54 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigHoger beroepZakelijke rechten. Doorlopende “vergeten” kelderruimte onder de tuinen van een aantal (in appartementsrechten…
Gerechtshof Amsterdam|22 december 2020|ECLI:NL:GHAMS:2020:3574
jaar bezit niet te goeder trouw (artikel 3:105 BW in samenhang met artikel 3:314 BW). Zij hebben zich echter in het geheel niet uitgelaten over de aard van het bezit
- Civiel recht overigHoger beroepSint Maarten. Projectontwikkeling. Contractuele bouwplicht. Geen verjaring van rechtsvordering tot opheffing…
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba|13 mei 2026|ECLI:NL:OGHACMB:2026:98
rechtsvordering tot opheffing van deze onrechtmatige toestand is verjaard op de voet van art. 3:314 BW, aldus SBE. 3.6 De grief faalt. Voor beide partijen moet van begin af aan duidelijk
- Civiel recht overigHoger beroepBurenrecht. Recht om over pad te gaan. Niet aangetoond dat in het verleden ooit een erfdienstbaarheid is…
Gerechtshof Amsterdam|29 november 2022|ECLI:NL:GHAMS:2022:3329
welke toestand zij in beginsel de opheffing had kunnen vorderen als bedoeld in artikel 3:314 BW, zodat in die periode de verjaring doorliep. 3.11 [geïntimeerden] heeft verklaringen overgelegd van de achtereenvolgende
- Civiel recht overigHoger beroepBurenrecht. Vordering tot snoeien is verjaard. Vordering tot plaatsen muur in de voortuin toegewezen.
Gerechtshof Den Haag|24 maart 2026|ECLI:NL:GHDHA:2026:436
toestand begint te lopen op de dag nadat opheffing daarvan kan worden gevorderd (artikel 3:314 BW) en bedraagt twintig jaar (artikel 3:306 BW). [appellant] stelt direct na levering van zijn
- Civiel recht overigHoger beroepVerkrijgende verjaring. Hinder.
Gerechtshof 's-Gravenhage|26 april 2007|ECLI:NL:GHSGR:2007:BA4469
geplaatst. Sinds 1992 is deze termijn op twintig jaren gesteld (artikel 3:306 en 3:314 BW). Uit de stukken kan worden afgeleid dat [appellant] voor het eerst
- Civiel recht overigHoger beroepMandelige muur, artikel 5:62 lid 2 BW, Verjaring?
Gerechtshof Den Haag|24 april 2018|ECLI:NL:GHDHA:2018:1107
moet zijn gebeurd zodat ieder vorderingsrecht terzake op grond van artikel 3:306 juncto 3:314 BW is verjaard. 19. Het hof stelt allereerst vast dat muur B ooit niet mandelig
- GoederenrechtHoger beroepburenzaak; niet-gesnoeide leilindes binnen de verboden afstand van artikel 5:42 BW; beroep op toestemming en…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|1 december 2020|ECLI:NL:GHSHE:2020:3691
zich in elk geval op de bevrijdende verjaring van de artikelen 3:306 jo. 3:314 BW. [appellanten] hebben bestreden dat sprake is van de verkrijging van een erfdienstbaarheid door verjaring
- GoederenrechtHoger beroepBezit onroerende zaak door een niet-rechthebbende. Geen bevrijdende verjaring, aangezien het bezit minder dan…
Gerechtshof Den Haag|12 november 2024|ECLI:NL:GHDHA:2024:1997
Bezit onroerende zaak door een niet-rechthebbende. Geen bevrijdende verjaring, aangezien het bezit minder dan twintig jaar heeft geduurd. Art 3:117 BW staat op gespannen voet met (de ratio van) het kenbaarheidsvereiste van bezit gedurende twintig jaar. In ieder geval heeft de niet-rechthebbende het bezit van de…
- Civiel recht overigHoger beroepGerechtshof 's-Hertogenbosch erkent auteursrechtelijke bescherming reukstof. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|8 juni 2004|ECLI:NL:GHSHE:2004:AP2368
verjaard, omdat de daarvoor geldende termijn van 20 jaren (art. 3:306 jo. art. 3:314 BW) niet is verstreken. Dit heeft derhalve ook in hoger beroep als uitgangspunt te gelden. Auteursrecht
- Civiel recht overigHoger beroepDe enkele omstandigheid dat een parfum wat betreft een aantal algemeen omschreven kenmerken zou passen binnen…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|8 juni 2004|ECLI:NL:GHSHE:2004:BA7284
verjaard, omdat de daarvoor geldende termijn van 20 jaren (art. 3:306 jo. art. 3:314 BW) niet is verstreken. Dit heeft derhalve ook in hoger beroep als uitgangspunt te gelden. Auteursrecht
- Civiel recht overigHoger beroepCaribische zaak; Burenruzie in Sint Maarten. Geen misbruik van bevoegdheid (3:13 lid 2 BW)door eigenaar bij…
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba|6 juni 2023|ECLI:NL:OGHACMB:2023:93
kunnen worden gekwalificeerd als een onrechtmatige toestand in de zin van artikel 3:314 BW; - dit gebruik leidt ook niet tot bezit van [geïntimeerde] van de parkeerplaats en daarmee ook niet
- Civiel recht overigHoger beroepEen agrariër stelt dat hij door bevrijdende verjaring ex artikel 3:105 BW en verkrijgende verjaring ex…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|24 maart 2015|ECLI:NL:GHSHE:2015:1052
BW. Deze bepaling vormt slechts een toepassing van het eerste lid van art. 3:314 BW, waarin bepaald wordt dat de verjaringstermijn van een rechtsvordering tot opheffing van een onrechtmatige toestand
- Civiel recht overigHoger beroepPartijen zijn buren. Een deel van een stenen bijgebouw en een deel van een houten schuur van de één staan op…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|22 augustus 2023|ECLI:NL:GHARL:2023:7054
Partijen zijn buren. Een deel van een stenen bijgebouw en een deel van een houten schuur van de één staan op het perceel van de ander. Overbouw van het stenen bijgebouw mag op grond van een belangafweging in de zin van art. 5:54 BW blijven staan. De grond onder de houten schuur is door verjaring verkregen. Een houten…
- GoederenrechtHoger beroepeigendomsverkrijging op grond van verkrijgende verjaring ex artikel 3:99 BW door bezit te goeder trouw…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|22 april 2025|ECLI:NL:GHSHE:2025:1137
eigendomsverkrijging op grond van verkrijgende verjaring ex artikel 3:99 BW door
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.