644 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Burgerlijk procesrechtCassatieProcesrecht. Art. 6 EVRM. Objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid van rechter die in een ander…
Hoge Raad|23 december 2022|ECLI:NL:HR:2022:1933
advocaat bij de Hoge Raad en niet op de door art. 30c lid 1 Rv voorgeschreven wijze, beroep in cassatie ingesteld. Binnen de daartoe door de griffier gestelde termijn heeft Van Weerden
- Civiel recht overigCassatiePrejudiciële vraag (art. 392 Rv). Wet arbeid vreemdelingen. Bestuurlijke boeten opgelegd ter zake van…
Hoge Raad|11 december 2015|ECLI:NL:HR:2015:3568Aangehaald in 15 uitspraken
Beide partijen hebben schriftelijke opmerkingen als bedoeld in art. 393 lid 1 Rv ingediend. Na daartoe desgevraagd in de gelegenheid te zijn gesteld, heeft mr. M.W. Scheltema, advocaat bij de Hoge Raad
- Civiel recht overigCassatie17 december 2004 Eerste Kamer Nrs. C04/064HR en C04/100HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaken…
Hoge Raad|17 december 2004|ECLI:NL:HR:2004:AR3170Aangehaald in 10 uitspraken
door Bosta ingesteld cassatieberoep (alsnog) ontvankelijk is. Derhalve moet Bosta, nu ingevolge art. 402 lid 1 Rv. in het onderhavige geval het beroep in cassatie moest worden ingesteld binnen drie maanden
- Burgerlijk procesrechtCassatieProcesrecht. Compensatie voor passagiers luchtvaartmaatschappij op grond van EG-Verordening 261/2004 wegens…
Hoge Raad|9 oktober 2020|ECLI:NL:HR:2020:1591
Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (hierna: VWEU). 3.1.2 Uit art. 332 lid 1 Rv volgt dat partijen van een in eerste aanleg gewezen vonnis niet in hoger beroep kunnen
- Personen- en familierechtCassatiePersonen- en familierecht. Verzoek moeder tot gerechtelijke vaststelling vaderschap (art. 1:207 lid 1 BW)…
Hoge Raad|16 februari 2024|ECLI:NL:HR:2024:252
kind. De rechter kan in dat kader op grond van art. 194 lid 1 Rv een DNA-onderzoek bevelen. Daarvoor is noodzakelijk en voldoende dat op grond van de ten processe gebleken
- Personen- en familierechtCassatieFamilierecht. Geschil tussen voormalige echtelieden bij verdeling van huwelijksgemeenschap over de vraag of…
Hoge Raad|15 februari 2008|ECLI:NL:HR:2008:BC0377Aangehaald in 10 uitspraken
Rv. de feitelijke grondslag van het verweer en/of in strijd met art. 149 lid 1 Rv. de feiten heeft aangevuld, hetzij buiten de grenzen van de rechtsstrijd is getreden. 3.5.3 Dit betoog
- Burgerlijk procesrechtCassatieProcesrecht. Koop- en aannemingsovereenkomsten. Vordering jegens 14 kopers tot terugbetaling bedrag getrokken…
Hoge Raad|17 juni 2022|ECLI:NL:HR:2022:867Aangehaald in 10 uitspraken
vordering toewijst, tenzij deze hem onrechtmatig of ongegrond voorkomt. Op grond van art. 353 lid 1 Rv is art. 139 Rv ook in hoger beroep van toepassing. 3.2.2 Indien in een geding
- Civiel recht overigCassatieOnteigeningsrecht; veroordeling tot terugbetaling teveel ontvangen voorschotten op schadeloosstelling (art…
Hoge Raad|3 juli 2020|ECLI:NL:HR:2020:1226
haar vonnis uitvoerbaar bij voorraad kon verklaren, nu de rechter hiertoe ingevolge art. 233 lid 1 Rv alleen bevoegd is indien dat wordt gevorderd. Onderdeel 5 is gericht tegen de veroordeling
- Civiel recht overigCassatieInvorderingszaak. Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen tussenarrest.
