63 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|22 december 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA9142
toepassing is. Uit art. 88 lid 2 Abw kan worden afgeleid dat art. 426 lid 1 Rv van overeenkomstige toepassing moet worden geacht, zodat de cassatietermijn in deze zaak twee maanden bedraagt
- Personen- en familierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht
Parket bij de Hoge Raad|15 december 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA9042
maart 1995, NJ 1995, 597. Ik vermeld nog dat de vader ingevolge art. 810a, lid 1 Rv. het hof kunnen verzoeken hem in de gelegenheid te stellen een contra-expertise te doen
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|25 februari 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA4941
appèl tegen het vonnis instellen binnen drie maanden na de uitspraak daarvan (art. 339 lid 1 Rv). Van die gelegenheid hebben zij niet tijdig gebruik gemaakt. Het hof had hen dus niet
- Personen- en familierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht
Parket bij de Hoge Raad|10 november 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA8289
achtergrond oordeelde de Hoge Raad dat art. 144 Rv in verbinding met art. 347 lid 1 Rv “in een geval als het onderhavige in beginsel niet in de weg staat aan toewijzing
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|14 januari 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA4280
aangenomen dat de klacht voldoet aan de eisen van art. 407 lid 1 Rv. - de s.t. maakt wél voldoende duidelijk waarom het [werknemer] te doen is - wordt zij vruchteloos voorgedragen
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|30 juni 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA6337
eiser] inhoudt dat de rechtbank te ’s-Gravenhage relatief onbevoegd is. Art. 157b lid 1 Rv bepaalt dat tegen een vonnis, waarin de rechter zijn bevoegdheid aanneemt, te dien aanzien alleen
- Personen- en familierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht
Parket bij de Hoge Raad|17 maart 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA5173
afgewezen. De man heeft tegen deze beschikking (krachtens het bepaalde in art. 426 lid 1 Rv.) tijdig beroep in cassatie ingesteld. De vrouw is in cassatie niet verschenen. 2. Bespreking
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|8 december 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA8922
bewijs kan worden geleverd door alle middelen, tenzij de wet anders bepaalt (art. 179 lid 1 Rv). Dit uitgangspunt, dat bij de totstandkoming van het nieuwe bewijsrecht onderwerp heeft uitgemaakt van uitvoerige
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|16 juni 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA6230
uitzondering; zie art. 34 lid 6 WPR. De cassatietermijn bedraagt 2 maanden (art. 426 lid 1 Rv). 4TK 1984/85, 19 095, nr. 3 blz. 28. 5Ter vergelijking: in HR 2 december
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|15 december 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA9112
rechtsdag heeft aangezegd. Daardoor werd Nationale Nederlanden enerzijds steeds het wapen van art. 139 lid 1 Rv. (zelf inschrijven van de dagvaarding ter terechtzitting) uit handen geslagen, terwijl anderzijds ook anticipatie
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|7 april 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA9440
Hoge Raad der Nederlanden (Advocaat-Generaal) 1 Binnen de termijn van art. 426 lid 1 Rv. Nu het inleidend verzoekschrift was ingediend na 1 januari 1996 doch voor 1 juli
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|12 mei 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA5783
waarover tus-sen partijen geen debat is gevoerd. Daarmee zou het hof art. 176 lid 1 Rv hebben geschonden. Deze klacht faalt omdat zij miskent dat het hof in de bestreden overweging
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigRechtbank Zwolle · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig
Rechtbank Zwolle|16 februari 2000|ECLI:NL:RBZWO:2000:AA6505
door opneming van gedaagde in gijzeling binnen de termijn als voorzien in art. 599, lid 1 Rv.; kosten rechtens. Daartegen is door gedaagde verweer gevoerd met conclusie tot niet-ontvankelijkverklaring
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigRechtbank Zwolle · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig
Rechtbank Zwolle|16 februari 2000|ECLI:NL:RBZWO:2000:AA6493
opneming van gedaagde in gijzeling binnen de ter-mijn als voorzien in art. 599, lid 1 Rv.; kosten rechtens. Daartegen is door gedaagde verweer gevoerd met conclusie tot niet-ontvankelijkverklaring
- Personen- en familierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht
Parket bij de Hoge Raad|23 juni 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA6299
hetzij wegens ontbreken van rechtsmacht, hetzij op grond van het bepaalde in art. 1022 lid 1 Rv, hetzij uit hoofde van het onderwerp van het geschil. 3.1.3 Opgemerkt zij, dat verschillende schrijvers
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|28 april 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA5673
stand is gekomen, is er ook geen aanleiding te verwijzen naar art. 184 lid 1 Rv., aldus het middel. 2.14 Deze klacht ziet er aan voorbij dat feitelijk en niet onbegrijpelijk
- Civiel recht overigKort gedingRechtbank Arnhem · Kort geding · Civiel recht overig
Rechtbank Arnhem|31 mei 2000|ECLI:NL:RBARN:2000:AA6074
ontleent zijn bevoegdheid ten aanzien van Domus aan artikel 2 EEX juncto artikel 126 lid 1 Rv en ten aanzien van Cierre aan artikel 6 aanhef en onder 1 EEX en/of
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|16 juni 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA6229
uitzondering; zie art. 34 lid 6 WPR. De cassatietermijn bedraagt 2 maanden (art. 426 lid 1 Rv). 5 Verweerschrift in cassatie onder 2.1. 6 TK 1984/85
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|22 december 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA9135
Ervan uitgaande dat de cassatietermijn 2 maanden bedraagt (art. 426 lid 1 Rv). Hieronder zal ik ingaan op de vraag welke procesrechtelijke regels van toepassing zijn op de afhandeling van dit verzoekschrift
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|17 november 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA8364
Rolnr. C99/016 Zitting d.d. 30 juni 2000 Conclusie mr Spier inzake De Gemeente Scheemda (hierna: de Gemeente) tegen [Verweerder] Edelhoogachtbaar College, 1 . Feiten 1.1 Blijkens een operatieverslag van het Martiniziekenhuis te Groningen had [verweerder] op 28 juli 1992 ernstig letsel aan zijn rechter elleboog. 2 .…
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.