegging opgenomen periode niet is gewijzigd, vervalt het recht … strafvordering door verjaring mitsdien in twaalf jaren. Ingevolge art. 71, aanhef en sub 3, Sr vangt sinds de datum van inwerkingtreding van deze bepaling, te weten 1 september 1994, de termijn
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigOntneming, eenvoudige kasopstelling.
Rechtbank Amsterdam|1 februari 2017|ECLI:NL:RBAMS:2017:1748
geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd zoals bedoeld in artikel 36e lid 3 Sr en waarbij tegen [verdachte] een strafrechtelijk financieel onderzoek is ingesteld, waarbij gelet op dat onderzoek aannemelijk … volgt. De berekening van het verkregen wederrechtelijk voordeel is gebaseerd op artikel 36e lid 3 Sr. Uit vaste jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat voor ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel
- Strafrecht overigCassatieISD-maatregel. De rechter die de ISD-maatregel oplegt, zal in de motivering van zijn beslissing ervan blijk…
Hoge Raad|25 september 2012|ECLI:NL:HR:2012:BX5029Aangehaald in 5 uitspraken
blijk gegeven zich ervan te hebben vergewist dat de in art. 38m, eerste lid onder 3°, Sr genoemde voorwaarde is vervuld. De oplegging van de maatregel is dan ook ontoereikend gemotiveerd. Voor
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|21 september 1999|ECLI:NL:PHR:1999:ZD1522
daartoe meest geëigende instantie geen gebruik heeft gemaakt van zijn in neergelegde art. 245 lid 3 Sr bevoegdheid tot het doen van aangifte en klacht (waardoor ook de in het eerste middel … hoogte was van het gerezen vermoeden en de Raad als daartoe in art. 245 lid 3 Sr uitdrukkelijk bevoegd verklaard de meest geëigende instantie was om aangifte en klacht te doen
- Strafrecht overigConclusie AG. Doodslag door opzettelijk met vrachtwagen inrijden op motoragent en verlaten plaats ongeluk…
Parket bij de Hoge Raad|26 augustus 2025|ECLI:NL:PHR:2025:856
maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (art. 38m lid 1 onder 3, Sr) is bij de GVM niet als voorwaarde voor oplegging geformuleerd dat het vastgestelde gevaar de oplegging
- Strafrecht overigProfijtontneming. Ontneming t.a.v. verjaarde ” soortgelijke feiten”. Aan ’s Hofs oordeel ligt de opvatting…
Parket bij de Hoge Raad|21 april 2009|ECLI:NL:PHR:2009:BI2307
mogelijk als de verdachte wegens een strafbaar feit is veroordeeld (art. 36e, leden 1 en 3 Sr). Verjaring van het recht tot strafvordering ten aanzien van een misdrijf of overtreding leidt … niet uitgelaten. Dat is anders voor het bij die wet eveneens ingevoerde art. 36e lid 3 Sr. De wetsgeschiedenis ten aanzien van die bepaling houdt onder meer het volgende in: "Met betrekking
- Strafrecht overigCassatieMedeplegen witwassen van geldbedragen en auto door € 52.810, 45.000 Britse ponden en auto voorhanden te…
Hoge Raad|30 januari 2024|ECLI:NL:HR:2024:116Aangehaald in 6 uitspraken
land waar het begaan is, straf is gesteld. Op grond van artikel 7, lid 3 Sr wordt met een Nederlander voor de toepassing van het eerste lid gelijkgesteld de vreemdeling
- Strafrecht overigHoger beroepHet hof acht bewezen dat de verdachte facturen heeft vervalst en daarmee een stichting heeft opgelicht.
Gerechtshof Amsterdam|20 augustus 2020|ECLI:NL:GHAMS:2020:2312
benadeelde 1] (hierna: de Stichting). Hij deed dat op verzoek van [naam 3] (hierna: [naam 3] sr.). [naam 3] sr. was de voorzitter van de Stichting, [benadeelde 2] (hierna: [benadeelde
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.