167 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigRechtbank Almelo · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig
Rechtbank Almelo|18 april 2001|ECLI:NL:RBALM:2001:AB1356
kunnen leiden, heeft zij tegen [Gedaagden] verstek verleend. Het beroep op artikel 93 lid 2 Rv kan [Gedaagden] niet baten. Immers, [Gedaagden] hebben het tegen hen - zo nu blijkt - ten onrechte verleende … procedure voor zijn rekening neemt. [Gedaagden] hebben niet geantwoord ten principale. Ingevolge artikel 141 lid 2 Rv zijn gedaagden gehouden alle excepties en het antwoord ten principale tegelijk voor te dragen
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|26 januari 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AA9667
zake tevens een klacht tegen Nederland heeft ingediend bij het EHRM. 4 Art. 426b lid 2 Rv bepaalt dat de griffier een afschrift van het cassatierekest toezendt aan degenen die (buiten … gewone regels - en behoudens een rechterlijk verbod van tussentijds appel ex art. 337 lid 2 Rv - twéé appelgelegenheden openstaan: terstond en tegelijk met beroep tegen het eindvonnis in de hoofdzaak. Echter
- Personen- en familierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht
Parket bij de Hoge Raad|5 oktober 2001|ECLI:NL:PHR:2001:ZC3694
gaat in deze zaak om een proceskostenveroordeling in een verzoekschriftprocedure. Dienaangaande bepaalt art. 429k lid 2 Rv. - in hoger beroep van toepassing op de voet van art. 429q lid 6 Rv … eerste lid gegeven opsomming is limitatief6. 2.7 Bij de toepassing van art. 429k lid 2 Rv. dient mijns inziens rekening te worden gehouden met de criteria van art. 56 Rv. In familierechtelijke
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|21 december 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AD5352
bijgebrachte bewijsmateriaal in beginsel ter vrije beoordeling van de rechter staat (art. 179 lid 2 Rv; vrije bewijsleer). Een voorbeeld van zo'n 'verboden' verklaring: "Toen werd de koop gesloten". Wél redengevend … voldoet het niet aan de eisen die daaraan moeten worden gesteld ingevolge art. 407 lid 2 Rv. Voor het overige is het hof niet in zijn motiveringsplicht tekortgeschoten door niet expliciet
- InsolventierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Insolventierecht
Parket bij de Hoge Raad|5 januari 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AA9314
waardering van geleverd bewijs, voorzover de wet niet anders bepaalt (art. 179 lid 2 Rv). Dit uitgangspunt, dat bij de totstandkoming van het nieuwe bewijsrecht onderwerp heeft uitgemaakt van uitvoerige beraadslagingen … Zodanige verklaringen leveren tussen partijen dwingend bewijs op van de waarheid daarvan (art 184 lid 2 Rv). Het aan art. 123 Fw ten grondslag liggende beginsel dat de curator met betrekking
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|2 november 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AD5016
Voorzover het onderdeel andere klachten bedoelt te vertolken voldoet het niet aan art. 426a lid 2 Rv. 2.11 Onderdeel 2.3 bouwt voort op het vorige onderdeel en is gedoemd het lot ervan … betrokken Stichtingen behartigde. 2.12 Het onderdeel voldoet niet aan de eisen van art. 426a lid 2 Rv., reeds niet omdat het niet aangeeft waaruit blijkt dat [verzoeker] - in tegenstelling
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|30 november 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AD4497
bevoegd te oordelen over rechtsweigering door een lid van de Hoge Raad (art. 846, lid 2, Rv). Volgens de wet moet een verzoekschrift tot toepassing van de regeling van procedures inzake rechtsweigering … artt. 844 e.v. Rv medeondertekend zijn door een procureur (art. 847, lid 2, Rv)(6). De wet biedt voor het aannemen van een uitzondering op deze hoofdregel in het onderhavige geval, waarin
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|23 november 2001|ECLI:NL:HR:2001:AD3980
aannemelijk is dat het exploit de gebroeders [...] niet heeft bereikt, moet ingevolge art. 93 lid 2 Rv. voorts de nietigheid van de dagvaarding worden uitgesproken. 3. Beslissing De Hoge Raad: weigert
- Personen- en familierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht
Parket bij de Hoge Raad|12 oktober 2001|ECLI:NL:PHR:2001:ZC3685
Middel 2 bevat geen begrijpelijke klacht. Het loopt dus vast op art. 407 lid 2 Rv. 2.7 Middel 3 stelt, naar ik begrijp, dat het in de bijzondere omstandigheden van het gegeven … bewijslast rechtvaardigen. In dit licht loopt het middel reeds vast op art. 407 lid 2 Rv omdat het niet de vindplaats in de stukken aangeeft waar een dergelijk betoog zou zijn gehouden
- InsolventierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Insolventierecht
