Zoekresultaten

Voor “"2 Rv"”

Naar resultaten Uitgebreid zoeken

191 uitspraken gevonden

Sorteer op: Relevantie
  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad6 december 2002ECLI:NL:PHR:2002:AF0108

    C01/044 HR Mr. D.W.F. Verkade Zitting 20 september 2002 Conclusie inzake: Syntex (U.S.A.) Inc. tegen Debiopharm S.A. 1. Inleiding 1.1. In deze zaak strijden partijen over de beschermingsomvang van een aan Syntex verleend farmaceutisch octrooi. Het gaat om een vertraagde afgifte van werkzame stof, waardoor het aantal…

  • Insolventierecht
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Insolventierecht

    Parket bij de Hoge Raad12 juli 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE4548

    vermeld, zodat de klacht niet voldoet aan de aan een cassatieklacht ingevolge art. 426a lid 2 Rv te stellen eisen. Zie HR 11 januari 2002, RvdW 2002, 13. 6. De klacht … duidelijk omschreven, aan de eisen van art. 407 lid 2 c.q. art. 426a lid 2 Rv beantwoordende middelen waarop het cassatieberoep steunt. Ambtshalve cassatie of cassatie buiten de voorgestelde middelen om staat

  • Civiel recht overigHoger beroep
    Gerechtshof Arnhem · Hoger beroep · Civiel recht overig

    Gerechtshof Arnhem24 december 2002ECLI:NL:GHARN:2002:AF3487

    vordering waarvoor hij beslag had gelegd, vermeerderd en verminderd met de in artikel 477 lid 2 Rv (oud) bedoelde kosten. 5.8 De stelling van [appellante] (zie memorie van grieven onder … voor zover dit bedrag het bedrag als bedoeld in artikel 477 lid 2 Rv (oud) niet overtreft. 5.11 Ten slotte stelt [appellante] dat de door [geïntimeerde] gevorderde buitengerechtelijke kosten

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad25 oktober 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE7012

    Voor het onderhavige geval brengt art. 254 sub 4 in verbinding met art. 256 lid 2 Rv. (oud) mee, dat door het schrappen van mr. Koningen van het tableau op 15 december … fourneerplicht geldt, kan worden afgeleid uit art. 45 en de art. 418 en 419 lid 2 Rv. (oud). Naar analogie van HR 19 maart 1993, NJ 1993, 303 meen

  • Insolventierecht
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Insolventierecht

    Parket bij de Hoge Raad12 juli 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE3344

    schuldsaneringsregeling eindigt van rechtswege zodra de slotuitdelingslijst verbindend is geworden (art. 356 lid 2 Rv). Dit laatste brengt mee, dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling op een latere datum kan eindigen … voor rekestprocedures. Eenzelfde regel geldt sinds 1 januari 2002 voor rolprocedures: zie art. 337 lid 2 Rv(9). De schuldsaneringsprocedures zijn na 1 januari 2002 rekestprocedures gebleven die in een vonnis eindigen

  • Insolventierecht
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Insolventierecht

    Parket bij de Hoge Raad12 juli 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE4547

    vermeld, zodat het onderdeel niet voldoet aan de aan een cassatieklacht ingevolge art. 426a lid 2 Rv te stellen eisen. Zie HR 11 januari 2002, RvdW 2002, 13. 11. Ook onderdeel … duidelijk omschreven, aan de eisen van art. 407 lid 2 c.q. art. 426a lid 2 Rv beantwoordende middelen waarop het cassatieberoep steunt. Ambtshalve cassatie of cassatie buiten de voorgestelde middelen om staat

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad8 maart 2002ECLI:NL:PHR:2002:AD9909

    fair trial". 2.3 De k1acht voldoet niet aan de eisen van art. 4O7lid 2 Rv. omdat niet wordt aangegeven waarom de bestreden overweging onbegrijpelijk en in strijd met het beginsel … wederpartij als partijgetuige wordt gehoord. Voorzover het onderdeel voldoet aan art. 407 lid 2 Rv. faalt het op de grond dat de rechtbank met de aangevallen overweging geen blijk heeft gegeven

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad18 oktober 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE7374

    doel. 2.7. Onderdeel 1.4 bevat geen klacht die aan de eisen van art. 426a lid 2 Rv voldoet. Onderdeel 1.5 vermeldt de verklaring van de behandelend arts Weeda in het proces-verbaal … heeft geacht". Een zo geformuleerde klacht voldoet niet aan de eisen van art. 426a lid 2 Rv. Anders dan de opsteller van de geneeskundige verklaring, heeft de rechtbank haar oordeel niet gebaseerd

  • InsolventierechtCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Insolventierecht

    Hoge Raad12 juli 2002ECLI:NL:HR:2002:AE1547

    Rechtbank heeft de curator op de voet van art. 398, aanhef en onder 2°, Rv. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel

  • Civiel recht overigKort geding
    Rechtbank Haarlem · Kort geding · Civiel recht overig

