344 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigHoger beroepopeisbaarheid pensioenpremies, verjaring, stuiting
Gerechtshof Den Haag|3 april 2018|ECLI:NL:GHDHA:2018:570
premie over 2007” is verjaard. Daartoe beroept [appellant] zich onder meer op art. 3:308 BW. [appellant] stelt dat in art. 6 lid 5 van het Uitvoeringsreglement is bepaald dat de premie … waarop, bij gebreke van een bijzondere verjaringstermijn, de verjaringstermijn van 5 jaar van art. 3:308 BW van toepassing is. De verjaring op grond van art. 3:308 BW vangt
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigRechtbank 's-Gravenhage · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig
Rechtbank 's-Gravenhage|15 september 2011|ECLI:NL:RBSGR:2011:BU6742
opgenomen dat vorderingen verjaren. Onder meer artikel 3: 307 c.q. artikel 3:308 BW bepaalt dat de rechtsvordering tot nakoming van een verbintenis c.q. van een periodieke vordering na vijf jaar verjaart … maand. 3.4 Van verjaring op grond van artikel 3:307 c.q. 3:308 BW kan geen sprake zijn, nu deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds als Bpf verplicht is gesteld, waardoor de verplichting
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigTerugvordering door pensioenfonds wegens onverschuldigde betaling van invaliditeitspensioen, aanvullend…
Rechtbank Limburg|2 maart 2022|ECLI:NL:RBLIM:2022:1740
ontstaan per eind december 2015. [gedaagde] beroept zich op artikelen 3:307 juncto 3:308 BW: nu de laatste uitbetaling eind december 2015 heeft plaatsgevonden en de dagvaarding dateert van 9 november … Tijdens de mondelinge behandeling heeft BPF Bouwnijverheid aangevoerd dat niet artikelen 3:307 juncto 3:308 BW van toepassing zijn, maar artikel 3:309 BW, waarbij het moment van bekendheid eind 2015/begin
- VerbintenissenrechtAansprakelijkheid andere echtgenoot voor verbintenissen aangegaan ten behoeve van de gewone gang van de…
Parket bij de Hoge Raad|2 februari 2024|ECLI:NL:PHR:2024:119
aansprakelijk wordt gehouden (rov. 3.9); - Voor de gevorderde rente geldt op grond van art. 3:308 BW echter een verjaringstermijn van vijf jaar. Noch in eerste aanleg noch in hoger beroep heeft
- Civiel recht overigHoger beroepPensioenzaak. Verplichtstellingsbesluiten van een Pensioenfonds kunnen op rechtmatigheid getoetst worden door…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|22 juni 2021|ECLI:NL:GHARL:2021:6158
Pensioenzaak. Verplichtstellingsbesluiten van een Pensioenfonds kunnen op rechtmatigheid getoetst worden door de civiele rechter, in het bijzonder op verenigbaarheid met hogere regelgeving. Daarnaast kunnen aan de inhoud of de wijze van totstandkoming van een algemeen verbindend voorschrift zodanig ernstige gebreken…
- Civiel recht overigHoger beroepKortgeding. Executiegeschil. Verjaring van wettelijke rente en lasten na veroordelend vonnis (art. 3:24 BW).
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|10 augustus 2010|ECLI:NL:GHSHE:2010:BN4012
voorzieningenrechter zijn beroep op verjaring van de rente (primair op grond van artikel 3:308 BW, subsidiair op grond van artikel 3:324 lid 3 BW) ten onrechte niet heeft behandeld. Volgens … ziet op de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van een rechterlijke uitspraak, en niet artikel 3:308 BW, dat ziet op de verjaring van rechtsvorderingen. Het betoog van [appellant] dat met IDM is overeengekomen
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigIs voor de verschuldigdheid van rente na vonnis een ingebrekestelling vereist?
Rechtbank Rotterdam|2 juli 2008|ECLI:NL:RBROT:2008:BD7172
vanaf die datum voor toewijzing in aanmerking kan komen. 4.2 Op grond van artikel 3:308 BW is de vordering tot betaling van wettelijke rente verjaard voor zover deze ziet … aangevoerd, vast. 5.3 [gedaagde] heeft zich beroepen op verjaring van de vordering. Ingevolge artikel 3:308 BW geldt dat rechtsvorderingen tot betaling van renten van geldsommen verjaren door verloop van vijf jaren
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigFondsen in de Metaal en Techniek vorderen om te verklaren voor recht dat een bedrijf als Werkgever valt onder…
Rechtbank Limburg|23 juli 2014|ECLI:NL:RBLIM:2014:6684
jaar (onverschuldigde betaling ex 3:309 BW en/of betaling van periodieke schulden ex artikel 3:308 BW), welke niet gestuit is door de Fondsen. Hiertegen hebben de Fondsen aangevoerd, mede onder verwijzing … nader vast te stellen bedragen is de kantonrechter met [gedaagden] van oordeel dat artikel 3:308 BW van toepassing is. In dit artikel is bepaald dat “rechtsvorderingen tot betaling van renten
- Civiel recht overigHoger beroepVerordening (EEG) Nr. 1101/89; Wet structurele sanering binnenvaart; incassering door Staat van speciale…
Gerechtshof Den Haag|28 juni 2016|ECLI:NL:GHDHA:2016:2144
geldsommen die bij het jaar of een kortere termijn moeten worden betaald (artikel 3:308 BW), noch om een vordering uit onverschuldigde betaling (artikel 3:309 BW), noch om een vordering … basis van art. 25 Rv. ambtshalve bij te brengen bepaling van art. 3:308 BW. Op grond van art. 3:308 BW verjaren rechtsvorderingen tot betaling van renten (waaronder blijkens de wetsgeschiedenis
- VerbintenissenrechtEerste aanleg - enkelvoudigPerikelen rond betalingen en leningen van stichting aan (thans ex-) bestuurder. Décharge? Vernietigbaarheid…
Rechtbank Rotterdam|26 augustus 2020|ECLI:NL:RBROT:2020:7915
Perikelen rond betalingen en leningen van stichting aan (thans ex-) bestuurder. Décharge? Vernietigbaarheid bestuursbesluit? Verval van recht? Onverschuldigde betaling? Verjaring? Verrekening? (Ex-)bestuurder dient bewijs en tegenbewijs te leveren.
