58 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigOnbevoegde vertegenwoordiging. De stelling van Y dat hij niet als vertegenwoordiger van X is opgetreden moet…
Rechtbank Arnhem|28 juli 2004|ECLI:NL:RBARN:2004:AQ6835
tegen de datum die is bepaald in het vonnis in het incident (art. 210 lid 3 Rv) tenzij de rolrechter daartoe uitstel verleent. Nu niets is gesteld of gebleken waaruit volgt
- Civiel recht overigKort geding[...] Op 2 april 2001 hebben gedaagden een klachtprocedure tegen eiser en de huisarts van [betrokkene], de…
Rechtbank 's-Gravenhage|7 juli 2004|ECLI:NL:RBSGR:2004:AQ6557
Onder het instellen van een eis in de hoofdzaak als bedoeld in artikel 700 lid 3, Rv wordt verstaan, het instellen van een eis die strekt tot het verkrijgen van een voor
- Civiel recht overig9 januari 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/128HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van…
Parket bij de Hoge Raad|9 januari 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AN8082
zwakzinnigeninrichting(7). 2.6. Art. 429 lid 2 in verbinding met art. 419 lid 3 Rv brengt echter met zich mee dat in cassatie moet worden uitgegaan van de - in het middel niet
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigOvereenkomstenrecht; Vraag of met recht een ontbindende voorwaarde kon worden ingeroepen.
Rechtbank Arnhem|15 december 2004|ECLI:NL:RBARN:2004:AS4056
worden gemaximeerd tot een bedrag van € 300.000,00. Voorts zal, gelet op artikel 611a lid 3 Rv, worden bepaald dat Van Bentum de dwangsom gaat verbeuren wanneer zij niet binnen zeven dagen
- Civiel recht overigKort gedingOntruiming Rusthoven Wirdum.
Rechtbank Groningen|19 maart 2004|ECLI:NL:RBGRO:2004:AO6444
aanzien van de anonieme gebruikers niet is voldaan aan het bepaalde in artikel 45 lid 3 Rv jo artikel 61 Rv. De tegen hen uitgebrachte dagvaarding moet derhalve nietig worden verklaard. Milau
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigRechtbank Arnhem · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig
Rechtbank Arnhem|14 april 2004|ECLI:NL:RBARN:2004:AP3392
hier een beslag betreft zoals bedoeld in art. 714 of 718 Rv. Artikel 700 lid 3 Rv schrijft alleen in die gevallen voor dat de verlenging van de termijn moet worden meegedeeld
- Civiel recht overig12 november 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R04/001HR RM Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van…
Parket bij de Hoge Raad|12 november 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AR1783
niet tot cassatie leiden. De Hoge Raad is op grond van artikel 419 lid 3 Rv gebonden aan hetgeen in de bestreden uitspraak omtrent de feiten is vastgesteld. De aard
- Civiel recht overig15 oktober 2004 Eerste Kamer Nr. C03/106HR JMH/MD Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van…
Parket bij de Hoge Raad|15 oktober 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AP1665
vordering van Zurich wordt onverkort toegewezen. Buderus stelt tijdig cassatieberoep in; art. 402 lid 3 Rv. is van toepassing omdat in eerste aanleg de vordering van GTI tot vrijwaring tegen Buderus werd
- Civiel recht overig2 april 2004 Eerste Kamer Nr. C03/022HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Eiseres…
Parket bij de Hoge Raad|2 april 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AO2783
cassatie kan worden gebaseerd, en stuit ook af op de regel van art. 419 lid 3 Rv. Het middel verwijst nog naar de argumenten die [eiser] c.s. ter bestrijding van het dienovereenkomstige
- Civiel recht overig30 januari 2004 Eerste Kamer Nr. C02/262HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiser]…
Parket bij de Hoge Raad|30 januari 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AN9077
streep door die plannen gehaald en is het huidige art. 164 lid 2 en 3 Rv. in de wet terecht gekomen(11). Thans bepaalt art. 164 lid 2 Rv. op een tekstuele
- Civiel recht overig24 december 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R04/017HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van…
Parket bij de Hoge Raad|24 december 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AR4980
Rv, en voor de in eerste aanleg gegeven beslissing art. 429 k lid 3 Rv (oud), dat hier ingevolge art. IX lid 2 van de Wet van 3 december
- Civiel recht overigEerste aanleg - meervoudigOp of omstreeks 1 mei 2001 is DIPP met Motel Tiel overeengekomen dat Motel Tiel - onder andere…
Rechtbank Arnhem|8 december 2004|ECLI:NL:RBARN:2004:AS3383
onderwerp van de zaak beslissend is met betrekking tot de bevoegdheidsvraag (artikel 71 lid 3 Rv). 4.2 DIPP betwist dat haar vordering voortkomt uit een huurrechtelijke verhouding omdat niet sprake
- Civiel recht overig30 januari 2004 Eerste Kamer Nr. C02/255HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiser]…
Parket bij de Hoge Raad|30 januari 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AN9075
erkend instituut is, zie thans art. 279 lid 4 Rv., maar destijds art. 429g lid 3 Rv.(oud). Onder vigeur van die bepaling gold geen voorschrift dat het proces-verbaal tijdig
- Personen- en familierechtEerste aanleg - enkelvoudigGeldigheidsduur voorlopige voorzieningen. Verrekening achterstallige alimentatie. Valt immateriële…
Rechtbank Breda|4 oktober 2004|ECLI:NL:RBBRE:2004:AR4960
waarborgen dat het verzoekschrift de andere echtgenoot tijdig bereikt. In artikel 816 lid 3 Rv wordt verwezen naar de artikelen 120 en 121 Rv. Op grond van deze artikelen is het mogelijk
- Civiel recht overig9 juli 2004 Eerste Kamer Nr. C03/117HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: DE ONDERLINGE…
Parket bij de Hoge Raad|9 juli 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AO8706
vertrekt). Daarom vind ik het bepaald voor de hand liggend, dat uit art. 198 lid 3 Rv. geen specifieke medewerkingsplicht ten aanzien van partijdeskundigenonderzoeken kan worden afgeleid; en dat de vraag
- Civiel recht overig19 maart 2004 Eerste Kamer Nr. C02/110HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: KONINKLIJKE…
Parket bij de Hoge Raad|19 maart 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AO0903
rechter die zijn bevoegdheid uitsluitend baseert op artikel 24 EVEX/EEX-Verdrag (juncto artikel 126 lid 3 Rv.) niet ordenend moet optreden buiten Nederland (zie ook rechtsoverweging 16 van het arrest
- OmgevingsrechtNr. 1396 Hoge Raad der Nederlanden Derde Kamer 26 november 2004 in de zaak van 1. [Eiser 3], 2. [Eiser 4], 3…
Parket bij de Hoge Raad|26 november 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AR6228
blijkt niet dat Enka, die overeenkomstig het bepaalde in art. 877 derde lid onder 3 Rv in het verzoekschrift van Dupont was aangeduid als "de wederpartij'', op het verzoek is gehoord, althans
- OmgevingsrechtNr. 1395 Hoge Raad der Nederlanden Derde Kamer 26 november 2004 in de zaak van 1. [Eiseres 1], 2. [Eiser 2]…
Parket bij de Hoge Raad|26 november 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AR4503
blijkt niet dat Enka, die overeenkomstig het bepaalde in art. 877 derde lid onder 3 Rv in het verzoekschrift van Dupont was aangeduid als "de wederpartij'', op het verzoek is gehoord, althans
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.