Parket bij de Hoge Raad|12 oktober 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB2794
dergelijke vordering negatief te beantwoorden" voldoet niet aan de eisen die ingevolge art. 407 lid 2 Rv. aan een middel moeten worden gesteld. 9. Middel 2 komt op tegen 's Hofs overweging … evenwel worden geconcludeerd dat het middel niet voldoet aan de eisen van art. 407 lid 2 Rv. nu wordt volstaan met de stelling dat de betrokkenheid van de rechter-commissaris "duidelijk door
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|21 december 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AD4500
appel, te bespreken. 2.7 Dit subonderdeel voldoet niet aan de eisen van art. 407 lid 2 Rv. Onderdeel 3 van de Memorie van Grieven, waarnaar wordt verwezen, bevat geen stellingen … incidenteel appel, onvoldoende heeft besproken, voldoet niet aan de eisen die art. 407 lid 2 Rv. aan een middel stelt nu onduidelijk is op welke stellingen het subonderdeel precies doelt
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|13 juli 2001|ECLI:NL:HR:2001:ZC3632Aangehaald in 8 uitspraken
klacht betrekking heeft. Het voldoet daarom niet aan de eisen van art. 407 lid 2 Rv. en kan om die reden niet tot cassatie leiden. 4.Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|2 februari 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AA9766
eisen die aan een middel van cassatie zijn te stellen (art. 407 lid 2 Rv). Niet uiteengezet wordt immers welk deel van hetgeen de rechtbank heeft overwogen, niet door haar als vaststaand … deze klacht wél eerder zou zijn aangevoerd, het onderdeel zou afstuiten op art. 407 lid 2 Rv). Het gaat hier om een verweer van feitelijke aard dat niet met vrucht voor
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|8 juni 2001|ECLI:NL:HR:2001:AB2018
appelinstantie is. Het Hof heeft kennelijk beoogd de verklaring, bedoeld in art. 401a lid 2 Rv., aan zijn arrest te verbinden. Nu dat arrest een eindarrest is, staat de wet niet
- InsolventierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Insolventierecht
Parket bij de Hoge Raad|27 april 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB1339
beschikkingen worden geformuleerd. Daarom voldoen de klachten niet aan de eisen van art. 426a lid 2 Rv. Weliswaar is sprake van 10 genummerde alinea's die in het verzoekschrift tot cassatie voorkomen … dergelijke klacht voldoet in genen dele aan de eisen van art. 426a lid 2 Rv. In de lezing die mr Van der Woude aan de "klacht" hecht (s.t. onder 19) komt
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|7 december 2001|ECLI:NL:HR:2001:AD4496
dagtekening van de eindbeschikking. Deze bepaling, die in afwijking van art. 429n lid 2 Rv. een bijzondere appèltermijn inhoudt, is van openbare orde en behoort daarom door de rechter ambtshalve te worden
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|2 februari 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AA9769
verbindt daaraan echter geen klacht, zodat het in zoverre afstuit op art. 426a lid 2 Rv. 2.10 Ten overvloede merk ik over de aangehaalde bepalingen van de Tijdelijke wet nog het volgende … moeten treffen, zodat het niet voldoet aan de eisen van art. 426a lid 2 Rv. Het moet bovendien stranden op het feit dat een dergelijk verzoek niet in feitelijke aanleg door
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|2 februari 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AA9768
verbindt daaraan echter geen klacht, zodat het in zoverre afstuit op art. 426a lid 2 Rv. 2.10 Ten overvloede merk ik over de aangehaalde bepalingen van de Tijdelijke wet nog het volgende … moeten treffen, zodat het niet voldoet aan de eisen van art. 426a lid 2 Rv. Het moet bovendien stranden op het feit dat een dergelijk verzoek niet in feitelijke aanleg door
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|8 juni 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB2019
verbod van herhaald appel is immers ontwikkeld door rechterlijke interpretatie van art. 337 lid 2 Rv, dat vrijwel gelijkluidend is aan het in cassatie van toepassing zijnde art. 401a lid 2 Rv
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|9 februari 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AA9901
worden verdedigd. De klacht voldoet daarom ook niet aan de eisen van art. 426a lid 2 Rv. 3.6 Welke klacht onderdeel 3c behelst, is mij niet duidelijk. Het onderdeel voldoet niet … eisen van art. 426a lid 2 Rv. Opmerking verdient nog dat het Hof niet heeft overwogen - zoals de steller van het onderdeel mogelijk meent - dat Filtec voldoende heeft gesteld als daarin vermeld
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.