86 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Personen- en familierechtHoger beroepGerechtshof 's-Gravenhage · Hoger beroep · Personen- en familierecht
Gerechtshof 's-Gravenhage|9 oktober 2001|ECLI:NL:GHSGR:2001:AE8537
Burgerlijke Rechtsvordering niet van toepassing is. 3. Het hof stelt vast, dat artikel 814 lid 1 Rv. naar de letter van toepassing is. De rechtbank legt deze bepaling kennelijk
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|23 november 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AD3980
september 2001. Het exploit voldoet niet aan de eisen die ingevolge art. 92 lid 1 Rv aan een herstelexploit moeten worden gesteld, aangezien het niet is uitgebracht voor de dienende dag. Bovendien
- Civiel recht overigHoger beroep kort gedingGerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep kort geding · Civiel recht overig
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|3 april 2001|ECLI:NL:GHSHE:2001:AB1197
leed dus ingevolge art. 5 lid 1, ten vijfde, in combinatie met art. 91 lid 1 Rv aan een gebrek dat nietigheid meebrengt. Art. 92 Rv biedt echter de mogelijkheid tot herstel
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|20 maart 2001|ECLI:NL:PHR:2001:ZD2140
door een benadeelde partij in een strafzaak. 11. Ingevolge het bepaalde in art. 56 lid 1 Rv wordt de partij die in het ongelijk wordt gesteld, veroordeeld in de kosten. Indien
- Personen- en familierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht
Parket bij de Hoge Raad|23 februari 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB0201
gaat om verzoeken tot het treffen van nevenvoorzieningen in de zin van art. 827 lid 1 Rv. Uw Raad heeft beslist (7 april 2000, NJ 2000, 377) dat dergelijke verzoeken
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|13 juli 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB2565
1, lid 1, van de Cassatieregeling voor de Nederlandse Antillen, in samenhang met 426a, lid 1, Rv. (art. 407, lid 3, Rv.), vereist, ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad(1
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|26 januari 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AA9667
wanneer wordt uitgegaan van de termijn van twee maanden voor rekestprocedures (art. 426 lid 1 Rv). Zie hierover nader: alinea 2.4. 3 Het cassatieverzoekschrift vermeldt dat [verzoeker] te dezer zake tevens
- Civiel recht overigHoger beroepGerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep · Civiel recht overig
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|15 maart 2001|ECLI:NL:GHSHE:2001:AB1186
belang voor de bewijskracht van de partij-getuigenverklaringen in het licht van art. 213 lid 1 Rv. en HR 7 april 2000, NJ 2001, 32. 4.2.2. [APPELLANTE] heeft voorts het gelijk
- Personen- en familierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht
Parket bij de Hoge Raad|5 oktober 2001|ECLI:NL:PHR:2001:ZC3694
vrouw en betoogt dat deze kostenveroordeling strijdig is met de grondslag van art. 56 lid 1 Rv. 2.3 Deze rechtsklacht faalt. Het gaat in deze zaak om een proceskostenveroordeling in een verzoekschriftprocedure
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|2 november 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AD5016
stichting. Hij heeft er bovendien geen belang bij in de zin van art. 429h lid 1 Rv. Veel meer dan een soort emotioneel belang is niet uit de verf gekomen
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|30 november 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AD4497
niet gepubl.). Voor een verzoek houdend beroep in cassatie volgt dit uit art 426a, lid 1, Rv. 6. Advocaten en procureurs worden ingeschreven bij de rechtbank van het arrondissement, waarin hun kantoor
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigRechtbank Breda · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig
Rechtbank Breda|8 mei 2001|ECLI:NL:RBBRE:2001:AB1494
alle gevallen uiterlijk twee weken vóór de eerste zittingsdatum aan haar in art. 216 lid 1 Rv voorgeschreven verplichtingen voldoet. Deze beschikking is gegeven door mr. P. Kooijman, in tegenwoordigheid van A.E.A.M
- Civiel recht overigHoger beroepRechtbank Utrecht · Hoger beroep · Civiel recht overig
Rechtbank Utrecht|29 augustus 2001|ECLI:NL:RBUTR:2001:ZL1194
deze procedure. De rechtbank maakt dus geen gebruik van haar in art. 56, lid 1 Rv genoemde bevoegdheid om gehele of gedeeltelijk de kosten tussen partijen te compenseren. 5. De beslissing
- Personen- en familierechtEerste aanleg - meervoudigVaststelling vaderschap. De vordering van eiser strekt tot het gelasten van gedaagden mee te werken aan een…
Rechtbank Utrecht|29 augustus 2001|ECLI:NL:RBUTR:2001:BL8217
deze procedure. De rechtbank maakt dus geen gebruik van haar in art. 56, lid 1 Rv genoemde bevoegdheid om gehele of gedeeltelijk de kosten tussen partijen te compenseren. 5. De beslissing
- Civiel recht overigHoger beroepGerechtshof Leeuwarden · Hoger beroep · Civiel recht overig
Gerechtshof Leeuwarden|31 oktober 2001|ECLI:NL:GHLEE:2001:AD7180
grieven opgeworpen. De beoordeling in het incident 1. Ingevolge het bepaalde in artikel 134 lid 1 Rv is de oorspronkelijk eisende partij bevoegd tot de afloop van het geding haar
- SocialezekerheidsrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Socialezekerheidsrecht
Parket bij de Hoge Raad|5 oktober 2001|ECLI:NL:PHR:2001:ZC3699
Zuidbroek en door deze in behandeling genomen. 3 Binnen twee maanden (art. 426 lid 1 Rv). Het inleidend verzoekschrift is immers ingediend na 1 januari 1996. Zie over deze termijn
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|2 februari 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AA9772
1 Algemene Termijnenwet in verbinding met art. 78 Wet Bopz en art. 426 lid 1 Rv. 3 Zie over het onderscheid tussen het bestwil- en het gevaarscriterium o.m.: Laurs (red.), Handboek Opneming
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|2 november 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AD4030
cassatierekest is op maandag 13 augustus 2001 ter griffie ingekomen; art. 426 lid 1 Rv juncto art. 1 Algemene termijnenwet. 3 Ook bijv. bij een ontslagverzoek is de nodige bereidheid
- Civiel recht overigEerste aanleg - meervoudigRechtbank Leeuwarden · Eerste aanleg - meervoudig · Civiel recht overig
Rechtbank Leeuwarden|21 februari 2001|ECLI:NL:RBLEE:2001:AB0300
afwikkeling van de kredietovereenkomsten jegens hem heeft gedragen. 5. Op grond van art. 67 lid 1 Rv. hebben beslissingen aangaande de rechtsbetrekking in geschil, vervat in een in kracht van gewijsde gegaan
- InsolventierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Insolventierecht
Parket bij de Hoge Raad|27 april 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB1339
treden als procureur. Hij ziet er aldus aan voorbij dat art. 426a lid 1 Rv. vordert dat verzoekschriften in cassatie worden ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Omdat
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.