Hoge Raad|27 april 2007|ECLI:NL:HR:2007:AZ8744
niet anders heeft bepaald en het niet gaat om een geval waarin art. 75 lid 1 Rv. van toepassing is, kan beroep in cassatie van het tussenarrest derhalve slechts tegelijk
- Civiel recht overigCassatieArbeidsrecht. Vakantie opnemen; art. 7:638 BW. Ontslag op staande voet wegens opnemen vakantie ondanks…
Hoge Raad|5 oktober 2018|ECLI:NL:HR:2018:1846
zijn bewijsaanbod is voldoende specifiek en ter zake dienend om [verzoeker] overeenkomstig art. 166 lid 1 Rv toe te laten tot het bewijs van die stelling. Dat Veka geen bouwvak kent
- Personen- en familierechtCassatie10 oktober 2003 Eerste Kamer Rek.nr. R02/095HR JMH/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van…
Hoge Raad|10 oktober 2003|ECLI:NL:HR:2003:AL8115
voorlopige voorzieningen niet aan de wederpartij behoeft te worden betekend, terwijl ingevolge art. 816 lid 1 Rv. het verzoekschrift waarin echtscheiding wordt verzocht wel aan de wederpartij moet worden betekend
- Burgerlijk procesrechtCassatieProcesrecht. Beslag- en executierecht. Art. 3:277 lid 1 BW. Art. 480 e.v. Rv. Afzien door schuldeiser van…
Hoge Raad|16 juni 2023|ECLI:NL:HR:2023:918Aangehaald in 6 uitspraken
Staat de executie-opbrengsten niet aan de deurwaarder heeft voldaan, zoals art. 477 lid 1 Rv voorschrijft, brengt niet mee dat TVM c.s. de regels voor het verdelen van de executieopbrengsten kunnen
- Civiel recht overigCassatieExecutierecht. De schade waarvoor de Staat ex 480 lid 3 Rv. hoofdelijk aansprakelijk is, omvat mede de…
Hoge Raad|29 januari 2010|ECLI:NL:HR:2010:BK3571Aangehaald in 5 uitspraken
geld in gerechtelijke bewaring te geven aan een bank. 3.5 Ingevolge art. 856 lid 1 Rv. geschiedt de gerechtelijke bewaring op voorwaarden die door de bewaarder gewoonlijk voor zaken van dezelfde soort
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|20 december 2002|ECLI:NL:HR:2002:AF0222
vonnis is gewezen in een dagvaardingsprocedure, zodat het ingevolge het bepaalde in art. 407 lid 1 Rv. bij dagvaarding moet worden ingeleid. Nu zulks niet is gebeurd, dient [verzoekster] in haar beroep
- VerbintenissenrechtCassatiePrejudiciële vragen (art. 392 Rv). Verbintenissenrecht. Is schriftelijkheidsvereiste van art. 7:2 lid 1 BW…
Hoge Raad|15 december 2023|ECLI:NL:HR:2023:1755
Hoge Raad gesteld. Geen van partijen heeft schriftelijke opmerkingen als bedoeld in art. 393 lid 1 Rv ingediend. De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot beantwoording van de prejudiciële
- Burgerlijk procesrechtCassatieProcesrecht. Vonnis op tegenspraak of verstekvonnis? Aanwending van juiste rechtsmiddel? Beoordeling door…
Hoge Raad|8 februari 2019|ECLI:NL:HR:2019:207Aangehaald in 9 uitspraken
kantongerecht. Deze uitleg geeft in het licht van hetgeen is bepaald in art. 82 lid 1 Rv in verbinding met art. 139 Rv, geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet
- Personen- en familierechtCassatieHoge Raad · Cassatie · Personen- en familierecht
Hoge Raad|5 januari 2001|ECLI:NL:HR:2001:AA9566
advocaat bij de Hoge Raad. Ingevolge het in deze zaak toepasselijke art. 426a lid 1 Rv. moeten de ouders derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard in hun beroep. 4. Beslissing De Hoge Raad
- Civiel recht overigCassatieCuracaose zaak. Toekenning van eigendom van kavels in een langdurig onverdeeld gebleven gemeenschap…
Hoge Raad|14 februari 2020|ECLI:NL:HR:2020:257Aangehaald in 22 uitspraken
andere kavel.” 3 Beoordeling van de ontvankelijkheid van [verweerder 6] 3.1 Ingevolge art. 426 lid 1 Rv in verbinding met art. 1 lid 1 van de Rijkswet rechtsmacht Hoge Raad voor Aruba
- Civiel recht overigCassatieWzd. Is echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel van betrokkene in het kader van verlening…
Hoge Raad|3 oktober 2025|ECLI:NL:HR:2025:1450
worden aangemerkt als belanghebbende, en uit dien hoofde een verweerschrift mag indienen (art. 282 lid 1 Rv), een op grond van de Wzd openstaand rechtsmiddel kan aanwenden, en recht heeft op inzage
- Civiel recht overigCassatieCassatieberoep tegen in hoger beroep bij verstek gewezen arrest, art. 401b Rv. Niet-ontvankelijkheid.
Hoge Raad|14 december 2012|ECLI:NL:HR:2012:BY1884
verstek gewezen. Daarom stond voor de Gemeente op grond van art. 401b lid 1 Rv geen cassatieberoep open tegen dat arrest, maar verzet. De Gemeente is derhalve niet-ontvankelijk in haar cassatieberoep
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.