136 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- InsolventierechtEerste aanleg - enkelvoudigAfwijzen verzoek toepassing schuldsaneringsregeling. Art. 288 Fw. Schulden aan de belastingdienst zijn niet…
Rechtbank Den Haag|29 november 2017|ECLI:NL:RBDHA:2017:16292
Kinderopvangtoeslag aangewend voor andere uitgaven dan kinderopvangkosten. Beroep op de hardheidsclausule van art. 288 lid 3 Fw. afgewezen. vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team insolventies – enkelvoudige kamer rekestnummer: C/09/541596 / FT RK 17/1854 uitspraakdatum
- InsolventierechtHoger beroepNiet te goeder trouw t.a.v. het ontstaan van een deel van de schulden; toelating tot de…
Gerechtshof Den Haag|18 september 2017|ECLI:NL:GHDHA:2017:4090
ontstaan van een deel van de schulden; toelating tot de schuldsaneringsregeling; artikel 288 lid 3 Fw. GERECHTSHOF DEN HAAG Afdeling Civiel recht Zaaknummer : 200.218.011/01 Rekestnummer rechtbank : C/10/525390 / FT EA 17/881 arrest
- Civiel recht overigHoger beroepVerzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling onder gelijktijdige opheffing van het…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|2 november 2017|ECLI:NL:GHARL:2017:9492
wettelijke schuldsaneringsregeling onder gelijktijdige opheffing van het faillissement niet-ontvankelijk verklaard ex art. 3 Fw juncto art. 15bFw. Heeft appellant wegens hem niet toe te rekenen omstandigheden nagelaten binnen
- InsolventierechtEerste aanleg - enkelvoudigOntvankelijkheid op grond van art 69 Fw. Schuldenaar kan ook voor persoonlijke belangen opkomen bij de…
Rechtbank Midden-Nederland|3 mei 2017|ECLI:NL:RBMNE:2017:6899
belangen opkomen bij de rechter-commissaris. Gelijkstelling van artikel 8 EVRM met artikel 21 sub 3 Fw voor de toepassing van artikel 69 Fw. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht locatie Utrecht zaaknummer … slaat alleen op rechten op gelden als bedoeld in artikel 21 sub 3 Fw (wettelijke onderhoudsplicht). Daarnaast vindt de curator dat het laatste verzoek over de beeld- en geluidsopnamen buiten het bereik
- InsolventierechtInsolventierecht. Intrekking surseance van betaling en faillietverklaring o.g.v. art. 242 Fw. Internationaal…
Parket bij de Hoge Raad|19 mei 2017|ECLI:NL:PHR:2017:527
onduidelijk is wie moeten verstaan onder partijen in de zin van art 244 lid 3 Fw. PTIF wijst op de samenhang tussen art. 243 en art. 244 Fw. Hieruit zou volgen … behandeling in raadkamer geen partij zijn in de zin van art. 244 lid 3 Fw, en dus niet behoeven te worden opgeroepen. Ten slotte voert PTIF aan dat de bewindvoerder
- InsolventierechtFaillissementsrecht. Verrekening vordering opdrachtgever met verpande vorderingen van gefailleerde…
Parket bij de Hoge Raad|15 september 2017|ECLI:NL:PHR:2017:942
debiteur van de verpande vordering (Artis) met overeenkomstige toepassing van art. 53 lid 3 Fw zijn tegenvordering verrekenen zonder dat de pandhouder (Parallel Groep) zich op art. 6:136 BW kan beroepen … vast te stellen en de vordering overigens voor toewijzing vatbaar is. Art. 53 lid 3 Fw bepaalt dat de curator geen beroep kan doen op art. 6:136 BW. 2.6 Onder verwijzing
- InsolventierechtInsolventierecht. Intrekking surseance van betaling en faillietverklaring o.g.v. art. 242 Fw. Internationaal…
Parket bij de Hoge Raad|21 juni 2017|ECLI:NL:PHR:2017:526
niet heeft gevraagd. Hiermee is voldaan aan de intrekkingsgrond van artikel 242 lid 1 sub 3 Fw. 5.8. Citicorp betoogt met grief 4 dat PTIF in Brazilië actief stappen heeft ondernomen … verrichten (art. 228 lid 1 Fw). Uit art. 242 lid 1 aanhef en sub 3 Fw blijkt dat overtreding van deze bepaling een grond is voor intrekking van de surseance
- InsolventierechtInsolventierecht. Intrekking surseance van betaling en faillietverklaring o.g.v. art. 242 Fw. Internationaal…