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|1 november 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AE7347
onder meer erop beroepen dat de vordering van [eiser] op de voet van art. 3:308 BW is verjaard nu de vordering niet binnen vijf jaar nadat zij opeisbaar is geworden … redelijkheid en billijkheid heeft gehandeld dat onverkorte toepassing van de verjaringstermijn van art. 3:308 BW in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. [Eiser] heeft
- Civiel recht overigVordering tot cassatie in het belang der wet. Mag een uitkeringsinstantie een lopende, reeds vóór de…
Parket bij de Hoge Raad|15 november 2019|ECLI:NL:PHR:2019:1324
meen niet steeds. Opeisbaarheid is het beginpunt van diverse verjaringstermijnen, waaronder die van art. 3:308 BW. De strekking van die verjaringstermijn is de schuldenaar bescherming te bieden tegen een te sterk … pachtrechtspraak brengt de combinatie van de strekking van respectievelijk de verjaringstermijn van art. 3:308 BW en de sanctie van art. 7:322 BW mee dat indien aan het voorschrift
- VerbintenissenrechtEerste aanleg - enkelvoudigpensioen, afwijzing vordering betaling premie ivm verjaring, toewijzing vordering schadevergoeding ogv…
Rechtbank Rotterdam|9 februari 2018|ECLI:NL:RBROT:2018:697
beroep gedaan op verjaring van een deel van de vordering op grond van artikel 3:308 BW. De premie waarvan in deze zaak primair onder b en c betaling wordt gevorderd dient … volgende op die waarop de vordering opeisbaar is geworden conform artikel 3:308 BW van toepassing is. De premies zijn ieder jaar door de werkgever verschuldigd aan de pensioenuitvoerder. Dat betekent
- SocialezekerheidsrechtHoger beroepZijn de bepalingen over verjaring uit het BW van toepassing op vorderingen volgend op hoofdelijke…
Centrale Raad van Beroep|9 maart 2004|ECLI:NL:CRVB:2004:AO5492
niet van toepassing is, de verjaringsbepalingen van het BW, met name artikel 3:308 BW, van overeenkomstige toepassing zijn. In dit verband heeft hij gesteld dat de premie over … voortvloeiende aansprakelijkheid, voor het ontstaan van een rechtsvordering als bedoeld in artikel 3:308 BW op appellant in zijn hoedanigheid als leider van een vaste inrichting, een besluit op grond van artikel
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigBeroepsvervoer over de Weg. Werkingssfeer verplichtstellingsbesluit. Hoofdzakelijkheidscriterium. Premie als…
Rechtbank Den Haag|20 november 2025|ECLI:NL:RBDHA:2025:21966
premievordering van Pensioenfonds Vervoer gedeeltelijk is verjaard gelet op het bepaalde in artikel 3:308 BW. Dit zou het geval zijn omdat Pensioenfonds Vervoer zich eerst op 3 januari 2023 bij [bedrijf … bedrag gelijk aan onbetaald gelaten premies, op de verjaring waarvan niet artikel 3:308 BW maar artikel 3:310 BW van toepassing is. De verwijzing van [bedrijf] in dit verband naar
- ArbeidsrechtEerste aanleg - enkelvoudigDe klachtplicht is niet van toepassing op de loonvordering van werknemer. Wel is de loonvordering tot april…
Rechtbank Rotterdam|20 januari 2023|ECLI:NL:RBROT:2023:1735
functie-indeling in schaal C. Daarnaast geldt een verjaringstermijn van vijf jaar (artikel 3:308 BW). Dientengevolge heeft [eiseres01] geen recht op loon dat voor 1 april 2016 niet zou zijn betaald … faalt. 4.5. Wel kan het vorderingsrecht van [eiseres01] worden beperkt door eventuele verjaring (artikel 3:308 BW). Op grond van artikel 3:308 BW verjaren rechtsvorderingen tot betaling van renten van geldsommen
- Civiel recht overigHoger beroepGerechtshof Amsterdam · Hoger beroep · Civiel recht overig
Gerechtshof Amsterdam|22 september 2026|ECLI:NL:GHAMS:2026:2673
kopje volgt
- Civiel recht overigHoger beroepGerechtshof Amsterdam · Hoger beroep · Civiel recht overig
Gerechtshof Amsterdam|22 september 2026|ECLI:NL:GHAMS:2026:2676
kopje volgt
- Civiel recht overigHoger beroepGerechtshof Amsterdam · Hoger beroep · Civiel recht overig
Gerechtshof Amsterdam|22 september 2026|ECLI:NL:GHAMS:2026:2678
kopje volgt
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|3 december 1999|ECLI:NL:PHR:1999:AA3816
betoogd dat Rosendals primaire vordering in ieder geval is verjaard op grond van art. 3:308 BW. Zij heeft voorts aangevoerd dat de Kantonrech ter heeft miskend dat de subsidiaire vordering … vordering tot nakoming geen sprake, aldus Rosendal. Voor toepassing van art. 3:308 BW is volgens Rosendal geen plaats daar haar vordering niet strekt tot periodieke betalingen. Rosendal heeft betoogd dat, indien
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.