63 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtDient een ondernemer over een specifiek btw-identificatienummer van zijn afnemer te beschikken om het…
Parket bij de Hoge Raad|31 december 2019|ECLI:NL:PHR:2019:1384
Dient een ondernemer over een specifiek btw-identificatienummer van zijn afnemer te beschikken om het nultarief voor intracommunautaire leveringen te mogen toepassen? Gevolgen niet-naleving artikel 12(2)a(2o) Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 tot 1 januari 2020. Gevolgen ‘quick fixes’. A-G Ettema heeft conclusie…
- VerbintenissenrechtHoger beroepArt. 11 lid 1 onder e sub 2 (oud) Wet OB 1968: vrijstelling van btw-plicht voor watersportverenigingen…
Gerechtshof Den Haag|21 juni 2022|ECLI:NL:GHDHA:2022:1055
arrest van het HvJEU is art. 11 lid 1 onder e sub 2 Wet OB 1968 aangepast met ingang van 1 januari 2017. Ingevolge deze wijziging geldt de vrijstelling niet voor
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|16 oktober 1996|ECLI:NL:PHR:1996:AA1732
levering die wordt verricht tegen vergoeding (vgl. art. 8, leden 1 en 2 Wet OB 1968). E. . Een uitzondering vormt het in art. 3, lid 1 onder g Wet OB 1968
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|10 april 1996|ECLI:NL:PHR:1996:AA1808
grammofoonplaat in rekening gebracht, een en ander in de zin van artikel 8, lid 2, [Wet OB 1968], doch ter vergoeding van de extra-kosten die belanghebbende als schuldeiser moet maken
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|6 december 1995|ECLI:NL:PHR:1995:AA3128
Wet OB 1968). Omdat de prijssubsidie tot de vergoeding behoort (art. 8, lid 2 Wet OB 1968, uit te leggen overeenkomstig art. 11.A., lid 1 onder a Zesde richtlijn
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|25 juni 1997|ECLI:NL:PHR:1997:AA2106
rechten uitdrukkelijk gelijk is gesteld aan de levering van een goed (art. 3, lid 2 Wet OB 1968). 3.7. De in art. 27, lid 1 onder c Wet OB 1968 genoemde leveringen
- BelastingrechtMogen voor het bestaan van een recht op aftrek van voorbelasting algemene statistische gegevens worden…
Parket bij de Hoge Raad|15 december 2020|ECLI:NL:PHR:2020:1191
Mogen voor het bestaan van een recht op aftrek van voorbelasting algemene statistische gegevens worden gebruikt tot bewijs dat en in hoeverre ontvangers van prestaties van de ondernemer zijn gevestigd buiten de Europese Unie, ook als de algemene statistische gegevens zouden zien op een andersoortige prestatie dan de…
- BelastingrechtHoger beroepBelanghebbende bewijst voor de omzetbelasting niet dat de leveringen niet in Nederland zijn verricht…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|15 juni 2022|ECLI:NL:GHSHE:2022:1896
Belanghebbende bewijst voor de omzetbelasting niet dat de leveringen niet in Nederland zijn verricht. Belanghebbende maakt toepassing van het nihiltarief niet aannemelijk. De boete wordt vernietigd, omdat het door belanghebbende geschetste alternatieve scenario dat alle voor de toepassing van het nihiltarief van…
- BelastingrechtEerste aanleg - meervoudigBezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Vernietiging beschikking bestuurdersaansprakelijkheid…
Rechtbank Breda|25 mei 2011|ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ9979
juni 2004 opgelegd. De naheffingsaanslag berust op het bepaalde in artikel 29, lid 2 Wet OB 1968. 2.5.Belanghebbende is op 24 oktober 2008 bij de onderhavige beschikking (wederom) aansprakelijk gesteld voor
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|15 november 1995|ECLI:NL:PHR:1995:AA1527
komt in de plaats daarvan in aanmerking hetgeen is voldaan." 3.8. Art. 8, lid 2, Wet OB 1968 moet overeenkomstig art. 11A, lid 1, sub A Zesde richtlijn worden uitgelegd
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|6 maart 1996|ECLI:NL:PHR:1996:AA1827
staan. Soortgelijke discrepanties zijn bijvoorbeeld mogelijk bij de toepassing van art. 20, lid 2, Wet OB 1968 juncto de Tabellen I en II, waarvan de omschrijvingen evenmin `geharmoniseerd' zijn met het tarief
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|28 maart 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB1116
volgens objectieve maatstaven geschatte waarde (...)." 5.5. Hetzelfde geldt voor het in art. 8, lid 2 Wet OB 1968 gebruikte begrip 'vergoeding' (zie o.a. HR 30 juni 1976, BNB 1976/200 na concl
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|14 december 2001|ECLI:NL:PHR:2001:ZC8118
Nr. 36.277 Mr Van den Berge Derde Kamer A OB 1997/98 Parket
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|26 april 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD7271
zoals dat in het jaar 1999 voortvloeide uit artikel 9, lid 1 en lid 2, Wet OB 1968, en tabel I, onderdeel a, post 28, verenigbaar met de EG-richtlijnen
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|31 januari 1991|ECLI:NL:PHR:1991:21
belanghebbende evenwel niet baten. Weliswaar sluiten de beide regelingen (die van art. 8, lid 2, Wet OB 1968 en die van art. 1, lid 1, aanhef en letter b, BUA) elkaar
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|20 december 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA9096
rekening gebrachte bedrag' is gelijk aan die van het in art. 8, lid 2 Wet OB 1968 gebruikte begrip 'vergoeding', zie het hierna nog te bespreken arrest HR 30 juni
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|26 april 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD3908
door uw Raad als volgt afgedaan, na te hebben overwogen dat artikel 8, lid 2, Wet OB 1968 - waarin het begrip 'vergoeding' is omschreven - dient te worden uitgelegd conform artikel 11, onderdeel
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Vermogensrecht. Vordering tegen PostNL wegens het ongeldig verklaren van gulden-postzegels…
Parket bij de Hoge Raad|11 oktober 2019|ECLI:NL:PHR:2019:1147
Art. 81 lid 1 RO. Vermogensrecht. Vordering tegen PostNL wegens het ongeldig verklaren van gulden-postzegels per 1 november 2013 zonder inruilmogelijkheid. Onrechtmatig? Ongerechtvaardigde verrijking? Rechtskarakter frankeerzegel. Juridische kwalificatie aanschaf/bezit postzegel.
- InsolventierechtFaillissementsrecht. Vennootschapsrecht; kennelijk onbehoorlijke taakvervulling bestuurder; niet-nakoming…
Parket bij de Hoge Raad|16 mei 2008|ECLI:NL:PHR:2008:BC8416
Faillissementsrecht. Vennootschapsrecht; kennelijk onbehoorlijke taakvervulling bestuurder; niet-nakoming boekhoudverplichting (81 RO).
- BelastingrechtWet van 18 december 1995 ivm bestrijding constructies m.b.t. onroerende zaken. Terugwerkende kracht iIn…
Parket bij de Hoge Raad|1 februari 2008|ECLI:NL:PHR:2008:ZC8117
Wet van 18 december 1995 ivm bestrijding constructies m.b.t. onroerende zaken. Terugwerkende
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.