Parket bij de Hoge Raad|19 mei 2017|ECLI:NL:PHR:2017:529
deze zaak moeten worden opgeroepen voor de mondelinge behandeling (art. 244 lid 3 Fw). Er zijn door betrokkenen op 1 mei, 3 mei en 4 mei met het oog op beantwoording … mogen zijn. Oi Coop wijst in dit verband op de tekst van art. 243 lid 3 Fw en stelt dat art. 243 en 244 Fw in samenhang moeten worden gelezen. Volgens
- InsolventierechtHoger beroepSchuldenaren niet-ontvankelijk in hun verzoek verklaard op grond van onverschoonbaar verzuim, beroepschrift…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|13 april 2017|ECLI:NL:GHSHE:2017:1619
goeder trouw is geweest verzoekt hij om toepassing van de hardheidsclausule ex artikel 288 lid 3 Fw. [appellant] grijpt elke gelegenheid aan om fulltime aan de slag te gaan en [appellante] heeft … slot herhaalt mr. Hermans het beroep van [appellant] op de hardheidsclausule ex artikel 288 lid 3 Fw. 3.7. Het hof komt tot de volgende beoordeling. 3.7.1. De uitspraak in eerste aanleg dateert
- InsolventierechtHoger beroepBekrachtiging weigering toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 288 lid 1 aanhef en sub b nu…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|14 december 2017|ECLI:NL:GHSHE:2017:5522
onder controle heeft gekregen zodat het verzoek van [appellant] op grond van artikel 288 lid 3 Fw alsnog toegewezen dient te worden. Zo beschikt [appellant] al meerdere jaren in het geheel niet … oordeel dat het beroep van [appellant] op de hardheidsclausule ex art. 288, lid 3 Fw niet kan slagen nu hij onvoldoende inzichtelijk heeft weten te maken welke omstandigheden die bepalend zijn geweest
- InsolventierechtHoger beroepBekrachtiging weigering toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 288 lid 1 aanhef en sub b nu…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|21 december 2017|ECLI:NL:GHSHE:2017:5832
slot doet [appellant] een nadrukkelijk beroep op de hardheidsclausule ex artikel 288 lid 3 Fw. 3.5. Hieraan is door en namens [appellant] ter zitting in hoger beroep - zakelijk weergegeven - het volgende toegevoegd … hebben gestaakt. Tot slot herhaalt [appellant] zijn beroep op de hardheidsclausule ex artikel 288 lid 3 Fw. [appellant] voert hierbij aan dat hij op dit moment geen motorvoertuig meer op zijn naam
- InsolventierechtHoger beroepBekrachtiging weigering toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 288 lid 1 aanhef en sub b nu…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|9 november 2017|ECLI:NL:GHSHE:2017:4827
worden. 2.9. De rechtbank ziet geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 288 lid 3 Fw. Verzoeker is bestuurder van meerdere besloten vennootschappen, waaronder [de vennootschap 2] Dit bedrijf … brengen. Tot slot doet [appellant] een beroep op de hardheidsclausule ex artikel 288 lid 3 Fw omdat hij al ruim negen jaar geen bedrijfsactiviteiten meer heeft ontplooid, althans behoudens het incidenteel ondertekenen
- InsolventierechtHoger beroepartikel 288 lid 1 aanhef en sub b en c Fw: belastingschulden en CJIB-schulden, niet gehouden aan de door het…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|23 maart 2017|ECLI:NL:GHSHE:2017:1244
heeft tot slot een beroep op de hardheidsclausule gedaan als bedoeld in artikel 288 lid 3 Fw. Het hof is van oordeel dat het beroep van [appellante] op de hardheidsclausule … 3 Fw niet kan slagen nu [appellante] onvoldoende inzichtelijk heeft weten te maken welke omstandigheden die bepalend zijn geweest voor het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden, zij thans onder controle
- BelastingrechtEén van de voormalig firmanten van belanghebbende exploiteerde in de jaren 2007, 2008 en 2009 een agrarisch…
Parket bij de Hoge Raad|21 februari 2017|ECLI:NL:PHR:2017:310
