78 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|20 oktober 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA7702
niet voor het eerst in hoger beroep worden gedaan (art. 250, lid, 2 Rv). 2.3.4.3. Het middel wekt de indruk zich op het standpunt te stellen dat zulks voor het onderhavige probleem
- Civiel recht overigHoger beroepGerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep · Civiel recht overig
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|24 oktober 2000|ECLI:NL:GHSHE:2000:AA8305
comparitie na antwoord plaats. 4.2. Het hof stelt voorop, dat volgens art. 705 lid 2 Rv een beslag dient te worden opgeheven indien summierlijk van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger
- Civiel recht overigHoger beroepGerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep · Civiel recht overig
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|16 november 2000|ECLI:NL:GHSHE:2000:AA8441
waarop deze berust. Het hof voegt daaraan nog het volgende toe. In artikel 223 lid 2 Rv is bepaald dat de eisende partij een door de rechter te bepalen voorschot ter griffie
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|22 december 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA9137
ingediend na 1 januari 1996, kan voor de berekening van de appeltermijn art. 429n lid 2 Rv analoog worden toegepast; als een appeltermijn van twee maanden geldt, kan voor de berekening
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|25 februari 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA4944
schriftelijke toelichting nader onderbouwd. Die stelling voldoet dus niet aan art. 407 lid 2 Rv. Hetzelfde geldt voor de stelling dat de verzekeraar niet aan zijn onderzoeksplicht zou hebben voldaan, nu niet
- InsolventierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Insolventierecht
Parket bij de Hoge Raad|9 juni 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA6164
verzoeker tijdig - name-lijk binnen de termijn van art. 67, 85 Fw. jo. 426 lid 2 Rv., te weten 10 dagen - bij op 9 december 1999 ingekomen verzoekschrift in cassatie gekomen onder
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|24 maart 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA5263
februari 1999, NJ 1999, 343. 7. Ingevolge art. 426 lid 2 Rv jo. art. 66 (oud) ABW bedraagt de cassatietermijn derhalve acht weken en vangt deze, ingevolge art. 426 lid 3 Rv
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|25 februari 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA4937
oordeel is [eiser] tijdig - namelijk binnen twee maanden, art. 5:130 BW jo. 426 lid 2 Rv - in beroep in cassatie gekomen. De vereniging heeft bij verweerschrift voorwaardelijk incidenteel beroep in cassatie
- Personen- en familierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht
Parket bij de Hoge Raad|26 mei 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA5959
maar op de vraag wie als "belanghebbende" in de zin van art. 345 lid 2 Rv hoger beroep kan instellen tegen een beschikking waarbij een huwelijk nietig is verklaard. In het berechte
- Civiel recht overigKort gedingRechtbank Arnhem · Kort geding · Civiel recht overig
Rechtbank Arnhem|31 mei 2000|ECLI:NL:RBARN:2000:AA6286
geschil 4.1 Voorop wordt gesteld dat ingevolge het bepaalde in artikel 705, lid 2, Rv. het beslag dient te worden opgeheven indien summierlijk van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen
- Civiel recht overigKort gedingRechtbank Utrecht · Kort geding · Civiel recht overig
Rechtbank Utrecht|22 december 2000|ECLI:NL:RBUTR:2000:AA9448
december 2000 heeft de gemeente Utrecht, ingevolge het bepaalde in artikel 557a lid 2 Rv., bericht dat er harerzijds geen plannen zijn (geweest) met betrekking tot de onderhavige onroerende zaak. 1.3. [eiser
- Personen- en familierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht
Parket bij de Hoge Raad|28 april 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA5638
inhoudelijk aangevoerd zullen worden.De termijn die op grond van het bepaalde in artikel 429n lid 2 Rv in acht moet worden genomen was vervolgens op de dag van het indienen
- Personen- en familierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht
Parket bij de Hoge Raad|30 juni 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA6341
echter de regel dat tegenbewijs openstaat, nu de wet het niet uitsluit (art. 178 lid 2 Rv). Nu kan het zijn, dat het hof de gedocumenteerde stelling van de vrouw onvoldoende tegenbewijs
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|22 december 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA9142
quod non." 2.6 Primair meen ik dat het middel de toets van art. 426a lid 2 Rv niet kan doorstaan, omdat het onbegrijpelijk is. Met kunst - en vliegwerk zou uit het middel
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigRechtbank 's-Gravenhage · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig
Rechtbank 's-Gravenhage|19 juli 2000|ECLI:NL:RBSGR:2000:8
Dulek en de wederpartij te doen toekomen; -sluit op de voet van artikel 337 lid 2 Rv tussentijds hoger beroep tegen dit tussenvonnis uit; -houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis
- Personen- en familierechtEerste aanleg - enkelvoudigRechtbank Utrecht · Eerste aanleg - enkelvoudig · Personen- en familierecht
Rechtbank Utrecht|14 september 2000|ECLI:NL:RBUTR:2000:AA8063
procureur, hetgeen hier niet het geval is. Voorts kan op grond van art. 810a lid 2 Rv een verzoek tot benoeming van een deskundige slechts worden ingediend door een ouder
- Personen- en familierechtEerste aanleg - enkelvoudigRechtbank Utrecht · Eerste aanleg - enkelvoudig · Personen- en familierecht
Rechtbank Utrecht|14 september 2000|ECLI:NL:RBUTR:2000:AA8071
procureur, hetgeen hier niet het geval is. Voorts kan op grond van art. 810a lid 2 Rv een verzoek tot benoeming van een deskundige slechts worden ingediend door een ouder
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|22 september 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA7201
moeten omkeren. Voorzover deze klacht al voldoet aan de eisen van art. 407 lid 2 Rv. faalt zij. Ik kan geen goede reden zien waarom het Hof zulks had moeten doen
- Personen- en familierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht
Parket bij de Hoge Raad|14 april 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA5524
2 mei 1990, Stb. 202, tot uitvoering van het HKOV jo. art. 426 lid 2 Rv, vier weken) in cassatie gekomen met twee middelen, die door de CA zijn bestreden met verzoek
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigRechtbank Middelburg · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig
Rechtbank Middelburg|22 november 2000|ECLI:NL:RBMID:2000:AA9081
weergegeven in rechtsoverweging 3.15, direct peremptoir; - sluit op de voet van artikel 337 lid 2 Rv tussentijds hoger beroep tegen dit vonnis uit; - houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.