    Rechtbank Haarlem13 december 2002ECLI:NL:RBHAA:2002:AF2157

    goede adres zijn. De voorzieningenrechter zal daarom op de voet van artikel 70 lid 2 Rv. In het dictum bepalen dat zij op de hiervoor omschreven wijze een voorlopige voorziening … eisers niet-ontvankelijk in hun vorderingen. 6.2 Bepaalt op de voet van artikel 70 lid 2 Rv. dat eisers op de hiervoor sub 5.4 omschreven wijze een voorlopige voorziening bij de vreemdelingenrechter

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad13 december 2002ECLI:NL:PHR:2002:AF0224

    klacht feitelijke grondslag (zie art. 419 lid 2 in verbinding met art. 429 lid 2 Rv). Voorts wordt in het onderdeel miskend dat het oordeel van de rechtbank in de eerste plaats … Bopz, losbl., aant. 5.1 en 5.2 op art. 8. 4 Art. 27 lid 2 Rv. In het strafprocesrecht (art. 273 lid 3 Sv) is dit iets uitgebreider geregeld en vermeldt

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad22 februari 2002ECLI:NL:PHR:2002:AD9328

    overwegen dat de reconventionele vordering thans voorwaardelijk is ingesteld, art. 277, lid, 2 Rv., althans de eisen van een goede procesorde, heeft geschonden. Het hof zou hebben miskend dat een onvoorwaardelijk ingestelde … toepassing is (art. 343 Rv). Rotra had zich op grond van art. 134, lid 2, Rv. tegen de eiswijziging, die in de m.v.gr. als zodanig is gepresenteerd(14), kunnen verzetten. Dit heeft

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad20 december 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE9391

    teruggetrokken; aanv. pleitnota eisers blz. 1. 2 Zie voor het huidige recht: art. 339 lid 2 Rv (appeltermijn vier weken) en art. 402 lid 2 Rv (cassatietermijn het dubbele, dus acht weken

  • Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudig
    Rechtbank 's-Hertogenbosch · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig

    Rechtbank 's-Hertogenbosch18 september 2002ECLI:NL:RBSHE:2002:AF5557

    niets verschuldigd is aan [Z] BV, die verklaring niet (ingevolge artikel 477a lid 2 Rv) binnen 2 maanden na het afleggen daarvan in rechte betwist. 2.16. Hierdoor staat het volgens Bavaria … gaat bij gebreke van enige steun daartoe in de wet zelf. Artikel 477a lid 2 Rv schept voor de beslaglegger de bevoegdheid een buitengerechtelijke verklaring na een beslag te betwisten

  • Civiel recht overigCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig

    Hoge Raad24 mei 2002ECLI:NL:HR:2002:AE2881

    heeft het Hof hetzij blijk gegeven van een onjuiste opvatting omtrent art. 178 lid 2 Rv. hetzij zijn oordeel ontoereikend gemotiveerd. Onderdeel 1.4 dat hierover klaagt, is derhalve gegrond. 3.7 Zoals hiervoor

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad25 januari 2002ECLI:NL:PHR:2002:AD7325

    februari 1992. 2.12 Het onderdeel voldoet niet aan de daaraan ingevolge art. 407 lid 2 Rv te stellen eisen omdat het geen begrijpelijke bestrijding vormt van de aangevallen overweging. Deze is overigens … steeds het onderdeel. 2.14 Het onderdeel faalt omdat het niet voldoet aan art. 407 lid 2 Rv, daar het niet de vindplaatsen in de stukken van de feitelijke instanties vermeldt waar deze

  • Civiel recht overig
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig

    Parket bij de Hoge Raad8 maart 2002ECLI:NL:PHR:2002:AD9330

    merken, ten aanzien van de onderhavige vraag geen uitwendige bewijskracht toekomt (art. 186 lid 2 Rv), heeft zij in zoverre tussen partijen ook geen materiële bewijskracht (art. 184 lid 2 Rv

  • OndernemingsrechtCassatie
    Hoge Raad · Cassatie · Ondernemingsrecht

    Hoge Raad1 februari 2002ECLI:NL:HR:2002:AD8832

    tijdvak april 1997 tot april 1998, en voeging op de voet van art. 429m lid 2 Rv van het verzoek van De Vries Robbé met deze vordering verzocht. Bij beschikking

  • Personen- en familierecht
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht

    Parket bij de Hoge Raad12 juli 2002ECLI:NL:PHR:2002:AE4040

    klachten. Deze voldoen geen van alle aan de eisen van art. 426a lid 2 Rv.(13) Weliswaar wordt het Hof verweten niet of onvoldoende op bepaalde stellingen te hebben geantwoord, maar niet … hebben miskend. Het voldoet daarmee niet aan de eisen van art. 426a lid 2 Rv. 3.9 Onderdeel 3.6 mist belang. Wat er zij van de daarin betrokken stelling, het ziet

  • Personen- en familierecht
    Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht

    Parket bij de Hoge Raad5 april 2002ECLI:NL:PHR:2002:AD9113

    welke reden, dat ik meen dat de klacht niet aan art. 407 lid 2 Rv. voldoet. In aansluiting daarop lees ik, zoals in de rede ligt, in het middelonderdeel (ook) geen klacht … bestaan. Ook hier meen ik dus dat de klacht niet aan art. 407 lid 2 Rv. voldoet; en meen ik, voorzover daarover anders te oordelen zou zijn, dat de klacht geen gegrond

Zoektips

Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.