Eén van de voormalig firmanten van belanghebbende exploiteerde in de jaren 2007, 2008 en 2009 een agrarisch loonbedrijf in de vorm van een eenmanszaak. Op 1 oktober 2009 is deze eenmanszaak met terugwerkende kracht per 1 januari 2009 omgezet in een vennootschap onder een firma (Vof). Per 31 december 2009 is de Vof…
- InsolventierechtInsolventierecht. Schorst ook een tweede verzoek tot toelating tot de WSNP de behandeling van het…
Parket bij de Hoge Raad|12 mei 2017|ECLI:NL:PHR:2017:410
samenloop van een faillissementsverzoek en een WSNP-verzoek (al dan niet na toepassing van art. 3 Fw ), bepaalt art. 3a lid 1 Fw dat eerst op het WSNP-toelatingsverzoek moet worden beslist … vervalt het verzoek tot faillietverklaring van rechtswege wegens gebrek aan belang (art. 3a lid 3 Fw) . Art. 3b Fw geeft een regeling voor het geval van samenloop van een schuldsaneringsregeling
- InsolventierechtCassatieFaillissementsrecht. Verrekening vordering opdrachtgever met verpande vorderingen van gefailleerde…
Hoge Raad|24 november 2017|ECLI:NL:HR:2017:3017
debiteur kan daarom, met overeenkomstige toepassing van art. 53 lid 3 Fw, zijn tegenvordering verrekenen zonder dat de pandhouder een beroep op art. 6:136 BW toekomt. 3.3.2 Deze klacht slaagt … debiteur van de verpande vordering zijn tegenvordering verrekenen met overeenkomstige toepassing van art. 53 lid 3 Fw, zonder dat de pandhouder een beroep toekomt
- InsolventierechtPrejudiciële vraag (art. 392 Rv). WSNP. Dient voor toepassing van de tienjaarstermijn van art. 288 lid 2…
Parket bij de Hoge Raad|17 februari 2017|ECLI:NL:PHR:2017:113
worden verlengd (art. 349a lid 1 Fw) of worden verkort (art. 349a lid 2 en 3 Fw). Verlenging van de termijn van de schuldsaneringsregeling is mogelijk tot maximaal vijf jaar. In zijn … publiceert de datum en het tijdstip van de zitting op grond van art. 352 lid 3 Fw in de Staatscourant. Uiterlijk drie maanden voordat de termijn van art. 349a Fw afloopt, brengt
- InsolventierechtWSNP. Procesrecht. Art. 349a Fw. Schuldsaneringsregeling door rechtbank met twee jaar verlengd. Is…
Parket bij de Hoge Raad|20 december 2017|ECLI:NL:PHR:2017:1578
349a Fw jo 352 Fw, is sprake van een einduitspraak. Ingevolge art. 349a lid 3 Fw staat tegen een beslissing tot verlenging van de schuldsaneringsregeling hoger beroep open. De artikelen … schuldsaneringsregeling met een termijn van maximaal twee jaar. Deze mogelijkheid volgt uit art. 349a lid 3 Fw. Als voorbeeld van een situatie waarin verlenging aan de orde kan zijn
- InsolventierechtWSNP. Kan de termijn van de schuldsaneringsregeling worden verlengd, ook als de schuldenaar heeft voldaan aan…
Parket bij de Hoge Raad|23 mei 2017|ECLI:NL:PHR:2017:563
Volgens het middel heeft het hof de strekking van de verlengingsregeling van art. 349a lid 3 Fw, in samenhang met de eisen voor het verlenen van een schone lei, miskend. Ter inleiding … daarentegen gaat om een verlenging door de rechter op de voet van art. 349 lid 3 Fw (tussentijdse beëindiging ex art. 350 Fw of reguliere beëindiging ex art. 352 Fw) kan slechts
- InsolventierechtHoger beroepartikel 288 lid 1 aanhef en sub b en c Fw: schuldenpositie is niet komen vats te staan, psychische problematiek.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|23 maart 2017|ECLI:NL:GHSHE:2017:1242
oordeel dat het beroep van [appellant] op de hardheidsclausule ex art. 288, lid 3 Fw niet kan slagen nu [appellant] onvoldoende inzichtelijk heeft weten te maken welke omstandigheden die bepalend zijn geweest … onder c Fw, zodat de hardheidsclausule ex art. 288, lid 3 Fw hierop niet van toepassing kan zijn. Daarbij komt dat de hardheidsclausule van artikel 288 lid 3 Fw niet ziet
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.